Recensies over Willem van Twillert

Alle recensies zijn integraal zonder coupures overgenomen.

Reacties van spelers/luisteraars zijn in een aparte rubriek opgenomen

2015


Recensie van Simon Harinck in het tijdschrift Kerk & Muziek van 2015/02
Willem van Twillert
CD I met DVD en CD II, opnamen van het Meere-orgel te Epe. Stichting Promotie Orgel Projecten Amersfoort. Bestellen: www.animato.nu/cds, Totaalprijs: 27,50 euro.
Twee CD's en een DVD met opnamen van het Meere-orgel in de Grote Kerk te Epe zijn het resultaat van het spel van Willem van Twil- lert dat daar recent is opgenomen. Ze zijn bedoeld als presentatie en documentaire van dit orgel. De schijfjes zijn gevuld met een keur aan werken van voornamelijk Duitse en Franse meesters aangevuld met een aantal eigen improvisaties. Het zijn voornamelijk korte, melodieuze, goed in het gehoor liggende stukken. Een enkele keer komt er een forte passage langs, maar meestal klinkt er zangerige muziek eventueel verrijkt met de tremulant. Gaandeweg wordt zo het Epese orgel in zijn vele kleurschakeringen geëtaleerd. Veel van de gespeelde stukken zullen bij de gemiddelde luisteraar bekend zijn, maar door de muzikale aanpak van Van Twillert en de prachtige klank van het orgel is het zeker niet vervelend om ze opnieuw te horen. De eerste CD opent met de bekende Sinfonia uit 'Arrival of the Oueen of Sheba' van Handel. Het is pakkend hoe hij de blazerspartij met de karakteristieke Vox Humana tot klinken brengt. Dit stuk wordt in een mooi tempo gebracht. Van Twillert hanteert trouwens over het algemeen geen bijzonder hoge tempi, hoewel er als dat gepast is, zeker virtuoos gemusiceerd wordt. Ook het tweede stuk is zeer bekend: 'Ave Maria' van Charles Gounod. Het op de Prelude C Dur uit 'Das Wohltem- perierte Klavier' van Johann Sebastian Bach gebaseerde werk klinkt zeer poëtisch op het Meere-orgel, waarbij de fraaie tremulant het zijne bijdraagt. Een ander stuk op deze eerste CD dat er uit springt is het 'Scherzo' van Bossi dat overtuigend wordt uitgevoerd dankzij een uitgekiende registratie en een goede dosis virtuositeit. Van de eigen bewerkingen op deze CD is vooral psalm 63 erg mooi. De opening doet wat denken aan de bewerking over de melodie van psalm 8 van J.C. Oley. Dit motief wordt creatief verwerkt en aan het eind mondt de bewerking uit in een mooie climax. Een deel van de opgenomen psalmbewerkingen is trouwens door Van Twillert op schrift gesteld en wordt als bladmuziek te koop aangeboden. De mooie ruimtelijke en toch heldere opname draagt ook het zijne bij aan het luistergenot. Een enkele keer is er wat te horen van de mechanieken, maar dat is nergens storend. Voor de tweede CD geldt min of meer hetzelfde. Op deze CD treffen we grotere werken aan zoals 'Trio sonate IV’ van Johann Sebastian Bach en 'Sonate VI’ van zijn zoon Carl Philipp Emanuel Bach. De muziek van deze Bach-zoon lijkt het beste te gedijen op dit orgel. Dat geldt ook voor het Andante con Variazioni in G’ van Johann Melchior Dreyer. Muziek en klank smelten hier mooi samen. Een enkele kritische noot: Naar mijn smaak zijn er 2 werken die net wat meer lyriek hadden kunnen hebben: 'Notre Armour’ van Gabriel Fauré en 'In Paradisum’ van Théo- dore Dubois. Daarnaast worden de accenten in het 'Preludium d-moll BWV 539’ van Johann Sebastian Bach wel erg zwaar aangezet.

DVD
De DVD bevat een informatieve presentatie door Han Reil van ruim een kwartier. Aan de orde komen: het meubel, registers, het stemmen van tongwerken, de mechaniek en de windvoorziening. Er is ook een Engelse vertaling bijgevoegd. De opgenomen muziek is gelijk aan CD 1. Tijdens het spelen wordt de organist vanuit verschillende posities in beeld gebracht. Tussen de muziekstukken in worden enkele beelden van het orgel en het interieur van de kerk getoond. Willem van Twillert toont zich een beheerst organist zonder grote bewegingen. Dat is allemaal heel knap, maar maakt het geheel ook wat statisch. Dit is een moeilijkheid van DVD’s met orgelspel, er is gewoonweg niet veel beweging. Bij een koor of orkest kun je op personen inzoomen, maar bij een orgel is steeds één muzikant in beeld. De presentatie van Han en Hans Reil zijn veel levendiger en zeker de moeite van het bekijken waard. De CD’s zijn afzonderlijk verkrijgbaar. De DVD is bij CD 1 gevoegd. Bij beide CD’s zijn identieke boekjes met Nederlandse en Engelse beschrijving. De gekozen registraties zijn gedeeltelijk vermeld. Voor wie het uit de kluiten gewassen dorpsorgel van Epe in al zijn kleurschakeringen wil zien en horen met fraaie muziek is deze productie het aanschaffen waard. Aanbevolen!
Simon Harinck

2014

Recensie CD's en DVD Willem van Twillert op het Meere-orgel te Epe In het Nederlands Dagblad van 23 januari door Roel Sikkema


Recensie door A.M. Alblas in het Reformatorisch Dagblad d.d. 23 januari 2014


Noorderkrant 22-06-14: Kleuren met klanken van Willem van Twillert in Petruskerk Leens - See more at: http://www.noorderkrant.nl/evenementen/20397/kleuren-met-klanken-van-willem-van-twillert-petruskerk-leens/#sthash.BSLFrA8a.dpuf
LEENS – Willem van Twillert, organist van de Joriskerk te Amersfoort, speelde zaterdag op het Hinsz-orgel te Leens. Willem van Twillert haalde tijdens het concert in Leens letterlijk alles uit de kast.
Met werken van minder bekende componisten zoals Bernardo Storage maar ook met de schitterde begin- en einddelen van de Klavierübung III zetten van Twillert het orgel geheel naar zijn hand. Er was duidelijk veel aandacht besteed aan het uitzoeken van de juiste registraties en tijdens het concert werden van diverse werken de registraties vanachter de speeltafel doorgegeven aan de bezoekers. Dit werd door velen geapprecieerd bleek na afloop.
Dit gaf de luisteraar nog meer inzicht in de ongekende mogelijkheden van het Hinsz-orgel te Leens. Alle tongwerken zijn aan bod geweest en de door velen geroemde fluiten kwamen ruim aan bod. Aan het einde van het concert speelde van Twillert nog een uitgeschreven improvisatie van Jan Jongepier over psalm 97 en werd besloten met een kort maar schitterend stuk van Johann Christof Oley waarbij het orgel nog even in al haar schoonheid en kracht mocht klinken.

Frankfurter Tonkünstler Bund Datum: 20.12.2014
Titel/Motto: Orgelkonzert zum Weihnachtsmarkt
Programm: Johann Sebastian Bach (1685-1750) Toccata et Fuga F-Dur BWV 540
Johann Sebastian Bach (1685-1750) Praeludium et Fuga a-moll BWV 543
Josef Gabriel Rheinberger (1839-1901) 1. Satz aus der Sonate d-moll op. 148 (Agitato. Allegro)
Max Reger (1873-1916) “Ave Maria” op. 80 Nr. 5
Charles-Marie Widor (1844-1937) Toccata F-Dur aus der Symphonie op. 42 Nr. 5
Henri Mulet (1878-1967) “Noёl” aus den “Esquisses Byzantines”
Olivier Messiaen (1908-1992) “Dieu parmi nous” aus “La Nativité du Seigneur“
Willem van Twillert (*1952) Toccata im romantischen Stil über “Tochter Zion”

Das Werk BWV 540 ist die längste Toccata von Johann Sebastian Bach. Ihr Aufbau ist zweimal zweistimmiger Kanon über Orgelpunkt mit folgendem Pedalsolo, der erste von Tonika zur Dominante, der zweite von der Dominante in die eigentliche Toccata übergehend, in der sich ein Dialog zwischen den Manualstimmen und dem Pedal in tänzerisch-verschlungener Manier entfaltet. Die anschließende Doppelfuge hat ein ruhiges Eingangsthema, während das zweite in gebrochenem Dreiklangsmotiv (Terz-Grundton als Achtel, dann Sprung auf die Viertel-Quint) eher
verspielt wirkt
Das Praeludium BWV 543 beginnt rezitierend mit Manualmonolog, später über einem Orgelpunkt, nach kurzem Pedalsolo dann durch alle Stimmen imitierend. Die lange und mächtige Fuge im Sechsachteltakt ist eine hörenswerte Synthese aus mathematischer Formstrenge und mystischem Ergriffensein.
Josef Gabriel Rheinberger wurde in Vaduz geboren, lebte aber seit seinem 12. Lebensjahr in München, so dass er als deutscher Komponist gelten darf. Es handelt sich in diesem Satz um eine erweiterte Sonatensatzform mit dramatisch-gewaltigem ersten und fast volkstümlich anmutenden zweiten Haupthema. Ähnlich der französischen Manier wird das zweite Thema zuerst im Piano als Kontrast zum ersten dargestellt, aber am Schluss im Fortissimo erneut aufgegriffen.
Das Ave Maria von Max Reger entstammt aus einem seiner Zyklen aus jeweils 12 Stücken. Es ist eine dreiteilige Liedform A-B-A‘, mit den regertypischen entrückenden Harmonien, der Mittelteil als Kontrast in dunkler Registrierung mit Steigerung am Schluss.
Im prunkvollen Werk „Dieu parmi nous“ des modernen Komponisten und Ornithologen Olivier Messiaen (Achtung! Erweiterte Tonalität!) hört man im Hauptthema „das gewaltige Kommen des Herrn“ („das Wort ward Fleisch und wohnte unter uns“ – Messiaen selbst bezeichnete es als „den herrlichen und unaussprechlichen Sturz der zweiten Person der Heiligen Dreifaltigkeit in ein Menschsein“) - es folgt ein Thema der Liebe und ein Thema des Jubels, letzteres wird dann im zweistimmigen Kontrapunkt durchgeführt, danach eine lange Durchführung des zweiten Themas, übergehend in eine Toccata über das erste Thema.
Als beruhigender Kontrast folgt das liedhafte Thema, von Moll nach Dur wechselnd, des Impressionisten Henri Mulet, der an der Basilika Sacré-Cœur de Montmartre wirkte und dieser auch seine Byzantinischen Skizzen widmete.
Mit der jüngsten Komposition von Willem van Twillert geht das Programm in gewohnte Harmonien zurück, in der Toccata wird das bekannte Adventslied von Georg Friedrich Händel kunstvoll umspielt, auch mit einigen Sequenzen, bevor es im Schlussteil mit entsprechend „fetten“ romantischen Oktavverdopplungen und Doppelpedal ausklingt.
Wetzlar, am 11. November 2014
Kantor Michael Harry Poths
Ausführende: An der Orgel: Kantor Michael Harry Poths
Ort: Evangelische Kirche
Kirchberg
35423 Lich-Muschenheim
Adresse bei Google Maps
Sonstiges: http://www.kantor-poths.de
Eintritt: frei, Bitte um Spenden
Beteiligtes Mitglied: Michael Harry Poths


2013


Aachener Zeitung 23. Januar 2013, http://www.aachener-zeitung.de
Lobet den Herrn: Musikalischer Weihnachtsausklang in St. Gertrud Herzogenrath unter Leitung von Herbert und Andrea Nell. Foto: Sevenich
Herzogenrath. Lieder und Melodien vom Feinsten – die gab es zum Ausklang der Weihnachtszeit in der Herzogenrather Pfarrkirche St. Gertrud. In dem bis über den letzten Sitzplatz hinaus gefüllten Gotteshaus erfreuten Kantor Herbert Nell, seines gleichfalls kirchenmusikalisch bestens geschulte Ehefrau Andrea sowie eine ganze Reihe von Ensembles aus der Rode-Stadt und dem nahe gelegenen Niederbardenberg mit volkstümliche und unbekannteren Weisen.
Das Vertraute hatte seinen Platz im Programm, und so war das Publikum immer wieder eingeladen, mitzusingen und bekannte Weisen wie „Engel auf den Feldern singen“ oder – zum Ausklang – „O du fröhliche“ anzustimmen. Daneben nutzten die Chöre der beiden Herzogenrather Innenstadt-Kirchen und aus Niederbardenberg, die Kinder, die Sänger des „An.Ge.Lus“-Projekts, Flötenkreis und -ensemble sowie andere Mitwirkende immer wieder die Gelegenheit, ihre Zuhörer mit weniger prominenten Stücken bekannt zu machen.
Dabei machte sich im Mittelteil der Abfolge ein stark englisch geprägter Zug des Programmes bemerkbar. Wie in den Kirchen der Britischen Insel rund um das Christfest, so erklangen nun auch hierzulande Lieder John Rutters „Angels Carol“ oder – vorgetragen von Solisten aus den eigenen Reihen und von Herbert Nell bearbeitet – das bezwingend intim gestimmte „The First Noel“.
Das einladende „Stimmt in unseren Jubel ein“ fügte sich im Übrigen bestens zur einleitende Ansprache von Pfarrer Dr. Guido Rodheudt, der am letzten Tag der liturgischen Weihnachtszeit seine Zuhörer tröstete: „Eine Verabschiedung trägt in sich die Hoffnung auf ein Wiedersehen“ und angesichts der aufgeführten Vokalwerke die „Stimme als schönstes Instrument“ im musikalischen Spektrum lobte.
Vor den Blicken des Publikums verborgen, aber dafür umso besser zu hören, profilierte sich Andrea Nell nicht nur als Solisten mit strahlend hellem Sopran, sondern auch als Organistin: Ihre Interpretation von Händels „Tochter Zion“ in der Bearbeitung für Orgel des Niederländers Willem van Twillert ließ an Kunstfertigkeit nichts zu wünschen übrig und fügte dem ganzen Konzert eine festliche Note hinzu. Kirchenmusik in St. Gertrud und den anderen Kirchen der Pfarre – die kann sich wirklich hören lassen, nicht nur zur Weihnachtszeit.

Giessener Allgemeine 27-12-2013 http://www.giessener-allgemeine.de
Camerata Vocale präsentierte Werke aus fünf Jahrhunderten
Lich. Ein herausragendes Konzert haben die Camerata Vocale Hessen unter Leitung von Christof Becker und Organistin Katrin Anja Krauße am vierten Advent in der gut gefüllten Marienstiftskirche geboten.
nab_MarienstiftLich_241213
Lupe - Artikelbild vergrössern
Die Camerata Vocale Hessen traten unter der Leitung von Christoph Becker in der Marienstiftskirche in Lich auf. (Foto: jou)
Das weihnachtliche Programm mit Werken aus fünf Jahrhunderten wurde eröffnet mit dem ruhigen gregorianischen Choral »Hodie Christus natus est«. Dazu kontrastierte die bewegte, mit lebhaftem Ausdruck gesungene Komposition »Machet die Tore weit« von Andreas Hammerschmidt. Melodische Anmut verströmte das Lied »Übers Gebirg Maria geht« von Johann Eccard in der harmonischen, klanglich in den Höhen offenen Interpretation des Chors.
Im Ganzen gefiel die deutliche, beseelte Gesangsweise. Die Kammerbesetzung erlaubte höhere Durchsichtigkeit als bei großen Ensembles, dabei verlangten die anspruchsvollen Werke jedem einzelnen Sänger technisches Können ab. Man spürte, für welch sorgfältige Einstudierung Kantor Becker gesorgt hatte, etwa auf nuancierte Textgestaltung achtete. So auch bei der Motette »Das ist je gewisslich wahr« von Heinrich Schütz. Hier setzte die Camerata gezielt Betonungen und spannte runde melodische Bögen. Bei Jan Pieterszoon Sweelincks »Hodie Christus natus est« unterstrich die rhythmisch flexible Stimmführung den leichten Charakter.
Harmonische Facetten gezeigt
Emotional nahe ging die romantische, voll ernsthaftem Ausdruck gesungene Komposition »O Heiland reiß die Himmel auf« von Johannes Brahms – faszinierend, wie stilsicher der Chor darin melodische und harmonische Facetten zutage förderte. Durch mittelalterliche Musik inspiriert ist die 2008 entstandene Komposition »Veni, veni Emanuel« von Charles H. Giffen. Dieser ist auf eine leicht zugängliche Tonsprache bedacht, besondere Eigenständigkeit ließ sich indes kaum erkennen.
Weit eher beeindruckte da, wie Johann Sebastian Bach mit seiner Orgelpastorale ein Werk für die Ewigkeit geschaffen hat. Krauße hob im ersten Satz die friedvoll-beschauliche Atmosphäre hervor; reizvoll das zarte Flötenregister der Marienstiftsorgel. Auch die weiteren Sätze meisterte sie scheinbar mühelos. In der Choralimprovisation »In dulci jubilo« von Sigfrid Karg-Elert schöpfte Krauße den Farbreichtum aus und bestach durch behutsamen, gedankliche Tiefe ausstrahlenden Vortrag. Virtuos gelangen ihr die klangmächtigen Steigerungen. Ebenso makellos spielte die Organistin die knifflige, dicht strukturierte »Toccata im romantischen Stil« über »Tochter Zion« des niederländischen Komponisten Willem van Twillert (geb. 1952). Überaus fein zeichnete sie Nebenstimmen und verlieh dem Thema ohrwurmhafte Züge. Mit ihrer ausgefeilten, herzerwärmend fröhlichen Darbietung gelang ihr ein großer Wurf.
Doch auch die liebevolle Hingabe des Gesangsensembles hielt bis zum Schluss an. Das Konzert klang mit dem pointiert artikulierten Chor »Hodie Christus natus est« von Francis Poulenc aus. Für den langen Beifall dankte die Camerata mit dem Weihnachtslied »Es ist ein Ros entsprungen« und einer weiteren Zugabe. Sascha Jouini




2012

Wochenblatt, 02. Januar 2013 http://www.kammerchor-landstuhl.de
Die Landstuhler Pfarrkirche St.-Andreas war beim Adventskonzert des renommierten Kammerchors unter Leitung von Heribert Molitor bis auf den letzten Platz gefüllt. Die Hoffnungen der Besucher wurden bei fulminanten Leistungen nicht enttäuscht.
Abgehoben vom allem Weltlichen, seinsvergessend und sich aufschwingend: Die Sopranistinnen sangen über drei Oktaven, bei schier endlosem Atem, der ihnen ein müheloses An- und Abschwellen ihrer vokalen Kraft ermöglichte. Einmal wieder zog der Landstuhler Kammerchor seine Hörer in ein betörendes Hörerlebnis mit prunkvollen Ereignissen aus der Musikgeschichte zwischen Barock, Romantik und Moderne.
Wohlweislich hatte Molitor das Programm so konzipiert, dass romantischen und klassischen Chorwerken immer wieder zeitgenössische Komponisten gegenübergestellt wurden. Und diese Kunstwerke wurden in der Wiedergabe des Chors und der begleitenden Bläser voll ausgekostet und facettenreich dargestellt.
Einen gewaltigen, schier atemberaubenden Auftakt gaben sie mit John Rutters (geboren 1945) "Gloria" aus "1st Movement: Allegro vivace". Mit ihren rasanten Staccati agierten die Blechbläser ungemein flexibel, ohne aber den geschmeidig singenden Chor zu übertönen.
Eine mitreißende musikalische Ausformulierung erfuhren das Gloria und Credo von Anton Bruckner aus der Messe Nr. 2 e-moll, die eine klanglich äußerst differenzierte Palette mal poetisch-lyrischer, mal dramatischer Färbung aufwiesen. Bei den polyphonen, dynamischen Stufungen verlangte der stets forcierende Dirigent seinen Leuten alles ab. Und die brachten Virtuosität, Expressivität und Dramatik gleichermaßen zur Geltung.
Einzigartig war auch die Konzentration, mit der Molitor die Sätze zusammenhielt.
Einen herrlichen Chorklang mit tadellos gebundenem Legatogesang bot das "Magnificat op. 31" von Hermann Schroeder (1904-1984). Die höchst schwierigen Klippen bewältigte der Chor mit Mühelosigkeit. Dynamische und farbliche Kontraste boten hierzu die Bläser und die große Orgel, gespielt von Stefan Kunz.
In schönster Harmonie zeigten sich Chor und Bläser bei den Weihnachtsliedern von Michael Praetorius (1571-1621). Die vorbildliche Textausformulierung beeinflußten dabei sowohl Klangproportionen als auch Stimmführung auf bestmögliche Weise. Das zeigte sich in diesen Motetten sowohl in der leuchtenden Transparenz des Gesamtklangs als auch im Eigenleben der einzelnen Stimmen. Umwerfend der satte Chorklang.
Ergreifend das "Schlummerlied der Hirten" von Hermann Schroeder, das der Chor aus dem Pianissimo heraus zu jubilierendem Chorklang emporwachsen ließ, wobei die Oboen und Klarinette den Gesang herrlich untermalten.
Unter die Haut gingen schließlich die Vokalwerke von Mendelssohn-Bartholdy ("Hark! The Herald Angels sing") und von John Francis Wade ("Adeste, fideles"). Wie ein ergreifendes Gebet mit großem Jubelchor klang das, wobei Pauken und Trompeten schmetterten und der Sopran mit Spitzentönen über allem herausragte. Erstaunlich, wie die Sängerinnen und Sänger über eineinhalb Stunden lang die Spannung hochhielten, ohne in der Intonation auch nur ein Deut abzufallen.
Die Krönung war in der Zugabe nach dem jubilierenden "O du fröhliche" das mit herrlich kultiviertem Piano gesungene "Stille Nacht".
Stefan Kunz ließ mit Rheinbergers "Cantilene" aus der "Sonate Nr. 11" in ruhigem Tempo die fein empfundenen Registrierungen voll entfalten. Die "Pastorale in G-Dur" von Theodore Salome tauchte in zarteste Pastellfarben.
Zwanzig FInger und vier Füße schien er bei der Toccata über "Tochter Zion" von Willem van Twillert zu haben.

Giessener Zeitung http://www.giessener-zeitung.de
Tochter Zion, freue dich
von Michael Pothsin Künstleram 26.10.2012702 mal gelesenkein Kommentar
Grünberg | Leun ( ).Unter dem Motto “Tochter Zion, freue dich” lädt die evangelische Kirchengemeinde Leun zum Advents- und Weihnachtssingen in ihre Kirche ein am Sonntag, dem 16. Dezember (3. Advent) um 17 Uhr. Der in Leun bestens bekannte Wetzlarer Kantor Michael Harry Poths wird auf Wunsch der Kirchengemeinde mehr oder weniger bekannte Advents- und Weihnachtschoräle mit den Anwesenden singen und diese an der Bürgy-Orgel (Foto) begleiten. Auch der eine oder andere Advents- oder Weihnachtskanon wird gesungen. Pfarrer Volkmar Kamp wird verbindende Texte vortragen. An einigen Stellen wird Kantor Poths zu den Chorälen passende Orgelwerke spielen, darunter die prächtige Toccata im romantischen Stil über “Tochter Zion” aus der Feder des niederländischen Komponisten Willem van Twillert. Der Eintritt zu der Veranstaltung ist frei, um Spenden wird gebeten. Nach der Veranstaltung besteht zudem Gelegenheit, die von Kantor Poths 2011 an den Orgeln in Leun und Asslar eingespielte CD zum Stückpreis von 9,95 Euro zu erwerben.



2011

Recensie in de Ommelander Courant van het concert op zaterdag 16 juli 2011 in de Petruskerk te Leens
Première uit “Mijn Musijk Boeck Anno Domini 1720”van Edzard Jacob Tjarda van Starkenborgh , geboren op de borg Verhildersum Leens
Tijdens het orgelconcert in de Petruskerk te Leens werd afgelopen zaterdagavond werk gespeeld van een oud inwoner van deze plaats. Namelijk uit “Mijn Musijk Boeck Anno Domini 1720” van Edzert Jacob Tiarda van Starkenborgh naar een gebonden transcriptie in Amerika.
Dit blijkt de op 2 januaro 1700 op de borgVerhildersum geboren Edzard Jacob Tjarda van Startkenborgh, te zijn. Zijn moeder was Vrouwe Anna Habina Lewe, Douarière van Starkenborgh, in het bezit zijnde van de unique collatie opdracht aan de beroemde orgelmaker Albertus Anthonie Hinsz. Een opdracht in1733 gegeven waar Leens hoor nog steeds dankbaar voor moet zijn. Edzard is dus duidelijk muzikaal aangelegd geweest en wellicht stond er zelfs een huisorgel op de borg Verhildersum. En het zal er zeker debet aan zijn geweest dat moeder Anna Habina zo’n belangstelling had voor orgels. Overigens was in 1731 op bezoek geweest bij haar familie op de borg bij Zandeweer ,w aar haar familie een nieuw orgel in de kerk had laten vervaardigen door dezelfde orgelmaker Hinsz. Ook dat orgel is nog in volle glorie bij ons aanwezig. Anna wilde ook een orgel van Hinsz maar wel groter en mooier. Vandaar het bijna protserige orgel aan de westkant van de kerk, Overigens is Edzard president geworden van het Koninklijk Pruisisch Hofgerecht van het vorstendom Oost-Friesland en lid van de Oostfriese Ridderschap. De muziek wat ten gehore werd gebracht was Galliarde-Minuet en Bouré . Mooie ietwat frivole muziek wat vaak in die tijd op de hoven van de adel werd gespeeld of ten gehore gebracht. Willem van Twillert, een bekende Nederlandse organist, die ook CD opnames in Leens heeft gemaakt is altijd op zoek naar een aansprekend programma en vind dan altijd wel iets bijzonders, soms ludieks. Op het Hinszorgel ging hij nog even verder met orgelmuziek in relatie met kastelen. De bekende Toccata en fuga in d-moll , die ook in de bekende drakula-film ten gehore wordt gebracht was ook een hoekpunt in het concert. Van Johann Sebastiaan Bach klonken vijf koraalbewerkingen uit Cantates waarbij de sopraan op de Cornet 2’van het pedaal werd gespeeld. Ook hier klonk het weer of er een orkest in de kerk zat waarbij de solist een prachtige Cornet aanblies .Van Alexandre Guilmant de begrafenis mars gespeeld die hij geschreven had ter gelegenheid van de begrafenis van z’n moeder. Prachtig onderhoudende muziek zo op een regenachtige avond in de Petruskerk, een avond waarin de sfeerverlichting al weer aan moest ! Het concert werd spetterend afgesloten met een prachtige bewerking van Händels melodie “U zij de Glorie “.
Volgende week zaterdagavond kan er weer genoten worden in de Petruskerk van Leens. Naast het volledig gave interieur uit de tijd van de van Starkenborgs is er een orgelconcert door Anja Hendrikx , organiste uit Voerendaal. Ook zij heeft Concerto’s van Bach op het programma.
Albert Rodenboog
Leens


2010

Recensie uit de orgelvriend 2010/11 door Gerco Schaap
Zie bijgaande PDF.

Recensie uit de Orgelvriend 2010/05 door Gerco Schaap
WlLLEM VAN TWILLERT 19 PSALMHARMONISATIES MET TEGENSTEM VOL. II
Psalmen 100 (131/142), 101, 103, 105, 107, 113, 117 (127), 119, 122, 124, 128, 133, 135, 136,138, 140, 146, 147, 150
Stichting Promotie Orgel-Projecten Amersfoort. 31 blz. Formaat A4. Prijs € 12,50
Verkrijgbaar bij de reguliere muziekhandel en te bestellen bij Stichtng POP, Pastorielaan 131, 3828 EZ Hoogland, www.willemvantwillert.nl
Deze uitgave is een vervolg op de in 1988 gepubliceerde eerste bundel Harmonisaties met tegenstem (Willemsen ed. 762).
Mede vanwege aanhoudende positieve reacties werd overgegaan tot het uitgeven van een tweede bundel. Het betreft inmiddels de derde, herziene druk waarin de harmonisaties qua speelbaarheid gemakkelijker zijn geworden, dit op verzoek van gebruikers.
De tegenstem is op eenvoudige wijze ingebed in de harmonie met als doel de zingende gemeente extra te ondersteunen zonder dat de tegenstem domineert.
De bovenstem is namelijk een organisch deel van de begeleiding.
Telkens zet de bovenstem in op de tweede helft van elke regel van de psalmmelodie, een uitzondering daargelaten. Zodoende zal de zingende gemeente de boven- of tegenstem eerder ervaren als deel van de harmonisatie dan als apart klinkende bovenstem.
De keuze van de psalmmelodieën betreft vooral lofpsalmen, aangezien juist bij deze uitbundiger psalmmelodieën een bovenstem een extra manier is om de lofzang te accentueren.
De zettingen met tegenstem kunnen ook dienst doen als eenvoudige voorspelen.

WlLLEM VAN TWILLERT PSALMBEWERKINGEN IN KLASSIEKE STIJL VOLUME 1-4
Psalmen 41, 57, 103
Uitgeverij J.C. Willemsen Naarden. Bestelnr. 1273. 21 blz. Formaat A4. Prijs € 9,95
Verkrijgbaar bij de reguliere muziekhandel en te bestellen via bij Stichtiig POP, Pastorielaan 131, 3828 EZ Hoogland.www.willemvaniwillert.nl
Het idioom van deze psalmbewerkingen is gebaseerd op composities uit de laat-barokke / vroeg-klassieke periode.
Psalm 41 begint als 'Quasi motet'-bewerking voor 2 klavieren en pedaal. Daarna volgen twee zettingen, een met de c.f. in de sopraan en een met de c.f. in de tenor.
Ook de bewerking over Psalm 57 is voor twee klavieren en pedaal, gevolgd door een zetting met c.f. in sopraan en een zetting met tegenstem.
Ten slotte Psalm 103, "In memoriam Klaas van de Geest", zoals gebruikelijk gevolgd door twee zettingen. De zetting met tegenstem komen we ook tegen in bovengenoemde bundel.
De bewerkingen kwamen tot stand mede dankzij reacties van tien 'meelezers' tijdens het componeerproces.
Volume 2 (Willemsen 1274) bevat de psalmen 17, 34 en 63 (17, 70) in deze stijl,
Volume 3 (Willemsen 1277) de psalmen 40, 46 en 71.
Volume 4 (in voorbereiding) zal voorspelen in romantische stijl over de psalmen 69 en 73 bevatten.
De omslagen zijn ontworpen door Van Twillerts dochter Lidewij.


