Bladmuziek-bespreking: Berkenwouder Orgelboek

De Orgelcommissie Gereformeerde Gemeente Berkenwoude heeft een ‘Berkenwouder Orgelboek’ doen verschijnen met psalmbewerkingen van tien Nederlandse organisten. De bedoeling is met deze uitgave een deel van de kosten te dekken die voortvloeien uit de overplaatsing (vanuit Bodegraven) van een Van den Heuvel-orgel(1981) naar Berkenwoude.
“Spontaan reageerden 10 organisten op dit initiatief en zegden hun medewerking toe”, lezen we in het voorwoord.
Dit initiatief is te vergelijken met de gang van zaken rond het Arp Schnitger-orgel (1717) te Anloo. De orgelcommissie aldaar liet in 1986 een ‘Anlooër Orgelboek’ verschijnen met werk van elf Nederlandse organisten, ter financiële ondersteuning van de orgelrestauratie, die momenteel in volle gang is door orgelmaker Henk van Eeken.
De eerste bewerking, over Psalm 8, van de hand van Margreeth de Jong, is een prachtig stuk werk. De keurig geperiodiseerde inleiding (8 maten) bevat een motief dat min of meer terugkeert bij de inzet van de psalmmelodie. Aan het slot komt dit beginmotief nog één keer terug, waarna het werk wordt afgesloten met nog vier maten, en juist die vier maten vind ik het zwakst. Sterker was geweest om ‘gewoon’ de achtmatige inleiding weer te doen terugkeren. Evengoed een fraaie, goed speelbare bewerking. Psalm 18 van Frans van Tilburg (geb. 1933) is een smaakvolle ‘volbloed’ romantische bewerking geworden. De fuga bevat in maat 15/16 drie parallelle kwintgangen die weliswaar worden afgedekt door de terts in de bas, maar drie kwinten is echt teveel. Beter was -geweest om gewoonweg de altstem de eerste drie tellen in maat 16 rust te geven. Na de fuga volgt een variatie met de koraalmelodie in de tenor. Het was een goede gedachte om na dit werk een uitgewerkt registratieplan af te drukken.

De lezer zal begrijpen dat binnen het kader van een recensie niet elke bijdrage zo gedetailleerd kan worden besproken.
Dick Sanderman componeerde een bewerking over psalm 26 in een enigszins aan Brahms appellerende stijl. Gedegen vakwerk. Plaatsen waar ineens snelle (zestiende) noten in het pedaal voorkomen wekken bij mij geen enthousiasme. Zowel Dick Sanderman als Geert Bierling sluiten hun bewerking af met een zetting met bovenstem. Mooi gedaan, hoewel ik me verbaas over de vele noten; Sanderman noteert zelfs achtste noten in het pedaal, Bierling dubbelslagen en achtste noten ter opvulling van de melodie. Wanneer dit zettingen zijn voor daadwerkelijke begeleiding, moet de organist ofwel hard werken, ofwel een zeer langzaam tempo kiezen.

De bewerking van Jaap Niewenhuijse (1941) over psalm 108 stelde me, gezien zijn ervaring, wat teleur. Mooie thema’s, maar in combinatie met de koraalmelodie soms wat gezocht.
Jan Mulder (1963) maakte over psalm 130 een melodisch en harmonisch inventieve compositie. De linkerhandpartij verloopt in constante triolen, niet makkelijk te spelen, terwijl het eigenlijk ook mooi klinkt wanneer de beweging eens onderbroken wordt. Zelfs vele maten in kwartnoten spelen gaf een fraai resultaat omdat Mulder fantasievol met de psalmmelodie omgaat.
1k ben me bewust van deze onorthodoxe opmerking. Je speelt immers wat de componist noteert. Maar soms bekruipt me de vraag: Het is toch de bedoeling dat de kerkorganist, waarvan veruit de meesten amateur zijn, dit gaat spelen?
Hoe dan ook, het Berkenwouder Orgelboek bevat vele pagina’s goede orgelmuziek. Zo maakte Christiaan Ingelse (1948) een originele bewerking waarin hij de melodie van psalm 149 afwisselend modern en klassiek omspeelt De bijdragen van Paul Wols (1934) en Dick den Engelsman (1956) zijn harmonisch goed, maar ontstijgen het gefigureerd koraal niet, vanwege het ontbreken van interessant harmonisch materiaal.
Al met al een bundel met orgelbewerkingen in verschillende stijlen van doorgaans hoge kwaliteit.

Het Berkenwouder Orgelboek 
Uitgave Orgelcommissie Gereformeerde Gemeente Berkenwoude, oktober 1995.
38 blz., met kleurenomslag.
te bestellen door overmaking van f 22,50 (verzendkosten inbegrepen) op Postbank nr. 69.85.382 t.n.v. ‘Het Berkenwouder Orgelboek’ te Berkenwoude.