Overzicht Concertprogramma's

 
Leens 20 september 2003 

KOORORGEL

 

Anoniem

Uit: 'Das Katharinentaler Orgelbuch' Marche in F (18e eeuw) 

HOOFDORGEL

 

Samuel Scheidt (1587 - 1654)

Da Jesus an dem Creutze stundt  1. Versus ped. / 2.Versus, Coral in Tenore, à 3 Voc. / 3.Versus, Bicinium, Coral in Cantu / 4. Versus, Bicinium / 5. Versus, Coral in Basso, à 3 Voc. / 6 Versus, Coral in Cantu per Semitonia, à 4 Voc. 

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Uit Cantate BWV 56 Ich will dein Kreuzstab gerne tragen:
Bariton-aria: Endlich, endlich, wird mein Joch... Trio (bewerker André Isoir)

Johann Ludwig Krebs (1713 - 1780)

a)Praeludium in c & Fuge in c 

 

b)Trio in F (largo)

 

c) Was Gott tut, das ist wohlgetan 

Friedrich Wilhelm Marpurg (1718 -1795)

Christus, der ist mein Leben  1. Versus, Mel. in Ped. 2. Versus Cantus Firmus Canonice

Clément Loret (1833 - 1909)

Uit Trois Etudes: No 2, Allegro 

Samual Sebastian Wesley (1800 - 1876)

Larghetto (fis kleine terts)

Johann Gottlob Töpfer (1791 - 1870) 

Concert Variaties « Vive Henri Quatre » Grave [Inleiding], Thema, Variatie 1 - 12, Grave, Finale

Recensie uit Ommelander Courant "Bijzonder concert door Willem van Twillert in Petruskerk" door Dida Noordhof

"LEENS – Afgelopen zaterdagavond genoot de Amersfoortse organist Willem van Twillert aandachtig gehoor van de orgelconcertbezoekers in de Petruskerk in Leens. Hij liet zowel het door Mense Ruiter gebouwde koororgel als het imposante Hinszorgel op voortreffelijke wijze klinken.
Hij opende het concert op het fraaie 20-eeuwse koororgel met een 18-eeuwse mars, die op virtuoze wijze werd gespeeld.
Voordat Van Twillert zich naar het hoofdorgel begaf voor het vervolg van het concertprogramma, ontving hij een spontaan applaus voor de trefzekere en soepele wijze waarop de bezoekers zijn vingers over het klavier hadden zien gaan.
Van Twillert, die erom bekend staat in zijn concertprogramma’s niet bekende of minder bekende muziek op te nemen, verraste de muziekkenners deze avond ook weer. Van Samuel Scheidt (1587-1654) speelde hij 6 bewerkingen op het lied “Da Jesus an dem Creutze stundt”. Dit lied is volgens de concertgever in latere tijd niet door Bach of andere componisten voor orgel bewerkt. Omdat het een vrij onbekend lied is speelde hij het voorafgaand aan de bewerkingen een keer voor.
Johann Sebastian Bach prijkte ook op het programma en wel met de bariton-aria “Endlich, endlich, wird mein Joch….. uit de cantate “Ich will dein Kreuzstab gerne tragen”. André Isoir heeft deze aria namelijk tot trio voor orgel bewerkt. Een prachtig stuk muziek, dat uitstekend klonk op het Hinszorgel.
Van Johann Ludwig Krebs, de favoriete componist van de onlangs overleden Groninger organist Piet Wiersma, bracht Van Twillert 3 werken ten gehore. Het Praeludium & Fuga in f met een heel fraaie registerkeuze.
Ter nagedachtenis aan Piet vertolkte de concertgever het enigszins dramatisch klinkende trio in e op fijnzinnige wijze. Met de prachtige koraalbewerking “Was Gott tut, dass is wohlgetan” sloot Van Twillert het blok ‘Krebs’ af. 
Het onderdeel ‘Krebs’ werd als een hoogtepunt van het programma ervaren. 
Het werd zeer goed gespeeld en werd als een eerbetoon aan Piet Wiersma ervaren, die de laatste jaren de concertserie op het Hinszorgel besloot met een “Krebsprogramma”.
De bewerkingen van Friedrich Wilhelm Marpurg van het lied “Christus, der is mein Leben” sloten heel goed aan op het blokje ‘Krebs’.
Een Allegro van Clément Loret en een Larghetto van Samuel Sebastian Wesley vormden een luchtig intermezzo ter voorbereiding op het 19-eeuwse concertante slotstuk “Vive Henri Quatre” van Johann Gottlob Töpfer, die in 1830 tot stadsorganist van Weimar werd benoemd.
Al met al heeft Willem van Twillert er een zeer bijzonder concert van gemaakt, waar de bezoekers erg van hebben genoten. Hij ontving dan ook een hartelijk applaus.
Het concert van zaterdag 27 september is een herdenkingsconcert ter ere van het leven en het werk van de bekende organist Piet Wiersma. Het concert wordt verzorgd door Carel van Aurich, oud-leerling van Piet. Dit laatste concert van de serie van 2003 begint om 20.15 uur en de toegang is gratis. Na afloop van het concert is er in de kerk gelegenheid een kop koffie te drinken".



