Foto's


Reportage W. Koulen orgel St.Brigida Noorbeek

Alle foto’s met uitzondering van de eerste zijn gemaakt door Willem van Twillert.
Zie ook de column over Noorbeek en het orgelfestival Limburg

Links St.Brigida Noorbeek:
www.orgelconcertennoorbeek.nl


Foto: ©Ton Reijnaerdts
1. Het front lijkt op het eerste gezicht niet hemelbestormend maar juist in de details is dit orgel een prachtig kunstwerk. De blinderingen boven bij de pijpen van de middentoren bestaan uit ranken die in het midden bij twee bloemrozetten samenkomen en zich splitsen. De blindering boven de pijpen van de zijvelden hebben een eenvoudiger uitvoering van hetzelfde gegeven.
De onderkas is ingesnoerd. De panelen onder de vlakke pijpenvelden zijn opengewerkt om de klank van het erachter gelegen positief te laten uitstralen (niet duidelijk te zien op de foto omdat deze opengewerkte panelen achter de balustrade van de galerij verdwijnen ; zie ook foto 9).
 
2. De frontpijpen hebben bladgoud op de labia. Blinderingen aan de pijpenvoeten zijn niet aanwezig. (zie ook foto 10 ).
We zien de stijlen tussen de pijpenvelden met de haast 17e-eeuws aandoende bloemenmotieven. Linksboven één van de twee bazuinblazende engelfiguren die de zijtorens bekronen.
 
3. De klaviatuur met de registers boven de lessenaar.
Links is de muur te zien waarin precies in het midden van het orgel een uitsparing door Koulen is benut voor de trapinstallatie die twee spaanbalgen van wind voorzien. De trapinstallatie is nog (moeizaam) te trappen.
Het pedaal ligt een toon hoger naar rechts verschoven. Berucht bij de organisten die er komen spelen. Zo berucht dat sommigen zelfs hun programma zoveel mogelijk inrichten met manualiterwerk, hetgeen jammer is omdat de Tuba 16’ op het pedaal een prachtig register is, zelfs het , bij mijn weten, enige nog originele doorslaande pedaaltongwerk in Nederland.
 
4. De trapinstallatie in de muur achter het orgel. De uitgesleten plank en de uitgesleten trede bewijzen dat hier vele orgeltrappers hun (vrijwilligers?) werk hebben gedaan.
 
 
5. Let op de ijzeren verzwaring onder de pedalen.
 
6. Hier een blik op het wellenbord onder de lade van het positief en de winkelhaken. Dit wellenbord met winkelhaken is noodzakelijk omdat het orgel bespeeld wordt vanaf de linkerzijkant.
 
7. De voet van de Oboe 8’discant bevat een koperen inzetstuk. Hier naar boven gehaald om zichtbaar te maken.
 
8. Rechts de doorslaande Euphone 8’ met houten koppen en bekers. De kop staat in de stok en dient nauwkeurig tot een bepaalde hoogte erin vastgezet te worden. Druk je de kop namelijk te diep in de stok dan slaat de toon traag aan en ontstemt ook de toon. Overigens zijn niet alle pijpen van de Euphone van hout, vanaf fis klein zijn de pijpen van metaal. Vanaf a2 zijn er labiaalpijpen omdat de tong voor die hoge tonen te dun zou worden en snel zou afbreken en tevens een zeer zachte toon zou opleveren.
De deling in bas en discant ligt bij f en fis bij zowel de Holpijp als de Euphone. De Fernflaut 8’discant begint op fis, terwijl de Oboe 8’discant begint op gis.
In het hoofwerk ligt de deling bij de betreffende registers steeds tussen h en c1.

Links op deze foto: Enkele pijpen van de de Oboe 8’ discant.
Onder deze lade bevindt zich het wellenbord en de winkelhaken zoals dit is gefotografeerd bij foto nummer 6.
 
9. Het binnenwerk van het positief.
We zien de achterzijde van de manualen met de registertrekkers naar het positief en de abstracten. Bovenaan op deze foto zien we nog net de abstracten naar het hoofdwerk lopen.
Links de houten bekers van de Euphone van de C lade met de verkropping van de grootste pijp.
Rechts enkele houten pijpen van het groot octaaf van de holpijp 8’ De overige pijpen van deze Holpijp 8’ in het Positief zijn van metaal.
Links op de voorgrond is nog net het begin te zien van het opengewerkte paneel onder de zijvelden van het front. (Vergelijk foto 1)
 
10. De pijpenvoeten in de middentoren. Op de voorgrond een detail van het houtsnijwerk op de stijl links van de middentoren (vanuit de kerk gezien).
Duidelijk is te zien hoe volumineus dit snijwerk op de stijl is aangebracht. Deze diepte ervaar je als kijker amper als je het front vanuit de kerk bekijkt.
 
11. Een opvallende element aan het Noorbeekse orgel vind ik de stijlen met de bloemenranken en de vleugelstukken met de muziekinstrumenten. Deze foto spreekt voor zich. Wat een aandacht voor detail had de houtsnijder. Let op het lint (of is er een touw uitgebeeld?) dat om de hoorn is geknoopt. Is dat om de suggestie te wekken dat deze instrumenten aan het orgel zijn verbonden? Het lijkt erop Een origineel idee van de houtsnijder. Deze en andere details aan de orgelkas vallen in de tamelijk donkere kerkruimte overigens weinig op, temeer omdat het orgel wat naar achteren is gesitueerd op de balustrade.
De vleugelstukken zijn uiteraard van elkaar verschillend (Zie ook foto 1) omdat er ook verschillende instrumenten zijn afgebeeld. Toch wekken de beide vleugelstukken de illusie van een eenheid. Een knap staaltje houtsnijwerk.
 
12. De doorslaande tong van de Euphone 8’. Duidelijk is te zien dat de toon vrij kan bewegen. Opvallend is ook de stemkruk die met een houten plankje stevig tegen de tong is aangedrukt. Simpel maar doeltreffend.
 
13. De klankbekers van de doorslaande Tuba 16’ zowel de bekers als de stevel zijn van hout. Zie ook de column  “Het orgelfestival Limburg 2006”
 
14. De Tuba 16’ is het enige pedaalregisters. Het staat tegen de muur opgesteld op dezelfde hoogte als het hoofdwerk.