Reizend door het rijke Limburgse orgellandschap

Orgelliefhebbers die overwegen deze zomer tijd door te brengen in Zuid-Limburg komen in die provincie dubbel aan hun trekken. Want enerzijds is er het prachtige, afwisselende landschap en anderzijds het aantrekkelijke orgelparadijs. Het historisch orgelbezit staat er doorgaans goed onderhouden bij. De stichting Samenwerkende Orgelvrienden Limburg (SOL) organiseert vanaf 1991 jaarlijks een Orgelfestival, dat vergezeld gaat van een fraaie geïllustreerde orgel(festival)gids.

Limburg kan voor orgelliefhebbers niet snel stuk. De orgelgids biedt overigens niet alleen de concertprogramma's van de verschillende orgelcomite’s, maar geeft ook de disposities van de instrumenten, gegevens over de bouwen(s) met een foto van het instrument en een curriculum vitae van de concerterende organist. Sympathiek is ook de traditie dat jonge organisten van (in eerste instantie) Limburgse bodem, de kans wordt geboden te concerteren. Want Henk van Loo, de drijvende kracht achten de SOL, is van mening dat iedere organist uit de provincie Limburg, die het diploma Uitvoerend Musicus heeft behaald, een plaatsje onder de zon verdient: “Ik ga hun muzikale prestaties niet vooraf beoordelen; dat hebben de conservatoria al gedaan. Elke goede Limburgse organist krijgt zo een kans.” De meewerkende organisten zijn overigens niet alleen van Nederlandse bodem. Integendeel: het Euregionaal Maas-Rijnkarakter wordt flink benadrukt. Het beleid van de SOL is om bij orgeltochten ook de omliggende streek in Duitsland en België te bereizen, de Euregio. Daartoe stelt de Stichting Euregio Maas-Rijn te Maastricht ook gelden beschikbaar. invloedrijke organisten die aan hun status werken, krijgen bij de SOL geen prominentere plaats dan aankomende talenten. En zo heeft de SOL zich in de zeven jaar dat ze actief is, een plaats veroverd in zowel de harten van de bezoekers, als die van de uitvoerenden. Bezoekers komen zelfs van ver (de Veluwe en Noord-Holland) om artistiek een ‘dagje uit’ te zijn. Soms is als extra gids de vooraanstaande Belgische orgeladiviseur Michel Lemmens aanwezig. Michel Lemmens publiceerde in 1996 in de serie Cultureel Erfgoed in Limburg een uitstekend boek over orgelmakers in ‘zijn’ regio, getiteld "Het Limburgse Orgellandschap". Mede uit dit boek zijn voor dit artikel gegevens geput. Als ook het publiek vervolgens in grote getale opkomt, mogen de verantwoordelijke mensen achter deze aanpak zich beloond voelen. Een pastoor uit Limburg vertelde me dat hij pas recent had ontdekt dat in zijn streek dergelijke orgeltochten worden georganiseerd. Hij vond het prachtig en het deed hem zichtbaan goed dat de orgels die en vroeger in de Rooms-Katholieke kerk, volgens zijn zeggen maar ‘bijhingen’, nu veel meer bij de vieringen en in de algemene aandacht betrokken worden.
Ook als liefhebber van bijzondere kerken komt hij aan zijn trekken. Een uitzondering overigens, want de meeste deelnemers hadden alleen oog voor het orgel.

EVENEMENTEN IN 1998
Ook in 1998 organiseerde SQL weer interessante concerten en evenementen. Zo is er op 18 juli 1998 een colloquium in Wijlre (L) over de orgelbouwens Gebr. Müller uit Reifferscheid in de Eifel.
Van de meer dan 200(!) orgels die door de Gebr. Müller werden gebouwd, zijn er nog ongeveer veertig over. Daarenboven resteren en nog zo’n veertig kassen. Over de kassen houdt Frans Jespers uit Voerendaal een referaat terwijl H.G. Reijnertz uit Eupen (B) een dialezing houdt over het werk van de gebroeders Müller in het Rijnland, België en Duitsland. Na de middagpauze zullen enkele voortreffelijk gerestaureerde Müllerorgels in Limburg door jonge organisten worden voorgesteld:
Wijlre, St. Gertrudis, 1861/1875, 26/II/P
Mechelen, St. Johann Baptist, ca. 1850, 23/11/P
Eijs, St. Agatha, 1844, 10/11/P Kerkrade, St. Lambertus, 1848, 34/11/P.