 

Roozendaal, R.K. St-Jan de Doper, 13 april 2003

Johann Sebastian Bach (1685 – 1750)

Aria uit cantate 208:"was mir behagt ist nur die muntre Jagd!"

Théodore Dubois (1837 – 1924)

Prélude et Fugue d mineur

Georgi Mushel (1901 - ?)

Toccata

Flor Peeters (1903 – 1986)

Aria (ed 1946)

Joseph Jongen (1873 – 1953)

Petite Prélude

Théodore Salomé (1834 – 1896)

Grand Choeur

 

Canon

 

Grand Chœur

Otto Malling (1848 - 1915)

Uit : Stimmungsbilder für die Orgel,  "Chisti Einzug in Jerusalem"

Clement Loret (1848 – 1915)

Allegretto

Fernand de La Tombelle (1854 – 1928)

Toccata, Opus 23

Ik ben blij om in Roosendaal t concerteren. Het fraaie en met drie klavieren en pedaal omvangrijke instrument bevat historisch pijpwerk uit een periode (tweede helft negentiende eeuw) die in Nederland niet zo veel voor handen is. Daarom verdient dit instrument het om gekoesterd te worden en zeker ook de prachtig klinkende ruimte van de Sint Jan de Doper waar dit orgel ooit voor is vervaardigd.





 

Oud Beijerland 28 september 2002

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Johann Ernst Prins van Sachsen-Weimar (1696 – 1715): Concerto In G 3 delen. Bach bewerkte dit Concerto voor viool, strijkers en Basso continuo voor orgel (BWV 592)
a) geen tempoaanduiding,
b) Grave
c) Presto

 

Alt-aria uit Cantate 208 (1713) (Bewerker André Isoir)

Johann Sebastian Bach

Sinfonia uit Cantate ‘Wir danken dir,...’ (1685 – 1750) BWV 29) Bewerking voor orgel door Marcel Dupré ( 1886-1971)

Johann Ludwig Krebs (1713-1780)

a) Trio in Es (2 delen: Adagio –Non molto allegro

 

b) Fantasie en fuga in F

Camille Saint-Saëns (1835 – 1922)

Première Fantaisie pour orgue

Willem van Twillert

Twee Psalmpreludes: Psalm 1 (Melodie in tenor) en Psalm 150 (Trio)

 

Intrada Nuptial ‘Wilt heden nu treden...’

Eugène Gigout (1844 – 1925)

Scherzo uit: ‘Dix Pièces’

Arvo Pärt (Geb 1935)

Pari Intervallo

John Weaver (Geb 1937)

Toccata

Er staat ook een modern werk op het programma. Daarover het volgende:
Componisten , architecten, orgelmakers kunnen anno 2002 putten uit een scala aan mogelijkheden hoe ze zich in hun werk willen manifesteren. Men kan gebruik maken van mogelijkheden die in de loop van honderden jaren door talloze begaafde talentvolle mensen gestalte hebben gekregen. Het gaat anno nu bij het componeren, vormgeven, orgelmaken (om ons tot deze drie disciplines te beperken) niet in de eerste plaats meer om de regels maar vooral om de keus of je de regels van een bepaalde stijl wilt opvolgen of niet of gedeeltelijk. Men kan putten uit nagenoeg de gehele orgelliteratuur. Als je wilt kan men muziek creëren met puur tonale elementen of met elementen uit de barok, de romantiek; eigenlijk uit elke stijl.
Er is ruimte in allerlei kunstdisciplines om een bij de persoon of bij de opdracht passende stijl en vorm te kiezen. En die stijl behoeft zeker niet meer in de eerste plaats avant-garde te zijn.
Anderzijds is het noodzakelijk dat er ook steeds weer gezocht wordt naar nieuwe wegen ook in de liturgische muziek. En het is te hopen dat er steeds weer componisten naar voren zullen komen die muziek schrijven op een manier waaraan nog nooit iemand gedacht heeft. Mijns inziens is de componist Pärt zo iemand. (altijd weer origineel). De werken van ondergetekende mag men rangschikken onder de noemer Ambachtswerk.

