Verslag van een CD-opname in de Bovenkerk te Kampen door Willem van Twillert

Op vrijdagnacht, 14 augustus 2.30 uur begonnen de opnamen voor een CD met eigen werk van Willem van Twillert in de Bovenkerk te Kampen.
Wat daar zoal voor komt kijken en wat zich tijdens de voorbereiding afspeelt - kortom een kijkje achter de schermen - dat was de vraag van de uitgever van De Orgelvriend. Op die vragen geeft de organist Willem van Twillert in het nu volgend verslag antwoord.

Vrijdag, 7 augustus 1992.
De opname wordt verschoven.
De opname die gepland is voor maandag 10 augustus moet worden verschoven.
Op zo'n moment moeten alle instanties en personen weer opnieuw gebeld worden om hopelijk een nieuwe afspraak overeen te komen.
Allereerst een telefoontje naar Bodegraven. Na talloze heen-en-weers vanwege vakantieperikelen krijg ik het sein dat de volgende vrijdag dan geschikt is. Nu wordt het spannend, want ook het kerkelijk bureau van de Bovenkerk te Kampen en de organist moeten zich hierin kunnen vinden. Gelukkig is de kerk vrij. Wel wordt alvast besloten de kerk op vrijdag voor bezichtiging dicht te houden.
Het volgende telefoontje gaat naar de organist, Willem Hendrik Zwart.
Zou Willem Hendrik Zwart de enige organist in Nederland zijn die beschikt over een telefoon naast zijn orgel in de kerk? vroeg ik me af.
In ieder geval blijkt het gemakkelijk, want al snel meldt W.H. Zwart zich. De zaak wordt uitgelegd en samen bedenken we een alternatief voor het oefenschema. 'Maar kom je zaterdag wel studeren en registraties voorbereiden', vraagt hij me. Ik antwoord bevestigend. Bij het opleggen van de hoorn realiseer ik me dat tot nu toe we zowel van het kerkelijk bureau, als van de organist van de Bovenkerk te Kampen alle mogelijke medewerking en soepelheid krijgen met betrekking tot de opname.

Gastvrijheid
Enkele dagen later zal ook - koster Van Dijk alle medewerking verlenen en zelfs een keer zeer vroeg uit de veren komen om de organist weer toegang tot het orgelportaal te geven via een tweede sleutel, dit vanwege het in het slot vallen van de deur tijdens een opnamepauze. Het was toen 5.30 uur'
Ook in het verleden heb ik trouwens al van de gastvrijheid mogen genieten die de mensen van de Bovenkerk verstrekken. Dit in schril kontrast met onwelwillendheid die men soms kan tegenkomen bij organisten. En ik denk dan bijvoorbeeld aan de Martinikerk te Groningen waar Wim van Beek het doet bestaan of hij zelf het orgel in eigendom heeft. Van Beek toont hiermee een zo grote mate van oncollegialiteit dat het zelfs mogelijk is dat organisten mogen toekijken hoe het orgel klinkt, maar zelf spelen blijkt dan niet tot de mogelijkheden te behoren. Waarom niet? Geen idee. Dergelijk wantrouwen behoort gelukkig in orgelland tot de minderheid, maar het behoort in principe nergens voor te komen!
Verantwoord beheer is noodzakelijk maar wantrouwend, ongastvrij beheer is verfoeilijk, temeer daar de restauratie van bijna elk historisch orgel voor 90% door de gemeenschap is betaald. Het beheer van een van de allermooiste orgels in Nederland, namelijk dat van de Bovenkerk te Kampen geeft in ieder geval 'in dit opzicht alle reden tot tevredenheid. Het is er prettig werken, men vertrouwt elkaar en men gaat ervan uit dat een ieder zijn of haar verantwoordelijkheden kent.

