Psalmimprovisaties door diverse organisten op het Quellhorst-orgel van de Grote of St. Nicolaaskerk te Elburg.

Improvisaties door Dick Sanderman (Ps. 6), Albert de Klerk (Ps. 8), Jacques van den Dool (Ps. 35), Jan Bonefaas (Ps. 42), Bert Matter (Ps. 80), Jan Jongepier (Ps. 49), Maarten Seybel (Ps, 123), Arjan Breukhoven (Ps. 101), Piet Wiersma (Ps. 130) en Jaap Zwart jr. (Ps. 149) op het Quellhorst-orgel van de Grote of St. Nicolaaskerk te Elburg.
C & M VC 2464 - Speelduur resp. 6404” en 63’39”
Prijs f 55,00 (excl. verzendkosten).
Te bestellen bij Stichting Nationaal Historisch Orgelmuseum, Postbus 105, 8080 AC Elburg.


Het bespreken van een dubbel-cd met daarop psalmimprovisaties van maar liefst tien Nederlandse organisten is een delicate zaak. Immers, een improvisatie is in beginsel een zaak van het moment. “Al zal het dan geen compositie als een zorgvuldig geslepen diamant worden”, aldus Jan Jongepier in het cd-boekje, “het moet wel een muziekstuk worden met structuur en helderheid. Muziek is immers een verhaal dat liefst spannend verteld moet worden. (...) De improvisator zal met het kleurenpalet van het orgel een improvisatie tevoorschijn toveren, die de aandacht gevangen houdt.” Of Jongepier zijn woorden op deze cd ook waarmaakt met zijn 20 minuten durende improvisatie, zal degene kunnen beoordelen die deze cd aanschaft. Deze productie houdt de aandacht overigens wel gevangen, al was het alleen maar vanwege de nieuwsgierigheid die je als luisteraar over je krijgt om te ervaren hoe tien organisten deze opgave tot een uitstekend einde (Van den Dool, De Klerk, Sanderman) brengen, of dat zij dit op een meer of minder verdienstelijke manier doen; ieder op zijn eigen wijze. De opname door Jean van Cleef te Zutphen is uitstekend.

Het Noord-Veluws Kamerkoor onder leiding van Maarten Seijbel zingt telkens voorafgaand aan de improvisatie twee coupletten van de psalmmelodie op noten van Claude Goudimel (ca. 1510(?) - 1572) of Claude leJeune (1528 - 1600). Jammer dat de psalmmelodie wordt versluierd vanwege de gekozen balans in de stemmen. Maar dat heet dan het goed recht van een opvatting. Evenals het feit dat het kamerkoor door een koororgel wordt begeleid. Persoonlijk had ik een a capella koor mooier gevonden, ook omdat dan de middentoonstemming, die vanzelf ontstaat met onbegeleide koorzang, te voorschijn komt. Er zijn ook wel zwakke momenten in de meeste improvisaties die men maar moet uitzitten, maar is dat niet inherent aan de improvisatiekunst? Opvallend is hoe enkele organisten tijdens bun improvisatie ouderwets legato gaan spelen. Diegenen die in de eerdere opsomming van een aantal organistennamen overigens een volgorde zien van uitmuntendheid, zal ik in deze niet tegenspreken. Evenmin zal ik mensen tegenspreken die, na aanschaf, verrast zullen opkijken van de kwaliteit van het cd-boekje, onder meer vanwege de goed geschreven informatieve schets van Adriaan Sturm over de historie van de psalmen en het Psalter.
Sowieso is dit cd-boekje vrij van smetten (behalve wellicht de levensbeschrijving van Piet Wiersma, die wel erg veel overbodige details bevat). De netto-opbrengst van deze productie is bestemd voor de Stichting Nationaal Historisch Orgelmuseum te Elburg.