Toelichting bij concerto BWV 592
Johann Ernst von Sachsen-Weimar. Van Febr 1711 tot maart 1713 was hij in Nederland dit staat vermeld in in Walthers Musikalisches Lexikon (1732).
De reis betrof een zogenaamdeKavalierstour (vormingsreis) voor jonge adelijken vormingsreis.
Ook Bachs latere broodheer Prins Leopold van Anhalt-Köthen was in 1710-11 in Utrecht op Kavalierstour geweest. Utrecht was beroemd vanwege theologie en rooms-Duits recht en Utrecht had geen politieke consequenties voor Duitse adelijken.
Johann Ernst kocht veel muziek in Amsterdam. Wat voor muziek weten we niet.
Teruggekeerd uit Holland kreeg Johann Erst compositieles van Walther.
Tijdens Bachs ambts-periode in het vorstendom Sachsen-weymar werd het met ijzeren hand geregeerd door hertog Wilhelm Ernst. Na 20.00 uur viel bijvoorbeeld alle leven stil want er was een avondklok.
Toen de prins Johann Ernst terugkeerde mocht hij van Wilhelm Ernst geen gebruik maken van het hoforkest; een vernedering.
JE Gaf toen opdracht om zijn uit Amsterdam meegenomen muziek, instrumentale partijen (geen partituren), voor het orgel en klavecimbel in te richten. Zodoende maakte J.S. Bach en Walther zoveel bewerking waarvan het Concerto in G er een is.
Van JE verschenen zes concerten in 1718 in druk, drie jaar na zijn overlijden . Als een in memoriam?
Tussen Bach en Walther waren taakafspraken vermoeder we want er kwamen geen geen overlappingen voor in hun bewerkingen.
Verschillen: Bach: Werkte om en voegde noten toe
Walther: Hield zich in het algemeen aan het notenschrift.


Algemene toelichting
Een programma samenstellen is vooral een keuze van werken die met elkaar in karakter contrasteren en stilistisch goed passen op het te bespelen orgel. Maar een programma mag ook iets spontaans hebben, iets van de keuze of inval van het moment bij de concertgever. Immers de literatuur voor orgel is immens omvangrijk. En dat maakt een keuze voor een orgelprogramma soms tijdrovend, maar het blijft ook altijd een interessante.
Saint-Saëns schreef in tegenstelling tot zijn collegae in Frankrijk zoals Eugène Gigout bijvoorbeeld, maar summier registraties bij zijn orgelwerken. Hij volgde hierin Mendelssohn na die bij zijn zes orgelsonatas noteerde:
“Elk orgel klinkt anders. De organist heeft daarom de verantwoording om mijn werken smaakvol te registreren.”
De Première Fantaisie van S-S bestaat uit twee delen, waarvan het eerste specifiek voor drie continue afwisselende klavieren is gecomponerd. Zodoende kleuren de klanken zich tot een geheel, althans wanneer er “smaakvol” wordt geregistreerd.
Het tweede deel is in tegenstelling tot het eerste gebaseerd op een fugavorm en het geeft aan het eind een virtuoze afsluiting.
De Intrada van de concertgever is een toccata in de stijl van de vlotte virtuoze, aansprekende Frans-romantische traditie. Het werk van Gigout is van deze stijl een excellent voorbeeld.
Dupré maakt gebruik van een geheel persoonlijk klankidioom. In zijn Invention is dit frisse idioom in optima forma aanwezig; het is een kort (2,30 minuut) durend werk.
Weaver baseert zich in zijn toccata op een virtuoos thema in het pedaal dat omlijst wordt met akkoordwerk. Voordat het thema zijn intrede doet klinkt er een inleiding. Het tweede contrasterende gedeelte is meer liedmatig.
Voor het overige spreken de werken in dit programma voor zich.
 