Tussen 18 juli en 9 augustus 1998 zullen 30 orgelconcerten, 3 Euregio-orgelbustochten en een orgelwandeling door het centrum van Maastricht plaatsvinden. Het openingsconcert van het ‘Orgelfestival Limburg’ vindt plaats op zondag 19 juli om 16.00 uur in de St. Gentrudiskerk te Wijlre door Marcel Venheggen, organist van de St. Servaasbasiliek te Maastricht.

WANDELTOCHT
De traditionele wandeltocht langs zeven Maastrichtse orgels wordt gehouden op woensdag 22 juli. De tocht begint om 13.00 uur in de Q.L.Vrouwekerk en voert verder langs de orgels van de Ned. Gereformeerde (v/h Waalse) kerk, de Lutherse kerk, het Ursulinenklooster, de Cellebroederskapel en de St. Janskerk, en eindigt in de St. Servaas.
Veel ongelkwaliteit binnen een dag. Een uitgelezen mogelijkheid om het veelzijdige Maastrichtse ongellandschap te verkennen.

DRIE BUSTOCHTEN
Zoals gebruikelijk organiseert de SOL ook ween drie Euregionale ongelbustochten. De eerste, op zaterdag 25 juli, voert vanaf kasteel Elsloo naar Waldwilder, Vliermaal, Tongeren, Heune le Romain, Grand Rechain, Luik en tenslotte weer naar kasteel Elsloo waar (niet verplicht) een diner plaatsvindt, met aansluitend het slot-concert door Jean-Pierre Steijvers in de nabijgelegen St. Augustinuskerk. De tweede bustocht, op 1 augustus, gaat vanuit Gronsveld naar Les Waleffes, Abbaye Prémontrée de Leffe, Boncelles, Luik (Abbaye Bénédictinus en St. Jacques) en eindigt met een diner in ‘De Keizerskroon’ te Gronsveld, met aansluitend een concert door Wim Winters in de St. Martinuskerk.
De derde orgeltocht, op 8 augustus, voert vanuit Geleen via Zulpich, Mechernich, Roggendorf, Kall en Abdij Steinfeld. De orgeltrip wordt beëindigd met een diner in restaurant ‘De Lijster’ in Geleen, met aansluitend het avondconcert door schrijver dezes in de Ontmoetingskerk aldaar. Verspreid over de hele provincie vinden dagelijks orgelconcerten plaats op veelal historische orgels. Tevens zijn er Euregionale concerten in Heinsberg, Montzen, St.Tnuiden, Büllingen, Vaals en Maastricht. Het programmaboek krijgt men automatisch als men donateur van de SOL. is. Het is ook vooraf te bestellen bij de Stichting Samenwerkende Ongelvrienden Limburg, Hoolstraat 1, 6129 CK Urmond, tel. (046) 433 30 64. Hier kan ook informatie worden gevraagd en reservering plaatsvinden.