Zaterdag, 8 augustus. De voorbereiding.
Om kwart over zes 's avonds treffen Hans van de Poel en ik elkaar op het auto-poolterrein langs de A1, afslag Bunschoten. We hebben elkaar vanaf de ingebruikname van het Westerkerkorgel in Amsterdam niet meer gezien. Deze dag is een uitstekende gelegenheid om weer met elkaar door te brengen. Het nuttige met het aangename verenigen zogezegd.
Ik prijs me gelukkig dat Hans bereid was mee te gaan want als geen ander staat hij bekend om zijn repertoire- en registratiekennis. Een uitstekende hulp om snel te kunnen werken. Vele organisten maken dan ook gebruik van Hans' kunnen en enthousiasme om registraties met hem door te nemen. Hans' avondrooster is dan ook bezet met vele, vele orgelconcerten. Zijn eerstkomende is maandagavond 10 aug. in de Westerkerk, waar hij assisteert bij het concert van Jan Jongepier, zo verteld hij mij op weg naar Kampen.

Klankuitstraling
Het orgel in de Bovenkerk staat onder meer bekend vanwege de aparte klankuitstraling. Zo klinkt het Rugwerk buitengewoon sterk, terwijl het pedaal daarentegen juist wat zwak is. Wanneer je de dispositie kent is dit wel enigszins te begrijpen. Zo is de Prestant 16' van het pedaal een transmissie van het hoofdwerk. Ook de klankuitstraling van het pedaal is bijzonder omdat pas veertig jaar na het oorspronkelijke ontwerp van de kas (1741) H.H. Freytag en Frans Caspar Schnitger Jr. een zelfstandig pedaal van acht registers bouwden.
Zij plaatsten de pedaalregisters onder de hoofdwerkkas omdat voor aparte pedaaltorens geen plaats meer was. Veelal wordt gedacht dat de buitenste torens in het front de pedaaltorens zijn, maar dat is niet zo. Daarom hoor je als organist deze pedaalregisters zeer luid, omdat deze dicht bij de speeltafel zijn gelokaliseerd (hetgeen het stemmen overigens vergemakkelijkt want je loopt om de kas heen en je kunt er bij voor het stemmen). Door deze plaatsing hoor je het pedaal evenwel dermate luid, dat mijn veel toegepaste methode om een samenklank af te breken en die vervolgens vanachter de speeltafel via de nagalm te beluisteren, om zo na te gaan of de balans in orde is, hier maar zeer ten dele werkt. (Hans staat daarvoor nu gelukkig in de kerkruimte).
Hetzelfde geldt voor het Rugwerk. Terwijl iedere ervaren organist ook weet dat een Bovenwerk, achter de speeltafel beluisterd, altijd veel zachter klinkt dan in werkelijkheid in de kerkruimte. Het geluid gaat over de speler heen. Maar dit wetend, kun je in het algemeen met de zojuist beschreven methode een aardig eind komen. Maar, zoals al gezegd, niet in de Bovenkerk. Wat klinkt die kerkruimte trouwens schitterend en wat is het er mooi! De hoogste kerk van Nederland met de hoogste kerkramen in het koor. Prachtig. Die ruimtelijke werking en openheid via hoge ramen hebben bouwers, ook met de Dom in Utrecht, zo proberen te scheppen maar daar is het schip omver geblazen omdat de steunberen te klein waren gehouden. In Kampen evenwel staat de Bovenkerk er nog steeds subliem bij; goed onderhouden met een even zo subliem en goed onderhouden orgel. Alleen was het die zaterdagavond niet onderhouden, wat betreft stemming. Daar komen we achter wanneer we volgens afspraak binnen worden gelaten om kwart over zeven door Jan Quintus Zwart, een zoon van de organist, en de vijfde Jan in de familie vandaar de tweede naam. "Door de warmte zijn de tongwerken niet goed te houden" zei hij. "Hoe doen jullie dat eigenlijk wat betreft het stemmen van de tongwerken? Voor concerten doe ik het zoveel mogelijk zelf, maar deze week ben ik op vakantie". Een probleem dat later wordt opgelost. Deze avond zaten we in ieder geval met zeer ontstemde tongwerken. Het vergt dan veel ervaring om door deze onzuiverheden heen te luisteren. Bepaalde registercombinaties met name, wanneer de cantus firmus (= melodie) in het pedaal werd gespeeld, vergden veel tijd, maar dat wisten we vooraf. Nadat we een aantal werken hebben geregistreerd ben je weer op de hoogte van de klankverhoudingen en kun je steeds meer vanuit je innerlijk gehoor gaan bepalen hoe een bepaalde registercombinatie klinkt.

