Het Koninklijk huwelijk een terugblik

Het is een echte organistengewoonte om na een live-reportage van een koninklijk of prinselijk huwelijk onmiddellijk het orgelspel en de liturgie te evalueren. Bij het huwelijk van Prins Maurits en Marilène in de Grote Kerk te Apeldoom een paar jaar geleden was - naast de commotie over het oecumenische karakter van de dienst - het orgelspel van Louis van Dijk een veel besproken onderwerp. Ook na de huwelijksinzegening van prins Willem-Alexander en prinses Maxima op 2 februari j.l. in de Nieuwe Kerk te Amsterdam was het al niet anders. Op de internetdiscussiegroep [organist] kwamen die zaterdag meteen de tongen los. De Orgelvriend vroeg naar aanleiding van de voorbijkomende reacties twee organisten om hun mening.

Willem van Twillert: Orgelspel zoals het bedoeld is
Uiteraard was ik benieuwd hoe organist Bernard Winsemius zijn voorspelen en begeleiding zou vormgeven tijdens de huwelijksdienst van Prins Willem-Alexander en Maxima op 2 februari. Welnu, de Intrada van Jurriaan Andriessen maakte me niet enthousiast. In wezen is het een bewerking en als Intrada vanaf nu minder geschikt, omdat het werk gewoon te kort is. Jammer dat het koninklijk paar in deze plechtigheid geen aanleiding zag om een compositie-opdracht te verstrekken.
Qua beeld en geluid — het Schonat-orgel van de Nieuwe Kerk kwam goed door —leverde het openen van de orgelluiken, gelijktijdig met het binnenschrijden van het bruidspaar (van bovenaf gefilmd), oogstrelende beelden op. De regisseur had tijdens het verdere verloop van de dienst terecht oog voor de fraaie verrassende namaakorgelpijpen in het timpaan boven de middelste pijpenkolom van het hoofdwerk. Wat een magnifiek orgelfront heeft Jacob van Campen hier gecreëerd. (Ik las overigens niets over deze toch originele ‘namaakpijperij’ onder de ‘Kunsthistorische aspecten’ in de encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland 14791 725, maar dit terzijde.) Winsemius deed excellent werk bij het eerste gezang, ‘Dankt, dankt nu allen God’. Perfecte begeleiding van de samenzang, voorafgegaan door een mooi, krachtig klinkend voorspel. Orgelspel zoals kerkelijk orgelspel bedoeld is. Ik verheugde me op wat verder nog zou volgen. In zijn uitstekende begeleiding van gezang 434, ‘Lof zij de Heer' leek hij iets minder zeker van zijn zaak. Het is ook een lastige melodie. Maar, Winsemius kan wel wat. Enkele jaren geleden hoorde ik hem tijdens ‘Mokum zingt’ fenomenaal begeleiden in de Oude Kerk. Opvallend was toen zijn uitbundig toepassen van een tegenstem tijdens de begeleiding. Die virtuoze tegenstem was ook nu te beluisteren. Opvallend waren zijn gedurfde opvullingen van de rusten. Winsemius maakte het de vele gekroonde hoofden muzikaal bij het inzetten van een nieuwe regel niet altijd gemakkelijk, maar juist daardoor verliep het zingen fantastisch. Een pleidooi voor deze, naar mijn opvatting, typisch Hollandse manier van gemeentezangbegeleiding. Alleen oppassen dat tegenstem en tussenspelen niet overdadig virtuoos worden. Met Jacob van Campen en Hans Wolff Schonat mocht ook Klaas Bolt tevreden zijn... Overigens het begeleiden van veel mensen in een perfect klinkende ruimte op een perfect klinkende instrument is niet zo moeilijk als men wellicht verwacht, omdat beide partijen duidelijk kunnen zijn. Zelf heb ik dit ervaren toen ik op 18 juni 1989 de “Herdenkingsdienst slachtoffers en nabestaanden van de vliegramp te Zanderij op 7 juni 1989”, mocht begeleiden op hetzelfde orgel. Door de plaatsing van de pedaaltorens klinken de pedaalregisters voor de organist overdadig luid, daar moet terdege rekening mee worden gehouden bij het registreren.
Het voorspel bij ‘U zij de Glorie’ stond in schril contrast met het eerder gebodene. Wat een verbijsterend getierelier en gepriegel met de melodie. Alleen in de mooi geregistreerde linkerhandpartij kon je horen dat hier toch een vakman aan het werk was. (In het ‘Woord vooraf bij mijn Voorspelen bij alle Psalmmelodieen heb ik nadrukkelijk geschreven dat ik niets van dit soort gemakzuchtig ‘opleuken’ van de melodie moet hebben.) Gelukkig bleef Winsemius in zijn begeleidingen artistiek wel overeind. Ook van het voorspel bij het ‘Wilhelmus’ had ik meer verwacht, evenals van de keuze van de overige muziek, die ik, met uitzondering van de tangobewerking ‘Adios Nonino’, niet bijster origineel vond.


