Nieuwe Muziekuitgaven

JOHANN GOTTFRIED WALTHER
In 1966 kwam muziekuitgeverij Breitkopf & Härtel met een integrale uitgave van het orgeloeuvre van Johann Gottfried Walther (1685-1748). Thans ligt een nieuwe editie voor mij, verzorgd door Klaus Beckmann (1998). In 1966 slaakte men als organist een zucht van verlichting; eindelijk kon men beschikken over al Walthers orgelconcerten. Heinz Lohmann verzorgde indertijd de uitstekende uitgave met eveneens uitstekende toelichtingen. Een punt van kritiek op die uitgave was, dat de notengravure nogal klein was uitgevallen. In 1952 had Breitkopf het volledige orgelwerk van Georg Böhm al op de markt gebracht. ‘Op basis van de uitgave van Johannes Wolgast nieuw uitgegeven door Gesa Wolgast’, zo lezen we op de Titelpagina van de Böhm-uitgave (editienummer 6634). De grootte van de noten was in 1952 perfect. Waarom deze verandering bij Walther? Hoe dan ook, na de uitgave van Walther was het (zover ik kan nagaan) bij Breitkopf gelukkig weer afgelopen met deze kleinere notengravure. Nadien kwam de uitgeverij weer met de uitstekende, forse notengravure. Onder meer het volledige werk van Vincent Lübeck (ed.nr. 6673) en Franz Tunder (ed.nr. 6718) werd uitgegeven, verzorgd door Klaus Beckmann. Ook van Johann Ludwig Krebs verscheen in 1985 (in vier banden) het volledige orgelwerk, verzorgd door Gerhard Weinberger. Kortom, want deze opsomming is bij lange na niet compleet, allemaal monumentale uitstekend gedocumenteerde en verantwoorde uitgaven. Alle genoemde titels zijn in wezen een must voor elke organist. Prachtig uitgegeven in een duidelijke notengravure op crèmekleurig, mat papier. Vanaf de uitgave met orgelwerk van Krebs siert een kleurenfoto telkens de omslag. De orgelmuziek van Krebs is zelfs in zowel een wetenschappelijke editie (prijs rond de Hfl 300,— per band) als een praktische uitgave verkrijgbaar.
De lezer begrijpt: de bovengenoemde karakteristieken zijn ook toepasbaar op deze nieuwe uitgaven van het orgelwerk van Johann Gottfried Walther. Voor deze heruitgave tekende opnieuw Klaus Beckmann (wat is deze man actief!). Hij deed dit voor zover ik kan nagaan uiterst secuur. Over het notenbeeld, de wijze van uitgeven, de bronvermelding en de inleiding niets dan lof. Ook het bindwerk is uitstekend. Op de omslag prijkt een fraaie kleurenfoto van het orgelfront van Marten de Mare (1610) in de Gutskirche te Stellichte. De bladindeling is zo gemaakt dat omslaan daar gebeurt waar het relatief ‘t minste stoort. Wat me wel een beetje stoort is dat ik nergens van Klaus Beckmann ook maar een verwijzing tegenkom naar de ruim dertig jaar eerder bij hetzelfde uitgevershuis gepubliceerde uitgave van diezelfde componist. Zelfs niet in een voetnoot, terwijl Beckmann in de vijftien voetnoten maar liefst vier keer naar publicaties van zichzelf verwijst.

Johann Gottfried Waither, Sämtliche Orgeiwerke (Ed. Beckmann).
Breitkopf & Härtel, Wiesbaden
1998. Editie EB 86678 tIm 86681
(4 banden). ISMN M-004-18042-6.
Prijs onbekend.

ITALIAANSE ORGELMUZ1EK
De gerenommeerde Duitse uitgeverij Bärenreiter te Kassel beheert een respectabel aantal uitstekende edities, ook op orgelgebied. Met haar nieuwe serie Vox Humana is deze uitgever echter niet echt op de goede weg. Het ter recensie aangeboden deel met muziek van Italiaanse bodem uit de achttiende en negentiende eeuw, verzorgd door Arturo Sacchetti, is muzikaal slaapverwekkend. Het spijt me dit aan de lezers te moeten meedelen. Ergo, het niveau van werken van componisten als Anfossi (1727-1797), Corbisicro (ca.1730-na 1802), Cotumacci (1709?-1785), Fenaroli (1730-1818), Furno (1740-1840) en nog vier namen waarvan ik vermoed dat deze de lezers niets zullen zeggen, bewijst dat deze muzikanten, althans in hun composities, terecht vergeten zijn. Dan kan de uitgever wel een mooie omslag om de 44 pagina’s tellende band doen, met een prachtige zwart-wit foto van drie frontpijpen, waarvan de middelste pijp op een curieuze maar bijzonder fraaie manier geciseleerd is, maar alleen een frontfoto maakt dit boek uiteraard niet de aanschaf waard, tenzij als verzamelobject. Jammer overigens dat over die frontfoto niets vermeld wordt in de colofon. Ook de twee bekendere namen, Leonardo Leo (1694-1744) en Nicola Zingarelli (1752-1837), kunnen deze uitgave niet redden; hun in deze uitgave voorkomende werk is niet veel beter dan de rest. Wel kwam ik een werkje tegen van Saverio Valente (18e/19e eeuw) dat ik wel aardig vond (Divertimento per Organo, pagina 36/37).
Toch ligt de zojuist gebezigde term ‘terecht vergeten’ mij zelf wat zwaar op de maag. Hoe vaak heb ik deze kwalificatie ook niet zelf gelezen en hoe vaak bleek deze term uiteindelijk (veel) te zwaar te zijn uitgevallen? Daarom vervolg ik deze bespreking nog met meer informatie, zodat elke lezer zijn of haar eigen keuze kan bepalen in de aanschaf van deze bundel. Voor organisten die zoeken naar gemakkelijk uit te voeren orgelmuziek kan deze uitgave het aanschaffen namelijk toch waard zijn. De muziek is niet alleen technisch gemakkelijk, maar ook ritmisch eenvoudig. Kortom, om van dit boek plezier te hebben dient men of wel een grote ‘muziekhonger’ te hebben, ofwel een gerichte behoefte te hebben aan gemakkelijk speelbare muziek voor de eredienst of voor eigen genoegen. Heeft men ‘muziekhonger’, dan kan men die mijns inziens in eerste instantie beter stillen met muziek die artistiek meer om het lijf heeft. Echter, bezit men dergelijke muziek al (dus een gevulde bibliotheek), dan is aanschaf zinvol. Van elke componist staat een levensbeschrijving afgedrukt en er komen ook bronvermeldingen voor.

Vox Humana Internationale Orgelmusik: Italien (Ed. Arturo Sacchetti). 
Bärenreiter Kassel, BA 8237. 
ISMN M-006-50577-7. 
Prijs ca. f 32,—.