Nieuwe muziekuitgaven Psalmbewerkingen van Schuurman en ‘t Hart

Bij de mij (nog) onbekende uitgever Pj. Fijan Publications in Rotterdam verscheen de ‘bewerking Psalm 84 voor orgel’ van Adriaan C. Schuurman. De componist schreef dit werk naar aanleiding van de herdenking van het 150- jarig bestaan van het Bätz-orgel in de Nieuwe Kerk in Delft, waar Jan J. van den Berg op 11 november 1989 de eerste openbare uitvoering voor zijn rekening nam. Het is een goed stuk geworden, dat weer typerende elementen bevat van Schuurman’s orgelwerken. Derhalve veel plotselinge toonsoortwisselingen en daarbij behorende gekruide harmonieën.
Het werk opent met een zogenaamde motetvorm, dat wil zeggen dat elke melodieregel in verschillende stemmen wordt geïmiteerd. Daarna een solo met zachtere begeleiding in Des, een halve toon lager dan het voorafgaande gedeelte. Vervolgens een fuga, die uitloopt in een canon. Met name de canon is een fraai en sterk stuk werk. Ook het slot is zeer origineel. Om twee imitatorische vormen (het motet en de fuga) in een vrij kort werk te combineren vind ik minder spannend. Maar zoals gezegd: de liefhebbers van het idioom van Schuurman zullen dit nieuwe werk waarderen, en terecht.

Adriaan C. Schuurman, Bewerking Psalm 84 voor orgel.
Uitg. P.J. Ficojan Productions, Mannagras 18, 3068 PK
Rofferdam, tel. 010 - 42 05 888.
ISBN 90-741 66-03-2. 16 blz. Prijs f 12,50.




Gerrit ‘t Hart te Ermelo publiceerde in eigen beheer zijn derde bundel psalmbewerkingen (Psalmen 1, 9, 87, 130).
Psalm 1 begint naar mijn smaak wat te gekunsteld. Hoogtepunt vind ik ‘t Hart’s bewerking in Böhm-stijl over Psalm 9.
Het is duidelijk dat gestreefd wordt naar een zo zuiver mogelijke barokstijl. De vraag is of dat de speelbaarheid en daarmee de gebruikswaarde (tenslotte mogen we dit gebruiksmuziek noemen) ten goede komt. De vele versieringen in de melodie zijn namelijk technisch lastig. Daar komt nog het probleem bij dat de psalmmelodieën zodoende oversluierd worden.
Een belangrijk boek dat concrete aanwijzingen geeft omtrent de manier om een koraalbewerking te maken is van de hand van Daniel Gottlob Türk (1750- 1819). Laten we eens kijken wat hij erover schrijft: “De melodie van een koraal moet niet alleen in de bovenstem warden genomen, want een bekwaam ambachtsman legt ze dan eens in deze, dan in gene stem, ook wel in het pedaal, en zet ondertussen met beide handen zijn thema door. Hij moet de melodie bij voorkeur simpel en zonder toevoegingen voorgedragen warden, want behalve de fouten die daardoor zeer gemakkelijk kunnen ontstaan, wordt anders het koraal niet opgemerkt." (vertaling en cursivering WvT).
Dit citaat is afkomstig uit: "Von den wichtigsten Pflicbten eines Organisten" - Over de belangrijkste taken van een organist (Halle, 1787, herdruk door Ed. Knuf, Hilversum 1966), blz. 126/127.
Gerrit ‘t Hart is zeker zo’n ‘bekwaam ambachtsman’, maar hij geeft er niet de voorkeur aan, de melodie “simpel en zonder toevoegingen” te behandelen en dat vind ik om meerdere redenen jammer.
Deel IV en ‘Advents- en Kersttijd’ worden al aangekondigd voor najaar ‘95.
Het omslag wordt gesierd door een reproductie van een schilderij van zijn broer Maarten 't Hart dat, evenals de muzikale inhoud, zo zuiver mogelijk teruggrijpt naar de (vroeg-)barokke schilderkunst. Mooi gedaan overigens.

Gerrit ‘t Hart, Psalmbewerkingen deel 3 (Psalmen 1, 9, 87, 130).
Uitgave in eigen beheer.
Prijs f 16,75 + f 2,80 porto.
Besteladres: G. ‘t Hart, Telgterweg 27, 3853 PE Ermelo.
Tel. 03417-62762.