Dinsdag, 12 augustus. De voorbereiding In de laatste fase.
Om circa half drie, veel later dan de bedoeling was, arriveren registrant en schrijver dezes in de Bovenkerk te Kampen. Uitnodigend worden we door een gastheer, met een papier waarop een beschrijving van de kerk staat afgedrukt, te woord gestaan in een fraai klinkende Kampense tongval.
We maken hem duidelijk dat we voor het orgel komen. Hij weet ervan. Alleen, is er een mankementje aan het orgel, zo vernemen we.
We ervaren enige tijd later dat de hoogste toets van het hoofdwerk blijft hangen. Twee medewerkers van Bakker & Timminga uit Leeuwarden zijn bezig het mankement te verhelpen. Ik ga maar eens kijken. De toets blijkt muurvast te zitten. In de consistorie praten we met koster Van Dijk over de planning voor de opname. Hij gaat gelukkig akkoord met mijn voorstel om al 's nachts met de opname te beginnen.
Dit is de beste manier om zoveel mogelijk profijt uit de altijd kort bemeten, maar duurbetaalde opnametijd, te halen.
De koster zal om 12 uur 's nachts de deur open maken voor de techniek. Ikzelf zal er dan om ongeveer twee uur vrijdagmorgen zijn.
Zodoende kan in alle stilte gewerkt worden, te beginnen met de allerzachtste stukken. Gelukkige bijkomstigheid hierbij is dat ook de organist al doende goed in zijn spel kan komen. Immers, zachte stukken vergen meestal niet het uiterste op technisch vlak.

Sfeer
Nadat dit allemaal in een prettige sfeer is geregeld, klim ik de trap met flink uitgesleten traptreden weer op. Hoeveel organistenvoeten hebben hier al gelopen vraag ik me af. Boven aangekomen wordt me de vraag gesteld of er nog meer problemen zijn. Ik wijs op de fis-klein van de Cornet 4' van het pedaal, die erg traag aanspreekt. De pijp wordt uitgelicht en de klankbeker schoongemaakt. Bij het stemmen van deze toon blijkt dat het orgeltechnici zijn, want het lukt pas na aangeven welke kant de toonhoogte op moet worden gestemd om de toon zuiver te krijgen. Wel hebben ze de trage aanspraak simpel verbeterd, alleen door de klankbeker even schoon te maken.

Balpen
De hangende toets van het hoofdwerk bleek te zijn veroorzaakt door een balpen die tussen het bakstuk en de toets was terecht gekomen. Curieus. Vakbekwaam opgelost overigens, want voor hetzelfde geld was er een boel overhoop gehaald en losgemaakt voordat het echte euvel aan het licht was gekomen. Er zijn op enkele toetsen zoals g-klein, Rugwerk en e-klein Bovenwerk, hinderlijke piepjes bij het indrukken van de toets te horen. Al jaren wordt naar de oorzaak gezocht, maar het is nog niet gelukt die te vinden. Enfin, dat hoort bij een orgel. Dergelijke eigenaardigheden moeten dan worden geaccepteerd. Of men zou voor de steriele atmosfeer van een geluidsstudio met 'ingebouwd' orgel moeten kiezen. En wie wil dat (nog)? Los daarvan de orgels staan nu eenmaal in kerken en niet in studio's.

Vijf manualen?
We beginnen met het werken aan de registraties voor de vele stukken die we hopen te kunnen gaan opnemen. Op dit orgel met zijn vijf(!) manualen een heerlijk en creatief werk.
Hoezo vijf manualen zult u wellicht denken? Welnu, via een aparte registerknop -de koppel Bovenwerk- kan men ook de negentiende eeuwse registers van het Bovenwerk laten klinken. Heel ingenieus. Nu we het toch over ingenieus hebben: de gehele restauratie: in welk jaar eigenlijk was dit? Precies, 1976, gerestaureerd, kan absoluut geslaagd worden genoemd.
Ik ken uit deze periode geen enkel orgel waar de ademende, beweeglijke wind zo goed functioneert als hier in de Bovenkerk.
Wil men, als speler evenwel deze ademende wind niet, dan is er de mogelijkheid via een register genaamd Schokbalg, deze schokbalg zo in te schakelen.
Beide keuzen functioneren voortreffelijk. Zo ook de beide tremulanten. De tremulant van het Rugwerk slaat wel erg diep. De toon wordt als het ware de kerkruimte ingeslingerd. Het kan prachtig zijn, maar de grens van de goede smaak kan wel snel bereikt worden, vooral wanneer meer dan twee registers worden ingeschakeld. Want hierdoor wordt het klankeffect uiteraard ook versterkt. De tremulant werkt feilloos zonder hinderlijke 'stoomboot' dreunen, en zelfs met veel registers gaat alles zonder mankeren.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit Hinsz-orgel tot de meest opgenomen orgels van Nederland behoort.