Recensie DVD05 in het Nederlands Dagblad van 22-01-2010 door Roel Sikkema
Recensie DVD05 in EO-programmagids Visie (2010/04)
Recensie DVD05 in Reformatorisch Dagblad d.d.27-01-2010 door Jan-Kees Karels

6 januari Harderwijkse Courant
‘HARDERWIJK - Eindelijk is in december dan de DVD (+ CD’s) verschenen van het orgel van de Grote Kerk, bespeeld door meerdere organisten. Het is een fantastisch document geworden dat eigenlijk in bezit van iedere Harderwijker dient te zijn.
Op de DVD kan men verschillende organisten horen en zien spelen: Jaap Zwart, Willem van Twillert en Kees van Eersel. Daarnaast wordt medewerking verleend door verschillende fluitisten. Op DVD en CD’s kan men verschillende klassieke werken horen en zien, waaronder een door Jaap Zwart gespeelde Sonate van Felix Borowski, waarin veel gebeurt en waar dus ook best wat te zien is.
Daarnaast een Concerto en een orgelkoraal van Bach, een Rondo van Knecht, een Sonate voor blokfluit en orgel en een rondo voor 2 dwarsfluiten en orgel.
De DVD geeft daarnaast een fraai stukje historie van de Grote Kerk, de schilderingen en het Bätz-orgel. Dit prachtige document is verkrijgbaar voor 22,90 euro (DVD + 2 CD’s) alleen twee CD’s zijn verkrijgbaar voor de prijs van 17,90 euro.
DVD en CD’s zijn verkrijgbaar bij H. Eijsenga, Hoogstraat 25, 3841 BR Harderwijk tel 0341- 417514 e-mail heijsenga@hetnet.nl P. Drost, Revalmeen 26, 3844 CE Harderwijk, tel.0341-420839 e-mail drostpeter@versatel.nl  Via de website van Willem van Twillert: www.willemvantwillert.nl "

 

2009

Januari/februari 2009 Kerk & Muziek door Marc de Leeuw
‘Van de hand van Willem van Twillert verscheen onlangs een bundel psalmharmonisaties met tegenstem. Deze bundel is een vervolg op de in 1988 gepubliceerde bundel “harmonisaties met tegenstem’. Van Twillert voorzag zestien bekende psalmen van een fraaie tegenstem. Hij koos daarbij voornamelijk voor lofpsalmen. De psalmharmonisaties zijn ritmisch getoonzet, maar kunnen na aanpassing door de organist ook gebruikt worden bij de begeleiding van isoritmische samenzang. Volgens de componist kan een tegenstem de zingende gemeente extra ondersteunen zonder daarbij te domineren. De psalmharmonisaties zijn zonder meer fraai, met af en toe verrassende harmonische wendingen. Bij sommige psalmen noteert van Twillert sterretjes: het is dan aan de speler om deze muzikale verrassingen al dan niet te volgen. Op de achterzijde van de bundel geeft de componist wat suggesties voor gebruik van deze psalmharmonisaties. Een zeer bruikbare bundel die de gemeentezang zal bevorderen en inspirerend is voor de organist.’

12 Januari 2009 YouTube
Hoewel we niet van plan zijn alle 38 commentaren van Willem’s interpretatie van Jesu, bleibet meine Freude (BWV 147) op de website te plaatsen willen we voor onderstaande recente tekst een uitzondering maken: "After searching all over YouTube for a decent rendition of one of JSB's greatest pieces, I finally found it in this interpretation by van Twillert. Thank you so very much! I will play this on Sunday, 1/4/09, and while I prefer a more leisurely tempo (I like to luxuriate in the harmonies), this version is one I will gladly add to my YT favorites. Thank you again. My search is finished".

De link voor Willem op youTUBE is:
http://nl.youtube.com/results?search_query=willem+van+twillert&search_type=&aq=f

2008

Nederlands Dagblad 21 november 2008 Roel Sikkema
In de serie Örgelklanken van J.C. Willemsen verscheen nr. 58 (Huizen 2008,13 blz., € 9,95), met een trio van Willem van Twillert over Psalm 108
en bewerkingen van Psalm 49 (Gerrit Jan van de Werfhorst) en Gezang 455 (Harke ledema).
Willem van Twillert schreef 16 Psalmharmonisaties met tegenstem (Uitg. St. POP, Amersfoort 2008,35 blz. € 12,50), zeer bruikbare muziek om de psalmbegeleidingen
mee op te fleuren.

Luister recensie voorjaar 2008 door René Verwer: Literata— Smits-orgel Aarle-Rixtel

Uitvoering **** (heel goed)
Registratie *** (goed)
Deze dvd is de vierde in een serie, waarin ditmaal het Smits-orgel te Aarle-Rixtel centraal staat. De bekende Reekse maker leverde in 1854 voor de Brabantse waterstaatskerk een instrument met drie klavieren en pedaal. Het rugwerk is loos, pijpwerk van het eerste klavier is als onderpositief aangebracht, het hoofd- en Bovenwerk staat op één lade. De klank is vroegromantisch, met o.a. fraaie tongwerken als Kromhoorn (eigenlijk meer een Klarinet) en Trompet. Hoewel de uitvoerenden vele kanten van het orgelgebruik tonen, is het gespeelde repertoire niet bijster spectaculair, Boëly en Gigout wellicht uitgezonderd. Bewerkingen van Ierse folksongs en variaties op een Gronings melodietje horen meer in de categorie ‘Populaire orgelmuziek’ thuis. Van een dvd mag bovendien meer uitstraling worden verwacht. Evenals de vorige opname (Luister, juni ’06, p.54) wordt een blik in het instrument gegund, deze keer met de orgelmaker Frans Vermeulen als gids.
 

2007

Trouw recensie 21-8-2007 door Christo Lelie: Literata— Smits-orgel Aarle-Rixtel

Als vervolg op een serie orgel-dvd’s, onder de titel ‘Improvisata’ verschenen, heeft de stichting POP de dvd ‘Literata’ geproduceerd; De titels zeggen het al: in de eerste producties improviseerden de deelnemende organisten overwegend, maar op deel IV wordt uitsluitend literatuur gespeeld. De dvd, die desgewenst geleverd kan worden met een cd waarop dezelfde stukken te beluisteren zijn, is opgenomen in Aarle-Rixtel. Daar bevindt zich een fraai en relatief groot, driekiaviers Smits-orgeL Het karakteristieke, romantische instrument nodigde de deelnemende organisten Willem van Twillert, Jan van de Laar en de gebroeders Euwe en Sybolt deJonguit tot het spelen van negentiende-eeuwse muziek van Franse en Engelse componisten als Guilmant, Debat-Ponsan, Gigout, Boëly, Stanford en West. Alleen Euwe de Jong presenteert zichzelf als componist van onder meer een harmonisch fraai ‘Scherzo’. Met zijn broer Sybolt is hij in zelfgemaakt vierhandig repertoire te horen. Ook nam Euwe de Jong zijn muzikale zoons Rienk (bariton) en Elbert (counter-tenor) mee naar Aarle-Rixtel. Indrukwekkend is vooral De Jongs repetitieve muziek over "Wir glauben Gott im höchsten Thron’.
Jan van de Laar is ook met een zoon te horen: zijn Ruud speelt trompet. Over het algemeen is het romantische Franse en Engelse repertoire appetijtelijk, maar het heeft weinig muzikale diepgang. De organisten weten het zwaar spelende orgel goed te beteugelen. Ze musiceren gaaf en evenwichtig. Cameraman Wim Stroman legde hun spel vast achter de speeltafel. Ook dook hij met Willem van Twillert en orgelbouwer Frans Vermeulen de orgelkas in om een beeld van het inwendige te laten zien.
 

Nederlands Dagblad juli 2007 door Roel Sikkema: Literata. Orgelmuziek in beeld en geluid

Een nieuwe dvd, gemaakt onder leiding van de organist Willem van Twillert. Na drie dvd’s onder de titel Improvisata, waarin improvisatie een belangrijk ingrediënt was, nu Literata met alleen maar literatuur. Heel diverse organisten spelen een afwisselend programma, waarin het Scherzo als rode draad loopt. Daaronder zitten bekende klassieke Scherzi van componisten als Loret en Gigout, maar ook van een totaal onbekende componist als Debat-Ponsan, terwijl Euwe de Jong een eigen jazzy Scherzo laat horen. Boeiend is het vierhandig spel dat hij evenals op sommige eerdere dvd’s laat horen samen met zijn broer Sybolt, nu in een werk van Piet Rippen, de ‘Suite Groningen Historiael’ en in een eigen bewerking van het Gronings Volkslied. Noordelijke muziek die prachtig klinkt op het zuidelijke Smits-orgel in Aarle-Rixtel. De Jong heeft ook zijn twee zonen Elbert en Rienk meegenomen, die hij onder meer in enkele Ierse volksliedjes begeleidt. Ook gastorganist Jan van de Laar, vaste bespeler van het Robustellyorgel in de Lambertuskerk in Helmond, heeft een zoon meegenomen. Ruud bespeelt de trompet en wordt door zijn vader begeleidt in een werk van Arthur Sullivan en van de Deen Thorvald Hansen. Daartussendoor speelt Willem van Twillert muziek van onder meer Grünberger, Boëly, Liszt en Guilmant. Een dvd met nogal wat onbekende muziek, maar juist daarom toch wel erg boeiend, vooral omdat er prima gespeeld wordt en dit orgel de goede reputatie van de orgelbouwersfamilie Smits bevestigt. Het bijgevoegde booklet geeft wel info over de uitvoerenden maar helaas niet over de muziek. Op de dvd vertelt alleen Euwe de Jong iets over de twee werken die hij heeft geschreven en op deze dvd en bijgevoegde cd speelt.

Smits-orgel Aarle-Rixtel. Willem van Twillert, Jan van de Laar, Euwe en Sybolt de Jong, orgel; Ruud van de Laar, trompet; Elbert de Jong, bariton; Rienk de Jong, counter-tenor. DVD IIV STPOP 2007/1

De Orgelkrant juni 2007 Improvisata IV

Literata; Orgelmuziek in beeld en geluid volume IV: Smits-orgel - Aarle Rixtel (NL) I Willem van Twillert (orgel); Jan van de Laar (orgel); Ruud van de Laar (trompet); Euwe de Jong, Sybolt de Jong (orgel); Elbert de Jong (bariton), Rienk de Jong (countertenor) | Stichting Promotie Orgel Projecten - STPOP 2007/1 I Prijs € 27,50 (dvd & cd].

Stichting Promotie Orgel Projecten (POP) bracht het vierde deel uit de dvd-serie ‘Literata’ op de markt, waarop het Smits-orgel in Aarle Rixtel centraal staat. Naast composities van bekende componisten (Gigout, Boely, Guilmant, Stanford) zijn er werken van minder bekende componisten te beluisteren (o.a. Theodor Grünberger, Thorvald Hansen, Georges Debat-Ponsan). En behalve luisteren, kan men uitvoerenden, registranten, instrumenten en kerk ook uitgebreid bekijken. Vermeldenswaard zijn onder meer de bijdragen van de gebroeders Euwe en Sybolt de Jong, die onder meer de ‘Suite Groningen historiael’ van Piet Rippen uitvoeren, alsmede een ‘Toccata over het Gronings volkslied’ van Euwe de Jong. Evenals vorige afleveringen uit deze dvd-serie bevat dit deel interviews met de medewerkenden en een reportage over het bespeelde orgel.
 

Friese Orgelkrant 2007 Improvisata III

Improvisata Bolswardia
Najaar 2005 kwam de DVD “Een glimp van de hemel” over de acht historische orgels in Leeuwarden uit. De meeste aandacht ging daarbij uit naar de Grote of Jacobijnerkerk met het Mullerorgel (1727). De grootste historische orgels van Friesland zijn het Leeuwarder Müllerorgel, het Sneeker Schnitger-Van Damorgel (1710/1898) en het Hinsz-van Damorgel (1781/1861) in de Martinikerk te Bolsward.
Vorig jaar heeft de stichting Promotie Orgelprojecten (POP) te Amersfoort een DVD over het fameuze orgel van de Martinikerk in Bolsward uitgebracht. De opnamen dateren van 6 mei 2005. Opzet en doel van deze DVD verschillen nogal van “Een glimp van de hemel”. De Leeuwarder DVD vertelt over de geschiedenis van kerk en orgel als onderdeel van de vaderlandse geschiedenis, vooral gekoppeld aan de Friese stadhouderlijke familie Nassau. De Bolswarder DVD beperkt zich meer tot de orgelmuziek en het instrument. De beelden van het kerkexterieur en -interieur vormen grotendeels een ondersteuning van de gespeelde muziek. Met andere woorden, de beelden zijn ondergeschikt aan de muziek.
De meewerkende organisten zijn Willem van Twillert, Sietze de Vries, Gerben Mourik en de gebroeders Euwe en Sybolt de Jong. Zij spelen veertien uiteenlopende werken, waaronder vier toccata’s en vijf improvisaties. Van de gespeelde literatuur is het Praeludium in d (BuxWV 140)
van Dieterich Buxtehude het oudste werk en Processional van William Matthias het meest eigentijdse. Alle werken worden volledig gespeeld en tussen de gespeelde werken is er geen onderbreking, bijvoorbeeld in de vorm van gesproken woord of beelden van het stadje Bolsward. Dat levert bijna 74 minuten orgelmuziek op. Deze 74 minuten vormen het eerste deel van de DVD. Er wordt goed gemusiceerd, maar door een matige opnamekwaliteit zijn de nuances in dynamiek nauwelijks waarneembaar.
De vaste organist van de Bolswarder Martinikerk, Kees Nottrot speelt op de DVD alleen als verteller een rol. In het tweede deel van de DVD (DVD-extra genoemd) vertelt hij samen met Willem van Twillert over het orgel: over het uiterlijk (beelden, sofiet, kas, balgen en front) en over het binnenwerk. Van de geschiedenis en de veranderingen van het orgel komt minder aan bod. Ook worden bij de excursie door het binnenwerk van het orgel geen afzonderlijke registers of combinaties van registers ten gehore gebracht. Toch is deze zogenoemde rapportage van ruim achttien minuten een informatief onderdeel van de DVD.
Deze rapportage van deel twee wordt vooraf gegaan door een woord van welkom en een toelichting op de DVD door Willem van Twillert. Dit was aan het begin van het eerste deel van de DVD meer op zijn plaats geweest. In totaal omvat het tweede deel vijf onderdelen.
Na de ‘rapportage’ volgt een ons inziens overbodige ‘fotosessie’. De DVD eindigt met korte interviews van Willem van Twillert met de overige vier organisten die hun medewerking aan deze DVD verleenden. Dit tweede DVD-deel duurt ruim 35 minuten. Al met al een DVD die één van de fraaiste Friese orgels op interessante wijze in beeld brengt.
De prijs van de DVD is inclusief verzendkosten 23,50 en kan via www.willemvantwillert.nl  worden besteld.
KDD/JSJ
 

Reformatorisch Dagblad, 16 april 2007 Improvisata IV door drs. A. G. Blonk

Het vastleggen van musicerende organisten ‘op een dvd is een grote uitdaging. Want met niet veel meer dan handen/klavier, voeten, pedaal, gezicht/front en registerknoppen moet je toch een aantrekkelijke film zien te maken. Op de vierde dvd van de Stichting Promotie Orgelprojecten te Arnersfoort is dat redelijk goed gelukt. Daar is een aantal redenen voor.
Allereerst is het orgel redelijk onbekend, maar daarom niet minder interessant: het Smitsorgel (III/P/28) te Aarle-Rixtel, gebouwd in 1854. Een mooie, ronde klank met vooral mooie fluiten en krachtige tongwerken in een fraaie architectonische en akoestische ruimte. Het orgel is mooi ruimtelijk opgenomen zonder dat de details verloren gaan.
Daarnaast wordt het orgel goed gedocumenteerd. In een rondleiding door Frans Vermeulen (orgelbouwer) krijgen we het inwendige te zien. Jammer daarbij is we! dat juist in dit gedeelte van de film duidelijk de knippen te horen en te zien zijn, sommige delen niet scherp zijn en de interviewer regelmatig de verteller in de reden valt. Hier had mijns inziens wat meer aandacht aan besteed mogen worden. In een ander deel van de film wordt globaal ingegaan op de orgelbouwfamilie Smits.
Verder doen er heel wat musici mee, waardoor variatie in beeld en spel ontstaat. Hoofdorganist is Willem van Twillert. Ook werken mee de organisten Euwe en Sybolt de Jong (meestal vierhandig), Rienk en Elbert de Jong als respectievelijk countertenor en bariton, de organist Jan van de Laar en de trompettist Ruud van de Laar. Hun bijdrage is zonder opsmuk, gedreven en vakkundig.
In de vierde plaats is er een programma opgesteld met zowel werken uit de bouwtijd van het orgel als hedendaagse composities, waardoor het orgel in al zijn klankkleuren te horen is. Ooit wel eens gehoord van componisten als J.E. West, C. Loret, T. Hansen en G. Debat-Ponsan? Dit, afgewisseld met composities van bekenden als Gigout, Guilmant en Liszt en doordachte composities van Euwe de Jong in een gematigd modern klankidioom, maakt het programma beslist gevarieerd, al valt in de programmering geen lijn te ontdekken.
Verder zijn nog korte fragmenten opgenomen die wat mij betreft weggelaten hadden kunnen worden: een welkom, waarin de spreker steeds zijn hoofd afwendt van de kijker, en een paar interviews met de musici en de organist van de kerk. Ze voegen weinig toe aan het totaal.
Het netjes uitgevoerde booklet is drietalig. De Franse toelichting ontbreekt, hoewel de dvd ook een Franse versie heeft. Een volgende keer iets meer informatie over het orgel en veel minder over de uitvoerenden zou zeker niet misstaan. Ook een toelichting op de composities, eventueel met gebruikte registraties, geeft een duidelijke meerwaarde aan een uitgave als deze.

Na.v. “Literata. Orgelmuziek in beeld en geluid” (dvd en cd), volume IV; Smitsorgel, Aarle-Rixtel; STPOP 2007/1 dvd IIV.
 

2006

Recensie vanaf Chor- und Orgelforum: Weihnachten steht vor der Tür door Michael K am 20. September 2006 13:12:36
http://f25.parsimony.net/forum62691/messages/4848.htm (Vertaling uit het Duits door Willem van Twillert)

Hallo iedereen,

Een bonbon, waarmee ik het Christvesper-publiek in het afgelopen jaar heb getracteerd, is de "Toccata im romantischen Stil"über "Tochter Zion" van tijdgenoot Willem van Twillert. Van Twillert heeft een fascinerende stijlkopie van een Franse symfonische toccata in de traditie van Gigout - Boellmann - Dubois geschreven. Gebroken zestiende figuren in de rechterhand, met in de bovenstem het marcante  Händel-Thema verwerkt, in de linkerhand scanderende akkoorden in achsten, (gelukkig) een rustig, het beginthema imiterende pedaalbeweging, een spannend modulatieschema, een wat terughoudender middendeel, een koraalslot en een briljant coda.  De Maestro compositore heeft alles uit de kast gehaald, wat het genre te bieden heeft. Er is een fonkelende "adventswonderkaars" uitgekomen. Men moet het werk wel daadwerkelijk oefenen. De technische eisen komen wat het manuaalspel betreft overeen met allegro delen uit Bachs trio-sonates. Daarbij komt, dat beide handen, zoals in de Fr. Symfonische stijl gebruikelijk, een hoge ligging op het klavier hebben. Het is voor mensen met een zeer solide basis-techniek die er dus plezier aan kunnen beleven. Voor de Reprise heeft de componist gelukkig een coupure aangebracht. Maar wanneer men het vurig speelt, hoort het publiek het werk graag tot het einde toe. Het stuk  is verschenen bij Butz, St. Augustin, als BU 1891

Trouw 8 juli 2006 Improvisata III door Christo Lelie
Voor geen klassieke musicus is het improviseren zo’n belangrijk onderdeel van het vak als voor de kerkorganist. In Nederland kennen we een hoge standaard van orgelimprovisaties, die mede gelegd is door het Haarlemse Improvisatieconcours, al wordt helaas ook nog heel wat afgeknoeid. Hoewel de derde door organist Willem van Twillert geproduceerde DVD ‘Improvisata’ een traditionelere manier van improviseren laat zien en horen dan men in Haarlem gewend is, is het niveau van de vijf organisten indrukwekkend. Dat zijn Willem van Twillert zelf, Gerben Mourik, Sietze de Vries en de gebroeders Euwe en Sybolt de Jong, die het orgel vierhandig bespelen (uitsluitend in composities). Evenals bij de twee eerder verschenen delen van ‘Improvisata’ werden de spelers uitgenodigd ter plekke op koraalthema’s te improviseren. Dat doen ze op ambachtelijke en toegankelijke wijze, in een veelheid aan stijlen, van barok tot impressionistisch en de virtuoze aanpak van bijvoorbeeld Marcel Dupré. Daarnaast spelen de organisten overwegend vrije orgelwerken uit drie eeuwen orgelliteratuur. De DVD (met gratis cd) is opgenomen op het fraaie, onlangs gerestaureerde Hinsz/ Van Dam-orgel uit 1781/1861 van de Martinikerk te Bolsward. Aantrekkelijk is de bonus met o.a. een leerzame documentaire over de bouw van het orgel.

Improvisata (Koraalbew.) Gezang 434-293-14 Kees van Eersel door Harry Haasjes 05.17.2006 op website van Broekmans & van Poppel
Mooi bruikbaar boek. Vooral gezang 293 en gezang 14 zijn voor een (amateur-) kerkorganist vlot in te studeren en te goed inzetbaar in kerkdiensten. Gezang 434 vraagt een meer gedegen studie. Kees van Eersel heeft met deze koraalbewerkingen drie smaakvolle werken geproduceerd met een behoudend maar hem typerend klankidioom. Deze werken zijn ook opgenomen in de Bovenkerk te Kampen (cd/dvd improvisata) en zeer de moeite waard. Kort samengevat: een zeer bruikbare bundel waar ik met veel genoegen uit speel.
 

De orgelvriend 2006-05 Improvisata I en III door André Kruijf
De dvd heeft in relatief korte tijd in de gunst van de consument weten te komen, een ontwikkeling die vanzelfsprekend niet aan de Nederlandse orgelwereld voorbij is gegaan. Nu bovendien de stroom van orgel gerelateerde schijfjes goed op gang komt, mag dit nieuwe audiovisuele medium zich in toenemende mate in de aandacht van het orgelminnende publiek verheugen. Hierbij springt de Improvisata-reeks, waarvan zojuist het derde deel verscheen, in het oog. Opmaat tot dit project vormt de in 2001 opgenomen cd Improvisata, een eerbetoon aan Frits Mehrtens en Bernard Huijbers, waarop door Willem van Twillert, Aart de Kort en Sietze de Vries literatuur, eigen werk en improvisaties werden vastgelegd.

Producent Willem van Twillert heeft dit grondidee verder uitgewerkt tot een aantrekkelijk concept waarvan de formule even simpel als doeltreffend en gevarieerd is. Je nodigt een aantal organisten van naam van zowel de oude’ als de nieuwe garde’ uit. Daarnaast zorg je voor een ontspannen sfeer en laat je hen grotendeels de vrije hand. Het resultaat: een bonte mix van beknopte werken uit de literatuur uit diverse periodes en streken plus de nodige eigen bewerkingen en improvisaties over psalm- en gezangmelodieën in afwisselende stijlen. Een compositie voor orgel vierhandig en spel met de zogenaamde derde hand’ ontbreken evenmin; een tweetal Bachtranscripties completeren de beide programma’s. In het geval van een regulier cd-project schuilt in deze aanpak het gevaar van verbrokkeling, maar bij een dvd stoort dit veel minder. In positieve zin ontstaat op deze wijze een grabbelton waarin iedereen wel iets van zijn gading kan vinden. Al grasduinend door het dvd-menu kun je als het ware je eigen miniconcert samenstellen. Voor de koper blijft de aanschaf dan ook interessant, er kan meerdere malen gekeken worden zonder dat de verveling al in een vroeg stadium toeslaat.

Door de programmering van bekende(re) orgelwerken en het hanteren van een toegankelijk idioom lijkt men met deze serie op een zo breed mogelijk publiek te mikken. Hierin is de Stichting Promotie Orgelprojecten zondermeer geslaagd. Het vele bonusmateriaal draagt daar zeker toe bij. Aan het programma vanuit Kampen is een ‘making of’ met de nodige ‘bloopers’ toegevoegd en improviseert Aart de Kort een toegift op de melodie van Psalm 33. Het extra-tje vanuit Bolsward bestaat uit een reportage over het Hinsz-/Van-Dam-orgel met titularis Kees Nottrot, een aantal mini-interviews met de organisten van dienst en een beeldverslag van een fotosessie. Gevoel voor humor kan de deelnemers niet ontzegd worden. In Bolsward bijvoorbeeld veroorlooft Sietze de Vries zich aan het einde van de opnames een muzikale grap, terwijl Aart de Kort in Kampen het werk Andante with Variations van de componist A.S. Shortley ten doop houdt. Over Shortley zijn noch in het compendium van Beckmann, noch in dat van Henderson gegevens te vinden ... Hier en daar gaan al stemmen op dat de genen van De Kort en dat van mister Shortley himself met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid identiek zouden zijn! De muziek klinkt er in elk geval niet minder om.
Het camerawerk is van de hand van Wim Stroman, die ook de montage van de eerste dvd voor zijn rekening nam. De montage van de derde dvd realiseerde René Kouwen. Stroman maakte overigens eerder al onder de titel Wedergeboorte van een Orgel een film over de restauratie van het Garrels-orgel van de Grote Kerk te Purmerend. De cameravoering en bijbehorende montage in de Martinikerk spreken uw recensent het meest aan. Deze is consistenter dan die in de Bovenkerk en ademt daardoor een rustiger sfeer. Daarbij dient vermeld te worden dat in Bolsward vanuit andere dan de gebruikelijke standpunten gefilmd is (van boven en frontaal op het gezicht van de organist). Dit komt de totale ambiance zeer ten goede. De beeldtechnici hebben er in elk geval duidelijk naar gestreefd om de op zichzelf wat statische beelden van de spelende organisten te verluchtigen met shots van het kerkinterieur en -exterieur en het orgelfront.

Het spel is — zoals je van vakmensen mag verwachten — verzorgd en geïnspireerd. Niet zelden spat de ‘Spielfreudigkeit’ van het scherm, zeker in de improvisatorische momenten. De groep heeft er hoorbaar en zichtbaar veel plezier in. Is het trouwens geen sympathiek idee om bij een eventueel vervolg één of meerdere van de getalenteerde vrouwelijke organisten die Nederland óók rijk is, te laten delen in de musiceervreugde? Vooral deze momenten bepalen de meerwaarde van de combinatie beeld en geluid boven die van geluid alleen (cd). Het is vermakelijk om te zien hoe de verschillen in muzikale en natuurlijke persoonlijkheid niet alleen auditief maar ook visueel tot uitdrukking komen. Elke organist is uniek in diens motoriek, mimiek en gestiek. Op vaak verbluffende wijze improviseren de ‘jongens’ even vormvast als artistiek verantwoord. Aan flair ontbreekt het zeker niet. Elke improvisator weet buiten dat een eigen gezicht te behouden. Zonder anderen tekort te willen doen, moeten hier de namen van de jongere generatie in de personen van Sietze de Vries en Gerben Mourik genoemd worden. Je zou er jaloers op worden wat die mannen presteren.

De beide uitgaven gaan vergezeld van een audio-cd zodat er ook zonder beeld genoten kan worden. In het begeleidende schrijven adviseert de producent de luisteraar om als opwarmertje eerst de cd’s in het laatje te stoppen. Dat is geen slecht advies. De dvd-boekjes bevatten de gebruikelijke gegevens. In het boekje van deel 1 zijn persoonlijke programmanotities van de organisten opgenomen.
Een vierde deel zien we graag en met gepaste nieuwsgierigheid tegemoet.
André Kruijf

 

Muziek & Liturgie 2006-05 Improvisata III door Peter Ouwerkerk
Improvisata - Martinikerk Bolsward. Stichting Promotie Orgelprojecten STPOP 2006/1
Het recept van de serie Improvisata mag na twee eerdere delen bekend zijn. Ga met een aantal - liefst jonge
- organisten naar een kerk, zet microfoons en camera neer en spelen maat Voor deel drie uit de reeks nam initiatiefnemer Willem van Twillert de improvisatoren Gerben Mourik en Sietze de Vries mee naar de Martinikerk in Bolsward. Net als de beide vorige delen bestaat de dvd uit een mix van improvisaties en literatuurspel. Helaas is de compositiekeuze een bonte mengeling van stijlen. lets meer afstemming tussen de verschillende organisten was de eenheid ten goede gekomen.
De twee gastimprovisatoren doen waar ze goed in zijn. Sietze de Vries improviseert drie variaties ‘in ouden stijl’ over psalm 65. Voor zijn improvisatie over ‘Zonne der gerechtigheid’ kiest De Vries een impressionistisch klankpalet. Het zit allemaal goed en degelijk in elkaar, maar het mist de spontaniteit die het spel van zijn collega Gerben Mourik kenmerkt. Het muzikale hart van Gerben Mourik ligt hoorbaar bij de laatromantische Franse stijl. Marcel Dupré en vooral de legendarische Pierre Cochereau beschouwt hij als zijn grote voorbeelden, zo vertelt hij in het interview dat als extraatje te bekijken is. Mourik demonstreert dat op overtuigende wijze in een wervelende Toccata over psalm 113. Hoewel Mourik zich ongetwijfeld op deze improvisatie heeft voorbereid, klinkt het allemaal bijzonder spontaan.
Een orgelbespeling op dvd - ik blijf er mijn bedenkingen bij houden. Spannende televisie wil het maar niet echt worden. Van alle kanten wordt in- en uitgezoomd op zowel het interieur als het exterieur van de kerk, en geen detail van het - overigens schitterende - orgelfront blijft ongezien. Het ‘Kerkepad-gehalte’ blijft erg hoog, de organisten en registranten zijn de enigen die voor een beetje actie zorgen. Aardig om te zien is wet het vierhandige orgelspel van Euwe en Sybolt de Jong. In het ‘Merck toch hoe sterck’ van Euwe de Jong doen ze zichtbaar moeite om elkaar vooral niet in de weg te zitten.
De dvd is wel een uitstekend medium voor de toelichtende informatie die volgt op het muziekgedeelte. Zo geven de interviews met de diverse organisten een aardig beeld van hun muzikale drijfveren. Kees Nottrot, de vaste bespeler van het Hinsz/Van Dam-orgel, leidt de kijker rond door het inwendige van het instrument, waarbij veel details over windvoorziening, mechaniek en pijpwerk de revue passeren. Zeer illustratief voor mensen die iets meer willen weten over de werking van een orgel.
 

Nederlands Dagblad 28 april DVD Bolsward door Roel Sikkema
“Na twee eerdere improvisatie-dvd’s uit de Kamper Bovenkerk, presenteert de stichting POP (Promotie Orgelprojecten) nu een dvd van het Hinsz-orgel in Bolsward. Als een rode draad lopen twee thema’s door het programma. Allereerst natuurlijk de improvisaties. In dit geval door Willem van Twillert, Sietze de Vries en Gerben Mourik. Als tweede staan enkele –onbekende – toccata’s op het programma, waarvan de meeste door Van Twillert worden gespeeld. Het programma is aangevuld met twee ‘buitenbeentjes’, namelijk een fraaie bewerking van Willem van Twillert van het bekende ‘Jesu bleibet meine Freude’ (BWV 147) en een spetterende bewerking van het lied. ‘Merck toch hoe sterck’ van Euwe de Jong, die hij met zijn broer Sybolt vierhandig uitvoert. Een van de hoogtepunten van deze opname. Visueel interessant is ook de improvisatie van Gerben Mourik over de melodie van Psalm 113, waarbij hij schijnbaar moeiteloos zijn handen over het ondermanuaal laat gaan, dat gekoppeld aan de twee manualen daarboven toch vrij zwaar zal moeten spelen. Qua stijl past de improvisatie van Sietze de Vries over Psalm 65 beter bij het barokke karakter van het Hinsz-orgel. Al is ook waar wat De Vries in een interview op de dvd zegt, dat de latere toevoegingen van Van Dam het orgel niet wezenlijk hebben veranderd, maar dat daardoor een veelzijdig instrument is ontstaan, waarop muziek uit latere periodes goed is uit te voeren. Het interview is te vinden op een ‘toegift’ op de cd. Daarin is ook een wandeling te zien die Willem van Twillert samen met de vaste organist van het orgel, Kees Nottrot, maakt door het instrument. Dat geeft een goed beeld van het inwendige van het orgel. Het camerawerk is goed, alleen het interview met Mourik had even overgedaan moeten worden. Wie alle beelden bij de muziek teveel is, kan de werken ook horen via de bijgeleverde cd.