DE ORGELDYNASTIE MULLER
1829-1920
In dit ovenzicht komen nogal veel namen voor; de lezer neme daarvoor de tijd.
In 1802 stichtte Paul Müller (1775-1843) een ongelmakerij in Reifferscheid in het Duitse Eifelgebied. Of hij het vak zichzelf leerde of bij iemand in de leer is geweest, is niet te achterhalen. Feit is dat hij bij zijn vader het meubelvak heeft geleerd. In 1829 bouwde Paul Muller zijn eerste orgel te Merzenich (10 registers). Van zijn hand zijn drieëntwintig orgels (nieuw of gerenoveerd) bekend. Zijn grootste orgel staat in Dremmen (1837, 36 registers). Thans staat alleen de kas en nog. Curieus gegeven is het feit dat zijn broer Nicolaus (1777-1862) ook enkele orgels bouwde in zijn vrije tijd. Van beroep was hij namelijk pastoor. Nicolaus schonk de orgels die hij bouwde aan kerken, want honorarium nam hij niet aan; men doneerde dan een bedrag voor de mis.
Na de dood van Paul Müller zetten zijn drie zoons Josef, Michael en Christian het bedrijf voort onder de naam ‘Gebruder Müller’. Vier zonen van Josef op hun beurt werden eveneens orgelbouwer: Johann-Paul (10-5-1841 - ?), Josef (13-5-1848 - 18-7-1880), Alois (25-12-1850 - 28-7-
1907) en Eduard ( 6-11-1851 - 24-9-1915).
Vanaf 1915 waren er geen mannelijke nazaten meer en leidde de zuster van Josef tot aan de opheffing in 1920 het bedrijf. Aansluitend schijnt een werknemer genaamd Grundling de Firma tot zijn emigratie in 1926 nog geleid te hebben. Daarmee komt een einde aan de activiteiten van de Gebr. Müller. De traditie van de firma Müller wordt echter voortgezet door de in 1927 in Hellental opgerichte Orgelmakerij Weimbs. De grootvader van de huidige bedrijfsleider, Josef Weimbs senior (1886-1949), leerde het orgelmakersvak van 1900-1905 bij de firma Müller in Reifferscheid. Tot 1913 werkte hij bij deze firma als intonateur en orgelstemmer. Daarna ontwikkelde hij zich verder hij zes andere bedrijven. De oom van de huidige firmachef, Peter Weimbs (1893-1966) was eveneens werkzaam als orgelbouwer bij de firma Müller. Na het uitsterven van de firma Müller richtte de vader van de tegenwoordige eigenaar van de firma Weimbs, Josef Weimbs senior, de firma in Hellental op, om het onderhoudswerk van de vele MÚller-orgels zeker te stellen. Na diens dood in 1949 nam Josef Weimbs junior het bedrijf over. Zijn zoon Friedrich-Bernard (Meesterproef 1973) is als constructeur en intonateur betrokken hij het bedrijf, dat bovendien nog acht andere medewerkers in dienst heeft.

Werklijst Gebr. Müller (1829-1920) in Nederland
(A= aanwezig)
(V= verdwenen)

A 1830 Susteren, uitbreiding Weidtman-orgel (13 reg.)
A 1838 Heerlen Hervormde kerk. overplaatsing Weidtman-orgel
A 1844 Eys St. Agatha; restauratie Flentrop 1961 (10 reg. w.v. 5 ook bespeelbaar op 2e klavier)
A 1844 Schaesberg St. Petrus en Paulus: restauratie Verschueren 1965 (9 reg.)
A 1845 Mechelen St. Johannes, uitbreiding orgel: restauratie Vermeulen 1974 (23 reg.)
A 1846 Gulpen NH (9 reg.)
A 1848 Kerkrade St.Lambertus (30 reg.); restauratie Vermeulen 1988
A 1857 Brunssum St. Gregorius (12 reg.); verbouw Vermeulen 1872: uitbr. Verschueren tot 30 reg.
A 1861/75 Wijlre St. Gertrudis (26 reg.): restauratie Verschueren 1979/80
A 1868 Jabeek St. Gertrudis (13 reg.)
A 1873 Schinveld St. Eligius (14 reg.); ook Vermeulen 1904
A 1876 Roermond seminarie; uitbreiding Pedaal Verschueren
A 1877 Ubach over Worms; ook Pereboom
A 1887 Ubachsberg ( 9 reg.)
A 1905 Vaals lutherse kerk, reparatie
? 18..   Amsterdarn O.L.V.?
V 1835 Ileerlcu. St. Pancratius (in 1908 vervangen door Stahlhut-orgel)
V 1853 Kerkrade Roldue (verloren gegaan)
V 1858 Nieuwcnhagen (alleen orgelkast bewaard): Vtrrneulcn 1930
V 1859 Lvgclshoven (verlorcn gegaan)
V 1892 Ousterhout (18 reg.) (verloren gegaan; front bewaard in Prinsenhage)

Werklijst België
A 1835 Eupen Klosterkirche (18 reg.)
A 1847 Wahlhorn (20 reg.)
A 1860 Burg Reuland (13 reg.)
A 1862 Eupen Kloster Heidberg (5 reg.)
A 1870 Angleur (22 reg.)
A 1883 Eupen Bergkapelle (8 reg.)
V 1845 Robertville (12 reg.)
V 1861 Elsenborn (16 reg.)
V 1868 Weismes (10 reg.)
V 1876 Recht (9 reg.)
V 1872 Eupen, St.Jozeph (26 reg.)
V 1864 Kettnis (55 reg.)
V 1891 Wirzfeld (10 reg.)
V 1869 Tongeren

Met dank, aan Henk van Loo (Urmond) voor het verstrekken van gegevens.





Miche) Lemmens.


