Paul Kievit speelt eigen composities op het Meere-orgel in de Hervormde kerk te Sommelsdijk en op het Frobenius-orgel in de Hervormde kerk van Oude Tonge.
Lindenberg MACD 07 DDD
totale speelduur 75.47” - Prijs f 42,50.

Paul Kieviet (geb. 1961) speelt mooi en verzorgd en het geheel ademt persoonlijkheid. Achter zijn composities wordt in het boekje via een afkortingssysteem de stijl van bewerken aangegeven. Dat is pretentieus, zeker wanneer Kieviet zich wat betreft harmonie en dissonantbehandeling nogal eens vrijheden veroorlooft, die op zichzelf wel kunnen, maar met zo'n strikte stijlaanduiding dan weer niet. Met name geldt dit voor de werken in Bachstijl. Kieviet’s Trio in d klt. en zijn Psalm 77 in de vorm van ‘Ich ruf zu dir’ zijn fraai. Evenzo zijn ‘Orgelbüchlein-zetting over Psalm 100. De melodie van Psalm 80 heeft Kieviet bewerkt in de stijl van A. van Noordt: een mooi stukje werk, zuiver in stijl, fraai geregistreerd en gespeeld.
Minder fraai geregistreerd vind ik de zettingen waar het plenum wordt getrokken en tevens het pedaal, als ware het een zelfstandig pedaal, bespeeld wordt. De klank wordt zo ondoorzichtig, hoewel Kieviet uit de registraties haalt wat mogelijk is. In wezen is het concept van Meere voor dergelijke vormen niet geschikt. Tijdens een bezoek aan Sommelsdijk improviseerde Paul Kieviet ooit eens in een vorm en suite zoals in Psalm 38, om het orgel te demonstreren. in deze quasi-Vierne-stijl, gelardeerd met invloeden van zijn leermeester Arie Keijzer, had hij wat mij betreft meer op deze cd mogen spelen. Wanneer je vrije werken componeert in oude stijl, is dit naar mijn smaak artistiek moeilijker te verdedigen dan wanneer er een koraalmelodie aan ten grondslag ligt. Kieviet’s Fuga in a kl.t. op een thema dat aan Carl Philipp Emanuel Bach herinnert, met invloeden van de Es-dur fuga van Johann Sebastian, kan ik niet appreciëren. Het blijft dan een slap aftreksel. Mooie fuga’s zijn er genoeg... Mooie koraalbewerkingen over onbekende psalmmelodieën niet En ook niet over koraalmelodieën waarbij in de bewerking het ritme wordt aangehouden. Bach, Krebs, Rinck e.a. maakten prachtige koraalbewerkingen, maar veelal is het ritme van de koraalmelodie dan iso-ritmisch. Het Frobenius-orgel klinkt inderdaad zoals de toelichting in het boekje belooft: het “onderscheidt zich door een milde intonatie, die, zeker gezien de bouwtijd, opmerkelijk genoemd mag worden”.
De opname is fraai, maar de instrumenten, vooral dat van Sommelsdijk, hoeven niet nog dichterbij te worden opgenomen.