Het AnlooŽr Orgelboek een unieke uitgave?

In de 19e eeuw werd soms door leerlingen en bewonderaars een feestuitgave gepubliceerd rondom een bekend musicus. Christian Heinrich Rinck (1770 - 1846) en August Gottfried Ritter (1811 - 1885) vielen bijvoorbeeld deze eer ten deel. De organisatie en uitgave werd bij mijn weten altijd verricht door een bekende uitgever.
Anno 1986 is in Nederland een Orgelboek verschenen van bijna honderd paginaís waarin veertien Nederlandse organisten zijn vertegenwoordigd. Dit orgelboek deed me tijdens de feestelijke presentatie op 27 september in de prachtige Romaanse kerk te Anloo, denken aan bovengenoemde feestbundels. Maar al snel bleek me dat er weinig overeenkomsten zijn. Immers: het orgelboek is niet rondom een bekend musicus geschaard, maar rond een klein maar fameus orgel.
Van een feestbundel kan ook niet worden gesproken. Eerder het tegendeel, want de aanleiding tot dit initiatief is het gegeven dat het AnlooŽr orgel dringend restauratie behoeft. Daar is geld voor nodig en het orgelcomitť hoopt met dit orgelboek geld te verkrijgen om die restauratie doorgang te doen vinden.
Het idee en vervolg werd ook al niet door een uitgever bedacht en gelanceerd maar door de leden van de orgelcommissie Anloo zťlf. Wel met de nodige deskundigheid van een professionele uitgever in de persoon van Dirk Jan Warnaar (Universal Songs) die ertoe heeft bijgedragen dat het AnlooŽr orgelboek een professionele uitgave is geworden tegen een niet-commerciele prijs.

Als eerste springt in het oog dat er een grote verscheidenheid is aan stijlen. Middeleeuwse technieken; Pachelbel-stijl; Galante stijl; Romantiek en een gematigd moderne Franse stijl, het komt er allemaal in voor. En dat maakt de inhoud eigenlijk juist zo eigentijds. Immers, in deze tijd -die wel eens Ďhet museumtijdperkí wordt genoemd - is het logisch dat het museale element ook zijn intrede doet in de orgelliteratuur. In het verleden was het nauwelijks denkbaar dat grondig geschoolde jonge organisten zich wilden presenteren met een orgelwerk in een oude stijl, zoals onder andere Henk Gijzen, Doewe Kraster en Gerard Legierse in dit AnlooŽr Orgelboek hebben gedaan.

IMPROVISATIE
Een ander opvallend en eigentijds aspect vormt het gegeven dat met name Henk Gijzen en Jos van der Kooy hun bijdrage leverden in de vorm van een genoteerde improvisatie. Vijfentwintig jaar geleden waren genoteerde improvisaties in de Nederlandse orgelcultuur met een lampje te zoeken. Op zich is dat niet zo vreemd, want er is natuurlijk moed voor nodig om een improvisatie te noteren, aangezien het meest typerende element van de improvisatie: de spontaniteit verdwijnt.
Die spontaniteit wordt door het publiek aangevoeld en naar waarde geschat. Zo merk je dat tijdens orgelconcerten ook middelmatige improvisaties hogelijk worden gewaardeerd en bij het publiek vaak zelfs de meeste indruk maken. En terecht.

Spontaniteit geeft namelijk juist die dimensie meer aan deze vorm van muziek maken. Waarom het dan toch uitermate belangrijk en waardevol is dat toonaangevende improvisatoren hun fantasieŽn (soms) aan het papier toevertrouwen? Voor het antwoord moet u bijvoorbeeld de Partita van Henk Gijzen maar eens spelen. Hoed af! Aan het feit dat een genoteerde improvisatie wel eens minder goed geslaagde momenten kent moet men niet al te zwaar tillen. Het blijft improvisatorisch en dat kan zoals bij Gijzen uitermate onderhoudend zijn.
Van de eigentijdse bijdragen was het aangenaam kennis maken met een Scherzo van Euwe de Jong -heel knap- een Partita van Johan Beeftink -een doorwrocht, maar tegelijk ook speels stuk dat hoge ogen gooit naar het concertpodium- en een Rondo Capriccio van Nico Verrips -mild eigentijds.
De bijdragen van Sybren Zwaan en Simon Stelling waren uitgedijd tot ware concertstukken die niet snel binnen het bereik van de amateurorganist zulten komen. Je kunt daar wat speelbaarheid betreft kritiek op uitoefenen. Overigens is het algemene speelniveau van dit Orgelboek aan de hoge kant.
Zo schrijft Sybren Zwaan een snelle toonladder in het pedaal voor, die mijns inziens gemakkelijk vermeden had kunnen worden. Deed zich hier misschien het gemis van een muzikaal eindredacteur gevoelen? Zonder de muzikale inhoud aan te tasten had een meer evenwichtige notatie dan wellicht meer voor de hand gelegen.