‘73 oek bes p re1~inq


Her Limburgse orgellandschap
HET LIMBIJRGSE ORGELLANDSCHAP

Op de omsiag van dit door de Belgische orgeladviseur Michel Lemmens gcschneven bock pnijkr het fraaie oudste ongel van Belgisch Limburg in kleurendruk. Het is het ongel dat Christian Ancion venvaardigde voon de abdijkerk in Sint-Truiden, genestaureerd in 1996. Deze fraai ogende omsiag dekt letterlijk de inhoud van dit 69 pagina’s tellende bock, dat in opdnacht van het Provincicbcstuun van Belgisch Limburg verscheen. In heldere schnijftrant geeft I.emmens een bondig bceld van de orgelsituatie in het gebied dat de Limburgse Kernpen, Limhurg Haspengouw en het Maasland omvat. Helaas liet hij geen kaari van het gehied afdrukken en dat is jammer, want dit mag in zo’n overzicht niet ontbreken.
In het voorwoord van de Gcdeputecrde voor Cultuur, Sylvain Sleypen, vind ik enkele krachtdadige passages, zoals dezc: “Sinds 1990 zijn het onderzoek van onze orgels en de rcs~ tauratie met overheidsmiddelen in ceo stnooinversnelling geraakt; er werden vijfmaal ineen restauratieprojecten gestart dan in de vorig vijftig janen samen!” Een alinea eerden maakt Sleypen melding van het felt dat reeds een veertigtal dossiers is samengesteld, “beschikbaar voor de eigenaans, orgeldeskundigen en gemteresseerden.”

Lcmmens heeft zijn bock verluchtigd met een ruime hoeveelheid zwartlwitfoto’s, met onderschniften. Hij opent met cen paginalange beschrijving van het geografisch landschap en vervolgt met het hoofdstuk ‘Oude versus nicuwe orgels’, waarin hij mcldt dat er sinds 1960 zo’n 65 nieuwe orgels in de Limburgse kerken werden geplaatst. 1-Ict grote struikclblok voor vele van onze orgelmakers is echier de vormgeving der orgelkasten en de integnatie ervan in de nuimic.” Even verder stelt hij: “Eigentijdse vormgeving mag en moet kunnen.” Venvolgens houdt hij cen goed lopend betoog, dat hij onderstreept met foto’s.
Via cen heldere hoofdstukindeling kan de lezer als het ware ‘instappen’ waar hij wil. Zo beet het tweede hoofdstuk ‘De toestand van de histonische ongels’, en ik wil niet nalaten hieruit de volgende alinea te citeren:
“Belgisch Limburg is op gebicd van orgeirestauratie lange tijd een achtergebleven gebied geweest. Toen in de peniode 1988-1994 in opdracht van het provinciebestuun de bclangrijkste historische ongels van Limburg in kaart werden gebracht en geinventariseerd, kwamen er onbeschrij felij ke toestanden van veryal, verwaarlozing en vandalisme aan het licht. Ongeveer de heift van de histonische instrumenten was buiten gebruik gesteld, in sommige gevallcn al zclfs meer dan dertig jaar geleden. Bovcndien lict de toestand van de nog bcspeelbane orgels vaak te wensen over. Tot 1990 leek de tijd bier stilgcstaan te hebben, want tot dan toe waren in Limburg slechts twce orgelrestauraties met overhcidssubsidics gerealiseerd: Tonde Orqelvi-iend
genen, Onze Lieve Vrouwebasiliek (1944/47) en Hasselt, Sint-Quintinuskathedraal (1971/72). Bovendien betreft het bier nog restauraties yolgens een neo-barok concept die rneer kwaad dan goed deden aan de historische bestanddelen; voor beide genoernde orgels is trouwens sinds kort opnieuw een aanzct tot restauratie gegeverL”
Het derde hoofdstuk dnaagt de titel ‘De oudste restanten’. Via De barokpeniode’ (l7de en l8de ecuw) met cen interessante opsomming van stijikenmerken van de z.g. Luikse school (acht orgelbouwers) en ‘De l9de ecuw: classicisme en romantiek. Ontstaan van een Limburgse school?’ komt Lemmens tot ceo fraaie afronding. Het bock bezit ecn uitgcbreid o pzoekappa raat. Er staan diverse technische tekeningen in, onder meer oven het Clerinx-windladesysteem uit 1847, waarin Clerinx twee manualen met ceo windlade kan doen functioneren. Hij had hienop octrooi. Wanneer men meer wil weten van hei ongelpatrimonium van onze zuiderburen, mag dit bock in geen enkele orgelbibliotheek onthreken. Dat er meer mogen volgen.