 

 

Gronsveld, Zomer 2002

Pablo Bruna (1611 – 1679)

Tiento sobre la letanía de la Virgen

Jean Adam Guilan (16 ? – 17 ? )

Suite du second ton (Ed 1706)

 

Prélude – Tierce en Taille – Trio de Flutes – Dialogue – Petit Plein jeu

Johann Sebatian Bach (1685 – 1750)

Fuga in d moll BWV 539

Michel Corrette (1709 – 1795)

Magnificat du 3e et 4e ton Plein jeu avec la Pédalle de Trompette pour toucher avec les deux pieds – Récit de Nazard – Duo à deux Basses – Concert de Flûtes – Cromhorne en Taille – Grand jeu

DRIE KORALEN MET MELODIE IN PEDAAL

Friedrich Wilhelm Marpurg (1718 – 1795)

Chistus, der ist mein Leben (Melodie in Pedaaltrompet 8’)

 

Werde munter, mein Gemüte, Canon (Melodie in Pedaaltrompet 8’ één octaaf hoger bespeeld)

Johann Ludwig Krebs (1713 – 1780)

Von Gott will icht nicht lassen  (Melodie in pedaal tutti)

Johann Gottlob Töpfer (1791 – 1870)

Concertvariaties over “Vive Henri Quatre”

Willem van Twillert

Improvisatie « Vive La Pédalle de Trompet 8’ «


 

Leens, Zomer 2001
Recensie uit "Ommelander Courant" Zomer 2001 Recensist: onbekend.

"LEENS- Willem van Twillert, organist in Amersfoort, heeft reeds meerdere keren een concert in de orgelserie van Leens verzorgd. Hij doet dat altijd op een bijzondere manier.
Dit gebeurde ook zaterdagavond. De organist had een ontdekkingstocht gemaakt door de door hemzelf aangelegde muziekvoorraad en door die van bibliotheken. Het resultaat mocht er zijn. Naast de bij uitstek optimaal klinkende werken van de 'Noord-Duitsers' en Bach, had hij onbekende(re) verrassende orgelliteratuur geprogrammeerd.
Van Vincent Lübeck stond het Preambulum in F op de orgellessenaar. Het fuga-deel werd met de schitterende tongwerken uitgevoerd. Dit had tot gevol dat het klonk alsof het door een blazersconsort werd uitgevoerd. Van Scheidemann speelde Van Twillert op bijzonder fraaie wijze drie koraalbewerkingen over het Vater Unser. Aan Bachs Preludium en Fuga in C-Dur had Van Twillert het langzame deel uit de vijfde triosonate toegevoegd. Dit naar aanleiding van een manuscript waaraan destijds achttien maten van dit deel waren toegevoegd. Na het beluisteren van dit werk werd zaterdagavond duidelijk waarom deze toevoeging niet is doorgevoerd. Het, voor Bachs doen, korte Praeludium wordt gevolgd door een sterke levendige fuga. Door toevoeging van het triodeel staat de muziek als het ware even stil, en ook stilistisch past het eigenlijk niet. Deze kritiek doet overigen niets af aan de wijze waarop Willem van Twillert het speelde.
Ook het koororgel kwam weer aan de beurt, en wel met galante muziek van Haydn (een vijftal Flötenuhrstücke) en een pittige fuga van Albrechtsberger. Hierna begaf de organist zich weer naar het hoofdorgel om de luisteraar deelgenoot te maken ven de resultaten van zijn zoektocht door de muziek. Guy Bovet heeft een bijzonder orgeloeuvre geschapen. Hij grijpt sterk terug op de oude meesters, maar breidt dit uiteraard uit naar onze tijd. Bovet slaagde erin om te overtuigen zonder het ambachtelijke te verfoeien. Dit levert sublieme en goed toegankelijk orgelliteratuur op. Voeg hierbij de wijze waarop van Twillert hier mee omgaat en de meest verstokte tegenstander van moderne muziek is aangenaam verrast. Het was een belevenis om Le Boléro du Divin Mozart (met een knipoog naar Ravel) en de koraalwerken Schmücke dich o liebe Seele en heft op uw hoofden poorten wijd. ( Liedboek nr. 120) aan te horen.
De afsluiting was Belgisch. Deze muziek moest vanwege de klavieromvang in Leens worden vertaald. Het Allegretto van August de Boeck en de Toccata in F van Alphonse mailly mogen dan volgens de uitvoerende organist weinig diepgang hebben, aansprekende muziek is het wel. Van Twillert legde er veel eer mee in. Samengevat was er zaterdagavond sprake van een apart programma, dat zeer de moeite waard was."