Aart de Kort: Gemiste kansen
Natuurlijk is het zoals de prins en prinses in het tv-interview zeiden, namelijk dat het hún huwelijk is. Wie zijn wij dat we daar kritiek op zouden hebben? Wij, dat zijn de in goede muziek geïnteresseerde Nederlanders, die hopen dat zo’n tv-uitzending een stukje reclame is voor de Nederlandse kerkmuziek.
Om bij het begin te beginnen: de Intrada van Jurriaan Andriessen werd al geschreven in 1980 voor de inhuldiging van prinses Maxima’s schoonmoeder, eveneens in de Nieuwe Kerk. Hij is oorspronkelijk geschreven voor koperblazers; Winsemius speelde de transcriptie jaren geleden al op concerten in de Nieuwe Kerk. Wat ik in het algemeen jammer vond aan de muzikale vormgeving van de liturgie is, dat er niets nieuws onder de zon was. De keus voor de Intrada van Andriesscn lijkt origineel, maar was in feite een ‘tweedehands programmering’. Daarbij is een orgelbewerking van een stuk voor blazers (met alle dynamnische reliëf) juist op het orgel van de Nieuwe Kerk (dat het niet van z’n tongwerken moet hebben) een moeilijke klus. Over de tango van Piazzolla: als sympathiek gebaar was het heslist aardig, hij werd met veel passie uitgevoerd en Maxima was er zichthaar door ontroerd. Gezien alle omstandigheden (pa mocht niet komen, pater Braun zou fout zijn enz..) vond ik deze tango uitstekend op zijn plaats. Heel wat beter dan het Kyrie van Mozart, dat liturgisch op het verkeerde moment in de dienst werd uitgevoerd. En was er niets anders te verzinnen dan het Ave Maria van Schubert? Het Hallelujakoor van Händel? Inderdaad ijzeren repertoire, maar hoe vaker je het uitvoert, hoe meer het van ijzer wordt. Het was mij allemaal wat te gemakkelijk.
Conclusie: was het niet mogelijk geweest om (net als in Engeland en Noorwegen) een of meer compositieopdrachten te geven, zodat we er in de toekomst ook nog wat aan gehad zouden hebben? Neen het huwelijk van Charles en Diana in de Westminster Abbey te Londen in 1981. William Mathias schreef voor die gelegenheid de uitermate feestelijke anthem ‘Let all the people praise thee, o God’. Het huwelijksgeluk is van relatief korte duur geweest en zowel prinses Diana als William Mathias zijn al niet meer in ons midden, maar Mathias’ anthem wordt nog steeds gezongen. Ik heb het kerkmuzikale aspect gewoon gemist: een kerk die al veertig jaar geen kerk meer is, een organist die volgens mij al jaren geen kerkdiensten meer speelt (maar overigens wel buitengewoon goed kan begeleiden en spelen), een koor dat geen kerkelijke binding heeft (waarom niet de cantorijen van de naburige Westerkerk en Oude Kerk ingeschakeld?) en een dito dirigent. Zo wordt kerkmuziek weer eens opgevat als “muziek die je toevallig uitvoert in de kerk”. Gemiste kansen. Over het orgel van de Nieuwe Kerk: dit is inderdaad een dijk van een instrument; jammer dat het veertig jaar moest wachten op samenzang.

KERKELIJKE INZEGENING
Op zaterdag 2 februari 2002, om 11.30 uur, vond de kerkelijke inzegening van het huwelijk plaats in de Nieuwe Kerk aan de Dam in Amsterdam. Voorganger was ds. C.A. ter Linden, emeritus-predikant van de Kloosterkerkgemeente te Den Haag. De dienst werd gehouden onder kerkelijke verantwoordelijkheid van de Wijkgemeente Oostelijke Binnenstad van de Hervormde Gemeente Amsterdam. Muzikale medewerking werd verleend door onder meer organist Bernard Winsemius, sopraan Miranda van Kralingen en Het Nederlands Kamerkoor samen met het Concertgebouw Kamerorkest onder leiding van Ed Spanjaard. Carel Kraayenhof speelde tijdens de kerkelijke plechtigheid de tangobewerking ‘Adios Nonino’ (‘Vaarwel, vadertje’) op bandoneon.