Michel Lemmens, Het Limburgse orgellandschap.
Serie Cultureel erfgoed in Limburg deel 1.
70 blz. - Prijs BFR 250,- (excl. verzendkosten)
Besteladres:
Provinciaal Centrum voor Cultureel Erfgoed,
Kasteel Rijkel,
D. van Leeuwenstraat 23
B-3840 Rijkel (Borgloon).
00k te besteflen bij de muziekhandels Boeijenga
Sneek en Lindenberg Rotterdam.

Willem van Twille










PIETER LEEBEEK

STEENDAM-ORGLET I VALLE KYRKJE

S.O.S. Records 9711-01 — Speelduur 7147”
Prijsf 35,00



PIETER LEEBEEK Q~

KIRSTEN BRATEN BERG

ORGELMUSIKK OG FOLKETONE

FRA SETESDAL

S.O.S. Records 9711-02 — Speelduur 7006”
PrijsJ 35,00
Te bestellen door overmaking van f 35,00 (1 cd) of f 60,00 (2 cd’s) op bankrek.nr. 91.19.92.898 t.n.v. Orgeimakerij Steendam te Roodeschool, met vermeiding van bet
(de) cd-nummer(s).
S
ieeo Steondam is niet alleen orgelbouwer, hij heeft ook zijn eigen opnamestudio. Op zijn label S.O.S. verschenen twee cd’s van Noorse orgels. De eerste is gemaakt op het orgel in Valle, dat hij vorig jaar voltooide. Hoewel dii orgel ‘maar’ 18 stemmen telt, is het een erg veelzijdig instrument. Het heeft eon krachtig, stoer klinkend ondermanuaal tegenover een zacht en liefelijk klinkend bovenmanuaal in een zwelkast. Bij eon orgel dat in eon vrijwel galmloze ruimte staat, komt het zeer op de klankgeving aan. Het pleit voor hot vakmanschap van Steendam dat hot instrument ook in deze drogo omgoving blijit bocien. Dit orgel doorstaat do ‘elandtest’ — om eons eon eigentijdso term to gebruikon — omdat het voldoende ‘grond’ in de haskant bezit. Luister maar naar de Fantasia in g van J.C. Keliner of naar Gavotte I en Ii van Cornelis Buto. Bij eon orgel dat zo good in zijn bassen zit, valt ook good te zingon.
De samenzang in doze kerk wordt sinds 1993 begeloid door Pieter Lee-
book, eon van do Nederlanders die con bostaan in Noorwegen heck opgehouwd. Hij goeft or ook veci concerten. Voor doze cd stelde hij eon afwisselend programma samen met werken van Krebs (Vieu Praeludien), J.S. Bach (eon viertal koraalvoorspelen), J .B. Bach (Ciaconna B-du,’) enJ.C. Kellnor. Via Kuchar (Pastorale in C) komon we in de rornantiek van Roger, Bastiaans en Bute (drie delen uit Suite in Ouden Stijl) terecht.
In sommige werken heck do organist do neiging hot tempo wat op to jagon, zoals bijvoorbeeld in de Fuga in D van Roger on het Larghetto in fis van S.S. Wesley. Dat isjammer, want zulke stukken zijn gebaat bij eon breed en consequent tempo. Het Andantino van Franck wordi daarontogen zoor evenwichtig noergezet, met mooie rustpunten. Leobeek bosluit met do bekende Final in D uit do Ecole d’Orgue van J.N. Lemmens. Eon mooie opname van eon orgel dat bereid is tot muziekmaken!

Met Pieter Leebeek legde Steendam ook eon aantal orgels in hot Noorse Setosdal vast. Zo’n 15 jaar geleden gal hot orgelbestand in het Setosdal woinig aanlciding om eon cd als doze to maken. Sinds het einde van de jaren ‘80 is or echter voel veranderd; verschillonde kerken en kapellen kregen een nicuw orgel (waaronder Vallo), andere orgels werdon bodrijfszeker gernaakt.

in hot Setesdal is de volksmuziekcultuur goed bewaard goblovon. Doze cd getuigi daarvan d.rn.v. eon aantalfolketone (volksliederen), gczongon door Kirsten Bräteri Borg. Hot is even won-non, want dezo stem heeft. niot do gecultiveerde klank die wij kennen. Dit timbre past echter bij hot gobrachte volksmuziekrepertoire. Waar deze liederen precios over gaan is niet duidelijk, hoowel eon aantal orvan eon duideiijko religieuzo strokking heelt.

