Boekbespreking Hans Hopman: ‘Het oude orkest ligt achter de kerk’
Spakenburgs Van ‘Dam-orgel op zee verstookt


In de Gereformeerde Noorderkerk (vrijgemaakt) in Spakenburg leggen medewerkers van de firma Mense Ruiter momenteel de laatste hand aan een nieuw orgel voor deze kerk. Op 24 april wordt het in gebruik genomen. Omdat Willem van Twillert van 1967-1979 onder meer ook organist is geweest van de Noorderkerk, heeft hij zo spoedig als mogelijk was contact gezocht met Hans Hopman, schrijver van een boek over het Van Dam-orgel dat in deze kerk stond. Van Twillert slaagde erin een vooraankondiging voor het april-nummer voor ‘de Orgelvriend’ van de heer Hopman te verkrijgen, waarvan acte. De auteur van het boek ‘Het oude orkest ligt achter de kerk’ schrijft: "Van Dam-orgel op zee verbrand".

Wat heeft een Lambertus van Damorgel met Spakenburgse vissers te maken? Op deze vraag geeft het in april te verschijnen boek Het oude orkest ligt achter de kerk een antwoord. Dit boek, geschreven door de journalist Hopman naar aanleiding van de ingebruikname op donderdagavond 24 april as. van een 31 stemmen tellend Mense Ruiter-orgel in de Noorderkerk, belicht meer dan 150 jaar orgelgeschiedenis. Allerlei verhalen over voorzangers, orgelbouwers, organisten en orgeltrappers passeren de revue. Ook de ‘wikkende en wegende’ mens (orgelcommissies, kerkenraden) rond het orgel nemen een centrale plaats in. Daarbij is het humoristische aspect niet vergeten in dit meer dan driehonderd pagina’s tellende boek, dat verlucht is met zo’n 150 foto’s, waarvan sommige in kleur.

Het nieuwe Mense Ruiter-orgel is inmiddels het derde orgel van de centraal in Spakenburg gelegen Gereformeerd-vrijgemaakte Noorderkerk. De orgelgeschiedenis begint met een in 1881 aangeschaft tweedehands instrument: een Van Dam-orgel dat tussen 1803 en 1879 in de Voorburgse Hervormde kerk heeft gestaan. Dat het orgel een werkstuk was van de vermaarde Friese orgelbouwer, heeft men in Bunschoten-Spakenburg nooit geweten. Toen het orgel eind jaren twintig veel mankementen begon te vertonen, verkoos men nieuwbouw. Het werd een elektrisch Dekker-orgel van slechte makelij, zo bleek al vrij snel na de aanschaf in 1931.
Het Van Dam-orgel raakte overcompleet en men kon het niet kwijt aan een andere kerk. Had men in de advertenties de naam Van Dam laten vallen, dan zou de animo waarschijnlijk veel groter zijn geweest. Uiteindelijk is het orgel, dat in het begin van de 19e eeuw voor f 20.000,- is gebouwd, voor 130 gulden (!) verhandeld aan de lokale smid, die delen van het instrument vervolgens doorverkocht aan een
Amersfoortse handelaar in oude metalen en aan een plaatselijke meubelopkoper. Deze laatste veilde het hout (onder meer de houten pijpen) in het openbaar. Vooral de Spakenburgse vissers toonden interesse; ze hakten het hout in mootjes (‘talhoutjes’), bestemd voor de kacheltjes aan boord van de Zuiderzeebotters. Zodoende zou je kunnen zeggen dat het Van Dam-orgel op zee is verstookt.

EMOTIE
Jan Jongepier, tevens een Van Damkenner, is de adviseur van het nieuwe Noorderkerkorgel, dat met zijn 31 stemmen groter is dan het Voorburgse instrument dat 24 registers telde. Hij schreef ook het Ten Geleide in het boek. Het roemloze einde van een dergelijk orgel heeft hij niet zonder emotie kunnen lezen: ‘Het was het grootste werk in het oeuvre van de Leeuwarder orgelmaker Lambertus van Dam.’

