Het Koraalboek van Dick Sanderman


Voor organisten in de gereformeerde gezindte is er een opvolger gekomen van koraalboeken zoals die van Worp (1863), Drenth (1890), Van ‘t Kruys (1890), De Vries (1890) en andere. 150 Psalmen & Enige Gezangen / isometrisch, zo luidt de volledige titel van het door Dick Sanderman samengestelde en door Lindenberg Boeken & Muziek uitgebrachte koraalboek. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: in eendrachtige samenwerking hebben componist en uitgever een uitstekende uitgave het licht doen zien.
Sanderman heeft bruikbare voorspelen voor de eredienst geschreven. Zowel wat betreft vorm, klankidioom (stijl) en lengte zullen zijn voorspelen goede diensten bewijzen. De vorm wordt meer dan voldoende afgewisseld. Toch kon de componist niet elke vorm zomaar toepassen, omdat de tijdsduur daaraan paal en perk stelt. Desalniettemin mag het een prestatie genoemd worden dat Sanderman niet gezwicht is voor de verleiding om in zijn voorspelen vanwege de beknoptheid te kiezen voor zogenaamde intonatievormen. U weet wel: eenstemmig beginnen, de volgende stem treedt imitatorisch in; er volgt nog een derde stem en ten slotte een toefje passage werk en het voorspel is voldoende opgetuigd voor publicatie. Vaak priegelwerk dus. Niets daarvan bij Sanderman. Hij zet graag vaak een ‘grote’, zelfs soms ook concertante vorm neer zoals bijvoorbeeld Psalm 145 aantoont. 
Ik behandel dit voorspel in detail als volgt: Speelse inleidende noten, ontleend aan de psalmmelodie, bereiden een volgrepige voortzetting voor in de derde en vierde maat. Vervolgens komt een herhaling van de eerste vier maten (een vondst). Daarna weer vier maten die leiden naar de laatste regel van de psalmmelodie. De elfde en twaalfde maat ervaar ik als de zwakste schakels in het geheel. Sanderman had hier, teneinde de spanning erin te houden, beter in a-klein kunnen afsluiten in plaats van de hoofdtoonsoort C-groot. Ook had hij in f (de sub-dominant) de laatste melodie kunnen voorbereiden. In maat 15 was een cis in plaats van een c in de alt naar mijn smaak fraaier en spannender geweest. Sanderman sluit het voorspel Psalm 145 af met een none-akkoord en een vrije melodie, maar hij had ook kunnen afsluiten met de laatste melodienoten van de eerste regel van die psalm, zoals hij dit ongeveer deed in de vierde maat, alleen sluit de vierde maat terecht af in de dominant (de vijfde trap van C = G). Het duizelt de lezer nu misschien. Maar ik wil op die manier eens aangeven hoeveel beslissingen qua vorm en thematiek een componist moet nemen, ondanks het feit dat het muzikale raamwerk en de thematiek al bekend is. Daarom vind ik het knap dat Sanderman deze reuzenklus in zijn eentje heeft opgeknapt. Hij kán dat ook, want kennis, inzicht en fantasie heeft Sanderman genoeg. Anderzijds kunnen collegae aan de zijlijn soms een ander licht laten schijnen. Door die belichting van derden hadden, zo kan ik me voorstellen, beslissingen van Sanderman misschien anders kunnen uitvallen of zwakkere maten voorkomen worden. Hoe dan ook, de meest voorkomende vorm is degene die hierboven behandeld is. Nogmaals de rudimentaire vorm: Sanderman laat het voorspel beginnen met een aan de psalmmelodie gerelateerde inleiding, die vervolgens doorklinkt terwijl de psalmmelodie haar intrede doet. Een tussenspel verschijnt, waarna de laatste regel van de psalmmelodie het voorspel afsluit.