Do cd bogint met drio volksliedoron, die worden begeloid op eon zestigor jaron-orgel, dat in 1995 niouwe mechaniek on kiavioron kreeg. Hot oudsie opgenomon orgel staat in hot ‘Bygland kyrkje’ en dateert uit 1892.



de Orqelvriend
Hot is van Albert Hollenbach, die nog vasthield aan inochanische tractuur. Hot orgel bent zich dan ook zeer voor workjes van Zipoli on Martini. Hot orgol in Hylestad (Gebr. Torkildson, 1991) word vorig jaar door Steendam geherintonoerd waardoor —voor zover het pijpwork dat toeliet —eon warmere en rondere kiank is ontstaan. Hot heoft nu voldooncle kwaliteiten oni or koraalvoorspelen van Bach on worken van Pacholbel hevredigond op to vertolkon. Na onkobo opnamon uit Valle (o.m. eon koraaltrio van Leobeek) volgen nog onkele Italiaanse werkjos op eon positief van do Nye Orgelbyggeri AB uit 1988 in hot ‘Bykie kyrkj~ De Co,uente Quarta van Frescobaldi is tweomaal opgcnomen: oenmaal met on eenrnaal zonder windrnotor. Ten slotte is daar hot nieuwe orgol van Nibs Arne Vonheim in de kapel van het skicentrurn Hovden, met twoe koraaivoorspcicn van Krobs en het koraal ‘He,zliebsterJesu’ van Rinck. Eon orgel dat hot qua intonatie (wat een ‘harde’ prestantklank!) toch aflegt tegen dat van die Nederlandse ‘indringer’. Eon met zorg sai’nongestolde cd die eon aardig beeld geeft van eon stuk Noorse volksmuziek- en orgelcultuur.



Het Steendam-orgel in Valle (N).











C’D-recenstes












ORGANA ANTIQUA BOHEMICA

~ECHY • BOHEMIA

Lindcnberg LB( I) 71-74 (4 cd’s)
Prij’. f 99,00



PRAHA • PRAGUE

Lindenberg I BCD 75/76 (2 cd\)
Prijsf 69,50
D
e Tsjechische orgelcultuur is er een van uitzondenlijke rijkdom. Dat hebben orgelminnende nadioluistcraars in de periode van november 1996 — met cen onderbreking — tot en met khruani van dit jaar kunnen vaststellen wanneer zij dondcrdagsavonds afstcmden op de KRO. Onden leiding van de Praagse organist Pavel ~ern~’ en met adviezen en steun van de Tsjechische radio werden zo’n 120 histonische ongels in het voormalige Tsjecho-Slowakije bezocht; na selectie blcven er nuim 50 over die met elkaar ceo nepresentatief beeld geven van het Boheemse orgeliandschap vanaf de 17e ecuw tot aan de Tweede Wereldoonlog. In samenwerking met Radio Nedcrland Wcneldomrocp werden hiervan in 1996 opnamen gemaakt die nesulteerden in 55 uitzcndingen, waarvan 20 gewijd aan Pnaagse orgels.