Leens 26 augustus 2000
VAN BACH TOT BOSSI 7 Koraalbewerking ( à la de "Schübler-koralen" voor orgel omgezet) uit 7 cantates, omkaderd met orgelwerken van leerling/tijdgenoten en de eerste- en tweede organistengeneratie na Bach. Afgesloten wordt met een finale welke drie 19e en 20e eeuwse orgelcomposities omvat.
Koororgel
Johann Christoph Altnickol  (1719-1759)   - Sonate C-dur 1e deel: allegro un poco (Leerling en schoonzoon van J.S. Bach)
Hoofdorgel
Johann Sebastian Bach  (1685-1750) a. "Nun danket alle Gott" (uit cantate 79) 
b. "Und wenn die Welt voll Teufel wär" (uit cantate 80) (melodie: "Ein feste Burg ist unser Gott") 
c. "Was Gott tut das ist wohlgetan' (uit cantate 75)
d. Alt-aria uit cantate 169
Johann Ludwig krebs  (1712-1780)  Fantasia et fuga in F
Johann Sebatian Bach (1685-1750) a. "Nun lob, mein Seel, den Herren" ( uit cantate 167) 
b. "Herr christ, der einig Gottes Schon" ( uit cantate 22) 
c. "Jesus bleibet meine Freude" ( uit cantate 147) 
d. Alt-aria uit cantate 208
e. "Christ lag in Todenbanden" (uit cantate 4)
Johann Gottfried Walther  (1684-1748) Concerto del Signr. Tomaso Ablinoni, appropriato all' Organo ( opus 2 nr. 5) (Allegro) - Adagio - Allegro
Justin Heinrich Knecht  (1752-1817) Rondo in Es
Ludwig von Beethoven  (1779-1827) Twee stukken voor "Flötenuhr" a. Adagio b. Allegro
EEN VERTAALSLAG
Henry Smart  (1813-1879) Air with 9 variations (Het 'air' wordt aan het slot herhaald)
Noel Rawstore (1929-)  Aria (Ed 1992)
Mario Enrico Bossi  (1861-1925) Scherzo in Sol minore per Organo (ed. Torino 1904)
Friesch Dagblad xx-08-2000 Van Bach tot Bossi in Petruskerk van Leens door Jack Frölich
"Na een korte inleiding van Willem van Twillert, waarin hij moest melden dat er een wijziging in het programma moest plaatsvinden omdat hij een boek met koraalbewerkingen uit cantates van Bach was vergeten mee te nemen, opende deze Amersfoortse organist zijn concert in de Petruskerk te Leens met de Sonate in C-groot van Johann Christoph Altnickol. Deze sonate is ondanks zijn eenvoud een lastig te spelen werkje omdat het heel helder en doorzichtig moet klinken, de kleinste misslag werkt storend. Van Twillert speelde het begin niet echt goed geconcentreerd, maar gelukkig maakte hij dat al snel weer goed door de toepassing van een uitstekende agogiek en speelmanier.
De registratie van Nun danket alle Gott, een koraal uit de cantate nr. 79 van Bach, was minder. Het gebruik van alleen maar tongwerken werkte wat verwarrend op de melodie die hierdoor niet echt goed tot zijn recht kwam.
Het koraal Und wenn die Welt voll Teufel wär, kwam door een veel meer doorzichtige registratie veel beter tot zijn recht. Dit zelfde gold ook voor het koraal Was Gott tut das ist wohlgetan en de Alt-aria uit cantate 169. Deze vier werken van Bach waren koralen en een alt-aria uit enkele cantates van Johann Sebastian Bach die omgezet zijn voor orgel.
Willem van Twillert vervolgde zijn concert met twee werken van Johann Ludwig Krebs, een tijdgenoot van J. S. Bach. De Fantasie en Fuge in f-klein en het Preludium en Fuga in F-groot zijn twee korte composities die op zich niet erg diep gaan, maar die wel heel plezierig zijn om naar te luisteren en die interessante fuga's bevatten. De registratie en speelmanier van de organist waren uitstekend aangepast bij deze compositie die erg goed klonk op het fraaie Hinsz-orgel.
Na nog een orgelkoraal uit een cantate van Bach, speelde Van Twillert Concerto del Signor Albinoni Opus 2 nr. 5 van Johann Gottfried Walther. De organist nam vervolgens plaats achter het koor-orgel waar hij het Rondo in Es-groot van Justin Heinrich Knecht speelde een fleurig werkje met rococo-elementen en dat zelfde gold ook voor de twee stukken voor Flötenuhr van Ludwig van Beethoven, hoewel die weer op het hoofdorgel werden gespeeld. Van Twillert nam deze muziek als overgang voor muziek uit de romantiek en moderne periode die niet vaak voorkomt in de programmering van de concerten te Leens.
Het programma van dit concert door Willem van Twillert was heel divers, en de gespeelde stukken waren zeker het beluisteren waard. Van Twillert beoogde met zijn programma de bezoeker kennis te laten maken met onbekende muziek uit verschillende stijlperiodes en hierin is hij goed geslaagd.
De orgelbespeling werd besloten met een virtuoos gespeeld Scherzo in Sol minore per Organo van de Italiaanse componist Mario Enrico Bosse (1861-1925)"