 

Kerk & Muziek maart/april 2006 door Kees Alblas
De stichting Promotie Orgelprojecten (STPOP) bracht recent onder leiding van de Amersfoortse organist Willem van Twillert deel drie uit in de serie “Improvisata”. De uitgave bestaat uit een dvd en een cd. Aan de opnamen, die in de Martinikerk in Bolsward plaatsvonden, werkten behalve Van Twillert ook de organisten Gerben Mourik, Sietze de Vries en het duo Euwe & Sybolt de Jong en de cameraman Wim Stroman mee.
Wat de productie van een muziek-dvd moeilijk maakt, is dat niet het beeld, maar (onzichtbare) muziek centraal staat. Toch wil de maker iets interessants toevoegen door beelden te gebruiken. Bij een orkest-dvd bijvoorbeeld is sprake van een dirigent en een scala aan interacterende musici. Een probleem bij de orgel-dvd is dat het orgel statisch is. Hoe mooi de Bolswardse orgelkas ook is. Eindeloos inzoomen op allerhande details is voor de kijker op den duur vermoeiend.
Filmtechnisch is het geheel soms wat amateuristisch. Bij een interview is bijvoorbeeld een arm zichtbaar van een buiten het beeld staand persoon en soms vervaagt het beeld al als iemand nog bezig is zijn zin af te maken. De rondleiding in het orgel is informatief en interessant!
Wat betreft het klinkende deel is zonder meer sprake van een bezielend improviseren, boeiend literatuurspel een voortreffelijk gespeeld stuk voor vier handen, geschreven door Euwe de Jong.

2005

Reformatorisch Dagblad 21 november 2005 Bulgaarse dans in Hanzestad door Jan-Kees Karels
De Belgische accordeonist Paul Takahashi heeft zaterdag het Hinsz Compositieconcours gewonnen. Zowel de publieksprijs als de tweede prijs ging naar de Nederlandse componist en organist Willem van Twillert.
Er was in elk geval één meneer die het pertinent oneens was met de toekenning van de eerste prijs aan Takahashi, dat was mijn buurman. Als de “Invisble Motions”van Takahashi nog maar enkele minuten op gang zijn, buigt hij zich naar me toe en fluistert: “De benzine is nu al op”. Even later heet het: “Nu gaat hij echt op z’n velgen. Hier gebeurt helemaal niets. Muziek voor het centraal station”.
Dat laatste is niet helemaal bezijden de waarheid, want het thema van het Hinsz Compositieconcours was “European Folksong”. Jiddisch, Turks, Duits, oud-Nederlands, Hongaars – een keur aan volksliederen was verwerkt in de veertien composities die de jury afgelopen maanden kreeg te beoordelen. Die jury bestond uit Joris Verdin (België), hans Fidom en Wim de Ruiter (ter vervanging van Jan Welmers). Zij kozen de beste zes stukken, die zaterdagmiddag ten gehore werden gebracht.
De Brusselse accordeonist kreeg 2500 Euro voor zijn knappe compositie gebaseerd op Roemeense en Bulgaarse volksdansen, gecomponeerd in een 5/8 en 7/8 maat.
Ook de jury vond dat het slot “iets te lang” was, maar dat deed aan de grote waardering niet af. “Juist door het gebruik is dit stuk anders dan de andere geworden. Het Roemeense karakter van de thematiek komt prachtig naar voren en dat vond het Bovenkerkorgel ook. We zijn erg blij met dit stuk.
In de oranje doos op de tafel verdwenen 119 publieksstemmen, waarvan 46 naar Willem van Twillert. Daarmee werd hij winnaar van de publieksprijs, een glazen schaal met een afbeelding van het Hinsz-orgel. Van Twillert gooide hoge ogen met een aan zijn vrouw opgedragen “Toccata à la Chaconne”. Het thema is gebaseerd op het Hongaarse volksliedje “Mijn moeder huilt en mijn geiefde rouwt”. “Goed gespeeld, goed gecomponeerd en prachtig geschikt voor het Bovenkerkorgel”, aldus de jury. “Wel is het door de continuïteit in ritmiek wat alledaags”. Tweede prijs 1500 Euro.
De derde prijs van 800 Euro ging naar Jaap Jan Steensma. Zijn thema voor “Idee voor orgel” was ontleend aan het oude Nederlandse lied “Ic wil mij gaen vertroosten”. Steensma werkt met drie delen: een litanieachtige opening, een klankzuil van open kwinten en octaven waarin het begin van de melodie klinkt en een dansante passage over het tweede gedeelte van het lied. “Hecht van structuur”, noemt de jury zijn werk. “Met een eenvoudig thema”. Door die eenvoud is de vorm en ontwikkeling eendimensionaal.
Andere deelnemers die doordrongen tot de finale waren de Utrechtse musicus Rob van der Hilst, de Rijssense organist en music-editor Arend Jan kettelarij en de Amsterdamse musicus Allan Segall.
Het Hinsz Compositieconcours 2005 werd georganiseerd door de Stichting Hinsz Compositieconcours Bovenkerk Kampen (HCBK), vorig opgericht. De bedoeling is het concours tweejaarlijks te organiseren, “om de bekendheid van het monumentale orgel nationaal en internationaal te vergroten”.

 

Recensie Gooi- en Eemlander 26-11-2005  door Els Boer Hinsz-compositieconcours Bovenkerk Kampen op 19 november 2006
Dit keer geen tekst maar een scan van het krantenartikel.

Muziek & Liturgie augustus/september 2005 Dvd Improvisata
Het lijkt een trend te worden in orgelland: orgelconcerten op dvd. Ook de Stichting Promotie Orgelprojecten liet zich met onbetuigd en bracht, na de in 2002 verschenen cd Improvisata, een dvd uit met dezelfde titel. Ook nu betreft het weer een samenwerkingsproject tussen een aantal organisten. Deze keer zijn dat Kees van Eersel, Aart de Kort, Dick Sanderman, Willem van Twillert en Ab Weegenaar. En opnieuw vormt de Bovenkerk van Kampen het decor, nu zowel in geluid als in beeld.
Om met het visuele aspect te beginnen, de Bovenkerk is natuurlijk een schitterende kerk en het is niet zo moeilijk daarvan fraaie beelden te schieten. Ook het rijk gedecoreerde front van het Hinsz-orgel met z’n vergulde snijwerk en bazuinblazende engeltjes levert mooie plaatjes op. Het gaat hier echter niet om een uitzending uit de reeks Kerkepad, maar om een beeldverslag van een geluidsopname. En eigenlijk is er dan niet meer te laten zien dan een organist achter de weliswaar imposante vierklaviers speeltafel. Cameraman en editor Wim Stroman is zich hiervan terdege bewust. Tijdens de beeld-montage wijst hij producer Willem van Twillert op het feit ‘dat er teveel vingers in beeld komen, alleen maar de organist die speelt’. Stroman geeft meteen de oplossing:
een paar mooie achtergrondplaatjes van het orgel erachter en het beeld wordt meteen een stuk minder statisch. Hiermee impliciet aangevend dat een orgelbespeling zich eigenlijk niet goed leent voor een beeldverslag. Want vanuit alle hoeken van de kerk in- en uitzoomen op het orgelfront gaat op den duur ook vervelen.
Dan waar het uiteindelijk allemaal om gaat: de muziek zelf. Het begeleidende boekje vermeldt dat de organisten als thema meekregen:
speel eigen werk over koraalmelodieën en kies daarnaast enkele zelfstandige, beknopte, niet koraalgebonden werken uit de orgelliteratuur. Over improvisaties wordt met geen woord gerept, en dat is vreemd als je de dvd de titel Improvisata meegeeft. De vrijheid die de organisten kregen heeft geleid tot een weliswaar afwisselend maar ook enigszins onsamenhangend programma. Om een greep te doen: Bach, Lidon, Mendelssohn, Guilmant. Alleen Kees van Eersel, Aart de Kort en Dick Sanderman doen waarnaar de titel van de dvd refereert: improviseren. En dat levert eigenlijk de mooiste combinatie op van geluid en beeld. Het wordt bijna ‘spannende televisie’ als Kees van Eersel zich achter de klavieren van het Reil-koororgel zet met voor zijn neus slechts de melodie van gezang 49 uit het Liedboek: ‘De vogels van de bomen’. Een tekst die zich natuurlijk uitstekend leent voor een improvisatie. We zien Van Eersel aan het werk als een kerkmusicus tijdens een kerkdienst, spontaan en inventief zoekend naar de juiste klankkleuren en harmonieën. Het levert een sprankelende improvisatie op in een gematigd modern idioom.
Interessant is ook het onderdeel ‘The making of...’, een documentaireachtig kijkje in de keuken van organisten en opnameleiders. Zo zien we bijvoorbeeld Ab Weegenaar druk in de weer met een stemijzer om alle tongwerken op de juiste stemming te krijgen. En de registrant van Dick Sanderman die per ongeluk de Carillon van het bovenwerk opentrekt waar dat niet de bedoeling is. Het geeft buitenstaanders een goed beeld wat er zich voor en tijdens een orgelconcert allemaal afspeelt rond de speeltafel.
Samengevat had het programma dus wat homogener van opbouw mogen zijn. Bovendien had het accent veel sterker mogen liggen op het improviseren, want dat blijkt het aardigste onderdeel te zijn van deze dvd. En wat de bewegende beelden betreft: wie ervan houdt bekijkt de dvd, wie liever alleen naar de muziek luistert stopt gewoon de bijgeleverde cd in de cd-speler.

Improvisata. Orgelmuziek in beeld en geluid
uit de Bovenkerk te Kampen (I). Stichting
Promotie Orgelprojecten DVD STPOP
2005/I

 

Trouw augustus 2005 door Cristo Lelie
Orgel-dvd’s blijven een schaars product. Daarom nam organist Willem van Twillert het initiatief er twee nit te brengen. Met zijn collega’s Kees van Eersel, Ab Weegenaar (de titularis van de Bovenkerk), Dick Sanderman, Wifiem van Twillert en Aart de Kort toog hij naar de Bovenkerk te Kampen. leder mocht naar eigen keus literatuur en koraalimprovisaties op het fameuze Hinsz-orgel en op het nieuwe Reil-koororgel spelen. Hun verrichtingen werden gefilmd door Wim Stroman. Het resultaat is twee afzonderlijk te kopen dvd’s (inclusief audio-cd’s) met een bont programma dat weinig eenheid vertoont. De verrichtingen van de vijf organisten zijn muzikaal zeer de moeite waard. De improvisaties zijn buitengewoon knap, al verdenk ik sommigen ervan een en ander thuis uitgewerkt te hebben, zeker als de cameraman de notenstandaard consequent uit beeld laat. Een minpunt is dat iedereen voor een toegankelijke, overwegend 1I 8de- en I9de-eeuwse stijl koos. Het avontuur ontbreekt daardoor en het geheel klinkt zeer ‘protestants’, maar daar is het ook de kerk naar. Het in actie kunnen zien van de spelers, hun concentratie en techniek heeft een toegevoegde waarde. Dvd2 heeft als extra een rondleiding door het inwendige van het orgel onder leiding van Ab Weegenaar. Dat is smullen voor orgelliefliebbers, a! is de presentatie we! erg rommelig.

De Waarheidsvriend mei 2005 door Maarten Seybel
MUZIEK
Zo langzamerhand schijnen de orgel cd’s al weer te worden verdrongen door de dvd’s. Zo lijkt het althans. Want opnieuw mag ik een zeer aantrekkelijke dvd bij U aankondigen. De titel van deze dvd luidt:
Orgelmuziek in beeld en geluid uit de Bovenkerk in Kampen. De organisten Kees van Eersel, Ab Weegenaar, Dick Sanderman, Willem van Twillert en Aart de Kort hebben gezamenlijk deze dvd volgespeeld met o.a. composities van Joh.Seb.Bach, Felix Mendelssohn-Bartholdy, Jose Lidon, Sigfrid Karg Elert en vele andere componisten en met een koraalimprovisatie door elke organist. Het moet gezegd worden dat het een waardige, boeiende en inspirerende uitgave is geworden waarop de beide fameuze orgels in de Bovenkerk van Kampen op meer dan uitstekende wijze worden gepresenteerd. Wanneer je deze dvd bekijkt maak je een rondwandeling door deze indrukwekkende kerk daarbij genietend van interessante opnamen (ook in details) van de orgels en de spelende organisten. Het begeleidende tekstboekje is bovendien zeer informatief. Zeer hartelijk aanbevolen. Hopelijk verschijnen er in de toekomst meerdere van deze uitgaven. Onze monumentale orgels verdienen het om steeds weer in de publieke belangstelling te worden geplaatst en dat gebeurt met dit soort uitgaven.

 

Nederlands Dagblad 20 mei 2005 door Peter Sneep
Improvlsata
Orgelmuziek in beeld en geluid uit de Bovenkerk in Kampen; Kees van Eersel, Aart de Kort, Dick Sanderman, Willem van Twillert, Ab Weegenaar gefllmd door Wim Stroman. DVD I; STPOP 2005/1; dvd Il is in voorbereiding.

Vier organisten kregen van Willem van Twillert het verzoek eigen werk en literatuur te spelen en te improviseren op de twee orgels van de Bovenkerk in Kampen. De verrichtingen van de organisten werden vastgelegd op dvd. Het is boeiend om organisten te zien spelen, maar de beelden leiden ook af van geconcentreerd luisteren. Wie echt wil luisteren, kan beter de bijgevoegde cd opzetten. Ga je toch kijken, dan valt er veel te zien. Van Twillert somt in het overvolle boekje heel wat aandachtspunten op, zoals de glimlach van Kees van Eersel aan het einde van zijn improvisatie over ‘De vogels in de bomen’ op het koor-orgel. Ook leuk is het, te letten op wat organisten doen met hun handen voor en na het spelen. Ab Weegenaar en Dick Sanderman zetten hun handen neer en concentreren zich enige tijd voordat ze gaan spelen, Weegenaar laat heel voorzichtig, bijna teder, het slotakkoord los. Van Twillert sluit af met een zeer zwierig gebaar, waarbij de handen hoog de lucht ingaan. Dick Sanderman komt een hand tekort en laat daarom zijn zoon Leonard de melodie van Psalm 93 spelen. Gaandeweg went het een organist te zien spelen. Als je dan toch naar een spelende organist moet kijken, gaan de door het spel gemixte beelden van kerkinterieur en -exterieur en stadsgezichtenvan Kampen storen. Toch heb ik het idee dat je het mooiste tijdens het spelen en vooral tijdens het improviseren nooit kunt zien. Dat is wat in het hoofd van de speler gebeurt. Hoe maakt hij zijn afwegingen en op grond waarvan? Welke impuls volgt hij, welke plannen verwerpt hij? Een spelende organist is geconcentreerd aan het werk. Daarom is het leuk dat er een hoofdstuk ‘The making of’ is toegevoegd. Daar zie je een kwartier lang vrolijke mensen aan het werk of je hoort gemopper om de zoveelste fout. Organisten zijn net mensen. Dvd I ligt in de cd-winkel, deel II is in de afrondende fase. Inmiddels zijn in de Martinikerk in Boisward de opnamen voor nog een dvd afgerond. daarop spelen onder meer Gerben Mourlk en Sietze de Vries.
 

Reformatorisch Dagblad 2 mei 2005 Muziek Dvd's door Gert de Looze
Muziek-dvd’s
De muziek-dvd rukt op. Ook binnen kerkelijke kring is dit medium ontdekt. Willem van Twillert nodigde vier collega’s: Kees van Eersel, Aart de Kort, Dick Sanderman en Ab Weegenaar uit om, evenals hijzelf, te poseren achter het Hinsz-orgel van de Kamper Bovenkerk. Van Eersel en De Kort bespelen ook het door Reil gebouwde koororgel. Het programma bevat literatuur (Bach, Mendelssohn, Guilmant, Karg-Elert, Lidon en Shortley) en/of eigen bewerkingen en improvisaties over psalmen en gezangen. Weegenaar en Van Twillert improviseren niet.
Filmer Wim Stroman beweegt zich voornamelijk rond de speeltafel en het orgelfront. Af en toe komt het kerkinterieur in beeld. De verrichtingen van de organisten krijgen de meeste aandacht. Regelmatig vloeien beelden in elkaar over.
De dvd met vaderlandse en bevrijdingsliederen -opgenomen in de Arnhernse Eusebiuskerk- valt in twee delen uiteen: zang door het Vrker Mannen Ensemble onder leiding van Pieter Jan Leusink, begeleid door pianist Louis van Dijk en/of koperensembie Ventoux. De vijf leden van Ventoux werken ook mee aan deel 2, waarin organist Martin Mans in het middelpunt staat.
De opname van de organisten in beide uitgaven komt veelal op hetzelfde neer: de spelers zelf en hun handen en voeten zijn veelvuldig in beeld. Al vind ik Stroman wat creatiever dan de mensen die Mans en de blazers hebben vastgelegd. Eerstgenoemde zoomt meer in op het front, op registerknoppen, en maakt dankbaar gebruik van het feit dat er vijf organisten van de partij zijn. Elk introduceert hij op een andere manier.

De twaalf leden van het Urker Mannen Ensemble zorgen met hun roodgekleurde kiel, staande tegen een blauwe achtergrond, voor een Hollandse sfeer. Een rij tulpen completeert het geheel. Net als bij de orgelopnamen liggen de perspectieven ook hier tamelijk vast: zangers, blazers, pianist of dirigent verschijnen in beeld. De rest van de kerkruimte komt hier niet aan bod. Wanneer de tekst daartoe aanleiding geeft, worden Hollandse landschappen getoond.
Het is zeker leuk om enkele keren naar deze dvd’s te kijken. Om bijvoorbeeld de vinger- en voettechniek van de organisten in ogenschouw te nemen. Evenals de mimiek van de zangers van het Urker Mannen Ensemble en de concentratie van de andere musici en de dirigent. Onder meer als Leusink heen en weer wiegt op de ritmiek van soldatenliederen. Toch zal mijn keus bij dergelijke orgel- en kooruitgaven uiteindelijk niet op de dvd maar op de gratis bijgeleverde cd(’s) vallen.. De beelden -van prima kwaliteit- zijn mij op den duur te eentonig.
Op de orkest-dvd (de enige zonder gratis cd) presenteert Mariss Jansons zich met ‘zijn Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) in “Ein Heldenleben, Tondichtung für grosses Orchester” (1898) van Richard Strauss. Een compositie vol orkestrale verscheidenheid. Smaakvol en adequaat legde de filmploeg de verrichtingen van de musici vast: instrumentalisten en instrumentengroepen die op een bepaald moment de boventoon voeren, komen nadrukkelijk in beeld. Deze filmregistratie is de meest fascinerende en gevarieerde van het hier besproken drietal, mede dankzij de grote verscheidenheid aan instrumenten en musici.
Of dvd’s nog extra terrein gaan winnen, zal de tijd leren. Misschien dat extraatjes meer kopers lokken. Zo bevat Van Twillerts dvd een vijftien minuten durende “making-off’-film over de totstandkoming van de uitgave: aardig, maar te fragmentarisch om diep af te steken. “The Sixth Maestro”, waarin vooral Jansons als zesde chef van het KCO in de schijnwerpers staat, heeft een duidelijker meerwaarde. De grote dirigent laat zich hierin kennen als een harde werker zonder kapsones. De documentaire duurt vijftig minuten, iets langer dan Strauss’ compositie.
Hoewel de KCO—dvd de minste kans heeft om onder het stof te raken, blijft de vraag of muziek-dvd’s voldoende toegevoegde waarde boven de cd hebben om interessant te blijven. Bij operaregistraties ligt dat duidelijker: decors, kostuums en acterende zangers vormen een wezenlijk onderdeel van een opera.
In elk geval bieden dvd’s een buitenkansje om voor een redelijk bedrag op de eerste rang te zitten Om de zweetdruppels op de viool van Alexander Kerr te zien vallen, wanneer deze concertmeester een uitgebreide solo speelt.

N.a.v.
»lmprovisata”, orgelmuziek in beeld en geluid uit de Bovenkerk te Kampen, Kees van Eersel, Ab Weegenaar, Dick Sanderman, Willem van
Twillert, Aart de Kort; STPOP DVD 1,. .2005/1; € 24,90.
“Vaderlandse & Bevrijdingsliederen”, Urker Mannen Ensemble. Martin Mans, Ventoux koperensemble, Louis van Dijk, piano, Pieter Jan Leusink, dirigent-, AC 3O1O7;€ 22,50.
“Royal Concertgebouw Orchestra, Strauss Ein Heldenleben, Mariss Jansons, chief conductor”, plus documentary The Sixth Maestro RCO O41O4; ca € 36,-.
 

Kerk & Muziek 2/2005 Evert van Dijkhuizen Op de zilveren schijf

Dvd uit Kamper Bovenkerk
Vijf organisten uit het klassieke 'kamp' hebben samen een dvd gemaakt in de Kamper Bovenkerk. Het initiatief kwam van Willem van Twillert. Hij nodigde vier collega's uit om met hem de klus te klaren: Ab Weegenaar, Kees van Eersel, Aart de Kort en Dick Sanderman. De titel van de dvd, Improvisata, is enigszins misleidend. Er wordt op de dvd niet alleen geYmproviseerd. Er klinken ook literatuurwerken, zowel van gevestigde namen uit de geschiedenis als van de organisten zelf.
Van Twillert leidt de dvd in met een kort intro waarin hij het Kamper Hinsz-orgel aanprijst als het mooiste vierklaviers orgel van N ederland en veel orgels daarbuiten. Vervolgens speelt hij een feestelijke Sinfonia uit een Bach-cantate. De kijkerlluisteraar wordt de kerk binnengeloodst en uiteraard stevent de camera op het orgel af. Vervolgens belanden we bij de speeltafel en zien Van Twillert aan het werk. Altijd weer indrukwekkend, zo' n vierklaviers speeltafel met de rijen registerknoppen aan weerszijden. Van Twillert vervolgt met een fraaie, eigen compositie over het gezang "Door de nacht van strijd en zorgen" .
Ab Weegenaar, voor hem is de dvd in Kampen een thuiswedstrijd, opent met Choral mit Variationen over "Wie groB ist des Allmacht' gen Gute" van Mendelssohn. Sfeervolle muziek die het in Kampen uitstekend doet. Van Weegenaar zelf klinkt een wonderschone bewerking over Psalm 22 waarin de karakteristieke Vox Humana klagend haar melodie zingt. Echte kerkmuziek! Weegenaar sluit af met Melodie pour l'orgue van Guilmant. Na Mendelssohn had ik liever een ander stuk als nummer drie gehoord.
Dick Sanderman laat de Hinsz juichen in "Nun danket alle Gott" van Karg-Elert. Krachtig neergezet. Hij vervolgt met twee eigen werken: Psalm 93 en het Liedboek-lied "Aan de deur van's harten woning". Kees van Eersel is aanwezig met vier improvisaties, waarvan twee op het Reilkoororgel. Heerlijk om Van Eersel onbevangen, zelf registrerend aan het werk te zien en te horen. Juweeltjes komen er onder zijn handen en voeten vandaan. Vooral de laatste improvisatie, over het Liedboek-lied "De vogels van de bomen. . .", is er een met een knipoog. Van Eersel kan zelf een glimlach niet onderdrukken na het loslaten van het slotakkoord.. .
Aart de Kort opent op het koororgel met de sprankelende Sonata de primero tono van Lido, waarin het krachtige tongwerk van het halve, derde klavier spettert door de kerk. Zijn improvisatie over "Zolang er mens en zijn op aarde" (LvdK 488b) is sfeervol, evenals de Andante with Variations van A. S. Shortley. De dvd-extra bevat een impressie van de totstandkoming en en een improvisatie van De Kort over Psalm 33.
De techische kwaliteit van de beelden is goed. Zowel de orgels als de kerkruimte zijn haarscherp vastgelegd. Een moeilijk punt bij dergelijke dvd's blijft de afwisseling in de beelden. Allerlei details van het orgelfront zijn de moeite waard, maar gaan op de duur ook een beetje vervelen. Dat had voor een deel voorkomen kunnen worden door op deze dvd ook beelden van het binnenwerk van de orgels te laten zien. Daarmee wordt meer afwisseling bereikt en krijgt de dvd een hogere educatieve waarde. Veel orgelliefhebbers komen vrijwel nooit bij de speeltafel van een groot historisch orgel, maar al helemaal niet In het orgel. Een dvd is een prachtig medium om iets te laten zien van wat er binnen nu allemaal gebeurt. Het enige wat deze dvd laat zien en horen, is het stemmen van de tongwerken door Ab Weegenaar. Dat is echter op zichzelf een vrij statische handeling, waar (te) veel tijd voor wordt uitgetrokken in deze film.
De film confronteert de kijker met een ander, aardig fenomeen. De aanwezigheid van de camera blijkt deze muzikaal onbesproken organisten te inspireren tot soms wat theatraal aandoende gebaren. Let op hoe sommigen bijvoorbeeld hun handen van de klavieren aftrekken... Zulke dingen waren toch alle en maar bekend van organisten uit de Zwart/ Asma-school? Grappig, zo'n dvd.
De dvd duurt 105 minuten. Er wordt een cd bijgeleverd. Het booklet (32 pagina's) bevat commentaar van elke organist over zijn werk en de gebruikte registraties. De dvd bevat ook een impressie (20 minuten) over de totstandkoming ("making-of"), waarin men elke organist aan het werk ziet en hoort reageren op de muziekregie. Voor het gesproken commentaar over de historie van het orgel en de kerk is een keuzemenu aanwezig. Er is ook een Engelse tekst ingesproken door organist en native-speaker Dale Carr. Er is hoorbaar en zichtbaar veel aandacht besteed aan deze dvd. Deel 2 van de dvd is op komst. Dvd 1 kost 24,90 euro, dvd 2 kost 22,90 euro.
Voor meer informatie: Stichting Promotie Orgelprojecten, Amersfoort. Tel. (033) 455 32 56. E-mail: twillert_organist@hetnet.nl.

De waarheidsvriend 27 januari 2005 Muziek door Maarten Seijbel
Onze onvolprezen psalmen hebben al eeuwen ook de organisten beziggehouden en geïnspireerd — tot op de huidige dag mag wel gezegd worden. Daaraan hebben we in deze rubriek dan ook regelmatig aandacht mogen besteden. En ook deze week willen wij een tweetal psalmenuitgaven centraal stellen. Organist Willem van Twillert heeft zich al jaren expliciet beziggehouden met de psalmen en al diverse koraalvoorspelbundels het licht laten zien. In deze serie is thans deel Va (Psalm 121-135) verschenen. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: elke organist zou zich deze bundels moeten aanschaffen om zondags niet alleen uit een keur van voorspelen te kunnen putten, maar ook vanwege het feit dat de bundels voorspelen zichzelf aanprijzen door de toegankelijkheid voor elke geoefende organist. Willem van Twillert schrijft zijn voorspelen in een duidelijk herkenbare trant, zeer muzikaal en uiterst goed in het gehoor liggend. Daarbij komt nog dat de bundels zeer verzorgd en met de juiste drukgrootte zijn uitgegeven. Overbodig te zeggen dat ik ook deze nieuwe bundel van heler harte bij u wil aanbevelen. Prijs: € 10.90 en te bestellen door overmaking op postbankrek.nr. 1044661 t.n.v. Stichting Promotie Orgelprojecten, Pastorielaan 131, 3828 EZ Hoogland-Amersfoort. Wanneer u op die rekening ook nog € 17.90 overboekt, krijgt u een cd thuis gezonden waarop Willem van Twillert diverse psalmvoorspelen uit bovenvermelde bundel voorspeelt (en ook andere psalmbewerkingen uit eerder verschenen bundels) op het uit 1999 daterende Metzler-orgel in de St.-Cyriakuskerk te Krefeld-Hüls. Dit nieuwe, rijk gedisponeerde orgel gebouwd in de historische kas uit 1783, klinkt overweldigend en wordt door Willem van Twillert uitputtend voorgesteld. Dat kan zeer goed gevolgd worden omdat in het uitvoerige tekstboekje de gebruikte registraties ook expliciet vermeld worden. In het tekstboekje wordt bovendien nader uitleg gegeven over de opgenomen psalmvoorspelen en wordt ook enige aandacht besteed aan het ontstaan van het Geneefs Psalter. Een uitgebreide beschrijving met foto’s van het orgel completeert deze vorstelijke uitgave. Waar ter wereld verschijnen zulke interessante uitgaven? Als organisten en orgelliefhebbers worden wij zo verwend dat we organisten/componisten als Willem van Twillert dankbaar moeten zijn voor hun werk. Laten we er dan ook wat mee doen. Organisten hebben de opdracht het muzikale gedeelte van de eredienst zo goed mogelijk te verzorgen. Welnu, het materiaal daartoe wordt u hierbij aangereikt.
Maarten Seijbel, Elburg
 

2004

Kerk & Muziek mei/juni door Evert van Dijkhuizen Titel: Concertante Liedbewerkingen deel 7 en deel 9

"Organist/componist willem van Twillert uit Hoogland stuurde deel 7 en 9 uit zijn serie Liedbewerkingen. Deel 7 bevat een Toccata (Intrada Nuptial) over het Valeriuslied "Wilt heden nu treden". Een heftig stuk in triolen, waarbij op een gegeven moment de melodie verschijnt in het pedaal. De motorische beweging wordt steeds onderbroken door een rustige harmonisatie van de koraalregels. Vervolgens pakt Van Twillert de inleiding in triolen weer op. Het stuk eindigt met een groots slot in fff-klank. Geen muziek voor de eredienst, wel voor een oranjeconcert of als orgelsolo op een zangavond."

"Deel 9 bevat een bewerking over Psalm 80 onder de welluidende titel "Grande Prelude Pastorale e Patetico". De inleiding doet enigszins mystiek aan. Dat wordt versterkt door het gregoriaanse karakter van de melodie van Psalm 80. Een sfeervolle bewerking die wordt gevolgd door een al even fraai geharmoniseerd deel van het koraal (de regels 3 en 4). Daarna volgt het Patetico over de koraalregels 5 en 6. Een originele aanpak. De compositie besluit met drie verschillende zettingen van het koraal, waaronder één met tegenstem. De bundel is voorzien van een mooi kaft en bestaat uit dik papier. Er is zichtbaar zorg aan deze uitgave besteed."


2003

EREDIENST Augustus 2003 - Recensie: Jan Smelik - Titel: Muziek Willem van Twillert  

Stichting Promotie Orgel Projekten te Amersfoort stuurde deel Va uit de serie Voorspelen voor de psalmmelodieën van Willem van Twillert. Daarmee is de vijfdelige serie met voorspelen over alle psalmmelodieën gereed waaraan Van Twillert vanaf november 1995 tot en met september 2002 gewerkt heeft.
De delen I, IV en V bevatten bij haast alle psalmmelodieën integrale voorspelen. Vooral in de delen II en III zijn de speeltechnische eisen gering. In de andere delen zijn de voorspelen uitgebreider qua vorm.
In oktober 2002 is een cd verschenen opgenomen op het Metzler-Orgel (1999) 49 registers drie manualen, te Krefeld-Hüls (Duitsland), waarop bijna het gehele cd-programma bestaat uit psalmvoorspelen uit deze serie. De cd (€ 17,90) en deel Va uit de psalmvoorspelenserie ( € 10,90) zijn te bestellen bij Stichting P.O.P., Pastorielaan 131, 3828 EZ Hoogland, Zie ook de website: www.willemvantwillert.nl 
Bij deze recensie zijn de eerste 16 maten van Psalm 128 afgedrukt.

de Orgelvriend Maart 2003 Willem van Twillert speelt eigen werk IV Recensent: Dick Sanderman   
"De keuze van het instrument waarop Willem van Twillert een nieuwe bloemlezing uit eigen werk vastlegde mag op z'n minst opmerkelijk worden genoemd,. Ditmaal geen Hinsz in Kampen of Van Oeckelen in Oud-Beijerland, zelfs geen nieuw Nederlands orgel in een 18e of 19e eeuwse stijl: nee, Van Twillert reisde naar Duitsland om opnamen te maken op een orgel van Zwitserse makelij waarin Franse invloeden de boventoon lijken te voeren. Het 49 stemmen tellende drieklaviers Metzler-orgel in Krefeld-Hüls, gebouwd in 1999, kan worden beschouwd als een poging om een synthese tot stand te brengen tussen elementen uit de Noord-Duitse stijl, de Franse traditie en de romantiek. Duits klinken vooral de grondstemmen, waarvan vooral de fluitregisters van het rugwerk heel fraai zijn. De tongwerken en vulstemmen verloochenen hun Franse uitgangspunten niet; de zéér effectieve zwelkast voegt nadrukkelijk een romantische element toe aan het rijke kleurenpalet dat dit orgel biedt. Het programma voor deze vierde cd met eigen werk omvat niet alleen muziek in barokstijl, maar ook stukken met een meer romantisch tot gematigd modern klankidioom Tegen die achtergrond is de keuze voor een groot en veelzijdig orgel alleszins begrijpelijk. En, eerlijk is eerlijk, de kennismaking met deze Metzler biedt de Nederlandse orgelliefhebber beslist stof tot nadenken!
Bij het schrijven van koraalmuziek die bedoeld is als handreiking aan de orgelspelende amateur moet de componist een evenwicht zien te vinden tussen oorspronkelijkheid en speelbaarheid. Ten aanzien van de moeilijkheidsgraad neemt Willem van Twillert geen risico's. Dientengevolge klinkt zijn muziek misschien niet altijd even verrassend, maar is ze wel zeer bruikbaar in de praktijk. Het grote Metzler-orgel in Krefeld-Hüls biedt genoeg variatiemogelijkheden om ook deze relatief eenvoudige muziek kleurrijk te vertolken. De smeltend-zoete fluitencombinatie acht-vier-drie met tremulant in psalm 146 verdient een bijzondere vermelding! Bij de Vox Celeste zou ik de voorkeur hebben gegeven aan een minder snelle zweving. Een veelzijdig en sfeervol register is de Salicional van het zwelwerk. Temidden van de veelal sober getoonzette psalmbewerkingen van Van Twillert is het Intrada Nuptial over "Wilt heden nu treden" een opvallende verschijning: een uitbundige toccata volgens de Fransromantische traditie - en géén psalmmelodie als uitgangspunt. Het programma is - zoals bij van Twillert gebruikelijk - voorzien van een zeer uitvoerige toelichting. Voor de vele gebruikers van deze koraalmuziek bieden de cd's waarop Willem van Twillert zijn eigen werk vertolkt een waardevol naslagwerk om ideeën op te doen over tempo, voordracht en registratie."
 