Registreren
Het régistreren is zoals al geschreven een feest. Zoals een goed acteur kan putten uit een grote hoeveelheid gemoedsstemmingen, zo kan je als organist kiezen uit een groot aantal klankkleuren die ogenblikkelijk ook een eigen gemoedsstemming met zich meebrengen, die weer is gekoppeld aan tempo, speelmanier etc. etc.
Zo klinkt bijvoorbeeld de combinatie Holpijp 8' en 4' op het Rugwerk heel anders, dan de in beginsel dezelfde van die op het Hoofdwerk (8', 4'). De Rugwerk-fluiten hebben een veel markanter, doortastender en meer fier geluid dan dezelfde combinatie op het Hoofdwerk. Daar klinkt dit veel meer melancholiek en ingetogen, minder nuchter ook, hetgeen nog versterkt wordt door de ruimtewerking omdat het Hoofdwerk nu eenmaal hoger, veel hoger zelfs in dit geval, is gesitueerd, dan het Rugwerk. Dat laatste werk steekt ook (uiteraard) meer naar voren. De registrant verleent ondertussen goede diensten door de uitgezochte register-kombinaties te noteren, want deze registraties dienen straks ook in het boekje bij de CD vermeld te staan.

Registraties
Iets wat ik goed kan begrijpen want het is bijzonder instructief om precies te weten welke registers er tijdens elk stuk klinken. Is juist een vijftien jaar geleden Ewald Kooiman op dit instrument niet begonnen met het consequent vermelden van alle gebezigde registraties? Want sprak ik zojuist over de verschillen tussen de Fluit 8'-4'-combinatie van HW en RW, ditzelfde kan ook gelden voor de Fluit 8' - 4' combinatie van het Bovenwerk. En evenzo de beide drie-voets-fluiten van zowel Rugwerk als Bovenwerk. De verschillen tussen Hw-Trompet-16' en Ped. Bazuin 16'; de verschillen tussen de Trompet 8' van Pedaal en HW of BW, ze zijn allemaal subtiel en toch duidelijk.
Om circa acht uur is de klus geklaard, alle stukken zijn van de juiste registraties voorzien: De opname kan komen, maar die laat nog enkele dagen op zich wachten.

Donderdag, 13 augustus. 12 uur voor de opnametijd
De dag voor de opname spaar ik mijn krachten, hoewel dit niet eenvoudig is. Vooral de hersens blijken te actief. Daarom neem ik 's middags een kleine dosis slaapmiddel. Slapen doe ik er echter niet van helaas, ik ben wel suffig. Spijt van het innemen. Het duurt nog een kleine twaalf uur voordat ik op moet.
Wat me nog zorgen baarde was het gegeven dat het orgel goed gestemd zou zijn. Niets is zo tijdrovend frustrerend en vermoeiend dan ontstemde tongwerken. Daarom belde ik Willem Hendrik Zwart nog maar eens. Ik wist dat hij rond drie uur 's middags zijn concert voorbereidde voor donderdagavond.
Ik kreeg hem gelukkig aan de lijn, hij stelde me gerust. Het orgel was goed gestemd voor het concert. Vrijdagmorgen zal hij ook nog langskomen met zijn zoon Jan Quintus Zwart, zodat ontstemmingen alsnog ongedaan gemaakt kunnen worden. En aan deze afspraak wordt ook woord gehouden.
Begin van de avond even naar het zwembad daarna weer rusten. Val warempel even in slaap. Wat te laat op weg. Geen benzine genoeg. Daarom geen risico en getankt via een automaat; het lukt gelukkig. Om half drie aankomst in de Bovenkerk.