Van de uitvoering van hun werken heb ik evenwel genoten, want de collega's Zwaan en Stalling speelden hun werk -evenals de anderen trouwens - technisch perfect en muzikaal boeiend.
Last but not least wil ik de bijdrage van de nestor der stijlimprovisaties noemen: Klaas Bolt. Hij is vertegenwoordigd met Drie Canonische Orgelkoralen voor de Lijdenstijd. Het zijn korte, inhoudsvolle komposities geworden.
Wat mijn eigen bijdrage betreft kan ik niet anders zeggen dan: beoordeel dit zelve.
Het AnlooŽr Orgelboek is in de muziekhandel verkrijgbaar. Het kan ook worden besteld door overmaking van f. 30,-- op gironummer 31166, t.n.v. Orgelcommissie Anloo. U krijgt het dan franco thuis. (Het boek kost f. 25,-- wanneer u het afhaalt). Tenslotte nog even waarom het allemaal begonnen is: restauratie van het Schnitger-Radeker-Garrels-orgel in Anloo. Een beschrijving en restauratieplan treft u onderstaand aan.

HET ORGEL
Hat orgel is aan de kerk geschonken door de van ongeveer 1620-1838 in Anloo woonachtige familie Ellents. De familie haeft de bouw van het orgel gegund aan Arp Schnitger, die het werk heeft laten uitvoeren door zijn knechten Johannes Radeker en Rudolf Garrels. 16 oktober 1718 wordt het instrument voor het eerst bespeeld.
In de loop der tijd is het orgel diverse malen onderhanden genomen door orgelrestaurateurs. De laatste keer van 1944-1948 door Mense Ruiter (Groningen/Zuidwolde).

Dispositie hoofdwerk:
1. Prestant 8'
2. Quintadena 16'
3. Roerfluit 8'
4. Octaaf 4'
5. Speelfluit 4'
6. Quint 3'
7. Octaaf 2'
8. Sexquialter lege plaats
9. Mixtuur IV-V
10. Trompet 8'

Dispositie borstwerk:
1. Holpijp 8'
2. Fluit 4'
3. Octaaf 2'
4. Quint 1 1/3'
5. Cimbel lege plaats
6. Vox Humana 8'

Pedaal: aangehangen

Manuaalkoppel
Tremulant

DE RESTAURATIE VAN HET ORGEL
Inmiddels is het orgel opnieuw aan een restauratie toe. Klaas Bolt (adviseur van de kerkvoogdij/orgelcommissie) heeft een voorlopig restauratieplan opgesteld. Uitvoering van dit plan zal rond de f. 300.000,- gaan kosten. De kerkvoogdij en de orgelcommissie vinden (met Klaas Bolt), dat het orgel gedeeltelijk weer In zí oude luister moet worden hersteld. Gedeeltelijk, want wat goed is kan natuurlijk blijven zitten.
De belangrijkste aspecten van de komende restauratie zullen zijn:
a. herstel cq. reconstructie balgen;
b. nieuwe windkanalen en een nieuwe tremulant;
c. herstel cq. reconstructie lekke windladen
d. nieuwe manuaalkoppel;
e. herstel cq. reconstructie pijpwerk;
f. herplaatsen van twee in de loop der tijd verdwenen registers;
g. restauratie houtsnijwerk orgelkas; 
h. een totale herintonatie.