Nederlands Dagblad 7 maart 2003 Liedbewerkingen - variaties en bewerkingen over melodieën van Bernard Huijbers (Deel VI) Recensent: Roel Sikkema

Vorig jaar was het tachtig jaar geleden dat de liedcomponisten Frits Mehrtens en Bernard Huijbers werden geboren. Ter gelegenheid daarvan verscheen een cd met bewerkingen van liederen van hen. Op het prachtige, romantische orgel van de Mozes en Aäronkerk werden toen ook enkele partita's van Willem van Twillert opgenomen. Twee daarvan, die over de Liedboekgezangen 162 en 247 zijn nu in druk verschenen. In dit deel VI van de door Van Twillert uitgegeven serie Liedbewerkingen bevat verder ook een prelude en zetting van Gezang 487.
Van Twillerts schrijfstijl sluit mooi op het karakter van het orgel aan. Toch zijn deze werken in een wat laat-romantische stijl, ook goed speelbaar op wat kleinere orgels.

Nederlands Dagblad, 7 maart 2003 Voorspelen over alle psalmmelodieën, deel Va Recensent: Roel Sikkema

Met deel Va (over de psalmen 121 tot 135) heeft Willem van Twillert zijn serie Voorspelen over alle psalmmelodieën voltooid. Het is een bont geheel geworden van korte en langere, eenvoudiger en soms wat moeilijker voorspelen. In een aantal gevallen is de complete melodie bewerkt, vaak is een stukje gebruikt. Daarnaast worden hier en daar koraalzettingen geboden. In de loop van de jaren - de organist werkte van augustus 1995 tot september 2002 aan het project - is Van Twillerts schrijfstijl heel wat losser geworden. Terwijl in het eerste deel (III) de meeste voorspelen uit halve en kwartnoten bestaan, biedt deel Va een heel wat levendiger notenbeeld.
Mijn oordeel over deze serie is wat gemengd. Van Twillert geeft aan dat hij, "doorgaans eenvoudig" speelbaar werk heeft geleverd dat op een orgel met één manuaal kan worden gespeeld. Dat is in veel gevallen ook juist. Daardoor wordt een aantal voorspelen (vooral in de wat oudere delen) ook wat voorspelbaar. Maar daarnaast bieden vooral de wat nieuwere delen uit de serie ook veel boeiende muziek, bijvoorbeeld de wat grotere voorspelen bij de psalmen 122, 131 en 135. Niet voor niets heeft van Twillert die onlangs op een cd opgenomen.
Tegelijk zijn zulke voorspelen moeilijk op een klein orgel te spelen. Niet alleen omdat obligaat pedaal nodig is, maar soms ook vanwege veelvuldige registratiewisselingen. Psalm 122 kan zonder registrant alleen maar goed op een driemanuaals orgel worden gespeeld. 
Niettemin, elke zondag zijn veel organisten op zoek naar nieuwe muziek die ze in de eredienst kunnen gebruiken. Daarvoor bieden deze delen bruikbaar materiaal, zowel in complete voorspelen als in kortere werken die mede als inspiratiebron voor improvisaties kunnen dienen.

de Orgelvriend, maart 2003 Recensie over: cd,'Nun danket alle Gott' door Dick Sanderman   
In m'n lespraktijk maak ik veelvuldig en dankbaar gebruik van deel VIII uit de serie Orgel, uitgegeven door de Stichting Promotie Orgel Projecten. (info@emcmusic.nl) Het merendeel van de composities in dat achtste deel is van de hand van Joachim Frisius, een inmiddels gepensioneerd wetenschapper uit Berlijn die als amateur-organist improviseert en componeert op een niveau waar mening vakman niet aan kan tippen. Lessen bij Johannes Ernst Köhler en cursussen bij Klaas Bolt en William Porter inspireerden Frisius tot het noteren van koraalbewerkingen die door Willem van Twillert terecht werden opgenomen in zijn uitgavenserie. Als een leerling (vaak betreft het een middelbare scholier met een aversie jegens leraren,...) dan zo'n fraaie koraalbewerking van Frisius heeft gespeeld, kan ik het niet nalaten om plagend op te merken: "nou, niet gek voor een natuurkundeleraar, hè?" In zijn koraalbewerkingen hanteert Frisius een klankidioom dat onmiskenbaar herinnert aan de achttiende eeuw, de tijd van Bach en diens leerlingen. Die stijl beheerst hij goed. Gelukkig durft Frisius het aan om in die laatbarokke klankentaal ook minder voor de hand liggende wendingen te gebruiken: dat houdt de muziek levendig. Wanneer immers zo'n stijl uit het verleden wordt versimpeld tot de meest basale muzikale figuren, ontstaat al gauw muziek die clichématig, voorspelbaar en bloedeloos gaat klinken. Het was een goede gedachte van Willem van Twillert, een bloemlezing uit het oeuvre van Frisius vast te leggen op het instrument waarop deze muziek is ontstaan en ook de componist actief in die opname te betrekken. Het uit 1965 daterende Schuke-orgel in de Johanneskirche te Berlin-Lichterfelde klinkt verrassend mild in vergelijking met menig ander orgel uit de jaren zestig. Zeker, in het rugwerk spucken de grondstemmen flink, maar van agressie is geen sprake. Integendeel, er zijn ook warme klanken te horen. bijvoorbeeld in de fluisterzachte Gemshorn 8' van het hoofdwerk. De tongwerken zijn breed inzetbaar, eerder vriendelijk knorrend dan luid en schetterend. De koepelkerk heeft geen overdadige nagalm, maar wel een goede ruimtewerking, waardoor het rugwerk beduidend presenter klinkt dan het hoofdwerk.
Joachim Frisius is een inventief componist, zijn koraalbewerkingen zijn levendig en soms gewoon verrassend , op z'n tijd knipoogt hij naar Bach, bijvoorbeeld in de koraalbewerking Nun danket alle Gott waarin de aria "Mein glaubiges Herze" uit Cantate 68 wordt geciteerd. Als speler heeft Frisius slechts een bescheiden aandeel in de cd, de meeste stukken worden gespeeld door Willem van Twillert, die dat vaardig doet. Een sympathieke cd! (de Orgelvriend, Losse exemplaren door € 5,90 over te maken op postbank 6929100 ovv gewenste nummer Voor abonnementen: www.boekencentrum.nl  of abonnementen@boekencentrum.nl 

Muziek & Liturgie, februari 2003 Recensent: Wim kloppenburg  
"Over de hoeveelheid nieuwe verschijnende psalmbewerkingen voor orgel hoeven we niet te klagen; er verschijnt méér dan de gemiddelde amateur-organist kan bijhouden. Wat betreft de nummers 1 en 2 van bovenstaand lijstje [nr 1: Willem van Twillert: Voorspelen over alle psalmmelodieën, deel Va; nr 2: Gerrit 't Hart: Psalmbewerkingen voor orgel, deel 9] beperken we ons tot signaleren. De series van Willem van Twillert en Gerrit 't Hart lopen immers al langer; delen ervan zijn in O&E resp. M&L al één of meer keren besproken. Beiden maken gebruik van historische compositie-technieken; 't Hart sluit vooral aan bij de zeventiende-eeuwse wijze van componeren, Van Twillert hanteert verschillende vormen en stijlen. Ik heb me in M&L al eens eerder afgevraagd of er zo langzamerhand niet teveel bewerkingen 'in oude stijl' verschijnen, hoewel ik moet toegeven dat sommige collega's er heel knap in zijn. Ook de auteurs van eerstgenoemde twee bundels tonen zich bijzonder vindingrijk, al hebben ze een enkele keer een storende stijlbreuk niet kunnen vermijden. In speeltechnisch opzicht zijn deze bewerkingen voor de meeste amateurs goed bereikbaar en er is rekening gehouden met de praktische bruikbaarheid in de eredienst; Van Twillert geeft zelfs mogelijkheden om voorspelen tussentijds in te korten en af te sluiten."

Kerk & Muziek (VOGG) Januari/februari 2003 door Evert van Dijkhuizen, hoofdredacteur.

Luiheid kan Willem van Twillert in het geheel niet verweten worden. Hij heeft een eigen muziekschool, componeert talloze koraalbewerkingen, produceert cd’s en schrijft artikelen, onder andere voor de Orgelvriend. In de serie “Willem van Twillert speelt eigen werk” verscheen al weer het vierde deel. De cd is opgenomen op het Metzler-orgel in het Duitse Krefeld-Hüls. Alleen die keuze is vanwege de originaliteit al een compliment waard. 
Wie Van Twillerts bundel kent, weet dat hij van diverse stijlen houdt; van bachiaans via romantisch tot modern. Het Metzler-instrument, een redelijk geslaagd compromis-orgel, inspireert hem hoorbaar om al die verschillende stijlen te hanteren.
De bewerkingen zijn steeds smaakvol en gedacht vanuit de tekst. Zo klinkt bij psalm 122 een feestelijke intrada, bij psalm 7 een sfeervolle ostinato, bij psalm 98 een bruisende toccata en bij “Wilt heden nu treden” een zwierige, Frans-romantische intrada nuptial. Overigens is deze bewerking een vreemde eend in de bijt: het enige gezang temidden van allemaal psalmen.
Van Twillert schuwt de onbekendere psalmen niet; op deze cd prijken ook bewerkingen over de psalmen 7 en 18. De organist voorziet zijn eigen werken van uitgebreide toelichtingen in het booklet. Hij verantwoordt ook uitvoerig zijn keuze voor het Metzler-orgel en de gehanteerde stijlen. Heel interessant allemaal, maar Van Twillert moet oppassen dat hij daarin niet te ver doorschiet. Het lange betoog dat hij nodig heeft om zichzelf uiteindelijk tot de categorie ambachtslieden te kunnen rekenen, doet enigszins naïef aan.
Dat Van Twillert commercieel inzicht heeft, bewijst de voorkant van het booklet. “Met Toccata psalm 98 & Intrada Nuptial” staat er schuin gedrukt op. Zo’n toevoeging is goed voor de verkoop, moet Van Twillert gedacht hebben. Verder niets dan lof voor deze verzorgde productie. 

2002

LUISTER december 2002 Rubriek Diversen Pagina 39 Recensent: René Verwer 
Voor opname een 8
Een eerbetoon aan de kerkmusici Frits Mehrtens (1922-1975)  en de onlangs tachtig jaar geworden Bernard Huijbers. Mehrtens heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het Liedboek voor de Kerken (1973), Huijbers was al vóór Vaticanum II een gedreven promotor van de volkstaalliturgie en schreef veel in samenwerking met de dichter Huub Oosterhuis. In de Randstadbundel (1970) en de twee uitgaven Gezangen voor liturgie verschenen talrijke melodieën van zijn hand. De drie organisten hebben hun keuze bepaald op liederen die zowel in het Liedboek als in de 'GvL' zijn opgenomen. De Kort heeft veel aan het hedendaagse katholieke repertoire bijgedragen, zijn improvisatiestijl is fris en 'to the point'. Van Twillert is de meest 'protestantse' deelnemer, die zijn sporen heeft verdiend in talrijke psalm- en koraalbewerkingen in de stijl van zijn docent Klaas Bolt. De Vries blijkt telkens een kameleon, die zich perfect in de aard van het te bespelen instrument nestelt, in dit geval het Adema-orgel in de Mozes en Aäronkerk te Amsterdam. Zijn Suite over "De Geest des Heren"' vertoont veel Franse kenmerken, waarvan zelfs de Canon (in de kwart) sterk refereert naar Dupré's derde Variation sur un Noël. De Finale gaat door voor een naar Parijse maatstaven geregisseerde Sortie, alleen het Choral aan het eind geeft toch te kennen dat we met een rasechte Groninger te maken hebben. 
Een overtuigende winnaar van Haarlem 2002!  Verkrijgbaar door overmaking van € 17,45 (incl. portokosten) naar girorekeningnummer 1044661 t.n.v. Stichting P.O.P., o.v.v CD-Improvisata.

 

Het Orgel [de ORGELkrant] december 2002 Titel: 'Willem van twillert speelt eigen werk IV' recensent: Dr. Hans Fidom
Op het nieuwe Metzler-orgel (1999, 49 registers) in de St.-Cyrakiuskirche in Krefeld-Hüls speelt Willem van Twillert hij [sic] eigen werk, 'liturgische gebruiksmuziek' zoals het [sic] zelf beschrijft in het cd-boekje. In dat boekje tevens een uitvoerige tekst waarin de organist uitlegt waarom hij componeert zoals hij componeert. Hij verzet zich bijvoorbeeld tegen 'een deel van de culturele elite'  'die de neus ophaalt voor 'tonale eenvoudige muziek, laat staan eenvoudige koraalmuziek voor orgel'. De cd telt maar liefst 32 nummers, die op één na (Intrada Nuptial over Wilt heden nu treden) psalmbewerkingen betreffen. Label: STPOP 2002/2."

Kerk & Muziek, november/december 2002 Titel: Van Twillert recensent:Evert van Dijkhuizen 
Van Willem van Twillert, cantororganist in Amersfoort, verschenen twee nieuwe bundels: een met psalmbewerkingen (deel Va) en een met Liedboekbewerkingen. Vanwege de gebruikelijke liturgie in onze kerken besteden we alleen aandacht aan Van Twillerts psalmbewerkingen. Met deel Va is zijn serie over de psalmen compleet. De bundel bevat de psalmen 121 tot en met 135. Deel Vb (de psalmen 136 tot en met 150) was al verschenen.
Van Twillert laat steeds de psalmmelodie integraal horen. Vandaar dat de lengte van zijn bewerkingen kan variëren van één tot vier pagina`s. Hij hanteert verschillende stijlen, maar de moeilijkheidsgraad is steeds beperkt. De componist geeft veelvuldig aanwijzingen: vingerzettingen, interpretatievoorschriften, tempo-aanduidingen en registratievoorstellen. Daardoor komt het op zichzelf heldere notenbeeld soms wat rommelig over. De bundels zijn te bestellen bij Stichting Promotie Orgel Projecten in Amersfoort, tel. 033-4553256. Prijs van deel Va: 10,90 euro."

Nederlands Dagblad 22 november 2002 recensie door Peter Sneep
"Willem van Twillert is gereed met zijn uitgave van Psalmvoorspelen. Het laatste deel was al verschenen, maar nu zijn de bewerkingen van de psalmen 121 tot en met 135 ook op de markt. Een aantal van die nieuwe composities speelt hij op de in Krefeld opgenomen cd. Het Metzler-orgel daar is, zoals Van Twillert terecht schrijft in het boekje, een goed geslaagd compromisorgel. Duiters kunnen dat. Jammer genoeg is de organist/componist niet zo op goed dreef [sic] als op eerdere cd's met eigen psalmcomposities. Het is net alsof hij de juiste toon van sommige psalmen niet kan treffen. Psalm 128 is te somber voor een feestlied op het huwelijk, Psalm 130 niet genoeg vanuit de diepte. Heel fraai zijn daarentegen zijn gedachten over Psalm 133, maar die staan weer niet in de muziekuitgave. Misschien hinkt Van Twillert wel net zo op twee gedachten als het compromisorgel dat hij bespeelt. Het boekje is erg druk opgemaakt in een niet prettig leesbaar lettertype. Dat neemt niet weg dat hij goede gebruiksmuziek levert."

Improvisata de Orgelvriend november 2002 Recensist: Dirk Molenaar

"De titel van deze cd, Improvisata, werd geleend van de Vlaamse componist Edgar Tinel (1854 - 1912). Hij gaf deze naam aan een orgelwerk dat op deze cd staat. Dit is dus een schijfje met improvisaties alsmede gecomponeerde werken. De initiatiefnemer tot Improvisata is Willem van Twillert.
De muzikale verrichtingen van de organisten Aart de Kort, Van Twillert en Sietze de Vries op het Adema-Philbert-orgel (1871,1887) in de Mozes en Aäronkerk van Amsterdam hebben een gemeenschappelijk doel: eerbetoon aan de kerkmusici Bernard Huijbers (1922 - 2003) [jaar van overlijden door webmaster toegevoegd] en Frits Mehrtens (1922 - 1975). We citeren uit Van Twillerts inleiding van het cd-boekje: "De melodieën van Bernard Huijjbers en Frits Mehrtens met hun rijkdom aan creatieve invallen zijn bewust als thema voor dit CD-programma gekozen."(...) "Beide componisten hebben melodieën gemaakt die zowel in protestantse als rooms-katholieke kerken , in binnen- en buitenland beroemd en geliefd zijn geworden." Bij deze cd is het moeilijk verschil te horen tussen een (overdachte) improvisatie en een (niet al te ingewikkeld) gewrochte compositie met hetzelfde uitgangspunt. Dit alles in een laatromantisch idioom. De drie organisten spelen op het (Frans)romantische Adema-orgel met een fraaie, 'katholieke sound', een geluid dat je eerder associeert met de muzikale wereld van Huijbers dan met de protestantse omgeving van Mehrtens indertijd. Doordat de organisten wisselen op hetzelfde orgel en zij alle drie in een nederige, laatromantische bui (gebracht) zijn, én omdat twee melodieën tweemaal aan bod komen, wordt dat - opgeteld - een cd waarop geen uitersten in (religieuze) gemoedstoestanden worden uitgebeeld. Het gebodene is er echter niet minder om. Het is knap werk wat er wordt gepresteerd. Zeker als men de diverse (actie)foto's - in het cd-boekje beziet. Want organisten kunnen op die Adema-orgelbank misschien inspirerende aanmoedigingen toegefluisterd krijgen, tevens worden ze daarbij enorm op de vingers gekeken: welgeteld zes grote en kleine engelen vlakbij kijken alle in de richting van de klaviatuur. Ze bewegen alleen als je niet kijkt...
Het was een goede gedachte om de improvisaties en koraalbewerkingen af te wisselen met werk van romantische componisten, voortreffelijk gebracht door Willem van Twillert. In het cd-boekje doen de spelers verslag van hoe en waarom zij tot hun muzikale bijdragen zijn gekomen., Uiteraard is er informatie over het orgel en - niet in de laatste plaats - een korte levensschets van de melodiemakers, Huijbers en Mehrtens. Waarom eigenlijk de kleine inzetfoto's van beiden wél op de laatste plaats moesten (binnenomslag achter, na colofon) doet - althans visueel - aan het eerbetoon een weinig afbreuk. Samengevat: een originele rustige / rustgevende cd met veel vertrouwde klanken, waarin het geïmproviseerde, het niét-voor-ziene klinkt of het gedrukt staat. Om dat goed te kunnen, is een gave waar je zelf toch nog veel werk aan hebt, met of zonder engelfiguren om je heen."

Reformatorisch Dagblad d.d. 21-10-2002 over de CD Improvisata recensent: Aad Alblas
".....Aart de Kort improviseert, al of niet in opgetekende vorm, over melodieën van de jezuïet Huijbers, waar de wierook soms uit opstijgt. Niettemin laat hij juweeltjes horen, afgewisseld door "maniertjes" om uit een doodlopend improvisatiepaadje weg te komen.
Willem van Twillert kiest twee keer Huijbers en een keer Mehrtens. Het zijn door hem opgetekende variaties en een partita, waarin het eclectische element (uit verschillende stijlen het beste nemend) herhaaldelijk naar voren komt, zoals hij zelf in het booklet vermeldt. In die pennenvruchten zitten eveneens schitterende momenten, maar het geheel is naar mijn smaak niet altijd consistent.
Bij Sietze de Vries lijkt het een beetje of hij met Mehrtens' "Alles wat over ons geschreven is" (LvK 173) niet zo goed raad weet, al straalt er wel devotie van af. Anders is het met Huijbers' "De Geest des Heren" (LvK 247/369). Hierin laat hij horen een improvisator van grote klasse te zijn. Imposant zoals hij deze improvisaties afsluit. 
Van Twillert vult een kwart van de cd aan met niet-koraalgebonden orgelwerken van de laat-romantische componisten Mailly, De Boeck, Tinel, Combes en Lemare. Wat deze composities tussen dit eerbetoon doen, is mij een raadsel. Of het zou moeten zijn dat de componisten allemaal leefden in of na de periode dat Adema het orgel bouwde (1871-1887).
Zelf zegt Van Twillert in het booklet, dat overigens perfect verzorgd is, de improvisaties met deze orgelliteratuur te "larderen". Nu klinkt "larderen" op zich al niet zo verheffend. Naar mijn smaak mag dan ook veel van dit soort literatuur snel vergeten worden. "Improvisata" van Edgar Tinel, een titel die deze cd meekreeg, is echt een niemendalletje. Wellicht was het een betere keus geweest nog een improvisator uit te nodigen of de liturgische producten vocaal te omlijsten.

KDOV-orgaan 2002 Recensie IMPROVISATA recensent: Frits Haaze
"Improvisata". Onder deze naam kwam een cd uit met improvisaties en werken van Aart de Kort, Willem van Twillert en Sietze de Vries, uitgevoerd op het Adema Philbert-orgel van de Mozes en Aäronkerk te Amsterdam.
Bij de improvisaties staan diverse liederen van Frits Mehrtens en Bernard Huijbers centraal, een hommage aan deze twee grote vernieuwers in de 20e eeuw van de Rooms Katholieke en Protestantse kerkmuziek, Het is een zeer interessante cd geworden. Van Aart de Kort en Sietze de Vries weten we dat ze op een zeer hoog niveau kunnen improviseren. Ook dit keer maken ze dit weer volledig waar. De heren lijken, om met Willem van Twillert in zijn voorwoord te spreken, in hun jeugd in een pot met orgelimprovisaties te zijn gevallen. De thema's waarover geïmproviseerd wordt zijn: Omdat Hij niet ver wou zijn (GVL 513), God die in het begin (GVL 443 en LvK 162), Hij ging van stad tot stad (GVL 439) van Huijbers en De aarde is vervuld (GVL 417 en LvK 223) en Alles wat over ons geschreven is (GVL 407 en LvK 173) van Mehrtens. De improvisaties van Aart en Sietze zijn zeer stijlvol en verrassen doorlopend. Ook het aandeel van Willem van Twillert is zeer de moeite waard. Al heb ik wel wat moeite met het idioom dat hij gebruikt voor "De aarde is vervuld", het klinkt mij nogal Zwart-achtig in de oren en ondanks zijn rechtvaardiging in het booklet, was deze stijl toch iets waar Mehrtens niet bepaald gek op was. Maar dat is maar een kanttekening mijnerzijds. Van Twillert speelt ook nog werken van Tinel, Combes en Lemare op deze cd, zeer de moeite waard! De eigen werken van Aart de Kort zijn speels, en van een zeer goed gehalte. De plaat geeft een prachtig scala van de rijke mogelijkheden van het Mozes-orgel. De drie spelers vergasten ons op zeer fraaie registraties en doen Adema alles verdiende eer. Als U nog vakantiegeld overhoudt of in de vakantie jarig bent is dit misschien een mooi presentje!

Reformatorisch Dagblad 9-09-2002  CD met koraalbewerkingen van Joachim Frisius recensent: J.C. Karels
Hoe maak je een goed koraalvoorspel voor de eredienst? De componist D.G. Türk gaf in 1787 enkele aanwijzingen in zijn boek "Over de belangrijkste taken van een organist".Eerst kies je een hoofdthema, passend ij de inhoud van het lied, dat als introductie dient. Heb je dit een tijdje volgehouden, dan speel je de eerste koraalregel langzaam en sterker op een ander klavier terwijl je het hoofdthema in de begeleidende stemmen voortzet. Dan volgt een klein tussenspel. Vervolgens behandel je de andere koraalregels volgens hetzelfde patroon.
Verrassend zijn de koraalbewerkingen van de Duitse natuurkundige, organist en improvisator Joachim Frisius. (1933), die deze formule heeft gevolgd. Frisius leerde in Nederland Willem van Twillert  kennen tijdens een cursus gemeentezangbegeleiding in 1988, verzorgd door Klaas Bolt. Er ontwikkelde zich een samenwerking. De oudere partner werd door zijn jongere collega in de Nederlandse orgelgeheimen ingevoerd. De cd is een bewijs van de gelukkige ontmoeting.
De koraalbewerkingen van Frisius gaan over melodieën uit het Evangelisches Gesangbuch en het Liedboek voor de Kerken. Twee Psalmen (8 en 84) zijn opgenomen. Ander liederen zijn bijvoorbeeld "Jesus, geh voran", "Grosser Gott, wir loben dich" en "In dir ist Freude". Van Twillert speelt de eerste twaalf nummers, Frisius de laatste zes. De bewerkingen van Frisius zijn zonder uitzondering muzikaal en intelligent opgebouwd. Op het milde, kamermuziekachtig geïntoneerde Karl Schuke-orgel in de Johanneskerk in Berlijn-Lichterfelde klinken ze goed.
Regelmatig herken je de hand van leermeester Bolt, bijvoorbeeld in het gebruik van alteraties, of in de wijze waarop tegenstemmen worden uitgewerkt. De bewerking volgen een vast stramien telkens wordt de koraalzetting één of twee keer gespeeld, gevolgd door een bewerking in de vorm van een omspeling, trio of concertino. Registraties zijn in het booklet opgenomen, evenals informatie voor orgel en organisten.
Deze cd bewijst weer eens hoe bruikbaar de klassieke improvisatievormen zijn. Neem de prachtige "Lobe den Herren"aan het slot. Een plezier om naar te luisteren!"

Nederlands Dagblad 20 juli 2002 Titel: Nun danket alle Gott recensent: Roel Sikkema 
"Joachim Frisius is een laatbloeier. Na jarenlang als natuurkundige te hebben gewerkt, pakte hij op latere leeftijd zijn hobby weer op: orgelspelen. Vanaf zijn vijftigste bekwaamde hij zich in het improviseren in klassieke stijl. Hij nam les, volgde cursussen en kwam zo ook bij de bekende Nederlandse organist Klaas Bolt terecht. Tijdens een van die cursussen ontmoette hij Willem van Twillert, die enthousiast werd over Frisius' werk. Hij moedigde de Duitser aan zijn improvisaties op te schrijven. Dat gebeurde en Van Twillert heeft daar intussen een groot aantal van uitgegeven en speelt ze geregeld op zijn concerten. 
Het werk van Frisius is de moeite waard, zo blijkt uit een cd die Van Twillert en Frisius maakten. Ze gingen daarvoor niet op zoek naar een toporgel in een dito kerk, maar namen de koraalbewerkingen op in de Johanneskerk in Berlijn-Lichterfelde. Daar begeleidt Frisius de zondagse eredienst. Er staat een Schuke-orgel uit 1965 dat er van buiten nogal rechttoe-rechtaan uitziet. Zo klinkt het ook, al schrijft Van Twillert in de bijgevoegde toelichting terecht dat het orgel niet zo gespannen en scherp is geïntoneerd als in die jaren gebruikelijk was. Het instrument heeft een kamermuzikaal karakter dat op de cd nog is versterkt door de directe manier van opnemen. Interessant is dat Van Twillert op diverse plaatsen een octaaf lager speelt dan is aangegeven en dan registreert op basis van 4-voets stemmen. Zo zijn diverse niet direct voor de hand liggende klankcombinaties te maken.
Frisius maakte bewerkingen van tal van koralen uit het Duitse Evangelisches Gesangbuch, waarvan de meeste ook in ons land bekend zijn. Het boekje vermeldt waar in het EG en het Liedboek voor de Kerken de liederen te vinden zijn. Ook wordt aangegeven welke van deze bewerkingen waar uitgegeven zijn.
Aanbevolen voor liefhebbers van koraalbewerkingen in de stijlen van het eind van de achttiende en begin negentiende eeuw." 


Nederlands Dagblad 20 juli 2002 Titel: Improvisata recensent: Roel Sikkema 
1922 is het geboortejaar van twee bekende liedcomponisten: Frits Mehrtens en Bernard Huijbers. Enkele veel gezongen liederen uit het Liedboek voor de Kerken zijn van hun hand.
De in 1974 overleden hervormde Mehrtens en de nog levende rooms-katholieke Huijbers inspireerden de organisten Aart de Kort, Willem van Twillert en Sietze de Vries tot een boeiend concert op een boeiend orgel. Alle registers worden opengetrokken op het prachtige in Franse stijl gebouwde orgel van de Mozes en Aäronkerk in Amsterdam. Over het orgel zou een boek te schrijven zijn, dat heeft organist Jan Raas in 1994 na de restauratie van het instrument dan ook gedaan.
In tegenstelling tot wat de titel van de cd suggereert, worden niet alleen improvisaties geboden. Natuurlijk is dat wel het geval met de variaties van Sietze de Vries op over [sic] 'Alles wat over ons geschreven is'(LB 173) en 'De Geest des Heren' (LB 247). Ook improviseert Aart de Kort, maar daarnaast laten hij en Willem van Twillert geschreven werken gebaseerd op Mehrtens en Huijbers horen. Van Twillert speelt ter afwisseling negentiende eeuwse literatuur.
In de toelichting vraagt Aart de Kort zich af of je muziek gebaseerd op twee prominente twintigste eeuwse liedcomponisten op zo'n opvallend negentiende eeuws orgel kunt spelen. Terecht beantwoordt hij die vraag positief. Het orgel van de Mozes en Aäronkerk is zo veelzijdig dat je er als organist goed mee uit handen en voeten kunt.
Bijzonder interessant is het boekje, waarin de drie een uitvoerige toelichting geven bij de gespeelde werken en ook herinneringen aan Mehrtens en Huijbers worden opgehaald. De dispositie van het orgel completeert het geheel.

In de Radio en TV gids van de EO VISIE stond op 10-06-2002 een interview met René van Loon 
Titel: "Aangenaam"
De inleidende tekst (gedeelte):
"René van Loon is Hervormd missionair predikant in Capelle aan den IJssel. (...)
René studeerde economie en theologie en was van 1989 tot 1999 stafmedewerker van de christelijke studentenbeweging IFES-Nederland. In die tijd schreef hij onder andere de oriëntatiecursus "christelijk geloof", die in veel gemeenten en studenten verenigingen wordt gebruikt."
Op één van de vragen geeft Van Loon het volgende antwoord:
"Favoriete tv-programma; boek of tijdschrift?"