DEKKER-ORGEL
Breedvoerig wordt in het boek ook ingegaan op de perikelen rond het Dekker-orgel, dat eind jaren veertig eigenlijk rijp was voor de sloop. Dit unitorgel was indertijd gekocht als een 31 stemmen tellend orgel, maar bevatte in feite slechts vijf registers, waarvan alle andere registers afgeleid waren. In 1951 stond men in Spakenburg voor de keuze: vervangen door nieuwbouw of restaureren en uitbreiden. Men koos voor de goedkoopste en slechtste oplossing: restaureren en uitbreiden. Adviseur was mr. A. Bouman, die de tractuur van het Dekker-orgel vergeleek met het werk van een schooljongen die z’n eerste elektrische belletje had gemaakt. Ernst Leeflang tekende voor de uitvoering van de klus. Vooral in de jaren ‘80 en ‘90 moest het Dekker/Leeflang-orgel met hangen en wurgen spelend worden gehouden. Na de afbraak in maart 1996 kon Mense Ruiter uit Zuidwolde (Gr.) in oktober met de opbouw beginnen. De ongeveer 1200 zitplaatsen tellende kerk bezit nu weer een ambachtelijk gemaakt orgel. Jongepier in het boek: “En wederom is het verwant aan de Groningse traditie van Hinsz, Freytag en Van Dam.”

PRINCIPIËLE DISCUSSIES
De Spakenburgse situatie staat in feite model voor de algemene orgelgeschiedenis, die gekarakteriseerd wordt door bloei, verval en weer opbloei van het orgelmakersambacht. Het oude orkest ligt achter de kerk laat ook iets zien van de heersende mentaliteit in de diverse perioden. Ook geeft het boek inzicht in de verschillende wijze van actievoeren om gelden in te zamelen. Tevens worden de principiële discussies aangeroerd die vooral rond 1900 een rol van belang speelden. Dit wordt ondermeer geïllustreerd door het verhaal van ouderling Maas Niezen, die als het orgel begon te spelen uit protest zijn hoge hoed opzette... En jarenlang waren ook de (lange) voor- en naspelen contrabande.

DRIE ONDERDELEN
Het boek — ruim dertig hoofdstukken
— valt uiteen in drie onderdelen: een historisch deel, een onderdeel waarin zes (oud-)organisten hun persoonlijke herinneringen vertellen, en ten slotte een bijlage in de vorm van alle disposities van de orgels, twee eeuwen orgelhistorie in een notendop, en enkele tabellen en overzichten. Enkele titels uit het historisch gedeelte: ‘Voorzangers gezocht’, ‘Mishandeling van psalmen en het geefgedrag’, ‘Stoelendans rond de orgelbank’, ‘Toetsing psalmen en muziekkeuze organisten’ en: ‘Houtworminvasie in Dekker/Leeflang-orgel’.
De verhalen van de organisten, onder meer van Willem van Twillert die het nieuwe orgel op zaterdagavond 26 april met een feestelijk concert zal inwijden, bevatten een scala aan anekdotes en opmerkelijke gebeurtenissen. Natuurlijk komen er in slaap vallende organisten aan bod, maar  wat te denken van een heuse uil die plots uit het orgel vliegt? Of van een vallende orgelpijp die een jongeman op de galerij in zijn slaap verrast? Ook reacties op het orgelspel komen aan bod (‘de organist speelde popmuziek!’) en daarmee een stukje sociaal-culturele geschiedenis van het voormalige vissersdorp. Het boek laat zien dat orgelhistorie geen technische en dorre aangelegenheid hoeft te zijn.

Nog een citaat van Jan Jongepier: “Je kunt je na lezing ervan afvragen: hebben ze zich daar nu zo druk om gemaakt?...
Je kunt er ook uit leren dat er een grote betrokkenheid was, dat men met hart en ziel deel uitmaakte van de gemeente.”

GESPONSORD
Het boek is een uitgave van Historische Vereniging ‘Bunschote’. Vanwege het vele Pro Deo-werk bij de totstandkoming van het boek en diverse sponsors zal de prijs van het boek naar verwachting zeer Iaag uitvallen: rond de f 20,- (exclusief verzendkosten).
Het boek is te bestellen via G. Koelcwijn, Zuiderzeelaan 2, 3752 TD Spakenburg; tel. 033-29843 18, of via de Penningmeester van de Historische Vereniging ‘Bunschote’, giro 93299.