Vrijdag 14 augustus. De opname 2.30 uur.
Om kwart voor drie beginnen de opnamen. De eerste drie stukken gaan meteen foutloos. Afluisteren maar: alles is naar wens. Er wordt nog wat geregeld met name aandacht voor het pedaal: de verhouding Rugwerk-Hoofdwerk en de tractuurgeluiden. De kerkruimte is heerlijk stil, dus doorgaan maar. De klok aan de kerkwand bij de speeltafel zet ik af. Het is tien voor drie. Twaalf uur later zet ik de klok een twintig minuten terug en is de klok weer op tijd gesteld.

De regen en de drup.
Tijdens de reis naar Kampen goot het. Gelukkig bleek de regen zodanig verminderd dat ten tijde van de opname hiervan geen enkele hinder wordt ondervonden. Totdat er plotseling een getik via de luidsprekers in de opname-kamer doordringt. We gaan op zoek naar de oorzaak. Het blijkt gedruppel uit het kerkplafond te zijn. We leggen een doek op een emmer zodat het geluid gedempt wordt en gaan verder met opnemen. Rond half zes wordt weer afgeluisterd. Wan neer we weer terug zijn op de orgelgaanderij blijkt de toegangsdeur in het slot gevallen te zijn. De sleutels zitten nu achter de deur in een ander slot. Buitengesloten! Het enige wat ons nu nog rest is de koster te bellen die gelukkig snel komt, zodat er geen al te lange vertraging ontstaat.

Energie
Aan proviand was het nodige meegenomen, maar daarvan gebruik ik niets tot na de opname. De energie wordt via dextrosetabletten en veel water op peil gehouden. Broodjes en dergelijke namelijk onttrekken teveel zuurstof omdat de vertering teveel energie vraagt en die energie moet naar de hersens toe. Ook rustpauzes worden eigenlijk praktisch niet genomen, omdat de geest en het lichaam dan steeds weer ingespeeld moeten raken. Dat inspelen kan soms lang duren, dus ik pauzeer zelden.

Manier van studeren
Bij de voorbereiding van alle stukken wordt op twee dingen extra gelet.

  1. Op moeilijke plekken. Die worden onthouden en op het moment dat deze plaatsen gespeeld worden wordt als het ware de concentratie nog verder opgevoerd. Uiteraard zijn deze plaatsen extra vaak geoefend zodat de spieren ook zonder opletten hun werk doen. Spierautomatisme.
    Het notenbeeld is op die plaatsen uiteraard uit het hoofd geleerd zodat bijvoorbeeld bij een pedaalnoot ook naar de voet(en) gekeken kan worden. Ook bij een manuaalwissel kan naar de handen worden gekeken; kortom de extra moeilijkheden kunnen opgevangen worden.
  2. Altijd worden de laatste twintig maten -of zeg maar, laatste bladzijde - extra veel en vaak doorgespeeld. Dit, omdat bij een opname, met name bij de laatste loodjes, de zenuwen flink kunnen toeslaan. Immers: één foutje en alles moet over. Want, laat ik dit idee, mocht dit postvatten, te lijf gaan: Er wordt zo weinig mogelijk gemonteerd, in de opname. Lukt iets niet dan wordt het gehele stuk opnieuw gespeeld. Alleen bij extreem virtuoze stukken wordt vooraf rekening gehouden met lassen. Maar ook dan wordt gestreefd naar een opname uit één stuk.
    Met de digitale techniek kan eenvoudiger gemonteerd worden; anderzijds zijn de kosten van montage weer toegenomen.
    Kortom: Het is zaak om tegen het eind van een stuk de zaak door nervositeit niet verloren te laten gaan. Een goede voorbereiding en ervaring zijn de beste ingrediënten om alles steeds tot een goed eind te brengen.
    Dat is bij deze opname gelukkig ook gebeurd. Er is voor meer dan 80 minuten aan orgelmuziek opgenomen. Bij de montage zal straks beslist worden hoe de volgorde van de stukken er precies zal gaan uitzien, en welke stukken er uiteindelijk niet op komen.