Antwoord

Tv-programma:

 Tien lastige vragen

boek:

 De lichtwachter van Peter Nouwen

cd:

 orgelmuziek van Willem van Twillert

tijdschrift:

 Trefpunt (IFES-Nederland)

Eredienstvaardig 17 maart 2002 Rubriek: Gesignaleerd Titel: Orgelvariaties over Liedboekliederen recensent: Christiaan Winter
"St. P.O.P. is niet de beschermheilige van de populaire liturgische muziek... Hoewel, de Stichting Promotie Orgel Projecten probeert middels uitgaven van bundels liedbewerkingen voor orgel wel bij te dragen aan de populariteit van het kerklied en de orgelmuziek. In deze serie liedbewerkingen verschenen onlangs de delen drie en vier met orgelvariaties over liederen uit het Liedboek voor de kerken in oude muzikale stijlen. Het is goed speelbare, welluidende en in de liturgie uitstekend te gebruiken muziek. Enerzijds blijft natuurlijk altijd de hoop dat organisten ook spannender dingen met de gegeven melodieën kunnen doen, anderzijds leveren deze bundels voor 'niet-improviserende' organisten goed en gedegen materiaal.
Bundel 3 bevattende een variatiereeks over Gezang 308/446 van de hand van de Amersfoortse organist Willem van Twillert, kost f 18,95. Bundel 4, waarin bewerkingen van een aantal gezangen door Willem van Twillert en Sietze de Vries te vinden zijn kost f 26,95.
Toezending geschiedt door storting van (...)"

Reformatorisch Dagblad 18 februari 2002 Rubriek: Afgeluisterd Titel: Van Twillert recensent: J.C.Karels
"Organist en componist Willem van Twillert speelde een cd vol met werken uit de Renaissance en de Barok. In het British Museum liggen de oudste handschriften met klaviermuziek van Engelse oorsprong. Daaronder bevinden zich enkele volks- en hofdansmelodieën. Eén ervan draagt als titel "King Harry the VIIIth Pavyn". De typisch Engelse muziekstukje zijn namelijk ontstaan in de tijd van koning Henry de Achtste, en zijn later "pavanes" gaan heten. Van Twillert speelde vijf anonieme pavanes, gecomponeerd tusssen 1530 en 1540. Van Johann Philipp Krieger (1649-1725) speelt de organist een Aria met variaties in Bes grote terts. Dan volgend een Balletto en een Corrente van de 17e-eeuwse componist Bernardo Storage, een Aria met variaties van Gottlieb Muffat (1690-1770). Van Johann Sebastian Bach speelt Van Twillert drie koraalvoorspelen uit de Schübler-collectie, de Dorische toccata, een preludium en fuga in c kleine terts (BWV 871) en een triosonate (BWV 525). De cd besluit met drie componisten die, evenals Bach, werkten in de achttiende eeuw. De cantabile in E grote terts van Johann Christoph Schmügel is een homofoon werk waarop het motto van de klassieke periode "De melodie is de ziel van de muziek" zonder meer van toepassing is. Het praeludium in Bes grote terts van Johann Georg Albrechtsberger is een eenvoudig stuk, dat de kenmerken van het classicisme laat zien: barokke polyfonie, in combinatie met klassieke homofonie. Staaltjes van polyfoniebeheersing zijn ook te horen in de Fuga in g kleine terts van Wilhelm Friedemann Bach. De composities op de cd zijn over het algemeen kort van duur. De lengte varieert van 50 seconden tot ruim zes minuten. 
De keuze voor het koororgel van de Bovenkerk van Kampen, recent gebouwd door de gebroeders Reil te Heerde, kan ik goed meemaken. Het is een fijnbesnaard, beter gezegd: 'fijnbepijpt' instrument, met alle mogelijkheden voor nuances en articulatie. Van Twillert geeft blijk van een subtiele techniekbeheersing, zijn spel is over het algemeen erg muzikaal. Soms neigt hij naar mijn smaak iets naar de wat 'hikkerige' speeltrant, accenten vallen dan te sterk en de ruimte tussen de noten komt te veel open te liggen, zodat de muziek wat minder vloeiend verloopt. Ik heb dat gevoel bijvoorbeeld b ij track 6, of bij track 9 (de "Dorische toccata" Van Bach), erg storend is het overigens niet. Het booklet is volledig en informatief, inclusief de registratie van de gespeelde werken, uitvoerige informatie over speler, componisten en werken."

2001

Zang en spel - december 2001 (Driemaandelijks blad voor Doopsgezinde kerkmusici) recensent: Folkert Binnema "Musicke for the organ."
Onder deze titel nam de organist Willem van Twillert een CD op van het nieuwe koororgel in de Bovenkerk te kampen, welke de redactie ter bespreking werd toegezonden. Van Twillert is organist van drie samenwerkende kerken in Amersfoort en directeur van een muziekschool in Bunschoten. Nadat hij cum laude eindexamen orgel had gedaan (docent Piet Kee) kreeg hij een beurs, die hij gebruikte om zich verder te specialiseren in 'Oude Muziek' bij o.a. Gustav Leonhardt. Regelmatig concerteert hij in binnen- en buitenland. Hij verzorgt muziekuitgaven en schrijft eenvoudige gebruiksmuziek voor amateur-organisten.
De - ook in acoustisch opzicht- zeer fraaie Bovenkerk kreeg in 1999 naast het grote orgel (4 manualen, hoofdzakelijk gebouwd in de 18e eeuw)  een koororgel. Kreeg moet hier letterlijk worden verstaan, het orgel is nl. een geschenk van een gemeentelid. Het instrument is gebouwd door de gebroeders Reil en is een hoogtepunt uit hun oeuvre. Daarmee is het tegelijk een hoogtepunt uit de Nederlandse orgelbouw van na de tweede wereldoorlog. Kort tevoren had Reil het orgel van de Walburgkerk in Zutphen gerestaureerd, dat voor een groot deel stamt ui de 17e eeuw (bouwer Hans Hendrick Baeder). De bij deze restauratie opgedane kennis speelde een grote rol bij het bouwen van het Kamper koororgel, dat over 29 registers beschikt, verdeeld over Hoofdwerk, Bovenwerk, Pedaal en Récit. Het Récit is een discantklavier, omvang c' t/m e' ' ' (de andere manualen hebben de omvang C,D-e'''). Dit Récit was een normaal bestanddeel van het Franse barokorgel en bevatte alleen twee solo-registers, een Cornet en een Trompet. In Kampen bevat het Récit slechts een dubbelbezet Tongwerk, wat op deze CD niet gebruikt wordt.
Willem van Twillert speelde een programma van composities uit de 16e, 17e en 18e eeuw in chronologische volgorde. Bij de uitgangspunten van waaruit dit orgel gebouwd is, is dat een logische keuze, Nadat schrijver dezes de CD beluisterd had, bezocht hij een concert in Kampen. Op dat concert werd de Sonate da Chiesa van Hendrik Andriessen op het koororgel gespeeld, wat ook uitstekend bleek te gaan, ondanks de licht ongelijk-zwevende stemming en een klankbeeld dat zoveel afwijkt van dat wat je bij Andriessen verwacht.
Het spel van Van Twillert is zeer muzikaal en technisch uitstekend. Stilistisch is het bovendien voortreffelijk. In ruim een uur laat hij veel registraties horen. Bij al of niet uitgeschreven herhalingen wisselt hij bij elke herhaling van klavier. Gaat het om variatiewerken, dan wordt per variatie de registratie veranderd; ook dan wordt bij herhalingen van klavier gewisseld. Enige interessante soloregistraties ontstaan door met 16' een octaaf hoger te spelen. ( De omgekeerde mogelijkheid met 4' een octaaf lager spelen wordt niet gebruikt).
Van Twillert speelt van Joh. Seb. Bach 3 koraalbewerkingen, de eerste Trio-Sonate en de zgn. Dorische Toccata, een genot om naar te luisteren. M.i. ligt de aantrekkelijkheid van deze opname echter vooral in de kleinere stukken. Omdat deze vaak manualiter zijn en ook op kleinere orgels met 1 manuaal gespeeld kunnen worden, vermeld ik de gebruikte uitgaven, voor zover ik ze bezit. De 5 Engelse stukjes uit de 15e eeuw zijn te vinden in "Ten pieces by Hugh Aston and others" (Schott, London, ED 10381), de variaties van Muffat in "Arien met variationen" (Diletto Musicale 681), het praeludium van Albrechtsberger in 8 Praeludien (Diletto Musicale 657). Van het Wohltemperierte Klavier van Bach kan veel meer dan het hier gespeelde Praeludium en Fuga op een orgel met 1 klavier worden gespeeld. De stukken van Storace zijn alleen te vinden in deel 7 van Corpus of Early Keyboard Music, wat alle bekende werken van Storace bevat, Deze uitgave is nogal prijzig en het notenbeeld behoeft hier en daar correctie (er is slechts één bron met voor de R.H. een zeslijnige en voor de L.H. een zevenlijnige balk).
Voor wie zich nog nooit bezig gehouden heeft met tegenwoordig gebruikelijke en historische gefundeerde speelmanieren, valt er veel te leren door de CD aandachtig te beluisteren met de muziek erbij, Mijn indruk is, dat door de opstelling van de microfoons op de opnamen de articulaties van de speler veel gedetailleerder zijn te volgen dan bij een bespeling in de kerk.
Samengevat: Een prachtige en zeer afwisselende CD van een prachtig orgel met heel veel mogelijkheden.'


De orgelvriend 2001/09 Willem van Twillert MUSICKE FOR THE ORGAN door Gerco Schaap
Eén aspect van het orgelspel van mederedactielid Wilem van Twillert vind ik toch wel kenmerkend: het is opgewekt, nergens zwaar op de hand en het laat welk orgel dan ook van zijn vriendelijkste kant horen. Een programma als dit fleurt de luisteraar op. Dat begint al met die sprankelende vijf deeltjes uit een Engelse verzameling yolks- en hofdansmelodieën, ontstaan tijdens de regeerperiode van Hendrik de Achtste. Ze doen het erg goed op de tongwerken van het Reil-koororgel in de Kamper Bovenkerk. De tamelijk directe opname — met toch de nodige Bovenkerk-ambiance — laat elke stem van dit orgel optimaal tot zijn recht komen. Welke stemmen dat zijn, wordt door de concertgever minutieus in het cd-boekje uit de doeken gedaan. De lezer vindt daarin ook enkele uitspraken van de gebroeders Reil over het door hen gebouwde koororgel, alsmede een verantwoording van de speler waarin hij door hem gemaakte keuzes toelicht.
Variatiereeksen zijn Van Twillert op het lijf geschreven; we vinden er twee op deze cd, en ze bieden de concertgever ruim de gelegenheid om diverse registercombinaties te etaleren. Bachs ‘Dorische’ wordt nogal ‘ingehouden’ gespeeld en geregistreerd met een overduidelijk non-legato toucher. Deze speelwijze past goed bij de kamermuzikale triosonate, maar bij de toch wat ‘robuustere’ Dorische Toccata doet ze wat gekunsteld aan. Een verrassing is de toegevoegde melodie boven de bas in de begin- en slotmaten van ‘Meine Seele erhebt den Herren’, waarvoor Van Twillert zich baseert op de geïmproviseerde uitwerking van de basso continuo in de gelijknamige cantate. Verrassend is ook Bachs Praeludium en fuga in c (BWV 871) dat uit deel II van Das Wohltemperierte Klavier afkomstig is. In de fuga blijkt evenwel duidelijk dat dit koororgel niet wohltemperiert is; het staat in de Kellner-stemming. Een fraaie combinatie vormt het Praeludium in Bes van Albrechtsberger met de Fuga in g van Wilhelm Friedemann Bach, die perfect op elkaar aansluiten.
Een cd die het Kamper koororgel van een wat speelsere kant laat horen en als een muzikaal visitekaartje van zowel orgel als organist is te beschouwen.

Gerco Schaap

 

 

Nederlands Dagblad 14 september 2001 Titel: Musicq voor het orgel recensent: Peter Sneep
Willem van Twillert staat bekend om zijn verrassende programma's. ook op de cd die hij opnam op het koororgel van de Bovenkerk in Kampen maakt hij die naam waar. De cd opent met vijf anonieme Engelse muziekjes uit de renaissance.
Verrassend is ook de manier waarop de organist de Dorische Toccata van j. S. Bach registreert: Een kleine bezetting met een achtvoets trompet in het pedaal. En Van Twillert zou Van Twillert niet zijn, of alle registraties van elk gespeeld werk staan in het boekje. De organist beëindigt zijn programma al net zo origineel als het begon, met een fuga van J.S. Bachs zoon Wilhelm Friedemann.  Uitbundige muziek in een forse plenumklank."

De Waarheidsvriend 13 september 2001 Titel: Muziek recensent: Maarten Seijbel 
Wie zegt dat de orgelcultuur in ons land niet meer leeft is blijkbaar niet goed op de hoogte Ons land dat een orgelcultuur heeft van ongeveer zeven eeuwen, maakt momenteel juist een grote bloei door. Daarvan getuigen de vele orgelrestauraties die momenteel worden uitgevoerd of al zijn voltooid, de vele andere orgelactiviteiten die ontplooid worden in de ruimste zin des woords. Daarote mogen zeker ook gereknd wordten de vele orgel-cd's die aan de lopende band verschijnen. Daarvan wil ik u deze week weer een bijzondere uitgave noemen. De bekende organist Willem van Twillert heeft opnieuw een cd gemaakt, nu van het fraai klinkende orgel in de dorpskerk van Oud-Beijerland. Dit uit 1827 daterende Van Oeckelen-orgel demonstreert Van Twillert in twaalf psalmbewerkingen van eigen hand en daarnaast met een zestal liedbewerkingen. Dat gebeurt allemaal op een uiterst fijnzinnige en zeer muzikale manier waarbij de vele klankcombinaties van het voormelde orgel op overtuigende wijze naar voren worden gebracht. Van Twillert past diverse stijlen toe in zijn koraalbewerkingen, maar deze zijn nergens 'gewild' of langdradig. Uitstekende muziek om ook in onze erediensten te gebruiken. Daarom raad ik allereerst onze organisten aan deze cd te kopen zodat ze ideeën kunnen opdoen hoe een psalmvoorspel gemaakt kan worden.
Maar niet iedereen kan goed improviseren. Wel, voor diegenen heeft Willem van Twillert zeven bundels psalmvoorspelen geschreven, waarvan nu de laatste bundel is verschenen, bevattende de Psalmen 136-150. Keurig uitgegeven, duidelijk notenschrift en korte, goed in het gehoor liggende voorspelen kenmerken deze uitgaven. Laten onze organisten deze bundels aanschaffen of kerkvoogdijen, geef uw organisten deze bundels eens cadeau onder verplichting deze psalmvoorspelen te studeren en dan in de kerkdiensten ook gebruiken. Er kan een verfrissende invloed, ook op de gemeentezang, van uitgaan wanneer de organisten diverse voorspelen gebruiken. Er zijn er momenteel genoeg te koop en er verschijnt nog meer, ik heb pasgeleden daarvan al een vooraankondiging gedaan. Laat onze organisten er hun voordeel mee doen. Er wordt ons momenteel veel goede muziek aangeboden waardoor ook op muzikaal gebied de erediensten nog meer aan aanzien kunnen winnen. U kunt deze cd met de aangekondigde psalmvoorspelen bestellen bij het secretariaat: Stichting Promotie Orgelprojecten,(...)"

Kerk & Muziek mei/juni 2001 "Nieuwe koraalmuziek voor orgel" ]Liedbewerkingen deel 1 - IV] door Evert van Dijkhuizen
"Sietze de Vries is een jonge, begaafde organist uit het Drentse Zuidhorn, die stevig aan de weg timmert. Veel indruk maakt hij met zijn goed doordachte en tegelijk speelse improvisaties. Recent vulde hij daar twee cd's mee te gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de Zwitserse orgelbouwer Bernhardt Edskes. De Vries laat op de schijfjes horen dat hij diverse stijlen waardeert en beheerst.
Twee van die improvisaties verschenen in deel 4 van de serie "Liedbewerkingen" van de Stichting Promotie Orgelprojecten te Bunschoten. Het betreft variaties voor de koralen "Gij volken looft uw God en Heer" (Gezang 16 uit het Liedboek voor de Kerken) en "Wie maar de goede God laat zorgen" (Gezang 429). De variaties zijn deels manualiter. Vlotte muziek die heerlijk speelt en luistert. De bundel wordt aangevuld met twee liedbewerkingen van Willem van Twillert: "Het leven is een krijgsbanier"en "Jezus, leven van ons leven". Wat stijl betreft passen De Vries en Van Twillert uitstekend bij elkaar. Prijs van de bundel 26,95 gulden.
Deel 3 in dezelfde serie bevat een partita van Willem van Twillert over het lied "In Chistus is noch oost noch west (Liedboek, Gezang 308). In een persoonlijke toelichting schrijft de componist dat hij bewust "frisse en soms zelfs niet geheel in de stijl passende elementen" toevoegt. Dat is nergens storend, maar geeft zijn muziek een eigen sound. De partita eindigt met een fraaie fuga, waarna nog een keer het koraal met de melodie in octaven volgt. Een waardevolle uitgave, ook uitstekend geschikt als studiemateriaal voor orgelleerlingen. Diverse technieken, zoals triospel en het spelen van de melodie in het pedaal, worden toegepast. Prijs van de bundel "(...)"

Reformatorisch Dagblad 10-09-01 door J. Veerman
Nav Willem van Twillert speelt eigen bewerkingen, Van Oeckelen-orgel, Oud-Beijerland’  STH Sacred Music – cd 1400822
De Spakenburgse organist Van Twillert houdt zich in navolging van zijn leraar Klaas Bolt bezig met het maken van koraalbewerkingen voor de eredienst. Een aantal van deze bewerkingen  is gepubliceerd en op twee cd’s gezet. Onlangs verscheen een derde schijf met koraalbewerkingen. Van Twillert bespeelt het orgel van de hervormde kerk in Oud-Beijerland, dat Cornelis van Oeckelen – de vader van de beroemde orgelmaker Petrus van Oeckelen – in 1826 bouwde.
De cd bevat bewerkingen van twee psalmen en zes liederen. Variërend van een feestelijk preludium of fanfare (Psalm 138 en 81), via een speels duo, trio, of quatuor (Psalm 89, 108, 140 en 116) tot bewerkingen waarbij de melodie wordt begeleid door gebroken akkoorden of omspeeld op een fraaie uitkomende stem (gezang 469). Er zijn zettingen in allerlei soorten en maten te horen. Natuurlijk ontbreekt het canonische voorspel niet (Psalm 86). Naast bewerkingen in achttiende-eeuwse stijl staan er op de cd ook bewerkingen in romantische (gezang 390) en in gematigd moderne stijl (Psalm 85, 86, 142, 143, gezang 325). Alle facetten van het Van Oeckelen-orgel komen in deze vormen en variaties aan bod.
De liedbewerking van Van Twillert zijn soms bijzonder fraai: het trio over “Jezus leven van mijn leven” lijkt regelrecht uit de achttiende eeuw te zijn gestapt. Een schitterende fuga besluit de variatiereeks over “In Christus is noch west noch oost”. De psalmbewerkingen van Van Twillert  zijn soms minder geslaagd. Ritmisch beginnende melodieën eindigen niet-ritmisch (Psalm 81). Motieven breken plotseling af en worden door wildvreeemde vervangen (Psalm 81, 116). Vrolijke bewegingen in 3/4 – of 4/4-maat worden wreed verstoord doordat de Geneefse melodie er in het oorspronkelijke ritme (2/2- en 3/2-maat) dwars doorheen klinkt. Dit was volgens mij niet nodig geweest. Met een paar uurtjes extra schuren zouden ook de psalmbewerkingen geglommen hebben.
Ook aan het cd-boekje had meer aandacht mogen worden besteed. Het geeft, naast goede informatie over kerk en orgel, de volgorde van de cd niet altijd correct weer. Het inlegvelletje met (soms onjuiste) registraties geeft vaak weer een andere volgorde. Desalniettemin is Van Twillerts cd instructief: hij biedt een schat aan ideeën hoe je als organist zelf liedbewerkingen voor de zondagse eredienst kunt maken.

2000

Kerk & Muziek januari/februari 2000 Titel: Voorspelen over alle Psalmmelodieën van Willem van Twillert Recensent: Daniël van Horsen

"Onlangs is er weer een deel uit de serie "Voorspelen over alle psalmmelodieën" van Willem van Twillert verschenen. Deel II met psalm 31 -60, deel III met psalm 61 - 90 en deel IV met psalm 91 - 1-2 zijn reeds verschenen. En daar is dan nu ook het eerste deel. Dit is overigens verdeeld over twee boekjes, zodat deel Ia met psalm 1 - 15 en deel 1b met psalm 16 -3- ontstonden.
Organist en pianist Willem van Twillert had dit eerste deel al eerder af, maar wachtte nog met het uitgeven ervan. En daarvoor had hij zijn redenen. Hij wachtte eerst wat publiciteit en de uitslag van een enquête af. Daaruit bleek dat men prefereerde dat het voorspel de gehele psalmmelodie zou bevatten. Deze wens heeft hij verwerkt in dit eerste deel. Dat had tot gevolg dat het één en ander moest worden omgewerkt, maar uiteindelijk is dit dan het resultaat geworden. Ging het in deel II en III meestal om beknopte voorspelen, in het eerste deel, net als in deel IV overigens, bevatten zo'n beetje alle voorspelen de gehele psalmmelodie.
Het omwerken van deze psalmen had ook nog een praktisch nut. De voorspelen kunnen namelijk ook worden ingekort. In de partituur staat precies aangegeven hoe dat gedaan moet worden. Erg handig wanneer het bijvoorbeeld gaat om een korte intonatie. Of als het rode lichtje midden in het spel aan gaat.
De muziek is in principe geschreven voor een orgel met twee klavieren en pedaal. Dit vanwege het feit dat de psalmmelodie bij zo'n beetje alle voorspelen als uitkomende stem is bedoeld. Dat neemt niet weg dat de muziek ook makkelijk op een orgel met één klavier en pedaal kan worden gespeeld. Wanneer de handen dan erg met elkaar in de knoop komen, kan de uitkomende stem ook makkelijk een octaaf hoger worden gespeeld.

Wanneer we nu naar de muziek zelf kijken zijn er een paar dingen die opvallen. Allereerst is er natuurlijk de maatsoort en het ritme. De maatsoort is uitsluitend 2/2 maat. Dat maakt de muziek enerzijds goed overzichtelijk, maar anderzijds zou iets gevarieerdere maatsoorten het geheel wat minder eentonig maken. Het is nu wel allemaal een beetje hetzelfde, wat dat aangaat. Wat het ritme aangaat is het al beter. Op een enkele uitgeschreven versiering na gaat de notenwaarde niet hoger dan een achtste. Dit maakt dat de voorspelen ingetogen en zonder al te veel tierelantijntjes zijn. Ook de speelbaarheid is daarom niet erg moeilijk. Bovendien zorgt de bladspiegel ervoor dat het goed leesbaar is, zodat de muziek met enig gemak kan worden gespeeld.
Ten tweede is daar nog de tonaliteit. De voorspelen zijn van een niet modern karakter. En ook harmonisch gezien gebeuren er geen schrikbarende dingen. Het is allemaal een beetje terug te voeren naar de tonaliteit van voor 1800. Ook dat maakt de muziek goed bespeelbaar. Daar komt nog bij dat de gekozen toonsoort in de meeste gevallen goed aansluit bij bijvoorbeeld Worp, zodat ook een vierstemmige zetting kan worden gespeeld. Want dat is misschien wel het enige nadeel van deze bundeltjes: er ontbreken koraalzettingen. Het had mijns inziens een kleine moeite geweest ook deze ook toe te voegen. Maar goed, met enig zoeken is er altijd wel een zetting te vinden die goed aansluit.
Kortom, we hebben hier te maken met een bundel voorspelen met een vrij algemeen karakter, die zonder enige problemen voor, tijdens en na de dienst gespeeld kunnen worden,. De prijzen voor deze twee bundeltje bedragen(...)
[ zie hier voor de recente prijzen in de bestellijst leder op deze site].
Ze kunnen in iedere muziekhandel worden besteld of rechtstreeks bij de uitgever. Het wachten is alleen nog op het laatste deel met de laatste 30 psalmen. Dan is ook deze serie compleet."

Dagblad van het Noorden in 2000 over de CD: Willem van Twillert speelt eigen werk III recensent: Oene W. Nijdam
De eredienst bij u thuis. Die indruk krijgt de luisteraar een beetje bij het afspelen van de nieuwe cd van Willem van Twillert, een schijf waarop de organist zijn licht laat schijnen op achttien melodieën. Als koraalbewerker, maar ook als vaardig beoefenaar van de variatievorm. Een 'vertrouwd' licht, want Van Twillert zoekt als componist zijn heil in de historie. Componeren in de stijl van oude meesters, aangenaam om naar te luisteren en technisch heel knap gemaakt. Origineel is een dergelijke schrijfwijze natuurlijk niet, maar dat wordt door de componist ook niet gepretendeerd. Van Twillert wil functionele, gebruiksvriendelijke kerkmuziek maken, partituren waarmee de geschoolde amateur zondags uit de voeten kan. Dat moet lukken, te horen aan de welsprekende wijze waarop de componist zijn voornamelijk barokke stijloefeningen 'demonstreert'. Op een prachtig instrument, het Cornelis van Oeckelenorgel (1827) uit de Dorpskerk van Oud-Beyerland. En net als bij de twee eerder verschenen cd's uit deze serie zijn ook deze koraalbewerkingen van Willem van Twillert verkrijgbaar op partituur.


ORGANIST & EREDIENST 02-02-2000 Maandblad Gereformeerde Organisten Vereniging rubriek Nieuwe uitgaven recensent: Klaas Tjitte de Jong
Psalmvoorspelen band IA en IB, Willem van Twillert, prijs resp. f 19,95 en 24,95, verhoogd met f 5,00 portokosten. (...)
Beide bundels bieden bruikbare voorspelen, waarin vaak ook de gehele melodie klinkt. De lengte in tijdsduur varieert van ongeveer een halve tot ruim drie minuten. Er worden regelmatig mogelijkheden aangegeven om een voorspel in te korten. Vanwege de geringe moeilijkheidsgraad zijn de bundels zeer geschikt voor nog niet gevorderde amateur-organisten.
Voor het relatief eenvoudige pedaalspel wordt hier en daar een nog simpeler alternatief aangedragen. Soms leidt dit wel tot zeer magere oplossingen, zoals het slot van psalm 7/1, of wordt met ped. Ad lib. hier bedoeld, dat de bas ook met de handen gespeeld moet worden?
In het voorwoord schrijft de componist, dat "de voorspelen een stilistisch niet modern klankkarakter bezitten. De grenzen van de klassieke stijl worden soms overschreden zonder dat tonale principes geweld worden aangedaan." Hier en daar klinken verschillende stijlen wel erg dicht op elkaar. Modaliteit en chromatiek verdragen elkaar niet altijd. Dat dit niet betekent dat chromatiek per definitie niet goed kan klinken, bewijst psalm 22/2, waar de harmonie vanaf het begin veel rijker is.
Twee drukfouten: Psalm 1, tweede pagina, derde systeem, maat vier: de cis in de sopraan zal we c moeten zijn? 
Psalm 16:vierde systeem, eerste maat: de fis in de sopraan staat een terts te hoog: moet d zijn. 
Een zeer bruikbare bundel, maar wat wisselend van kwaliteit.
[de opmerking betreft drukfouten zijn correct. Opm. webmaster]
(Het blad is nu getiteld: MUZIEK & LITURGIE Maandblad van de GOV Vereniging van Kerkmusici www.muziekenliturgie.nl)

1999

het Orgel, 1999 nummer 2 recensent: Jan Luth
[Algemene inleiding]
"De stijlen van de muziek uit Renaissance, Barok, Klassieke periode en Romantiek zijn goed herkenbaar. Hoe zullen echter muziekhistorici later de stijl van de 20ste eeuw typeren? Aan het begin van deze eeuw zien we al een verscheidenheid die karakteristiek gebleven is. Jan Zwart en Arnold Schönberg waren tijdgenoten. Die verscheidenheid vinden we terug in de bundels met voorspelen voor in de eredienst die aan de redactie ter bespreking werden aangeboden. De bibliografische gegevens staan in het kader hiernaast." [Volgen namen van: Bernard Smilde, Henk de Gelder en Herman Lammers, Vereniging Gereformeerde Kerkorganisten, Geert Bierling, Willem van Twillert en Willem Hendrik Zwart. Van elk van hen volgt een bespreking.]
"Willem van Twillert streeft ernaar de psalmmelodie herkenbaar te houden voor de gemeente. Om die reden zijn geen versieringen aangebracht. Ook deze uitgave houdt rekening met de organist die niet meer dan één manuaal tot zijn beschikking heeft.
Van Twillert schrijft dat hij de klassieke stijl in deze bundel hanteert. De imitatietechniek is in deze voorspelen erg vaak toegepast."

1998

Nederlands Dagblad 27-11-1998 Titel: Buitendijk helpt bij Liedboek Recensent: Roel Sikkema   
"(...) Enigszins vergelijkbaar zijn de Voorspelen over alle psalmmelodieën van Willem van Twillert. Met Buitendijks werk hebben de meeste voorspelen gemeen dat ze vrij snel zijn in te studeren. Van Twillert gaf nu deel IV uit met de Psalmen 91 tot 120. Evenals in de voorgaande delen staan er duidelijke aanwijzingen voor de uitvoering bij en tekens waarmee voorspelen kunnen worden ingekort.

Organist & Eredienst september 1998 Titel: Voorspelen over alle psalmmelodieën deel IV psalm 91-120, Willem van Twillert recensent: Klaas Tjitte de Jong
Deze serie voorspelen is bedoeld voor organisten die willen beschikken over een scala van voorspelen in allerlei vorm, bij alle psalmmelodieën. De melodie is duidelijk herkenbaar, soms zijn er meerdere voorspelen bij één psalm, de speelbaarheid is tamelijk eenvoudig. De voorspelen zijn vaak naar believen in te korten. Een uitvoering op orgel met één manuaal is geen probleem.
Enkele kritische noten: Maatstrepen in psalmcomposities zijn vaak niet goed te verenigen met de melodie (vgl. psalm 102). Ze zijn wellicht eerder bedoeld als "hectometerpaaltjes" ter oriëntatie dan om de maat en de zwaartepunten daarin aan te geven. Het zou goed zijn hierop te attenderen.
Volgens het voorwoord komt de klassieke stijl in deze band het meest aan bod. Het is mij eerlijk gezegd niet duidelijk welke stijl bedoeld wordt. Voor mijn gevoel wordt een niet modern klinkend idioom bedoeld, dat binnen één voorspel vaak de grenzen van één stijl te buiten gaat. Mogelijk heeft ook de beoogde eenvoud de creativiteit niet altijd positief beïnvloed. Het tweede voorspel bij psalm 120 is echter zeer goed geslaagd ondanks de grotere eenvoud en het consequenter gehanteerde (iets moderner) idioom. Voorspel 1 hinkt wat dat betreft teveel op twee gedachten. Zeer fraai is ook het voorspel van psalm 118: duidelijk, contrapuntische en harmonisch interessant en een functioneel gebruikte sequens.
Samengevat: een praktische bundel van wisselende inspiratie met fraaie uitschieters, die voor vrijwel geen organist te moeilijk zal zijn."

TROUW 30-04-1998 CD EPE 
Titel: "Fraaie orgels op kleine-labels" (Christo Lelie? Niet ondertekend)
"In de stroom orgel cd's uitgegeven door kleine labels al of niet in samenwerking met een kerkbestuur of een concertcommissie mag de opname van het Meere-orgel uit 1809 te Epe gemeld worden. Willem van Twillert demonstreert de waarde van het instrument op de cd MUSICQ ROND HET MEERE-ORGEL (VLS Records Beilen VCL0398) in een groot aantal korte en veelal onbekende werken overwegend uit de late barok en de romantiek; daaronder enkele curiositeiten en stukken op de grens van kunst en kitsch, zoals de 'Boléro du Divin Mozart' van Guy Bovet en een balletmuziekje, 'Pas redoublé', van Bernardus van Bree."

