Psalmbewerkingen van Dick Sanderman

Een ieder die zich met psalmzangbegeleiding bezighoudt, weet hoeveel er artistiek mogelijk is met deze melodieën. Een waar godsgeschenk, waarvoor we Johannes Calvijn erkentelijk mogen zijn. Immers deze reformator was het die tussen 1539 en 1562 het psalter liet verschijnen. Hij gaf de opdracht voor een berijming aan twee hofdichters, beroepsdichters die geen specifieke binding hadden met religieuze teksten, maar wel zeer goed hun métier beheersten: Theodore de Bèze en Clement Marot. Voor de melodieën zocht Calvijn drie cantores aan: Guillaume Franc, Louis Bourgeois en een zekere ‘maistre Pierre’. Eén psalmmelodie (psalm 68/36) was al in 1525 gecomponeerd door Matthias Greiter.
Enfin, het ontstaan van de psalmmelodieën en het vervolg daarop is een boeiend verhaal; men leze daartoe bijvoorbeeld het Nieuw Handhoek voor de Kerkorganist, uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1995.
Waar ik uiteindelijk de aandacht op wil vestigen is een nieuwe bundel van Dick Sanderman (Ed. Willemsen nr. 1046) waarin een frisse artistieke wind waait. Sanderman hanteert verschillende stijlen en de speeltechnische moeilijkheden zijn beperkt gehouden. In Sandermans ‘ten geleide’ lezen we: “Wil een koraalbewerking een eigen kleur, een eigen gezicht krijgen, dan is het onvermijdelijke gevolg dat van de speler iets méér wordt verlangd dan in grijze, zonder studie speelbare voorspelen gewoonlijk het geval is.” Sanderman is hier voortreffelijk in geslaagd. In gematigd moderne klanken, waaraan een muzikaal enigszins gelouterde luisteraar zich geen enkele buil kan vallen, weet Sanderman met zijn bewerkingen op fraaie wijze de kerkruimte te vullen en kerkgangers te behagen. Op twee bewerkingen na, waarvan ik de muzikale inhoud wat gezocht vind (psalmen 101 en 31). treft de organist(e) goed speelbare en uitstekend klinkende voorspelen aan. Nogmaals: het subtiele idioom dat Sanderman kiest, kan menig organistenhart van artistiek genoegen sneller doen koppen. Aanbevolen derhalve.