Een repertorium voor Orgelmuziek

Voor organisten die een voorliefde hebben voor de orgelliteratuur in al haar facetten, is er cen prachtig naslagwerk verschenen. Er staan weliswaar geen verhalen in, alleen kort samengevatte feiten. Het is een ‘Bio-bibliografische index van orgelmuziek met componisten — werken — uitgaven vanaf 1150-1998 uit 41 landen’. Klaus Beckmann (1935), een gerenommeerde, immer actieve Duitse, muziekwetenschapper en muziekbezorger liet dit lijvige boek uitgeven bij Schott in 1998. In dit naslagwerk vindt de lezer alle titels van orgelmuziek uit 41 landen, van maar liefst over de 8700 componisten. Een monnikenwerk! Al lezend deed me de opzet denken aan een in 1984 bij Bosch & Keuning te Baarn verschenen naslagwerk van Liuwe Tamminga, getiteld Orgelliteratuur bij het Liedboek voor de kerken. Dit boek is een handreiking voor de kerkorganist, die voor de eredienst literatuur zoekt over een bepaald lied. Maar ook de concertorganist, die in een bepaalde periode van het kerkelijk jaar de daarbij behorende muziek wil vertolken, kan met dit boek uitstekend uit de voeten. Dit boek is wellicht nog te verkrijgen bij De Slegte, of bij een muziekantiquariaat. Telt Tamminga’s boek 371 pagina’s, Beckmanns pil omvat maar liefst 995 pagina’s.
We mogen wel zeggen, dat Beckmann deze reuzenklus dankzij de zegeningen van de computer en e-mail kon klaren. Getuige de inleiding hebben tientallen muziekwetenschappers (tenminste één per land) hem assistentie verleend bij het aanreiken van orgelmuziektitels uit hun land. Voor ons land is dr. Gert Oost voor dit Repertorium actief geweest. In de inleiding lezen we verder onder meer dat er geen enkele selectie is toegepast. Wat Beckmann aan titels van orgelcomposities onder ogen kon krijgen, nam hij op. Zodoende kon er ook geen enkel waardeoordeel gaan meespelen. Beckmann: “Mocht er dus ergens een componist of een werk niet vermeld zijn, dan berust deze ‘fout’ (!) op puur toeval, en geenszins op opzet”.
Beckmann hanteert een doordacht concept met vele informatieve afkortingen. Omdat hij de componisten chronologisch en per land vermeldt, slaagt hij er niet alleen veel informatie te verstrekken zonder dat deze informatie steeds opnieuw behoeft te worden afgedrukt, maar ook maakt hij door de heldere vorm het opzoeken gemakkelijk. Immers, weet men bijvoorbeeld dat een componist van Amerikaanse bodem stamt, dan vindt men in de rubriek van het betreffende land reeds de context en ook de tijdgenoten van de betreffende componist. In één oogopslag krijgt men veel meer informatie dan bij een alfabetische rangschikking. Uiteraard is de index bij het gebruik van eminent belang. Behalve werken voor orgelsolo (ook vierhandig) vermeldt Beckmann ook werken voor orgel met een of meer andere instrument (en).
Ten behoeve van deze recensie heb ik een steekproef genomen en gekeken naar het orgeloeuvre van Johann Heinrich Buttstedt (1666—1 727). Beckmann noemt op pagina 114 inderdaad niet alleen titels van courante uitgayen, met datum van verschijning, maar ook vermeldt hij muziek die nog in handschrift is overgeleverd zoals bijvoorbeeld Buttstetts Aria met 12 variaties, die ik nog onlangs in handen had in de Koninklijke Bibliotheek Albert I te Brussel. Overigens is het nog steeds een bijzondere ervaring om tastbaar een eeuwenoude handschriftuitgave te mogen vasthouden, te ruiken, kortom geschiedenis werkelijk te beleven. Ik raad iedere orgelspeler aan om eens een muziekbibliotheek binnen te gaan en een handschrift op te vragen. Moeilijk is dit niet, men helpt u graag. Het genoemde Repertorium is een uitgave die in geen enkele boekenkast van elke op doorgaande repertoire vernieuwing gerichte organist mag ontbreken. Hooguit kan de prijs (f 135,—) een ‘vertragende’ factor vormen bij de aanschaf. Maar... orgelmuziek is van vele eeuwen, en met sparen is het al niet anders!

Klaus Beckmann, Repertorium Orgelmusik 1150-1998. 
A Bio-biographical Index of Organ Music. Edition Schott, [Mainz] 1998. ISBN 3-7957-0358-1. 
Omvang: 995 blz. (geb.). 
Prijs Ca. f 135,00.




~~