Er werkten 17 organisten, merendeels Nederlanders, aan mee. Uit dit materiaal stelde Lindcnberg Productions in ovenleg met de ‘makers’ twee cddozen samen, ceo 4-cd-box met 28 orgels in Bohemen en ceo dubbcl-cd met 1 1 ongels in Praag.
De Boheemse orgelcultuur gaat terug tot de 12e eeuw; de oudste nog bestaande instrumenten dateren echter uit de 17e eeuw. De Habshurgse heenschappij, die van 1526 tot 1918 duurde, bepaalde in de tussenliggende eeuwen het godsdicnstige en culturele klimaat in de Bohernen. De Bohecmse orgelbouw zocht zodoende aansluiting bij Oostenrijk en (het katholicke) Zuicl-Duitsland. In de peniode na de Dertigjanige Oonlog (1618-1648) ontstond ‘het’ Boheemse orgel, met zijn nijke, zilverachtige plenum, een keur aan labiale gnondstemmen waarin stnijkende registers ceo belangrijke plaats innemen, en vrijwet geen tongwerken. De muziek forcerde zowel in de kerk als daarbuitcn en het ongcl speelde daanin ecn belangrijke no!, als begeleidingsinstrument en solistisch. Een idcaal klimaat voor ongelbouwens als vader en zoon Spiegel, Sernrád en Reiss in Pnaag, Gartner in het westen, Starck, Burghant en Schmiedt in het noordwestcn, de families Helwig, Weltzel, Katzer en Streussel in het oosten en Christeindi in het zuiden.
De eenste cd van de Bohemia-box geeft ei-n beeld van orgelbouwactiviteiten in de 17e en 18e ecuw in het noordwesten. Van Abraham Starck resteert nog ceo fraai, in gedeelde kasten opgesteld ongel in de voormalige kloosterkcrk te Ziata Koruna. De klank, door de Maastrichtse organist Marcel Verheggen gedcmonstncend in de Toeeata in G van Muffat en cen Fuga van ~zennohorsk~r, bcantwoordt preeies aan de hierhoven gecitecrde



tie Orqeivriend
beschrijving. Ook enkele exponente van romantische ongelbouw zijn op deze cd vertegenwoordigd: bet
indrukwckkend mooie orgel van M~ tin Zaus in de Mikulá~-kerk in Chel waarop Kees van Houten zichzelf
ovcrtreft in vier konaalvoorspelen v~ Brahms, en het viermanuaals orgel van de gebr. Jehmlich in de oude k~ van Anton Reiss in de Dom van
Litomëhee, waar Christine Kamp
Karg-Elert het voile pond kan gever In het westen werkten vanaf het rni~ den van de 18e ceuw vier gcnenatic5 Gartner als ongeirnakers. Van Anton Gartncrs dricklaviers orgel in de Sir Vituskathedraal in Praag is alleen th kas nog over; de beide orgels in het Pnemonstratcnsen-kIooster in Tépla, vastgelegd op resp. de censte en vier de cd, ondcrstrepen nog heden ten dage zijn roem.
Op de twcede cd staan enkele orgel:
van uit Praag afkomstige en andere noondelijke orgeibouwers vcrceuwi~ instrumenten van vadcr en zoon Sp gel (rcsp. in Manétin en Bezno, bcspceid (loon Peter van Dijk en Pa ~ernS’), Anton Rciss (Rab~tejn, bespeeld door Jan Raas) en Emanw S. Petr (Louny, bespeeld door Jan J; sen). De gebr. Feller in het noondei wcrkten traditioneel, getuige bun ongel (1848) voor de Allerheiligenkerk van ~eska Lipa. Martin Rost bncngt de klank op bociende wijze leven in o.m. een spannend Praelw urn in e van August Wilhelm Bach. de 19e ceuw wend de Saksische invioed groter; als voonbeeld hienv:
is ‘Opus 48’ (1890) in Filipov van firma Eule uit Bautzen opgenomen Met drie Charakterstuke van Josef Rheinberger demonstreent Klaas St de vervallen schoonheid van dit
groots kiinkende, rnaar toch slecht 22 stcmmen tellende instrument. In het zuiden werd Nicolaus Chni~

























eindl het bekendst; hij bouwde o.m. het orgel in het v.m. Minderbroederklooster in O~sky Krumlov (1682) dat op de vierde eel wordt gedemonstreerd door jaroslav Tüma in een uitgebreid Praeludium van Johann Nauss, dat door zijn geledingen mecr het karakter van een suite draagt. In het zuiden werkien ook Oostcnrijkse bouwers als Franz Lorenz Richter, wiens orgeltje in Dolni Dvofi~te gaaf bewaard bleef en op de vierde cd wordt hespeeld door Pavel ~ern~. Van groot belang voor de Boheemse ~romantische’ orgeihistorie is het werk van de Firma Rieger, in 1873 opgericht in Krnov (Silezië). Dii bedrijf groeide uit tot een enorme ondernerning met filialen in o.a. Wiener-Neustadt en Budapest. Op de derde cd vinden we enkele door hen gebouwde c.q. gerestaureerde instrumenten, zoals het uit 1894 daterende orgel in Rokytnice (bespeeld door Hans Leenders in werken van Eben en Wiedermann) en het in de jaren ‘90 van deze ceuw door hen gerestaureerde ~panelorgel in Rychnov nad Knèznou. Op dit laatste instrument speelt Pavel ~erny een 10 minuten durende, tot de verbeelding sprekende Fantasie van Josef Bohuslav Foerster (1859-195 1), een componist die in Tsjechie nog steeds in hoog aanzien staat omdat hij niet alleen musicus was, maar tevens een begaafd literator en beeldend kunstenaar.
Op de cd’s vindt men behalve Tsjechisch, Oostenrijks en Duits repertoire ook Nederlands werk. Die Nederlandse inbreng had wat mij betreft beperkt kunnen blijven tot Sweelinck, Andriessen, Wagenaar (Inleiding en Fuga over ceo Russisch thema) en Strategier~ de gelegenheidswerkjcs van een zekereJ.B. Kolkman doen in dii kader wat onbenullig aan.
De beide cd-dozen gaan vergezeld van