Reformatorisch Dagblad 30- 03-1998 Liedbewerkingen Recensent:C.H. van Dijk  
"(...) Naast Ewald Kooiman, die ten behoeve van de serie "Incognita Organo" heel wat speurwerk verricht, houdt ook Willem van Twillert zich bezig met het zoeken naar oude, in de vergetelheid geraakte, muziek. Bij Willemsen verscheen inmiddels het twaalfde deel uit de serie "Organisten uit de 18e en 19e eeuw", ditmaal met bijdragen (grotendeels koraalmuziek) van J.B Kehl, J.C. Conrad en J.C.S. Müller. Naast het gegeven dat al deze componisten uit dezelfde (stijl)periode afkomstig zijn, hebben ze ook hun vaderland (Duitsland) gemeen. Het grootste deel van de bundel vermocht me overigens slechts matig te boeien." 

Reformatorisch Dagblad 30 -03 - 1998 Psalmmelodieën als inspiratiebron (fragment) door D.H van Dijk   
Ook in onze tijd worden de psalmmelodieën regelmatig als basis voor muziek ten behoeve an kerk en huis gebruikt. Zowel professionele musici als amateurs schreven bewerkingen in verschillende stijlen en met wisselend succes. Een bekende naam onder deze componisten is Willem van TWillert. Van Twillert, is organist in Amersfoort en leerling van onder meer Piet Kee, Gustav Leonhardt en Klaas Bolt, liet in het verleden al diverse malen van zich horen. In zijn voornamelijk bij Willemsen uitgegeven koraalmuziek ontpopte hij zich als een begenadigd musicus, die zich uitermate thuis voelt in het 18e eeuwse klankidioom. Dat juist Van Twillert de taak op taak nam om uit nu alle 150 psalmen van een voorspel te voorzien, zal veel orgelliefhebbers als muziek in de oren klinken. Dat hij daarbij niet de eerste, en waarschijnlijk ook niet de laatst zal zijn, zal niemand verbazen. De voorspelen van Van Twillert kunnen echter niet met een normaal koraalboek worden vergeleken, vanwege het feit dat koralen, tussen- en naspelen ontbreken. Verder is er geen sprake van een bundel in een harde kaft, maar van een serie van vijf deeltjes.
Een vergelijking met de bekende reeks psalmbewerkingen van Jaap Niewenhuijse gaat ook niet op. Niewenhuijse leverde verschillende voorspelen per psalm en schreef er een koraalzetting bij. Hij had daardoor elf delen nodig om zijn psalmenproject te voltooien. De voorspelen van Van Twillert laten zich misschien nog het beste vergelijken met die van Adriaan Kousemaker, die, weliswaar wat compacter, ook alle psalmen van een voorspel voorzag. Dat Van Twillert meer papier nodig heeft, ligt voornamelijk aan de wat grotere notenbalken (die overigens prettig lezen) en het zeer frequente gebruik van drie notenbalken per systeem, zodat er gemiddeld een hele pagina voor een voorspel nodig is.
Opvallend is dat Van Twillert in deze serie regelmatig een wat meer hedendaagse toon aanslaat. Zo beluisteren we bijvoorbeeld zeer regelmatig open kwinten, waardoor niet iedereen alle voorspelen in gelijke mate zal waarderen.Van Twillerts kundigheid staat echter buiten kijf.
Daarbij is de moeilijkheidsgraad tamelijk laag, hetgeen weer perspectieven biedt voor de wat minder bestudeerde organist. [het vervolg van dit artikel gaat over prijzen en wijze van bestellen, vervolgens komen ook andere componisten aan bod]

Nederlands Dagblad 20 april 1998 Titel: Meere-orgelmusicq recensent: Peter Sneep 
"Willem van Twillert speelt op het in 1994 gerestaureerde en uitgebreide orgel van de Grote Kerk in Epe vooral galante muziek. Dat is ook logisch, want het instrument van Meere (het is ook een beetje een Reil-orgel), stamt uit het begin van de negentiende eeuw. Tijdens de galante periode stond de melodie, in samenhang met het gevoel, zo omschrijft van Twillert in het boekje.
Van Twillert en Meere/Reil vormen een uitstekende combinatie op de cd Musicq rond het Meere-orgel. In min of chronologische [sic] volgorde volgt de organist de componistenstamboom vanaf J.S. Bach: Kittel, Gerber, Fischer, Gebhardi, en Richter. Om daarna vanaf Bach weer een andere lijn te volgen: Krebs, Mozart, van Bree, Boëly, Schumann.
Het orgel is een echt 19e eeuws instrument. Blijkens het boekje had het oorspronkelijk een manuaal. In 1994 kreeg het een tweede klavier erbij , met pijpwerk van een Meere-orgel uit Vianen. Verder is een groot deel van de pijpen van de hand van restaurateur Reil. Ik had overigens wel wat meer willen lezen over de geschiedenis van het instrument en de visie op de restauratie.
Van Twillert speelt zoals altijd: Betrokken en gewetensvol. Maar misschien zijn z'n immer creatieve registraties wel het meest zijn handelsmerk. Toch komt van Twillert niet met zichzelf, maar stelt zich in diens van de muziek en een prachtig orgel."

Reformatorisch Dagblad 20-02-1998 Van Klaas Bolt tot Gradus Wendt door C.H. van Dijk  
[inleiding]
"Nederlanders hebben een reputatie als het om het schrijven van koraalbewerkingen gaat. Al in de zestiende eeuw hield Jan Pieterszn. Sweelinck er zich mee bezig en sinds die tijd waagden velen zich met wisselend succes op het pad van de koraalmuziek. Veel werken zijn sindsdien - vaak niet geheel ten onrechte - onder het stof verdwenen.
Evenals de namen van hun makers. De vraag naar nieuwe blijft echter aanhouden."
"(...) Fijne muziek trof ik in de bundel "Koraalbewerkingen deel 1" aan, een initiatief van Willem van Twillert. Van Twillert nam zelf twee bewerkingen voor z'n rekening: Psalm 119 en "Blijf mij nabij". Verder werkten Henk Gijzen (Lied 448, Lofzang van Simeon), Dick Koomans (Psalm 96, Lied 195) en Joachim Frisius (Lied 147, gezang 501[sic], Lied 181 en lied 90) mee.
Met name de spontaan aandoende, ongecompliceerde muziek van laatstgenoemde zal veel luisteraars aanspreken. Ook de overige bijdragen mogen er zijn: muziek van niveau voor degenen die bereid zijn er even voor te gaan zitten."


Reformatorisch Dagblad  (1998) Titel: Van Twillert Nav CD Epe recensent:  J. Veerman
"Al eerder maakte Van Twillert ze: cd's waarop historische orgels in al hun klankschoonheid te horen zijn. 
In januari van dit jaar maakte hij zo'n cd in de dorpskerk van Epe. Het orgel in deze kerk werd in 1809 door de Utrechtse orgelmaker Abraham Meere gebouwd. Slechts twaalf stemmen groot. De laatste keer dat ik het bezocht was het instrument ingrijpend veranderd: de speeltafel was geëlektrificeerd, het aantal registers bijna verdriedubbeld, en de kast, om alle stemmen te kunnen bergen, schuin uitgebouwd tot aan de torenmuur. Het pedaal was zelfs van een 32-voets Bromstem voorzien.
In 1993/94 werd Epes orgel door de Gebr. Reil uit het naburige Heerde van z'n bromstem beroofd. Deze brachten in opdracht van de Stichting tot Behoud van het Meere-orgel de kast tot normale proporties terug, reconstrueerden het oorspronkelijke manuaal en voorzagen het later toegevoegde bovenwerk en het vrije pedaal van pijpwerk in Meere-stijl. Sindsdien ziet het instrument met z'n knalrode kast, drie hooggekapte torens en weelderige snijwerk er weer magnifiek uit. En klinkt het als een kleurendoos, vol fraaie geluiden. Vooral de Vox Humana in tenorligging is toppunt van schoonheid.
Van Twillert presenteert het orgel op de cd met aantrekkelijke muziek uit de 18e eeuw. Muziek vol vrolijkheid, vuur en verstilling, die speciaal voor het instrument geschreven lijkt te zijn. We horen, behalve werken van Bach, muziek van zijn leerlingen Gerber (Trio's) Krebs en Kittel (Praeludia), en van hun tijdgenoten Fischer, Richter en Gebhardi. Van een zekere "Mozart" staat er een verrassende "Boléro" op.... Van Twillert besluit zijn cd met de plechtiger en bezadigder klanken uit de vroege romantiek: die van Schumann, Boëly, Da Bergamo en Van Bree. Ook dan klinkt Epes orgel overtuigend. Van Twillert heeft weer een cd gemaakt die het beluisteren waard is: Een schijf waarmee je anderen, orgelspelende nichtjes en neefjes bijvoorbeeld, een groot plezier kunt doen"

Reformatorisch Dagblad 30 januari 1998 Titel: Van Twillert recensent: Gert de Looze 
Voor organisten die 's zondags graag muziek in het 18e-eeuwse klankidioom op de lessenaar zetten, is Willem van Twillert geen onbekende. Deze musicus bedient hen al jaren op hun wenken met het schrijven van bruikbare koraalgebonden muziek.
Tot Van Twillerts 'dienstverlening' hoort ook het voorspelen van zijn werken op cd.
Evenals een eerdere registratie op het label Festivo (FECD126) blijkt ook deel II een bron van inspiratie. Doorzichtigheid, helderheid en fijnzinnigheid kenmerken Van Twillerts spel en registraties. In de Kamper Hinsz vindt Van Twillert een op maat gesneden bondgenoot. Speler, composities en instrument ontpoppen zich tot een stralende eenheid. De bewerking in laat-achttiende-eeuwse stijl lenen zich goed voor een demonstratie van dit orgel.
Afwisselend klinkt, in fraaie registercombinaties, de melodie in sopraan, alt, tenor of bas.
De cd bevat variaties over de Psalmen 42, 49, 99, 121, 140, 150, en bewerkingen over "De ware kerk des Heren" en "Blijf mij nabij". Van Twillerts product heeft "geen andere pretentie dan goed ambachtswerk" te leveren en "zowel de kenners als de liefhebbers luistergenoegen te verschaffen en te behagen met goedlopende gedachten". Hij slaagt daarin. Het is te hopen dat deze schijf mensen op de orgel- of in de kerkbank die nog wat huiverig tegenover de 18e-eeuwse materie staan, over de streep trekt."

1997

Organist & Eredienst, december 1997 recensent: Bert Wisgerhof
"Willem van Twillert speelt eigen koraalbewerkingen in de Bovenkerk te Kampen, deel 2 (Festivo FECD 160...)."
De koraalbewerkingen die Van Twillert op deze CD speelt zijn geschreven in de galante of in de vroeg-romantische stijl. Veruit de meeste bewerkingen zijn in uitgaven (van Willemsen of Lindenberg) in druk verschenen. Variatiereeksen waarin allerlei muzikale vormen van de laatbarok worden toegepast kunnen op deze CD beluisterd worden. Ze hebben betrekking op de melodieën van de psalmen 150, 140, 121, 99 en 42 en de gezangen 303 en 392 uit het Liedboek. Van Twillerts verzorgde en levendige manier van spelen sluit naadloos op de stijl van zijn composities aan, De klank van het fraaie Kamper orgel is mooi vastgelegd. Het booklet geeft nuttige informatie (waaronder de gebruikte registraties). De speelduur is met 50 minuten niet lang, maar daarvoor heeft de CD ook een relatief voordelige prijs."   

Kerk & Muziek November/december 1997 Willem van Twillert speelt eigen werk deel 2 door E.v.d. Berg  
Op de hier besproken CD beluisteren we een aantal koraalbewerkingen van Willem van Twillert, die eerder al in druk zijn verschenen. Van Twillert licht in het uitgebreide booklet toe, dat hij bij deze bewerkingen voor de galante en vroegromantische stijl heeft gekozen. Hierbij heeft hij ook gebruik gemaakt van handboeken die in deze periode zijn verschenen. Overigens neemt deze keuze niet weg, dat meerdere stukken op deze CD aan een componist doen denken, die in 1800 al een halve eeuw niet meer leefde.
De CD bevat zeven Psalmen, 150, 140, 121, 133, 99, 42, en 49 en twee gezangen, waaronder "Blijf mij nabij", die op verschillen de manieren, behandeld worden. De uitgebreidste bewerking bevat acht variaties, de kortste alleen een toccata. Van Twillert is erin geslaagd er een gevarieerd geheel van te maken, ondanks het feit, dat hij verschillende keren dezelfde compositietechnieken gebruikt.
Het instrument dat hij voor deze bewerkingen gekozen heeft, is het Hinsz-orgel in de Bovenkerk te Kampen, dat voor een gedeelte uit de periode rond 1800 stamt. Wat dat betreft is het wel sneu, dat het borstwerk op deze CD niet aan bod komt, terwijl daar juist drie van de vier manuaalstemmen uit deze periode op zitten.
De gebruikte registraties geven een aardig beeld van de mogelijkheden van het orgel, hoewel het wel wat gevarieerder had gemogen. De beschrijving van de registraties had beter gekund; afgezien van het feit dat van sommige stukken de registratie niet meer bewaard gebleven was, is de opsomming ook niet altijd even helder.
Van Twillert zegt, dat hij met deze CD 'geen andere pretentie heeft dan goed ambachtswerk'. Wat mij betreft is hij daarin geslaagd.

 

Organist & Eredienst 1997/11 (thans; Muziek & Liturgie) Recensent: Bert Wisgerhof   
1: Orgel deel IX Willem van Twillert en Joachim Frisius koraalbewerkingen
2: Koraalbewerkingen deel I: van Twillert, Joachim Frisius, Dick Koomans, Henk Gijzen  
3: Organisten uit de 18e en de 19e eeuw band XII: Kehl, Conrad, Muller

"Uitgave 1 bevat voor het overgrote deel bewerkingen in een late barokstijl of een vroeg romantische stijl van Willem van Twillert en diens Berlijnse vriend en collega Joachim Frisius, Van Twillert droeg aan deze bundel bij met bewerkingen over de psalmen 6, 48, 74/116, 138 (de beide laatste als partita), Frisius is vertegenwoordigd met twee bewerkingen (waaronder een fraaie pastorale) over Psalm 84, zetting en orgelkoraal over het bij ons niet zo bekend 'Lobet den Herren, alle, die Ihn ehren' (EG 447), een sfeervolle pastorale over het vaak verguisde Gezang 143 en een bewerking met zetting over Gezang 444. Als appendix voegde Van Twillert daar nog een bewerking in hedendaagse kleuren aan toe.
In uitgave 2 ontmoeten we dezelfde componisten, nu versterkt door Henk Gijzen en Dick Koomans. Het stijlidioom is opnieuw dat van de laatbarok.
Gijzen schreef drie aantrekkelijke variaties en een zetting over Gezang 448. Vergis u niet met die zetting: voor begeleiding van gemeentezang is deze niet geschikt vanwege de doorgaande achtsten beweging. Ook van Gijzens hand is een bewerking in Bach-stijl over Gezang 68. Dick Koomans is present met bewerkingen over psalm 96 en Gezang 195, Van Twillert met Trio, Fuga en zetting van Psalm 119 en een canonische bewerking en zetting over Gezang 392. Joachim Frisius maakte voor deze bundel drie bewerkingen over Gezang 147. Helaas staan deze in D, de toonsoort van het Evangelisches Gesangbuch, wat de bruikbaarheid voor de Nederlandse praktijk aanzienlijk vermindert. Hetzelfde is het geval met Frisius' bewerking over Gezang 181, die in e-mineur staat.
Als geheel maakt de bundel een wat rommelige en weinig doordachte indruk: bijeengeraapt materiaal, veelal best aardig en bruikbaar, maar als bundel geen concept.
Uitgave 3 bevat muziek uit de 'galante' tijd rond 1800. We treffen er koraalbewerkingen en vrije stukken in aan van drie zo goed als onbekende Duitse componisten. Ze zijn ook niet voor niets onbekend is de conclusie na het doorbladeren van deze bundel. Slechts het Trio in D van J.C. Conrad (met de karakteraanduiding: 'Vergnüglich') en de Fuga in C van J.C. S. Müller hebben muzikaal wel iets te bieden en zijn ook bruikbaar in het kader van het orgelonderwijs."

de Orgelvriend, 09 - 1997 Eigen Koraalbewerkingen Kampen, Deel II Festivo FECD 160 Recensent: Bart Feenstra

Vol verwachting klopte mijn muzikale hart toen ik deze cd opzette, maar niet alvorens eerst het tekstboekje gelezen te hebben. Ik raad een ieder aan dit eerst te doen. Op instructieve en informatieve wijze licht Van Twillert zijn motieven toe om aan het componeren te gaan. Uiteindelijk beoogt hij zowel kenners als liefhebbers luistergenoegen te verschaffen en - om te vervolgen met een pracht van een citaat van Jacob Adlung (1699-1762) - "te behagen met goedlopende gedachten".
Het boekje verschaft verder in vogelvlucht de geschiedenis van het orgel in de Kamper Bovenkerk (och...als klavieren en pedaal eens konden vertellen!) en het muzikale c.v. van Willem van Twillert. Zijn brede opleiding en belangstelling vormen een garantie voor bewerkingen in de galante en vroeg-romantische stijl. Als ambachtsman is hij erin geslaagd met zijn compositie veel luistergenoegen te verschaffen. Zijn vertolking is verzorgd en aansprekend. Plezierig is dat ook de registraties in het boekje zijn vermeld.
Het Hinsz-orgel bezit een rijk palet aan klankkleuren, dat in de opeenvolgende bewerkingen fraai wordt gedemonstreerd, zowel op uitbundige als op intieme wijze. De opname is ruimtelijk, helder, maar toch duidelijk.
Met één keer beluisteren kom je er niet als aandachtig luisteraar. Een felicitatie aan de componist-vertolker en aan Festivo is op zijn plaats.
Enkel indrukken. Toccata psalm 150: tintelend en verrassend met een heel eigen karakter. Partita psalm 140: acht variaties, op ambachtelijke wijze geschreven, kleurrijk vertolkt. Psalm 121: fijnzinnig, qua opbouw. Psalm 99 (nr. 16), Manualiter Con devozione, doet sterk denken aan Bachs 'Erbarm dich mein, o Herre Gott'. Een knappe barokimitatie!
Al met al beveel ik deze vriendelijk geprijsde cd van harte aan.
Ter afsluiting: een citaat uit het boekje en een vraag. "Daarbij ontwikkelde ik een voorliefde voor psalmmelodieën. Door de volksliedachtige structuur, de voorname melodische wendingen, die soms nog resten gregoriaans bevatten, en de objectieve kerktoonsoorten, vormen de psalmmelodieën voor mij een bron van inspiratie."
Zouden over dit onderwerp niet enkele artikelen te schrijven zijn?

 

de Orgelvriend september 1997 Koraalbewerkingen deel I Uitgeverij Willemsen no. 1031.recensent: Bart van Buitenen
Het blijft een gegeven dat in de 18e eeuw in Nederland weinig tot geen koraalmuziek voor het orgel is geschreven, terwijl de orgelbouw in deze periode dermate hoogtij vierde dat een groot deel van onze hedendaagse orgelbouw op deze periode is georiënteerd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een aantal mensen zich inmiddels lijkt te hebben gespecialiseerd in het schrijven van koraalmuziek in 18e eeuwse trant; doorgaans muziek van hoge kwaliteit die desondanks (of juist daarom!?) bij de kerkganger goed in het gehoor ligt. In samenwerking met Willem van Twillert is ook uitgeverij Willemsen overgegaan tot het uitgeven van dergelijke 'stijlkopieën'. Een voorbeeld hiervan is de onderhavige bundel met koraalbewerkingen van Joachim Frisius, Henk Gijzen, Dick Koomans en Willem van Twillert. In een nogal willekeurige volgorde vinden we in deze bundel bewerkingen van achtereenvolgens Gezang 448; de Lofzang van Simeon (HG); Psalm 96 (DK): Psalm 119 (WvT)); gezang 147; Wie lieblich ist der Maien; Gezang 181 (JF); Gezang 392 (WvT); Gezang 195 (DK) en Gezang 90 (JF).
Over het algemeen is de stijl van de 'oude meesters' goed getroffen in deze composities. Henk Gijzen en Dick Koomans verwijzen harmonisch en qua contrapunt het meest naar de Leipziger Thomascantor, terwijl Willem van Twillert en Joachim Frisius uit Berlijn - hij studeerde korte tijd bij Klaas Bolt - bewijst dat genoemde typisch Nederlandse vorm van koraalmuziek ook internationaal weerklank vindt. De toonhoogte van Frisius' bewerking is gerelateerd aan het Duitse Evangelische Gesangbuch, wat inhoudt dat een tweetal koraalbewerkingen van zijn hand in een andere toonaard staat dan de betreffende melodie in het Liedboek voor de kerken. Van deze gezangen is echter eveneens een zetting in besproken bundeltje opgenomen.
De bewerkingen van Willem van Twillert in deze bundel komen mij af en toe wat minder stijlgetrouw over; zo lijkt een mixolydische cadensformule in de zetting van Psalm 119 mij in een laat 18e eeuws idioom wat gezocht. Verder komt de strikte driestemmigheid in de canon over gezang 392 wat iel over; deze zo oer-Engelse hymn vraagt m.i. meer om een minstens vierstemmige bewerking. Over het algemeen is deze bundel echter de aanschaf meer dan waard; een groot aantal bewerkingen verdient het zeker ook eens buiten de eredienst gehoord te worden. Een aantal variaties is niet eenvoudig speelbaar, maar voor de doorsnee kerkorganist die meer wenst dan de platgetreden paden beslist een uitdaging.

De Orgelvriend september 1997 ORGANISTEN UIT DE 18E EN 19E EEUW BAND XlI Recensent: Bart van Buitenen
Door middel van de cyclus Organisten uit de 18e en 19e eeuw heeft Willem van Twillert reeds diverse onbekende composities aan de vergetelheid onttrokken. Ook in Band 12 van deze reeks vinden we weer een aantal werken van vrijwel onbekende, in dit geval Duitse organisten/componisten. Het grootste deel van deze bundel wordt gevormd door een selectie uit "Einige variirende Chorale" van Johann Balthasar Kehl (1725-1778); doorgaans eenvoudig speelbare galante gebruiksmuziek waar de wat langere bewerking over ‘Erschienen ist der herrlichen Tag’ en met name ‘Es ist das Hell uns kommen her’ uitspringen. Genoemde selectie koraalvoorspelen wordt in deze bundel aangevuld met een galant Trio van Johann Christoph Conrad (? - na 1772), een Vorspiel mit variirten Choral ‘Christus der ist mein Leben’ en een Fantasia per Organo pleno en Fuga van Johann Christian Samuel Muller (?-na 1813). De uitgave oogt verzorgd; geraadpleegde bronnen worden in het voorwoord yermeld. Eventuele kleine correcties worden in de notentekst verantwoord. Het toevoegen van een ‘variant’ van de hand van de editor bij ‘Es ist das Heil uns kommen her’ in de Liedboeklezing van deze melodie lijkt mij wat vergaand, temeer daar de toonaard niet met die in het Liedboek overeenkomt. Besproken bundel lijkt met name zinvol voor gebruik op onze vele ‘kleine’ historische orgels, waar het ‘grote’ repertoire door bijvoorbeeld een beperkte pedaalomvang ongespeeld moet blijven; daarnaast is deze bundel ook voor educatieve doeleinden zeer bruikbaar.
Uitgeverij Willemsen no. 1030. Prijs f 21,95

de Orgelvriend Juli/Augustus 1997 Psalmbewerkingen van Willem van Twillert Recensent: Gerco A. Schaap
Een kerkorganist die op zoek is naar een psalmvoorspel kan zich vandaag de dag verheugen in een ruime keuze voorspelen. Vorig jaar presenteerde het Boekencentrum al een bundel psalmvoorspelen van de hand van 30 vooraanstaande organisten, en ook bij Boeijenga kwam een voorspelen boek uit van de hand van Gerrit Stulp.
Daarnaast vordert Gerrit 't Hart gestaag met psalmbewerkingen en trad ook Willem van Twillert naar buiten met zijn serie beknopte psalmvoorspelen. Van de vijf door hem geplande delen zijn er nu twee (II en III) verscheen. Deel IV staat gepland voor dit najaar. Ze worden op de markt gebracht door de Stichting Promotie Orgelprojecten.
Van Twillert hanteert bij het componeren van zijn voorspelen de volgende uitgangspunten:
- elke psalmmelodie zeer herkenbaar in het voorspel etaleren, zodat tempo en ritme de gemeente zo duidelijk mogelijk worden;
- een zo groot mogelijk afwisseling bereiken in stijl, vorm en idioom. Tevens zo inventief mogelijk met de melodische gegevens omgaan;
- de speelbaarheid zo eenvoudig mogelijk houden zonder simpel te worden.
Bij het merendeel van de psalmen is eenvoudig pedaalspel vereist.
Bij de presentatie van de derde bundel vorig jaar, in de Amersfoortse Sint Joriskerk, kregen we een keur van voorspelen uit de bundels te horen.
Ze zijn inderdaad kernachtig, van versieringen in de koraalmelodie is - als variatiemogelijkheid - bewust afgezien, omdat de melodie herkenbaar moet blijven. De uitvoering is zowel op eenmanualige als op meermanualige orgels mogelijk.
Een sterk punt van Van Twillerts bewerkingen is, dat ze consequent eindigen met het duidelijk etaleren van de eerste psalmregel; zó leg je de melodie de gemeente 'in de mond' en zet zij overtuigender in dan wanneer het voorspel eindigt met de laatste regel, zoals al te vaak het geval is. Het tempo van het voorspel is gelijk aan dat van de te zingen psalm.
Groot is de variatie in idioom, stijl en wijze van omspelen in deze voorspelen. In psalm 31 wordt de melodie canonisch ingezet, waarop een 'plenum-antwoord' volgt. Psalm 42 is opgezet volgens het beproefde 'Boltconcept': de cantus firmus met een tongwerk in de tenor, met een omspeling op het tweede manuaal.
Psalm 45 ademt het renaissance-idioom; de melodie ligt in de alt en de regels worden gealterneerd met akkoordenloopjes. De melodie van psalm 46 wordt gedragen door een simpele maar effectieve kwint begeleiding.
Een mooi staaltje van tekstuitbeelding vinden we in het voorspel voor Psalm 47 ('God stijgt blinkend schoon / met gejuich ten troon'), waar de linkerhand begint met een stijgende toonladder. Ook in psalm 54 ('O Heer, neem mijn gebed ter ore!') waar de linkerhand begint met een opwaarts gerichte notenstroom. Psalm 49 en 51 (manualiter) zijn resp. fugatisch en canonisch van opzet. In psalm 60 (voorspel II) gaat de componist volgens zijn beproefde 'stem-en tegenstem' recept te werk.
Van Twillert geeft in zijn psalmvoorspelen blijk van een enorme inventiviteit. Ik constateer een grote verscheidenheid aan vormen en omspelingen in een fris, aantrekkelijk idioom, dat nergens 'gewild' modern, noch archaïsch aandoet.
Een aantal zaken verhoogt de praktische bruikbaarheid van deze bundels. In de meeste voorspelen is een mogelijkheid aangegeven om eerder te stoppen, aangeduid door een tussen haakjes geplaatst FINE. Bij dubbelmelodieën is meestal de ene versie in een gematigd modern en de andere versie in een klassieker gewaad gestoken, aangegeven door de vermelding 'Zie ook...' [opmerking WvT: Dit geldt alleen voor de delen II en III.] Soms zijn bij een melodie twee voorspelen gemaakt. Ook komt het voor dat hetzelfde voorspel afgedrukt is bij de dubbelmelodie. Het andere psalmnummer is dan tussen haakje geplaatst. Het kiezen van een registratie wordt evenwel aan de inventiviteit van de organist overgelaten.
Behalve voor de eredienst zijn deze voorspelen ook uitermate geschikt voor de (orgel)lespraktijk. Met het oog daarop zijn vingerzettingen aangebracht, die echter niet dwingend zijn voorgeschreven.
Niet in de laatste plaats is een compliment op zijn plaats voor de fraaie uitgave van de bundels op chamoispapier, in een stevig geplastificeerde omslag. De gravure is puntgaaf en overzichtelijk, en de voorspelen zijn zo ingedeeld dat er nooit omgeslagen behoeft te worden.
Het lijkt mij niet alleen een feest om deze voorspelen in de zondagse eredienst te horen, maar ook om ze zelf tot klinken te brengen. 

Nederlands Dagblad 4 augustus 1997 recensent: Peter Sneep 
De Amersfoortse organist Willem van Twillert staat bij amateur-organisten bekend als de leverancier van veel koraalgebonden muziek voor de eredienst. Van Twillert speelt zijn eigen muziek nu voor de tweede keer zelf, op het orgel in de Bovenkerk van kampen. Een eerdere cd met koraalbewerkingen verscheen ook bij Festivo (FECD 126).
De organist leeft zich helemaal uit op de thema's, vooral psalmmelodieën (42, 49, 99, 121, 133, 140, 150). Allerhande variatietechnieken bezigt hij. De cd opent met een toccata over Psalm 150, maar wie een hoop lawaai met het volle werk verwacht, komt bedrogen uit. Van Twillert weet met veel zachtere registraties een waar stuk feestmuziek te scheppen.
Hij schaamt zich er ook niet voor bij grote componisten leentjebuur te spelen. Twee variaties bij psalm 99 lijken als twee druppels water op respectievelijk de koraalvoorspelen 'Allein Gott in der Höh'sei Ehr' en 'Erbarme dich mein, o Herre Gott' van J.S. Bach. Daarmee zijn Van Twillerts composities ook meteen in tijdsperspectief geplaatst. Hij oriënteert zich bij zijn liedbewerkingen vooral op de 18e eeuw, de late barok. "Beoogd wordt zowel de kenners als de liefhebbers luistergenoegen te verschaffen en te behagen met goedlopende gedachten" schrijft hij in het boekje, Jacob Adlung citerend. Een van die goedlopende gedachten is wel de canon 'Blijf bij mij Heer'. Vele malen toont Van Twillert zich een goede leerling van Klaas Bolt, zeker waar het gaat om zettingen met tegenstem, of met de melodie in de rechtervoet van het pedaal.
Van Twillert gaat creatief met de registers van het Bovenkerkorgel om. Gelukkig staat in het boekje precies wat Van Twillert (er) allemaal uithaalt, want soms geloof je je oren niet.

