Foto's Kortrijk Begijnhofkapel

Deze fotoreportage ontstond naar aanleiding van een bezoek aan deze kapel in de vakantie van augustus 2004

Tot nu toe kon nog niet worden vastgesteld wie de bouwer van het instrument was. De stijl, maar vooral het jaartal 1678 in het rechtermedaillon van de orgelkas duiden op een 17de eeuws instrument. 
In de 18e eeuw werd het instrument gewijzigd, misschien door de lokale orgelbouwer De Ryckere. 
Bijzonder is het klavier. Het zou van een clavecimbel afkomstig kunnen zijn vanwege de gleufjes in de toetsen. Het oude beenbeleg is nog aanwezig. 
Het pijpwerk is oud. Het metaal is erg pokdalig. Dit wijst op een ruwe ondergrond bij het gieten van de platen. Het pijpwerk is in de loop der tijd opgeschoven en gewijzigd. Dit is in de laatste restauratie weer hersteld. (Samenvatting vanaf de website van orgelmaker Pels zie www.pels.be

Dispositie:
Manuaal (C,D-c''')
Bourdon 8'
Flte 4'
Prestant 2'
Tierce 1 3/5'
Larigot 1 1/3'
Sesquialter II
Fourniture III
Cromhoorn 8'
Rossignol (Nachtegaal)

1.
2. Een blik op de geopende achterkant van het orgel voor de restauratie. [Na restauratie zie foto 9].
Op foto 9 kan men zien dat de langste pijpen, die nu geknakt zijn, een rooster hebben gekregen.
3. Foto van het front van het orgel voor de laatste restauratie
4. Foto van na de restauratie
5. Foto's van het prachtige snijwerk van de onderkas.
6. Het uitgesneden engelkopje is van verbluffende kwaliteit. Hier een detailfoto. Een prachtig ensemble met de mooie pijpenvoeten. Ach,..wat zijn orgels mooi en wat is orgel bespelen toch prachtig.
7.

8. Speeltafel van het orgel met op de achtergrond de 3 balgen

9. Een blik op de geopende achterkant van het orgel. De bouwer is niet bekend. De stijlkenmerken, en dan vooral het sierlijke jaartal 1678, gesneden in het rechtermedaillon, duiden erop dat het een instrument is uit de zeventiende eeuw. Het orgel
werd in de 18de eeuw herbouwd, misschien door de lokale orgelbouwer De Ryckere.

Goed te zien zijn aan de pijpen de horizontale soldeernaden, die aantonen dat we hier met blikken pijpen te maken hebben. Die horizontale soldeernaden waren noodzakelijk omdat het blik in stroken werd rondgebogen en zowel verticaal als horizontaal werd gesoldeerd. Vaak is het materiaal van het bovenste gedeelte van de orgelpijp wel van orgelmetaal omdat dit zachter materiaal is dan blik.

10. Op de voorgrond de Cromhoorn 8 vt.
Thans is de oorspronkelijke toonhoogte weer hersteld, hiervoor werden de pijpen verlengd.
Duidelijk is aan de kleur van het orgelmetaal is te zien welke schalbekers van de Cromhoorn 8 vt zijn gereconstrueerd. Aan het enigszins penetrante, zeer karakteristieke geluid is het verschil tussen oud en nieuw pijpwerk, dankzij een geslaagde restauratie van Gerard Pels D'Hondt, praktisch niet te horen; en zo hoort het.
De Cromhoorn 8 vt stamt nog uit de 17de eeuw en heeft nog de originele blikken bekers, die een minder ronde en meer scherpe, boventoonrijke klank voortbrengen dan bekers uit lood/tin.
Rechts ziet men enkele walsen en de bevestiging van de wals aan de sleep. De walsen scharnieren in een steunbalk. Op die steunbalk zijn (gevoed door conducten) twee houten pijpen van de Bourdon 8 vt te zien.
 

11. Het orgelmetaal is wat pokdalig. Dit treedt op indien de platen werden gegoten op een ruwe ondergrond. Later werden deze pijpen voor een ander register omgebouwd, en werden de cilindrische corpora verlengd: de soldeernaad is duidelijk zichtbaar.
Tijdens de restauratie in 2003/04 zijn alle pijpen verlengd, omdat men in de loop der geschiedenis de toonhoogte steeds heeft verhoogd en daartoe de pijpen heeft verkort. Door de hogere toonhoogte vermindert de klankkwaliteit en daarom is, via verlenging van de pijpen, weer teruggekeerd naar de oorspronkelijke toonhoogte.

12. De Rossignol is een bakje gedeeltelijk gevuld met water met daarin de uiteinde van twee pijpjes die een "vogelgeluid" moeten imiteren. 
Door het borrelen van het water vormen de pijpjes steeds onregelmatig wel-en-niet een toon.

13. Op de voorgrond enkele houten registerwalsen. Daarboven de met leer omklede houten pijpen van de Bourdon 8 vt.

14. Uw auteur intens genietend van de klank van dit wonderschone orgel. 
De deuren zijn (weer) gesloten, zij het niet geheel. Zo kan men de klank het beste ervaren. 
Op de achtergrond een glimp van n van de drie spaanbalgen. 
De balgen kunnen zowel soepel met de hand bediend worden (te zien aan de hefboom) als met een motor.

15. Nogmaals in detail de Rossignol.  (Zie ook foto 12)

16a: De inliggende tremulant bevindt zich achter het luikje in afwijkende kleurstelling van hout.

16b. De tremulant met geopende afdekkap. Goed is nu het binnenste van het windkanaal te zien met daarin het houten klepje dat op en neer kan gaan op de windstroom. Er drukt een veer tegen de klep aan zodat de klep steeds op en neer gaat. Eenvoudig maar doeltreffend. Deze zogenaamde inliggende (i.t.t. een opliggende) tremulant werkt hier fraai en geruisloos.
Het luikje van de inliggende tremulant is nu weggehaald en we kunnen de tremulant zien. Deze is nu niet ingeschakeld. Het touw dat aan de registerstang bevestigd is, staat strak waardoor het klepje dat de wind doet golven niet naar beneden kan De orgelwind kan dus vrijelijk onder het klepje stromen.

17a. Een van de bijzonderheden zijn de gleufjes in de toetsen. Deze gleufjes geven de impressie dat het klavier oorspronkelijk van een clavecimbel afkomstig is. De duidelijk zichtbare uitsparing op de eerste re-toets wijst op een instrument met wl een onderste do-kruis. Het originele beenbeleg
heeft de tand des tijds overleeft. Een bijzonderheid.
 

17b. De voorslag van de ventielkast is weggehaald en we zien de ventielen waarvan er twee open zijn. Daaronder zien we de pulpeten die ervoor zorgen dat er geen wind kan lekken langs het abstract dat naar de toets leidt.

  18. De drie balgen in ruststand.