lijvige tekstboekjcs (resp. 100 en 84 pagina’s). In totaal 62 pagina~s daarvan zijn voor ons van belang omdat ze in het Nederlands zijn gesteld of orgelgegevens bevatten. Beide boekjes beginnen met cen compleet overzicht van de gespeelde werken; daarna volgt een verheldere nil hoofdstuk over het Bohecrnse orgel en zijn karakteristieken. In het ‘Bohemen’hoekje worden de orgelbo uwae tiviteiten per windsireck behandeld; het ‘Praag’-boekje gaat uiteraard dieper in op de aldaar werkende orgelmakers. Het tweede boekje biedt ook biografische inFormatie over de Tsjechische compon isten en de medewerkende organisten. Na de Tsjechische, Duitse, Engelse en Franse en Spaanse (!) toelichtingen volgen achterin gegevens over de bespeelde orgels, aangevuld met afbeeldingen van fronten, klaviaturen en details. Registraties worden helaas niet vermeld. Ondanks dat zijn deze cd’s hun geld volkomen waard.
Gerco Schaap


Bij de ‘Praag’-cd’s:
De opening door Klaas Hock met her Magn~ficat quinti toni van Johann Speth is dermate indrukwekkend en overroinpelend (wat een schittere nd hoofdorgel staat er in de Praagse Tynkerk!) dat het vervoig van de eerste ‘Praag-cd’ (het positief in dezelide kerk) teleurstelt. Deze overgang is te groot. Daar komt bij dat ik Peter van Dijk wel beter op dreef heb gehoord dan op dit positief.
Een omissie vind ik het ontbreken van registratie-aanduidingen in de boekjes. Ik wit hier dan ook een lans breken voor het altijd vermeiden van registraties! Ik ben me ervan bewust dat registraties door tijdgehrek tijdens de opnamen of door wijzigingen van het laatste moment moeilijk te achierhalen zijn. Maar dii is ook cen kwesde (Jrqetvricnd
tie van het stellen van prioriteiten van de producer. Deze cd’s koopje als naluisterwerk. Geen registraties is als het kijken naar een indrukwekkende voorgcvel zonder historische gegevens. Veel ontgaat je dan. Zeif onderyang ik het probleem van het achterhalen van registraties door na afloop van een opnamesessie de registraties van elk werk op de nog lopende geluidsband in re spreken. Voor het overige heb ik lof voor het gebodene, at denk ik dat sonates van Ph. Pool, Ruppe en andcre Nederlandse klavierwerkjes flu wel genoeg zijn vastgelegd bij eerdere, soortgelijke KRO-producties (Italië-, Elzascd’s). In de barok- en galante periode werd in ons land meer geimproviseerd dan gecomponeerd, dus veel Nederlandse orgelliteratuur is er uit deze tijd niet.
in de tekst van het boekje miste ik een bondige sarnenvatting, ceo opsomming van de specifieke elementen van de Boheemse orgelcultuur. Eën zin licht ik er even uit, omdat hij gewoori nieuwsgierig maakt naar meer: hoe “enkele kleine orgelmakerijen in opkomst zi)n die aansluiting zoeken bij de ‘oude’ Boheemse ambachtelijke tradities, zowel ten behoeve van restauraties als van nieuwbouwprojecten”. Ik hoop dat Peter van Dijk zijn kennis van de Boheemse orgeihouw uit heden en verleden nog te bock gaat stellen. Zijn cd-verhaal smaakt in elk geval naar meer.
Willem van Twillert