TROUW 12 juli 1997 Titel: Stijlpastiches in koraalkunst recensent: Christo Lelie 
"In de periode tussen Bach en de romantische meesters werden er dozijnen koraalvoorspelen geschreven die minder bekend werden omdat de componisten tot het tweede garnituur behoorden. Er zit aantrekkelijk materiaal bij dat als regel gemakkelijker aanspreekt en speelbaar is dan het werk van Bach, door een open en ongecompliceerde schrijfwijze en een rococo galanterie.
Organist Willem van twillert interesseert zich al jaren hiervoor. Behalve dat hij werken van onbekende meesters van omstreeks 1800 speelt, schrijft hij zelf composities in de laat-achttiende-eeuwse stijl. Inmiddels is een tweede deel verschenen van WILLEM VAN TWILLERT SPEELT EIGEN KORAALBEWERKINGEN (Festivo FECD 160). Evenals het reeds in deze rubriek besproken deel 1 (FECD 126) werd de cd opgenomen op het prachtige Hinszorgel in de Bovenkerk te kampen. Ook deel 2 bevat aangenaam klinkende composities, fijnzinnig gespeeld en geregistreerd, stijlpastiches die net zo goed van Duitse komaf konden zijn. Met uitzondering van twee evergreens uit de protestantse koralen ('De waren kerk des Heren' en 'Blijf mij nabij'), gaat het om psalmbewerkingen.
Luisteren naar deze opnames kan voor organisten en [sic] inspiratiebron zijn bij het zelf improviseren. Voor hen is het interessant om te weten dat Willem van Twillert ook voorziet in muziekuitgaven. Zo verscheen onder zijn redactie bij Muziekuitgeverij J.C. Willemsen te Huizen onlangs de 12e band in de serie 'Organistien uit de 18 en 19e eeuw', met voor de eredienst bruikbare en vrij gemakkelijk [sic] werken van J.B. Kehl, J.C. Conrad en J.C.S. Müller.
Wie in de partituren van Van Twillerts eigen koraalbewerkingen geïnteresseerd is, kan ook bij deze uitgeverij terecht, Voor het eerste van een bundel 'Koraalbewerkingen' wist Van Twillert zijn Nederlandse collega's Dick Koomans en Henkt Gijzen en de Duitser Joachim Frisius te enthousiasmeren tot het componeren in de na-Bachse stijl. Dit leidde tot vrij eenvoudig speelbare, toegankelijke koraalvoorspelen, waar menige kerkorganist zijn voordeel mee kan doen. '

EREDIENST, juni 1997 N.a.v. Willem van Twillert speelt eigen koraalbewerkingen Volume II. recensent: Sietze de Vries
Er blijkt een markt voor te zijn: Willem van Twillert brengt nu al zijn tweede cd met eigen werk uit. In het cd-boek geeft van Twillert zijn motivatie voor het schrijven van koraalvoorspelen. Allereerst onderscheidt hij twee groepen muzikanten die zich met koraalmelodieën bezighouden. De eerste groep probeert stilistisch aan te knopen bij de ontstaanstijd van de liederen of vindt moderne wegen om een eigen stijl te ontwikkelen. De tweede groep zoekt naar de smaak van het grote publiek en offert stijlbesef daaraan op,. Van Twillert wenst bij geen van beide groepen ondergebracht te worden en kiest daarom voor de 'galante stijl' van de jaren van rond 1800.
Nu geeft hij meteen aan dat zijn voorliefde voor psalmmelodieën onder andere berust op de 'voorname melodische wendingen, die soms nog resten gregoriaans bevatten, en de objectieve kerktoonsoorten.'
Toen ik dit las, kwam onmiddellijk de vraag in mij op: hoe de 'galante stijl' te combineren met kerktoonsoorten?
De bij uitstek modale melodieën van bijvoorbeeld psalm 27, 46 of 90 zijn immers nooit te combineren met het 'eenvoudige' majeur-mineur idee van de 'galante' periode! 
We zien dan ook dat composities uit die tijd zelden een modale melodie als uitgangspunt hebben, of dat dergelijke melodieën zoveel mogelijk omgebogen worden naar majeur of mineur. (Vergelijk psalmen eens met melodieën van Bastiaans).
Dat modi en 'galante stijl' eigenlijk niet samengaan, manifesteert zich dan ook duidelijk op de cd. Van Twillert omzeilt dit door uitsluitend te kiezen voor psalmen die duidelijk een majeur sfeer ademen, namelijk psalm 150, 140, 121, 133, 99, 42 en 49.
Persoonlijk raakten mijn oren na een tijdje oververzadigd van majeur-klanken en smeekten hartstochtelijk om enig tegenwicht.
Nu kunnen veel werken van Willem van Twillert zeker 'behagen met goedlopende gedachten' (Jacob Adlung, 1699-1762); er is degelijk, ambachtswerk geleverd. Soms vroeg ik mij echter ook wel eens af waarom iets aan het papier werd toevertrouwd; de canon over 'Blijf mij nabij' (LvK 392) is echt een 'niemendalletje.'
Tenslotte kan men zich afvragen wie deze koraalbewerkingen moeten gaan spelen. De beste werken, zoals psalm 140, zijn in technisch opzicht zeker niet eenvoudig en zullen dus door menig amateur-organist niet zo snel gespeeld worden. En het zal Van Twillerts bedoeling zeker niet zijn alleen composities te schrijven om zijn eigen cd's mee te vullen.
De cd is overigens - net als de eerste - opgenomen in de Bovenkerk te Kampen en Van Twillert maakt dankbaar gebruik van de rijke mogelijkheden die dit instrument biedt."

Reformatorisch Dagblad  - 7 februari 1997 “Koraalbewerkingen in Klavarskribo” recensent: A. van Duijn
“Een bundel koraalbewerkingen van Willem van Twillert  en Joachim Frisius (handschriftuitgave, cat. nr. 25284;  f 29,50) biedt een diversiteit aan muziekstukken. Van Twillert bewerkte de Psalmen 6 (met de melodie in de sopraan en een kort voorspel) en Psalm 48 (ouverture, fugato en een ritmische variant met de melodie in de bas).
Een koraalzetting met uitkomende stem in de sopraan luidt Psalm 74 (ook de melodie voor Psalm 116) in. Na een tweestemmige variatie (bicinium) volgen een bewerking met de melodie in de tenor alsmede een kort voorspel, een trio met de melodie in de bas en een koraalzetting met tegenstem. Psalm 138 bestaat uit een ouverture met de melodie in de linkerhand, een koraalzetting met tegenstem, een canon en een manualiter bewerking (zonder pedaal dus).
Frisius bewerkte Psalm 84 met de melodie in de linkerhand en als orgelkoraal. Zijn bewerking van “Stille Nacht” wordt gecombineerd met een aria uit de “Messiah” van G.F. Händel. Liedboekgezang 444 voor twee klavieren en pedaal wordt gevolgd door een koraalzetting van Van Twillert alsmede een voorspel in moderne stijl, Deze bundel besluit met een bewerking over het Duitse kerklied “Lobet den Herren, alle die Ihn ehren” en twee koraalzettingen van Joachim Frisius over dit gezang.”  

Kerk & Muziek, Januari/februari 1997 Titel: Musicq voor het orgel / Het Hinsz-orgel in de Petruskerk te Leens bespeeld door Willem van Twillert Rubriek: Op de Zilveren Schijf Recensent Emil van den Berg
Het midden van de achttiende eeuw was in muzikaal opzicht een tijd van grote veranderingen. Na een lange ontwikkeling van de polyfone muziek brak nu de tijd aan, waarin het accent steeds meer op de melodie kwam te liggen. 
De componisten van deze tijd zijn de generatie na J.S. Bach. Hoewel ze hoog tegen hem opkeken, vonden ze hem toch achterhaald.
De CD die hier besproken wordt probeert een weerspiegeling te zijn van deze tijd. Hiervoor worden werken van een vrij groot aantal componisten gespeeld. Deze elf mensen zijn gemiddeld zo'n dertig jaar jonger dan Bach, met als uitschieter Matthias Weckmann en Adolph Hesse, die voor, respectievelijk ver na Bach leefden. De rest, Johann Christian L. Kittel, Heinrich Nicolaus Gerber, Jacob Adlung, Friedrich Wilhelm Marpurg, Johann Scheider, Johann Christoph Kellner, Georg Andreas Sorge, Johann Adrian Junghans en Johann Ernst Remt hebben voornamelijk in de achttiende eeuw geleefd. 
De zestien stukken op deze CD (zeven vrije stukken en negen koraalbewerkingen) vormen een gevarieerd geheel. Het is muziek die vrij uitnodigend klinkt en van de luisteraar weinig inspanning vraagt. De keerzijde hiervan is, dat deze werken niet altijd veelzeggend zijn, waardoor ze op den duur een beetje vervelend worden. Dit wordt nog versterkt door het feit dat ze gemiddeld slechts drie minuten duren.
Gelukkig worden de stukken door Willem van Twillert op een zeer boeiende manier gespeeld. Uit de literatuur van die tijd blijkt , dat aan een boeiende voordracht zeer veel waarde werd gehecht. Frasering en tempo moesten op een vrije manier gebruikt worden. Technisch gezien is het spel van Twillert zeer goed, de paar foutjes die ik heb ontdekt worden vanzelf gecamoufleerd door de stofwolken van noten waar ze in voorkomen. 
De CD is opgenomen in de Petruskerk te Leens. Hier staat een Hinsz-orgel uit 1734 met 27 stemmen, dat zich voor deze muziek goed leent. 
Twillert weet de mogelijkheden van dit instrument aardig te gebruiken, hoewel dit nergens een doel op zichzelf wordt.
Het booklet is voorzien van veel informatie (eindelijk eens uitsluitend in het Nederlands), vrij beknopt over de componisten, wat uitgebreider over de periode waarin zij leefden en over het orgel.
Visueel gezien komt het orgel er nogal bekaaid af: we zien alleen een doorkijkje waarop zo'n drie vierkante centimeter aan het front wordt gewijd, en een plaatje van de werkplek van de organist vanuit een nogal ongebruikelijk vogelvluchtperspectief. De speeltafel waaraan we Van Twillert zien zitten lijkt me eerder die van Kampen.
Dat doet echter niets af van het feit dat we hier een CD hebben waar je goed naar kunt luisteren en die bovendien geen bijeengeraapt allegaartje biedt, maar een aantal stukken rond een duidelijk thema."

1996

Reformatorisch Dagblad 08-11-1996 Psalmmelodieën als inspiratiebron door C.H. van Dijk
"Al sinds het ontstaan van onze berijmde psalmen zijn deze, niet alleen voorzover het de tekst aangaat maar ook wat de melodieën betreft, een rijke bron van inspiratie geweest. Vele bekende en minder bekende componisten bogen zich over het Geneefse Psalter. Het resultaat is een indrukwekkende stroom koraalfantasieën,-voorspelen en -bewerkingen, die tot vandaag de dag niet is opgedroogd.
Ook in onze tijd worden de psalmmelodieën regelmatig als basis voor muziek ten behoeve van kerk en huis gebruikt. Zowel professionele musici als amateurs schreven bewerkingen in verschillende stijlen en met wisselend succes.
Een bekende naam onder deze componisten is Willem van Twillert. Van Twillert, organist in Amersfoort en leerling van onder meer Piet Kee, Gustav Leonhardt en Klaas Bolt, liet in het verleden al diverse malen van zich horen. In zijn voornamelijk bij Willemsen uitgegeven koraalmuziek ontpopte hij zich als een begenadigd musicus, die zich uitermate thuisvoelt in het 18e-eeuwse klankidioom. 
Dat juist Van Twillert de taak op zich nam on nu alle 150 psalmen van een voorspel te voorzien, zal veel orgelliefhebbers als muziek in de oren klinken. Dat hij daarbij niet de eerste is, en waarschijnlijk ook niet de laatste zal zijn, zal niemand verbazen. De voorspelen van Van Twillert kunnen echter niet met een normaal koraalboek worden vergeleken, vanwege het feit dat koralen, tussen-en naspelen ontbreken. Verder is er geen sprake van een bundel in een harde kaft, maar van eer serie van vijf deeltjes.
Meer hedendaags
Een vergelijking met de bekende reeks psalmbewerkingen van Jaap Niewenhuijse gaat ook niet op. Niewenhuijse leverde verschillende voorspelen per psalm en schreef er een koraalzetting bij. Hij had daardoor elf delen nodig om zijn psalmenproject te voltooien. De voorspelen van Van Twillert laten zich misschien nog het beste vergelijken met die van Adriaan Kousemaker, die, weliswaar wat compacter, ook alle psalmen van een voorspel voorzag. Dat Van Twillert meer papier nodig heeft, ligt voornamelijk aan de wat grotere notenbalken (die overigens prettig lezen) en het zeer frequente gebruik van drie notenbalken per systeem, zodat er gemiddeld een hele pagina voor een voorspel nodig is.
Opvallend is dat Van Twillert in deze serie regelmatig een wat meer hedendaagse toon aanslaat. Zo beluisteren we bijvoorbeeld zeer regelmatig open kwinten, waardoor neit iedereen alle voorspelen in gelijke mate zal waarderen. Van Twillerts kundigheid staat echter buiten kijf.
Daarbij is de moeilijkheidsgraad tamelijk laag, hetgeen weer perspectieven biedt voor de wat minder gestudeerde organist. De serie, waarvan inmiddels de delen II (Psalm 31-60) en III (Psalm 61-90) zijn verschenen, is een uitgave van de stichting Promotie Orgel Projekten te Amersfoort. Per deel kosten ze f 22,50. De bundels zijn verkrijgbaar bij de muziekhandel of rechtstreeks bij de stichting (giro 1044661, onder vermelding van het bandnummer en het aantal exemplaren). In het laatste geval dient per bestelling f 5,- extra overgemaakt te worden voor porti- en verpakkingskosten."

de Orgelvriend oktober 1996 Titel: Musicq voor het orgel eind 17e tot begin 19e eeuw Het Hinsz-orgel in de Petruskerk te Leens bespeeld door Willem van Twillert recensent: Wim van der Ros 
Bij VLS Record, Beilen verscheen vorig jaar een herpersing op cd van  een in 1982 verschenen langspeelplaat. Hierop bespeelt Willem van Twillert op 'konstige wijze' het Hinsz-orgel in leens. Een instrument dat gebouwd werd, zoals Van Twillert in het booklet aangeeft, op het hoogtepunt van orgelbouw en orgelliteratuur. Zijn verantwoording draagt ook de treffende titel "De overgang van barok naar romantiek". Zoals Van twillert schrijft: "Inmiddels richtte een volgende generatie (na Bach) zich naar een nieuwe stijl. De galante vroegklassieke stijl. Een tijdspanne waarin de polyfonie naar de achtergrond verdween en de melodie de boventoon ging voeren."
De cd bevat veel boeiende werken en werkjes uit die periode na Bach. Een stijl, die - naast de barokke - uitstekend past bij Willem van Twillert. Wie de cd met zijn eigen koraalbewerkingen gespeeld op het Hinsz-orgel in de Bovenkerk (Festivo FECD 126) heeft beluisterd, weet op welke periode Willem van Twillert zich o.a. graag oriënteert. Levendige, frisse muziek, welke op zeer speelse wijze wordt voorgedragen. Aantrekkelijk is ook de keuze van de volgorde der werken,waar koralen, trio's en preludia elkaar afwisselen. Een rijkdom aan harmonisaties met verschillende c.f.'s [sic] en heldere, doorzichtige plena. Muziek om van te genieten. Muziek die blijft boeien door het karakter, maar ook door de fijne uitvoering.
Het reeds genoemde booklet bevat goede informatie over de componisten en hun werken, terwijl Van Twillert tevens ingaat op de voordracht en registratie in de tweede helft van de 18e eeuw. Naast ook gegevens van het orgel en de organist bevat het booklet de nodige afbeeldingen.
Terecht werd - met belangeloze medewerking van betrokkenen - besloten tot deze cd-uitgave, zodat orgelvrienden deze opname weer in hun bezit kunnen krijgen. U zult er ongetwijfeld veel luisterplezier aan hebben en de cd regelmatig uit de kast pakken."

De Waarheidsvriend (augustus [?] 1996 Onderwerp: Beknopte voorspelen over alle psalmmelodieën en CD Kampen W v Twillert speelt eigen werk - Deel II Recensent; Maarten Seijbel
"Er zijn organisten in ons land die zich onderscheiden van andere collegae vanwege hun bijzondere activiteiten. Zo'n organist is Willem van Twillert uit Amersfoort. Naast andere orgelwerkzaamheden heeft hij zich in het bijzonder gericht op het componeren van korte voorspelen van de Psalmen. Organisten besteden, althans als het goed is, tijd aan het doorgronden en beheersen van vormen en technieken om voorspelen te kunnen maken en/of te improviseren. Toch betekent dit improviseren tijdens de eredienst voor velen nogal eens een mentale belasting, vooral wanneer men (nog) weinig ervaring met improviseren heeft. Men zal dan toch willen teruggrijpen op bestaande voorspelen. Daarom is Willem van Twillert begonnen met beknopte voorspelen over alle psalmmelodieën te maken. Een zeer te waarderen initiatief waarmee hij veel organisten een goede handreiking heeft geboden. Het zijn overwegend zeer eenvoudige voorspelen, doch van goed gehalte. Er zijn thans twee bundels verscheen: deel I bevat voorspelen over de Psalmen 1 tot en met 30 en deel II de Psalmen 31 tot en met 60. Het kan de gemeentezang alleen maar ten goede komen wanneer niet alleen de organist verantwoorde voorspelen gebruikt maar daarbij ook de nodige afwisseling aanbrengt. Daarbij kunnen deze bundels een goede dienst bewijzen. De bundels kosten (,,,)"
[zie recente prijslijst elders op deze site]

CD Willem van Twillert speelt eigen werk te Kampen - Deel II
"Dat Willem van Twillert niet alleen een kundig koraalbewerker is maar ook een uitstekend speler is, bewijst hij op de CD FECD 126. Op het altijd weer imponerende orgel van de Bovenkerk te Kampen speelt hij een aantal eigen Psalmbewerkingen van uiteenlopende lengten. Zo heeft hij bijvoorbeeld voor Ps. 101 een bewerking van 1.57" lengte gespeeld en voor Ps. 134 heeft hij 18.55" nodig. Hoe dan ook een zeer bijzondere CD waarmee Willem van Twillert heeft bewezen zeer interessante en aanspreekbare koraalvoorspelen te kunnen maken. Ik raad elke organist aan daaraan eens aandacht te besteden. Zeer aanbevolen."

EREDIENST Juni 1996 informatieblad voor liturgie en kerkmuziek  (uitgave Vereniging van Gereformeerde kerkorganisten) recensent: Roelof van Luit 
Uitgaven van Willem van Twillert. Willem van Twillert blijft actief!
De redactie kreeg ter bespreking drie bundels van Uitgeverij Willemsen (...),waar Willem van Twillert òf als componist òf als uitgever de hand heeft gehad.
Als eerste noem ik de partita over Psalm 140 (J.C. Willemsen, Amersfoort nr.921), uitgegeven als deel 5 in een serie bewerkingen van Willem van Twillert.
Uit dezelfde serie vervolgens deel 8, (J.C.Willemsen, Amersfoort nr. 923) waaraan naast van [sic] Twillert wordt bijgedragen door een gast./auteur: Joachim Frisius uit Berlijn.
Beide componisten kennen elkaar van een cursus kerkmuziek bij Klaas Bolt in 1988. In deze bundel bewerkingen en zettingen over lied 442 uit het Liedboek voor de Kerken en Psalm 8 van Frisius en Psalm 89, 101, en 100 van van [sic] Twillert.
De bewerkingen fungeren enerzijds als welkome aanvulling op de bibliotheek van menig organist, anderzijds als compositiemodel om zelf aan de slag te gaan. Deze bundels met 'ambachtelijk gemaakte werken' zullen hun weg wel weten te vinden. Er is trouwens wel goed gereedschap voor nodig. Een redelijk 'volgroeid 'orgel is meestal noodzaak."
De derde bundel bevat werken van Chr. H. Rinck, door Willem van Twillert bezorgd en ingeleid. (J.C. Willemsen, Amersfoort nr. 967). Deze bundel bevat ruimt 10 koralen met variaties. (waaronder bewerking over gezangen uit het Gereformeerd Kerkboek, en in ieder geval uit het Liedboek) de bewerkingen verschenen tussen 1832 - 1840 in de Orgelfreund, een jaarlijkse uitgave van Rinck die gericht was op zelfstudie of privé-les. Het uitgeven van dergelijk werk is zeker nuttig. Bijvoorbeeld om zicht te krijgen op de tijd waarin het is ontstaan, Vooral in de lespraktijk kan het zijn nut hebben (doordat veel bewerkingen niet al te moeilijk zijn als opstapje naar het legato-spel bijvoorbeeld). En verder natuurlijk als orgelspel voor de dienst. Al hoop ik niet dat één van mijn collega's het in zijn hoofd gaat halen om de werken van Rinck integraal te gaan uitvoeren....Daar zijn ze wat mij betreft weer net niet boeiend genoeg voor.

Kerk & Muziek Juli/augustus 1996  Rubriek onder de Loep recensent: Dick Sanderman 
Deel V Psalm 140 Willemsen nr. 921
In de serie "Orgel" publiceerde Willem van Twillert allerlei koraalbewerkingen. 
Deel 2 uit deze serie ("Psalm- en Koraalvoorspelen, Drie-en Vierstemmige Harmonisaties en Harmonisaties met tegenstem, Allerlei Variatie Technieken") maakt duidelijk dat de serie niet alleen kant-en klare bewerkingen wil leveren, maar dat Van Twillert de gebruiker ook wil stimuleren om zelf aan de slag te gaan, waarbij de afgedrukte voorspelen en variaties als model kunnen fungeren.
Deel 5 verscheen in de serie "Orgel" een partita over Psalm 140, die opent met een koraalzetting met bovenstem. De vierstemmige schrijfwijze kan een componist wel eens dwingen tot wat geforceerde stemvoeringen, althans indien men verboden parallellen werkelijk wilt vermijden. In deze zetting zien we dan ook hoe de linkerhandpartij soms wisselt van hoge naar lage ligging; desondanks is in de derde regel een octaafparallel tussen bovenstem en tenor blijven staan. De variaties die dan volgen zijn een trio met de cantus firmus in de linkerhand, een zetting met de melodie in hoge tenorligging, een duo volgens het recept zoals we dat kennen uit Van Twillert's Psalm 99, een trio met de melodie in het pedaal op vier-of achtvoets basis, een bewerking met gecoloreerde cantus firmus, een éénstemmige variatie met gebroken accoorden, een fuga en een zesstemmige slotzetting met dubbelpedaal. Daarna volgt nog een driestemmige zetting waarop de variatietechnieken kunnen worden toegepast die in eerdergenoemd deel 2 zijn beschreven. Eerlijk gezegd maken de variaties in dit deel 5 op mij niet altijd een even geïnspireerde indruk. Het duo volgt, zoals gezegd, een bekend procédé, maar zowel in dit duo als in het daarop volgende trio ervaar ik die alsmaar doorlopende zestienden als notenslierten die zich dreigen te onttrekken aan mijn gevoel voor periodisering. In het duo ontbreken twee overbindingsbogen, ik vermoed dat vier maten voor het einde in de linkerhand ook een herstellingsteken is vergeten bij de tweede zestiende noot op de vierde tel, Het trio met de c.f. in het pedaal kan volgens de aanwijzingen geregistreerd worden met een acht- of viervoets tongwerk als solostem, de linkerhand met of zonder zestienvoets register. Uit de aanwijzingen wordt echter niet duidelijk dat er een verban d bestaat tussen beide regsitraties: als het pedaal met 8' wordt geregistreerd moét de linkerhand een 16' krijgen, anders ontstann soms ongewenste accoord-liggingen.
Het versierde koraal klinkt heel aardig. In maat 17 staan de twee klein gedrukte nootje een toon te hoog genoteerd. De derde melodieregel ziet er wat merkwaardig uit: vanwege de inzet op een derde tel moesten alle lange noten als overbindingen worden genoteerd. In de gebroken acoorden-variatie vermoed ik een drukfout zes maten voor het einde op de eerste tel.
De fuga behoort tot de sterkere delen van deze partita. Wel is het jammer dat Van Twillert bij de eerste melodieregel een stemkruising tussen linkerhand en pedaal schrijft. Vooral op kleinere instrumenten zal in deze variatie de pedaalkoppel moeten worden getrokken om de cantus firmus te laten uitkomen, maar daardoor worden binnen twee maten zes linkerhandnoten onhoorbaar. Het zal duidelijk zijn dat ik deel 5 niet de meest overtuigende aflevering vind uit de serie "Orgel"."

Kerk & Muziek Juli/augustus 1996 Orgel Deel 8 (Willemsen No 821) en vermelding van Deel 9 (Willemsen No 949) Recensent: Dick Sanderman 
"In de laatste twee delen van de serie "Orgel" heeft Willem van Twillert plaats ingeruimd voor muziek van Joachim Frisius, een al wat oudere amateur-organist uit Berlijn waarmee Van Twillert kennis maakte tijdens een improvisatiecursus door Klaas Bolt in 1988.
Om iets meer over Frisius te weten te komen moet men - zoals bij Van Twillerts uitgaven inmiddels min of meer gebruikelijk - de voorwoorden in zowel het Nederlands, het Engels als het Duits lezen: elke taal biedt weer andere informatie. 
[opmerkingen Van Twillert: dat klopt; dat heb ik bewust gedaan of ongewijzigd gelaten. Frisius heeft zelf de Duitse en de Engelse vertaling geschreven. Daaruit heb ik een Nederlands talige versie geabstraheerd]
(Vervolg recensie Sanderman)
In de Duitstalige biografie (naar ik aanneem door Frisius zelf geschreven) lezen we o.a. dat Van Twillert Frisius ertoe heeft aangezet, deze koraalbewerkingen schriftelijk uit te werken; bij die uitwerking heeft Van Twillert de componist met deskundig advies ondersteund. De Engelse vertaling zegt dat Frisius Van Twillert dankt voor de vriendelijke assistentie bij de uitwerking door middel van vele correcties en voorstellen voor stilistische verbeteringen. Het één is niet in tegenspraak met het ander, maar de vervaardiger van de Engels vertaling wekt wel erg sterk de indruk dat Frisius nergens zou zijn geweest als Van Twillert hem niet zo goed had geholpen...
Het zij zo: de bijdragen van Joachim Frisius zijn beslist een aanwinst voor de serie "Orgel". In deel 8, dat ons ter bespreking werd toegezonden, staat bijvoorbeeld een juweeltje van een koraalbewerking over Psalm 8 met de melodie op 4' basis in het pedaal. Zó fraai dat ik de twee kwintparallellen graag voor lief neem die Frisius en zijn raadsman blijkbaar over het hoofd hebben gezien.
[ Opmerking Van Twillert: Frisius wilde beslist hier geen verandering en ik kan me dat vanwege de stemvoering die Frisius mooi vindt, voorstellen. Overigens een bewuste kwintparallel is niet verboden. Weet dat bijvoorbeeld bij orgelwerk van J.S. Bach ook meer dan eens kwintparallellen voorkomen] 
Voor het gezang "Jezus, ga ons voor" schreef Frisius twee zettingen en twee bewerkingen. Het trio is wat eenvormig door de stereotiepe herhaling van het toonladdermotiefje in de tegenstem, maar ambachtelijk goed gemaakt. In de tweede bewerking balanceert Frisius voor mijn gevoel op het randje: de grens tussen goed in het gehoor liggende tegenstemmen en triviale deuntjes wordt nèt niet overschreden.
Psalm 8 bestaat uit een tenorzetting, een koraalbewerking in Orgelbüchlein-stijl en de reeds genoemde fraaie bewerking, die enige verwantschap vertoont met het Schübler-koraal "Wer nun den lieben Gott lässt walten". De toonsoort is c, maar bij wijze van Appendix is Psalm 8 ook nog een keer in d afgedrukt. Met de tegenwoordige computerprogramma's voor muzieknotatie is dat een kwestie van één druk op de goede knop.
De rest van deel 8 is gevuld door Willem van Twillert, die zichzelf ook enkele malen herhaalt. Zo vinden we een bewerking over Psalm 89 eerst afgedrukt met de cantus firmus in de linkerhand; drie pagina's verder volgt een tweede versie van hetzelfde stuk, waarbij de linkerhandpartij en het pedaal omgewisseld zijn.
Over Psalm 101 schreef Van Twillert een vierstemmige bewerking met de cantus firmus in de linkerhand, die met nauwelijks één pagina tussen ruimte wordt herhaald, in een driestemmige versie. Aldus wordt, met minimale wijzigingen, een vierstemmige bewerking uitgedund tot trio. Na de manualiter bewerking over Psalm 100 treffen we twee koraalzettingen aan: de eerste met bovenstem, de tweede zonder. Afgezien van die bovenstem zijn ook hier de verschillen nauwelijks noemenswaardig.
[Opm. Van Twillert: Ik koos uiteraard bewust voor de opzet om geen nieuwe zetting te componeren. Zodoende blijft de speeltechnische eis gering.]
Inhoudelijk zijn de bewerkingen van het Van Twillert gemaakt volgens vertrouwde formules. In de dubbele bewerking van Psalm 89 verspringt het tegenstem-motief vóór de inzet van de 6e regel van een sterk naar een zwak maatdeel, waardoor de luisteraar in z'n maatgevoel uit balans gebracht wordt.
Voor de inzet van de laatste regel loopt het metrisch ook niet helemaal lekker. Het duo is weer een routineuze uitwerking van het bekende recept.
Psalm 101 overtuigt meer dan Psalm 89. Op pagina 31, 3e systeem, eerste maat moet de pedaalnoot op de 4e tel niet G zijn maar A. [Opm Van Tw. dat klopt] Aan het eind van datzelfde systeem is een kwintparallel tussen alt en tenor blijven staan.
In mijn lespraktijk gebruik ik de delen 8 en 9 uit de serie "Orgel" regelmatig. Met name deel 9 valt bij leerlingen goed in de smaak, maar vanwege die prachtige Psalm 8 wil ik ook deel 8 graag aanbevelen."



Kerk & Muziek September/Oktober 1996 Rubriek onder de Loep recensent: Dick Sanderman
Voorspelen bij alle psalmmelodieën deel II
Met bewonderenswaardige ijver blijft Willem van Twillert psalmbewerkingen produceren.
De serie "Orgel", uitgegeven door Willemsen, is voltooid: op 13 april verscheen deel 10, waarin werk van Van Twillert, Henk Gijzen, en Dick Koomans is opgenomen. Zonder Willemsen is Van Twillert nu, onder de paraplu van z'n eigen Stichting POP, begonnen aan een vijfdelige serie met voorspelen voor alle psalmmelodieën. Deel 2 verscheen in maart, deel 3 werd gelijktijdig met juist genoemde Willemsen-uitgave Orgel 10 gepresenteerd; deel I is inmiddels ook verschenen. De delen 4 en 5 moeten volgens de uitgever vóór 1998 verschijnen. Dat klinkt nog heel ver weg, maar het betekent toch dat deze nieuwe serie uiterlijk volgend jaar compleet moet zijn.
De uitgangspunten die Willem van Twillert bij het maken van deze voorspelen heeft gehanteerd, staan achterop de boeken afgedrukt. De moeilijkheidsgraad moet laag blijven, de bundels zullen een grote afwisseling aan vormen en stijlen moeten bieden, alles moet speelbaar zijn op een éénklaviers orgel met aangehangen pedaal, de psalmmelodie moet herkenbaar zijn, het tempo van het voorspel moet overeenkomen met het tempo van de te zingen Psalm. Aangegeven zal worden hoe een voorspel kan worden ingekort tot een intonatie.
Wie zichzelf aan zoveel regels onderwerpt, kiest niet bepaald de weg van de minste weerstand. Dat de gekozen doelstellingen niet overal wordt waargemaakt, is dan ook niet verwonderlijk. Uitgaande van een éénklaviers orgel met aangehangen pedaal valt er weleens een melodienoot uit de linkerhandpartij weg omdat de desbetreffende toon al in het pedaal wordt gespeeld. (o.a. in Psalm 34, 39, 43); in Psalm 42 ontstaan ongewenste accoordliggingen als de bas op een aangehangen pedaal zonder 16 voet, wordt gespeeld. Laatstgenoemd voorspel is overigens een verkorte versie van het trio dat eerder in Orgel II (Willemsen 793, pag. 9/10) is verschenen. Zo is ook Psalm 33 een simplificatie van de Fanfare uit de Ars Nova-uitgave "Muziek voor de Eredienst"
Het schrijven van muziek met een lage moeilijkheidsgraad beperkt de expressiemogelijkheden van de componist. Ook de speelbaarheid op een éénklaviers orgel met aangehangen pedaal is een beperkende factor. In tegenstelling tot zijn leermeester Klaas Bolt, die grote vraagtekens zette bij de gangbare opvatting dat voorspel en gemeentezang hetzelfde tempo moeten hebben, heeft Van Twillert zich wèl de beperking opgelegd dat het tempo van het voorspel moet overeenkomen met het zangtempo. Het resultaat van al die beperkingen is, dat Van Twillert in deze voorspelen een wat andere muzikale taal spreekt dan we uit vorige publicaties van hem gewend zijn. Het aan Bolt verwante, klassieke idioom heeft plaats moeten maken voor een veel minder persoonlijk getint klankgemiddelde. De min of meer universele stijl waarin intonaties gewoonlijk gemaakt worden, vaak uitgaande van een fugatische of canonische opzet, treffen we in deze bundel veelvuldig aan. Functioneel, maar vaak ook een tikkeltje saai en steriel. De beloofde verscheidenheid aan stijlen komt niet echt uit de verf.
Ik heb gemerkt dat gevorderde spelers die met veel genoegen de vorige Van Twillert-bundels gebruiken, enigszins teleurgesteld reageren nu deze nieuwe serie niet biedt wat ze hoopten: nieuwe voorspelen in het vertrouwde idioom. Juist voor mensen die de Van Twillert's vorige bundels wat moeilijk vonden, bieden de nieuwe uitgaven daarentegen veel bruikbaar materiaal. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de open kwinten waarmee Van Twillert nu en dan werkt als begeleidingsklank (Ps. 35, 46, 56); dan nog blijft er veel over wat aanschaf van deze bundel ten volle rechtvaardigt.
De lengte van de voorspelen varieert van twee systemen tot twee pagina's. In de langere voorspelen zijn middels het woord FINE een of meer plaatsen aangegeven waar ook geëindigd kan worden. Om te voorkomen dat in sommige voorspelen zou moeten worden omgeslagen, is in deel II tweemaal een pagina opengelaten. Als bladvulling zijn daar foto en dispositie afgedrukt van het Hildebrandt-orgel in Störmthal (door Bach in 1723 gekeurd) en op de tweede open pagina de klaviatuur van het Bach-orgel in Arnstadt (waarbij overigens de plaatsnaam Arnstadt niet wordt vermeld).
Voor de 37 pagina's die wèl met muziek gevuld zijn betaalt u f 22,50, een alleszins redelijke prijs voor zo'n goed gevulde en keurig verzorgde bundel.
Deel III kost 2 gulden méér, bevat 4 pagina's méér muziek, maar biedt bij Psalm 82 dezelfde twee voorspelen die reeds in deel II als voorspelen voor Psalm 46 waren gepubliceerd. Een vreemde gang van zaken: bij Psalm 3 wordt verwezen naar Psalm 70 (in ditzelfde deel III) of naar Psalm 17 (in het nog niet verschenen deel I); waarom dan bij Psalm 82 niet gewoon verwijzen naar Psalm 46 in deel II? Het opnieuw afdrukken van dezelfde voorspelen bij een andere psalm doet een beetje goedkoop aan. Voor het overige sluiten moeilijkheidsgraad en klankidioom van deel III naadloos aan op deel II, meer van hetzelfde, om een uitdrukking van Van Twillert te citeren."