ZETTINGEN
In de ‘gewone’ zettingen plaatst Sanderman vaak twee achtste noten tegen de melodie. Dit vergt bij het begeleiden de nodige timing en verleent de begeleiding nu net datgene waar het Sanderman om te doen is, “namelijk orgelzettingen te schrijven met levendiger middenstemmen en een baspartij die niet manualiter uitvoerbaar hoeft te zijn”.
In de zettingen met bovenstem laat Sanderman een steekje liggen. Hij Iaat namelijk de psalmmelodie niet noteren. Zodoende loopt de organist die de gemeentezang begeleidt het onnodige risico dat hij problemen kan krijgen om weer bij het juiste akkoord in de zetting terug te komen, wanneer hij of zij bijvoorbeeld wordt afgeleid door registratiecorrectie(s) of door het incidenteel volgen van de psalmtekst.
De bovenstem zet te vaak bij het allereerste begin in. Dat is jammer omdat de inzet door de aanwezige bovenstem wordt versluierd. Zeker, Sanderman kiest alleen zeer bekende melodieën uit om met een bovenstem op te tuigen, maar dan nog. Ook mis ik de noodzakelijke rusten in de bovenstem, die kunnen een bovenstem (of tegenstem) juist net dat beetje extra allure geven. Het is ook een natuurlijker gang van de noten bovendien.

DUBBELMELODIEËN
Bij de dubbelmelodieën houdt Sanderman dezelfde toonsoort aan. Bij psalm 100 (ook Psalm 131 & 142) of 24 (ook Psalm 62 & 95 & 111) was het geen slecht idee geweest de toonsoort ook eens te veranderen. Anderzijds wordt de bruikbaarheid vergroot, omdat men muzikale elementen uit de ene psalmzetting of (het) —voorspel kan halen en die kan implanteren in de andere. Bij het zingen van vier coupletten uit Psalm 62 kan men bijvoorbeeld als voorspel dat van Psalm 95 nemen.

CONCLUSIE
Lindenberg Boeken & Muziek heeft een uitstekende uitgave op de markt gebracht, die beslist in een behoefte voorziet. De prijs is zonder meer aantrekkelijk te noemen. De inhoud is, over de gehele linie bezien, uitstekend te noemen. Veel uitstekende muzikale waar voor relatief weinig geld (hfl 115,00). De voorspelen zijn betrekkelijk kort, vaak twee per psalm. Soms komt er een volledige melodiebewerking voor. Per psalm zijn er vaak twee verschillende zettingen. Er komen ook zettingen van Johann Sebastian Bach in voor. Alle in de loop der tijd ingeslopen verhogingen in de melodie zijn afgedrukt. Het boek is mooi uitgegeven met een hard kunstleren omslag met goudopdruk en het geheel slaat goed en soepel open, terwijl het papier niet doorschijnt.
Het functioneel wit aan de randen van de bladzijden is door krap afsnijden te weinig. Ook zou de drukker eens aandacht moeten besteden aan de verlegging van de bladspiegel. Immers, hoe meer in het midden van het bock, hoe meer grijp- of functioneel wit er aan de buitenzijde van de bladzijden behoort te zijn, dus minder wit aan de binnenzijde. Hetgeen nog rest voor een optimaal en verantwoord gebruik is, dat dit boek door elke zichzelf als kerkorganist respecterende orgelspeler wordt aangeschaft. Nog beter zou zijn wanneer dit koraalboek door elke kerkenraad wordt aangeschaft voor iedere organist afzonderlijk, zodat ‘hun’ organisten in staat zijn thuis de kolossale inhoud van dit koraalboek op gefundeerde wijze in te studeren opdat het in de eredienst op gepaste wijze benut kan worden. Aan Sanderman zal het niet liggen, die is nu al bezig aan een ritmische versie van zijn koraalboek. Jaar van beoogde publicatie 2004.

N.a.v. Dick Sanderman, 150 Psalmen & Enige Gezangen lsometrisch. 
Lindenberg Boeken & Muziek B.V. Rotterdam, 2001. 
329 blz. ISBN
9070355329. 
Prijs f 115,00