[Opmerking WVT: De opmerkingen van Sanderman in deze recensie zijn zoveel mogelijk meegenomen voor de volgende delen. Zo zijn er bijvoorbeeld geen afbeeldingen meer geplaatst als bladvulling om zodoende te voorkomen dat er tijdens een voorspel moet worden omgeslagen.]

 

TROUW 19-04-1996 Psalmvoorspelen band II recensent: Christo Lelie 
Onder de organisten die op zondag de eredienst begeleiden in de protestantse kerken bevindt zich een groot aantal amateurs. Hoewel die deels goed opgeleid zijn, zijn met name in kleinere gemeenten organisten beperkt in hun mogelijkheden.
In het gunstigste geval weten zij dat zelf en zullen zij eenvoudige en kant-en-klare voorspelen zo goed mogelijk trachten weer te geven. In het ongunstige geval broddelt een overmoedige organist zelf al improviserend zijn voorspelen aan elkaar, zich niet storend aan harmonische wetten, vorm en stijlprincipes, of het tempo en karakter van het te zingen lied, al of niet met gevoelige accenten.
Of deze laatste categorie organisten geïnteresseerd is in de vijf bundels 'Beknopte voorspelen over alle psalmmelodieën' van Willem van Twillert, lijkt mij niet aannemelijk, al zouden ze er goed aan doen deze te bestuderen. Hierin is namelijk soberheid troef. Voor de vakmusicus, die zelf verantwoord kan improviseren, zijn deze inleidingen ook niet aantrekkelijk, omdat ze te gemakkelijk zijn.
Voor de gemotiveerde amateur daarentegen die alles op alles wil zetten zijn voorspelen muzikaal verantwoord, beknopt en effectief te maken zijn de bundels van Van Twillert niet alleen een goudmijn, maar ook een goede leerschool. Bovendien zijn ze een toegankelijker alternatief voor de vaak nogal dissonante voorspelen in de overigens voortreffelijke en nog altijd veelgebruikte bundel orgelbegeleidingen en -voorspelen van de 150 psalmen door George Stam.
Onlangs werd deel II (Psalm 31 - 60) van de Beknopte Voorspelen uitgegeven.
De inleidingen zijn bijna allemaal niet langer dan één pagina en zijn te kort om als een zelfstandig 'Çhoralvorspiel' te worden uitgevoerd. Van Twillert richtte ze zo in, dat ze te spelen zijn op een één klaviersorgel met een aangehangen pedaal. Registraties, tempo-indicaties en dynamische voorschriften ontbreken, het is dus aan de organist om op basis van het tempo van de samenzang, de grootte van de gemeente, de mogelijkheden van zijn orgel en de tekst van het in te leiden psalmvers verantwoorde keuzes hierin te maken.
Van Twillert bedient zich van een tonaal, en open klankidioom, dat merendeels meerstemming is. Ook komen simpele begeleidingsvormen met bourdonbassen voor. Complexere en strenge polyfone (fuga's) komen echter, in bundel II althans, niet voor. Sommige inleidingen zijn zo schools eenvormig, dat ze een beetje saai zijn. Enkele inleidingen springen er echter uit door een bijzonder stijl of vorm. Zo krijgt Psalm 46 een 'Litanie' als inleiding, die Van Twillert ongetwijfeld bij Marcel Dupré vandaan heeft.
Apart zijn ook Psalm 53, met een laatmiddeleeuwse kleuring, of Psalm 42 en 58 met een aan het Rococo ontleende zwierigheid.
Naast de psalminleidingen bevat deze bundel ook twee pagina's met afbeeldingen en beschrijvingen van twee historische Duitse orgels. Dit is een aardige bladvulling, maar de bedoeling ervan ontgaat me, is dat wellicht een leerzame verpozing van de organist tijdens saaie preken?" 

Reformatorisch Dagblad 8 maart 1996 Titel: Van Twillert recensent: Dick Sanderman 
Zestien jaar geleden maakte Willem van Twillert in de Grote-of St.-Stevenskerk te Nijmegen opnamen voor een grammofoonplaat, die onder de titel "Musicq voor het Orgel" verscheen. Niet alles wat op 15 januari 1980 werd opgenomen, kwam daadwerkelijk op de plaat terecht: de speelduur van een lp was nu eenmaal beperkt tot zo'n 45 minuten. Bij VLS verschijnt nu een cd waarop het repertoire van de plaat werd aangevuld met destijds niet gebruikt materiaal tot een programma met een speelduur van 67 minuten. Op de 34 tracks zijn twaalf korte stukjes, een driedelige Sonate en een thema met achttien variaties vastgelegd. Aldus heeft Willen van Twillert alle gelegenheid om de klankkleuren van het König-orgel in alle verscheidenheid te demonstreren.
Mensen laten horen hoe mooi zo'n orgel is, hoe onuitputtelijk de registratiemogelijkheden zijn: dat is een van de drijfveren van de Amersfoortse musicus. Een ander kenmerk van Van Twillert is zijn onvermoeibaar speuren naar onbekende muziek. Beide eigenschappen zijn op deze VLS-cd terug te vinden. Niet helemaal onbekend zijn de koralen van Oley en de trio's van Sorge, maar ook die behoren allerminst tot het ijzeren repertoire dat al op tientallen andere cd's beschikbaar is. Feestelijk is de opening met vijf fanfares uit de anonieme bundel "Musicq voor het orgel" uit 1763, waaraan de cd haar naam ontleent. Onvoorstelbaar dat muziek die er op papier zo onbeduidend uitziet, toch zo imposant kan klinken wanneer ze door vaardige handen gespeeld wordt op een orgel dat ervoor gemaakt lijkt te zijn.
Die verwondering komt bij het beluisteren van deze cd herhaaldelijk terug. De opgenomen composities zijn voor het merendeel geen grote meesterwerken, maar o, wat klinken ze mooi op dat König-orgel!  Die fluiten in het Andante uit de Sonate van Mossmayer: zijn het geen juweeltjes? Die zoete strijker als begeleiding in "Der Tag ist hin" van Oley: heerlijk toch? Voor mensen die simpelweg kunnen genieten van een mooie orgelklank, is deze cd een echte aanrader.

1995

Organist & Eredienst december 1995 (Thans Muziek & Liturgie) Chr. H. Rinck (1770-1846): koraalvariaties, band VIII, (48 pag.), X (40 pag.) en XI (68 pag.). Ed. Willemsen Huizen, nr 911, 986 en 967. Recensent: Bert Wisgerhof  
"De drie hierboven genoemde bundels verscheen onder redactie van Willem van Twillert in de reeks "Organisten uit de 18e en 19e eeuw". Rincks koraalvariaties verschenen tussen 1832 en 1840 in de "Choralfreund", een jaarlijks uitgegeven bundel waarop ingetekend kon worden. Het zijn composities in de zogenaamde "gebonden stijl", d.w.z. dat bij elke variatie het aantal stemmen een vast gegeven is. Rinck hanteert nog polyfone vormen (0.a. canons) en vermengt deze met een voor de vroege Romantiek typerende harmonie. dat blijkt uit de harmonische uitwijkingen en het toepassen van chromatiek.
In de drie nu opnieuw uitgegeven bundels (deel IX ontbreekt nog) zijn zevenentwintig variatiereeksen te vinden op melodie:en die zonder uitzondering in het Liedboek voor de kerken te vinden zijn. Daarbij moet wel bedacht worden dat Rincks composities in de Biedermeier-tijd ontstonden. Hij gaat uit van een isoritmische melodie. In de koraalzettingen noteert hij in kleingedrukte noten tussenspelletjes tussen de regels, die overigens veelal zonder bezwaar achterwege gelaten kunnen worden. In Rinkcks tijd bestonden er in Duitsland van de melodie:en van de kerkliederen verschillende versies. Rinkc voegde om die reden in zijn variaties ook de belangrijkste melodie-varianten toe. Van Twillert doet dat nu opnieuw en geeft bij een aantal variaties de melodievariant van het Liedboek, bijvoorbeeld in "Dir, dir, Jehova, will ich singen"(Gez. 479), "O dass ich tausend Zungen hätte" (Gez. 297): "Ein Lämmlein geht und trägt die schuld" (Gez. 187), "Alle Menschen müssen sterben" (Gez. 445) en "Gott ist mein Lied" (Gez. 322).
Dankzij deze varianten kunnen Rinck variaties in het kader van de eredienst gebruikt worden, zonder dat kerkgangers wat de melodie betreft op het verkeerde been worden gezet.
In de Inleiding citeert Van Twillert uit Rincks methode, waar het over legato-spel, voordracht en tempo, versieringen en registratie gaat.
Interessant is deze uitgave met name voor organisten die een negentiende-eeuws instument bespelen. Ook voor onderwijsdoeleinden kunnen deze uitgaven hun waarde bewijzen. bijvoorbeeld als kennismaking met vroegromantische Duitse muziek en als voorbereiding op stukken van Mendelssohn.
Rinkcs muziek is degelijk, maar klinkt nogal braaf. Ook hij was immers een kind van zijn tijd. Het is aardig het zo af en toe te horen, als het maar niet te vaak is.
De bundels zijn keurig verzorgd uitgegeven."

Organist&Eredienst, december 1995 Titel: Willem van Twillert en Joachim Frisius, koraalbewerkingen deel VIII, 44 pag (ed. Willemsen nr. 923). recensent: Bert Wisgerhof 
Van de beide auteurs van deze bundel behoef ik de eerste niet meer te introduceren. Zijn naam is te vinden op vele uitgaven met koraalbewerkingen voor de eredienst, vaak in achttiende eeuwse stijl gecomponeerd. De Berlijnse kerkmusicus Joachim Frisius (geb. 1933) raakte door cursussen bij Johannes Ernst Köhler (Weimar) en Klaas Bolt geboeid door de laatbarokkke manier van improviseren. Sinds 1988 leidde het contact met Van Twillert ertoe dat hij een aantal van zijn stijlimprovisaties noteerde. In deze bundel is het resultaat daarvan te vinden. Bij Gezang 442 ("Jezus ga ons voor") maakte Frisius twee zettingen, een sierlijk trio en een uitgebreide bewerking met de cantus firmus in het pedaal. Dit alles staat in de toonsoort F, overeenkomstig de notatie van het nieuwe Evangelisches Gesangbuch. Bij Psalm 8 maakte Frisius een tenorzetting, een imitatorische bewerking en een orgelkoraal in de stijl van Homilius met de c.f. in het pedaal. Deze bewerkingen zijn in twee toonsoorten afgedrukt, namelijk in c en in d. Van de hand van Willem van Twillert zijn de zettingen en bewerkingen van de Psalmen 89, 100 en 101. Van enkele bewerkingen levert Van Twillert twee versies, bijvoorbeeld de één met de c.f. in de linkerhand de ander met de c.f. in het pedaal of de één als vierstemmige bewerking, de ander als trio, Voor liturgisch gebruik en voor didactische doeleinden kan ik de aanschaf van deze bundel aanbevelen. Zowel Frisius als Van Twillert geven er blijk van het ambacht [vet gedrukt van de schrijver] van componist te beheersen.

TROUW 6 juli 1995 CD Willem van Twillert speelt eigen werk I recensent: Christo Lelie 
Titel: "COMPONEREN MET DE GROTEN IN HET OOR"
Er werd in deze recensie ook aandacht besteed aan een cd van Paul Kieviet (Lindenberg MACD 07). De recensie begint met het slot van de cd van Paul Kieviet: ("...De orgels zijn fraai de opname is onberispelijk en Kieviets idioom staat verrassend dicht bij dat van zijn voorbeelden)

Een vergelijkbare uitgave maakte Willem van Twillert (Festivo FECD 126) op het Hinsz-orgel in de Bovenkerk te Kampen. Ook bij hem staan de koraalcomposities uit zeventiende en achttiende eeuw model. Vooral in zijn variaties op Psalm 134, toont hij een veelheid aan technieken. Zo te horen ligt zijn voorbeeld bij Duitsers uit de late achttiende eeuw, wier stijl vaak speels en uiterlijk is, zoals Kittel, Kellner of Marpurg. Composities van deze componisten zelf zijn te vinden op een aantrekkelijk cd MUSICQ VOOR ORGEL (VLS Records, Beilen, VLC0794) die Van Twillert op het Hinsz-orgel in de Petruskerk te Leens opnam.
Terugkomend op Van Twillerts eigen composities: deze gaan soms de Zwart-kant op, zeker wanneer hij zich van canons bedient of wanneer hij monumentale zettingen maakt, zoals van psalm 98."

de Orgelvriend, april 1995 Recensie: WvT speelt eigen koraalbewerkingen I Kampen Recensent: Wim van der Ros
"Willem van Twillert is voor velen onder ons geen onbekende. Op de landelijk orgeldag in Ede verzorgde hij destijds een lezing met klankvoorbeelden over o.a. liedbewerkingen met tegenstem.
Het afgelopen jaar verscheen bij Festivo in Amersfoort zijn eerste CD met uitsluitend koraalbewerkingen, gebaseerd op de 18e eeuwse muziekpraktijk. Zoals hij in het booklet schrijft: "...de muziektaal (het klankidioom), de vorm, de harmonie, de speelwijze enz. zijn in de stijl van de periode 1700-1800. Het ritme van de melodieën daarentegen wordt in ere gehouden." Daarbij geeft hij aan dat destijds in de Nederlanden met name iso-ritmisch werd gezongen. "Het zou tot het midden van de 20ste eeuw duren voordat de psalmmelodieën weer op grote schaal werden gezongen op de manier zoals het de opdrachtgever (van het Psalter) Calvijn voor ogen stond, namelijk met het oorspronkelijke ritme." Van Twillert haalt Daniël Gottlieb Türk aan over de mogelijkheden van het bewerken van een koraalmelodie, waarmee hij ook zijn eigen werkwijze onderstreept.
Op boeiende wijze presenteert Van Twillert zijn liedbewerkingen. Zijn bij iedere psalm of lied treffend gekozen thematiek wordt consequent doorgevoerd in de diverse barokke bewerkingsvormen. Daarbij is het voor de hoorder aan te raden één of meer van de bundels koraalbewerkingen aan te schaffen die van de hand van Van Twillert zijn uitgekomen bij Editie Willemsen te Huizen. Hierdoor wordt het volgen van de thematiek een nog boeiender (en leerzamer!) aangelegenheid. Verassende thematiek gaat gepaard met dito registraties. Dat Van Twillert het Kamper orgel uitkoos is niet verwonderlijk. In oorsprong gebouwd in het midden van de 18e eeuw, kan het ons werkelijk verrassen in o.a. zijn vele c.f. mogelijkheden. Van Twillert buit dit dan ook ten volle uit. Een rijke verscheidenheid aan tongwerken en andere labiaal-c.f.'s wordt ons voorgeschoteld. Een aantal in het booklet aangegeven registratievoorbeelden geeft ook van Twillert's zienswijze over het kleurrijke registergebruik hierbij. De registeraanwijzingen in de genoemde bundels van Editie Willemsen zijn logischerwijs beperkter.
Binnen een bewerking worden de diverse stemmen zeer herkenbaar tegenover elkaar uitgeregistreerd, waarbij soms een krachtige pedaalbezetting een bijzondere plaats heeft. Knap is het om dan - zoals in bijv. de derde bewerking van Psalm 138 - zowel melodie, tegenstem als pedaalbegeleiding prachtig gecoloreerd helder te laten uitkomen.
Het barokke spel van Van Twillert kan als 'lichtvoetig' worden betiteld. Schijnbaar moeiteloos en met gemak presenteert hij virtuoos alle werken. Heldere articulaties gepaard gaande met frisse registraties geven alle werken een transparant beeld. Het gaat je steeds meer boeien. Zeg je weleens na een CD beluisterd te hebben, "nu even niet meer", dan overkomt je (mij althans) dit bij deze CD niet. Hij vraag als het ware om herhaling. Eén registratie (lied 279) met een te zangrijke stem is voor mij de enige negatieve uitschieter van deze CD.
De verscheidenheid in bewerkingen, thematiek en registraties is een keurmerk voor Van Twillert, waarmee hij een unieke plaats op de Nederlandse koraalbewerkings-landkaart inneemt. Een school die wat mij betreft ook navolging verdient. En in dat kader verdient deze CD zeker een plaats in de 'Orgel-CD-top-10'. Een CD die, in samenhang met de genoemde bundels van Editie Willemsen, ook uitstekend studiemateriaal vormt.
U begrijpt dat ik deze CD van harte kan aanbevelen."

Reformatorisch Dagblad 10-02-1995 N.a.v. "Musicq voor het orgel" Hinsz-orgel Petruskerk te Leens Recensent: Drs. J.A. van Pelt
"Het prachtige Hinsz-orgel uit 1733 in de Petruskerk te Leens kan worden gerekend tot de mooiste orgels van ons land. Op deze cd "Musicq voor het orgel" bespeelt Willem van Twillert dit unieke instrument in een fraai programma met composities uit het eind van de zeventiende tot het begin van de negentiende eeuw. Van Twillert levert hiermee een warm pleidooi voor deze minder bekende periode die de schakel vormt tussen Barok en Romantiek. De achttiende eeuwse, zogenaamde "galante stijl", kenmerkt zich onder meer door sierlijkheid en lichtvoetigheid. Terwijl in de Barok de polyfonie hoogtij vierde, krijgt in deze periode de melodie steeds meer aandacht. Volkomen terecht komt deze stijl de laatste jaren steeds meer in de belangstellling te staan, mede dankzij cd's als deze.
Een groot deel van het programma is opgebouwd uit koraalbewerkingen van componisten als Adlung, Kellner en Marpurg, afgewisseld met twee praeludia van Kittel, een lichtvoetig Concerto van Gerber en enkele trio's van Sorge en Rembt. De Barok komt aan bod in drie verzen over "Ach wir armen Sünder" van Weckmann, waarin onder meer de prachtige Cornet 2' van het pedaal te beluisteren is. Van Schneider, een Bachleerling, horen we het Praeludium und Allabreve G-dur, waarin het compositorisch vakmanschap van de leermeester doorklinkt. Het programma wordt waardig besloten met Einleitung, Thema und Variationen van de vroeg-romanticus Hesse.
Van Twillert speelt smaakvol, gevarieerd, vitaal en steeds duidelijk gearticuleerd. Daarbij houdt hij goed rekening met de gunstige akoestiek. De prachtige soloregisters dulciaan, vox humana, sexquialter en nasard dragen in hoge mate bij tot de charmes van het orgel. Maar het is vooral ook het heldere en doorzichtige plenum dat substantieel bijdraagt tot de internationale faam van dit beroemde werk van Hinsz.
Het booklet verschaft interessante informatie, met goede foto's en afbeeldingen. Helaas ontbreken de registraties."

1994

Groninger Dagblad/Drentse Courant 25-11-1994 Gedeelte geselecteerd uit: "Ook in Beilen wordt..." (over 'Leens Musicq voor het orgel' Recensent: Jan Misdom
"(...) van een andere VLScd, een heruitgebrachte analoge opname in de Petruskerk van Leens, heeft de opnametechnicus Hans van Laar duidelijk oor gehad voor het brutale geblaf van het Hinsz-orgel. Het wordt lekker op z'n staart getrapt door organist Willem van Twillert. Voor nog geen vijftien gulden kan men in het bezit komen van deze plaat die een ode is aan de oersoep van de Noordeuropese orgelcultuur."

1993

Reformatorisch Dagblad 22-01-1993  over Partita over Psalm 134 en 140 recensent: C.H.van Dijk
Willem van Twillert is een vurig pleitbezorger van muziek uit de zeventiende en achttiende eeuw. En dat niet alleen verbaal. Hij voert ook regelmatig de daad bij het woord. Onder meer door het (opnieuw) uitgeven van bijna vergeten composities uit die periode. Het mag dan ook geen verwondering wekken dat, wanneer Van Twillert de pen ter hand neemt om zelf wat noten aan het papier toe te vertrouwen, ook dan de barokke stijl letterlijk de boventoon voert.
De inmiddels 40-jarige Willem van Twillert studeerde aan het Sweelinck Conservatorium, onder meer bij Piet Kee.
Daarna volgden nog diverse specialisaties, waaronder een cursus stijlimprovisatie bij - hoe kan het ook anders - nu wijlen Klaas Bolt.
Van Twillert heeft een voorliefde voor de partita-vorm. Een vorm overigens die uitermate geschikt is als inleidend orgelspel voor de eredienst en waarvan de individuele variaties goed bruikbaar zijn als ( uitgebreid) voorspel. Bij uitgeverij Willemsen liet hij (in samenwerking met de "Stichting Promotie Orgelprojekten") de afgelopen tijd twee partita's het licht zien. Eén over Psalm 134 en één over Psalm 140."
Beide partita's vertonen op diverse punten overeenkomsten. 
De componist gaat daar in z'n voorwoord bij Psalm 140 ook op in. Zo bevatten beide reeksen nogal wat tweestemmige variaties, waarbij op vakkundige en muzikale wijze wordt gespeeld met het breken van drieklanken. Verder ontbreekt in beide partita's de fuga-vorm niet. Trio's en vierstemmige variaties, met daarbij de cf [melodie toevoeging van webmaster) in alle denkbare stemmen, zijn er te kust en te keur. Kortom: zeer bruikbare muziek voor huis en eredienst. Met daarbij de kanttekening dat een orgel met twee klavieren en pedaal voor sommige variaties vereist is (voor andere variaties is een eenklaviers orgel zonder pedaal voldoende). En er dient nauwgezet gestudeerd te worden! Bij dit soort muziek is een fout nu eenmaal veel opvallender en dus pijnlijker dan bij veel homofone (merendeel romantische) muziek, waarbij het vaak niet op een nootje meer of minder aankomt."
Ook Van Twillert wordt blijkbaar wel eens geconfronteerd met slordig spel, gezien de pinnige opmerking over een correcte vingerzetting in zijn voorwoord bij Psalm 140. Dat de speler voor een correcte vertolking enige affiniteit met het gehanteerde klankidioom dient te hebben, moge duidelijk zijn. Prijs 21,75 gulden.

1985

Reformatorisch Dagblad 11 januari 1985 Titel: (geen) Bespreking van KLAVARuitgave (In notenschrift uitverkocht) recensent: G.J.M de Graaf
Ter gelegenheid van de herdenking van de geboortedag van de uitvinder van Klavarskribo, Cornelis Pot, kreeg het Instituut Klavarskribo van de redactie van de Roerfluit - muziektijdschrift voor klavar-organisten - een origineel presentje in de vorm van een bundel composities van Willem van Twillert. De bundel verdween in Slikkerveer ogenblikkelijk in de drukkerij en werd in december voor klavar-spelenden op de markt gebracht. Vermeldenswaard is, dat de klavarnotatie in een eerder stadium gereed was dan de uitgave in het traditionele schrift.
Zes Psalm- en drie Liebewerkingen zijn te vinden in het 36 pagina's tellende boekwerkje. De voor het merendeel vanuit de improvisatiepraktijk ontstane composities zijn geschreven in klassieke stijl, waaronder volgens de auteur moet worden gedacht aan de improvisatie- en begeleidingskunst uit de achttiende eeuw. Naar mijn mening is Van Twillert, die o.a. bij Klaas Bolt stijlimprovisatie studeerde, hier uitstekend in geslaagd. Je zou ook kunnen zeggen, dat Klaas Bolt er goed in is geslaagd zijn kennis op dit gebied over te dragen aan eerstgenoemde. 
Het totale notenbeeld overziende, zou ik willen spreken van een soort "Willem van Hurlebusch-Bolt-effect" , overigens zonder ook maar iets af te doen aan muzikale gaven, die de componist zijn toebedeeld. Ik denk, dat dit nou zo'n bundel is, die op de speeltafel van iedere organist thuis hoort, Bij alle moderne en romantische muziek een verademing, zoals de vijfdelige partita over psalm 30, waarvan met name het Quatuor blijkt geeft van grondige bestudering van het 18e eeuwse orgelmétier door de componist. Van harte aanbevolen. Cat nr. 2476. Prijs f 19,50."
NB de notenuitgave verscheen bij Lindenberg Boeken & Muziek te Rotterdam. Deze uitgave is al jaren uitverkocht en zal niet worden herdrukt. Diverse koraalbewerkingen zijn soms in iets gewijzigde vorm heruitgegeven in andere bundels.
Wil men meer weten? Mail dan naar: twillert_organist@hetnet.nl  

1983

Veluws dagblad 1983 - Regionaal nieuws - Van Twillert schittert in vroege orgelromantiek

HARDERWIJK — Gisteravond gaf de Spakenburgse organist Willem van Twillert een orgelconcert in de Grote Kerk van Harderwijk. De werken die de organist ten gehore bracht waren grotendeels uit de tweede helft van de achttiende eeuw.
Begonnen werd met een werk uit 1763 van een anonieme componist. Martialement en drie fanfares die een zwierig, vrolijk karakter hebben. Zij werden op kundige wijze ten gehore gebracht. Van Pachelbel speelde Van Twillert Aria in f kl. met variaties. Dat ook bij Pachelbel helderheid en duidelijkheid voorop staan was goed te horen in de diverse variaties.
De concertgever vervolgde zijn spel met Cantabile van Schmügel. Dit werd op een ontroerend mooie wijze vertolkt, met de juiste onderlinge stemverhoudingen. Het werkje doet enigszins denken aan het Cantilene van J. Rheinberger. Een majestueus klinkende Fantasia van Müller, gevolgd door een subtieler alla breve, liet ons de schoonheid van het orgel goed horen. Van Twillert gebruikte hierbij een goed uitgekiende registratie zodat de verhoudingen goed uitgebalanceerd waren. Van Kittel werden drie variaties ten gehore gebracht over: "Wer nun den lieben Gott läszt walten”. De variaties waren totaal verschillend van elkaar, waarbij vooral tweede opviel door zijn driedelige karakter, wat het een walsachtig karakter gaf.
Zangerig
Het trio van Vierling kenmerkte zich door het heldere fluitwerk met een wat zangerige begeleiding en de typische klankkleur dle na Bach in zwang kwam. Van W. F. Bach speelde de organist de Fuga in g moll. De Invloed van J.S. Bach is bij deze fuga goed te horen. Verder kon het stuk mij niet zo boeien. Dit was mede te wijten aan de registratiekeuze, waardoor een wat scherpe klank ontstond. Het andante quasi allegretto con Variazioni van W. F. Bach’s tijdgenoot Vierling’ was veel mooier van opbouw. Dit werk zweemt naar de Romantiek en groeide via drie variaties naar een schitterende finale toe.
Prachtig
Van Kehl speelde Willem van Twillert het Preludium over ps. 134 met een prachtige uitkomende stem die licht omspeeld werd. Dat Willem van Twillert zelf ook kan componeren bewees hij in zijn eigen bewerkingen over psalm 96 en 121. Een uitbundige Psalm 96 waarbij de organist in de stijl van het concert bleef en toch: geheel zichzelf was.
Evenzo het gevoeliger Quator over psalm 121. Uit de Romantiek werd Praludium “Eroica” van G. B. van Krieken gespeeld. Steeds terugkerende chromatiek in de opbouw kenmerkte hier de tijdstijl der Romantici.
[Aad Erkelens]

1981

ARS ORGANI Dezember 1981 Johann Schneider (1702-1788): Orgelwerke. Erstdruck/Urtext. Mit einem Vorwort versehen und herausgegeven von Willem van Twillert, X u. 22 S. Recensent: Hermann J. Busch
Dass das Hauptwerk dieser Edition, die virtuosen Variationen A-Dur, van Johann Gottlob Schneider (1789-1864) stammt, ist schon bei G. Frotscher zu lesen. W.v.Twillert zitiert ihn auch getreulich, ohne zu merken, dass mit den "melodischen Figuralvariationen", die "alle Registereffekte bis zum Glöckleinton und Vogelgesang" spielen zu lassen; eben jenes Stück gemeint ist, das er wie W. Krumbach (LP Orgelmusik der Bach-Schüler SCGLX 75902) dem Bach-Schüler Johann Schneider (1702-1788) unterschiebt. Dabei lassen Stil wie Quellenlage keinen Zweifel. Wir haben es hier mit einem typischen Virtuosenstück des frühen 19. Jahrhunderts zu tun, das von den Orgelwerken des Bach-Schülers Scheider stilistisch durch Welten geschieden ist. Die vom Herausgeber des langen und breiten diskutierte Handschrift mit Registrierungsanweisungen für die Görlitzer "Sonnenorgel" geht auf Schneiders Görlitzers Amtzeit 1812-1825 zurück, und ich kann de Datierung beim besten Willen nur als 1818 oder 1826 lesen; auf keinen Fall als "1776". Der Notentext enthält zahlreiche Ungenauigkeiten, bei Var. 4 muss es "Gemshorn 8" und "Gedacktpommer 3 1/5' " heissen, in Var. 7 konnte van Twillert nur "?Horn" entzifferen und verweist auf das Fakzimile, wo deutlich "Umlaufende Sonn" zu lesen ist, was der Kenner der Casparini-Orgel leicht deuten kann. Tatsächlich von Johann Schneider sind das Choraltrio "Mein Gott, das Herze bring ich Dir" und das Trio a-moll, das unschwer als Torso eines zweisätzigen Werks nach Art mancher Krebs-Trios zu erkennen ist, von dem nur die langsame Einleitung überliefert ist, deren Dominantschluss dem Herausgeber nicht zu denken gegeben hat.