Leens, Zomer 2000?
Ommelander Courant 20-08-2000??? (E-mail: noordpers@hetnet.nl) "Uitgebreid menu bij orgelconcert" door Dirk Molenaar
"LEENS - De organist Willem van Twillert uit Amersfoort heeft veel noten op zijn zang. Maar dan wel in positieve zijn. De programma's van de concerten die hij in de loop der jaren in de Petruskerk van Leens gaf, laten steeds een diversiteit aan orgelmuziek zien. Met vaak onbekend werk van componisten die in de schaduw van de grote meesters werkten. Zo ging Van Twillerts concert op het Hinsz-orgel afgelopen zaterdag ook weer. Aan het begin en halverwege gaf hij een mondelinge toelichting waarbij hij de beweegredenen van zijn programmakeus verklaarde. Zijn aanpak in grote lijnen is: de toehoorder zo veel en zo divers mogelijk uit de keuken der orgelmuziek te laten proeven. Dat is aan velen welbesteed. Want men krijgt uit elke stijlperiode iets mee, en als het wat langer duur is mooi extra. Maar het kan soms ook iets té divers en ook té lang worden. Dat was afgelopen zaterdagavond eigenlijk eveneens een weinig het geval, ondanks dat er een paar programmawijzigingen waren en er een paar 'gangen' van de rijkgevulde orgeldis kwamen te vervallen. Zeer apart waren transcripties uit enkele cantate-delen van J.S. Bach, of Henry Smarts 'Air with 9 variations', om een paar uitersten in het programma te noemen.
Eén ding is bij elk concert van kok Van Twillert overduidelijk: van de eerste tot de laatste gang van het lange orgeldiner blijft het - wat en hoeveel er ook wordt opgediend - topkwaliteit; alles is muzikaal en technisch tot in de puntjes verzorgd! De chef d'orgue zelf zou nog rustig een poosje door kunnen gaan. Maar bij de tafelgenoten houdt het op een bepaald moment toch wel op, want men is verzadigd."

Leens 1999: Een reis door de orgelliteratuur
Koororgel
William Tisdall  ( ca. 1570 - ?) Corante
Bernardo Storage  (1604-1664) Corrente
Michael Praetorius  (1571-1621) Zetting: "In dich hab ich gehoffet, Herr. (Liedboek 484)
Hoofdorgel
Heinrich Scheidemann  (1596-1663) "In dich hab ich gehoffet, Herr 1 A 2 Clavier Manualiter 2 Versus I -Versus II - Versus III
Dietrich Buxtehude  (1637-1707) Toccata en Fuga in F
Johann Sebastian Bach  (1685-1750) Orgelsonata V in C-dur BWV 529 Allegro - Largo - Allegro
Johann Thielemann Cramer  (? - 1793) Sonate in G
Georg Friedrich Kauffmann  (1679 - 1735) "Nun lob, mein Seel, den Herren
Marcel Dupré  (1886-1971) Invention XIII,opus 50 nr. 2
André Fleury  (1903-1996) Variations sur un Noël Bourguignon 7 variaties
John Rutter  (*1948) Toccata in seven

 

Elburg, zomer 1998
Recensie uit ??? d.d. 25 - 08 -1999 Titel: "Bijzonder orgelprogramma organist Willem van Twillert" door Maarten Seijbel
"ELBURG - Het was vrijdagavond de beurt aan de organist Willem van Twillert uit Amersfoort om een concert te geven in de serie zomeravondorgelbespelingen op het orgel van de Grote- of St.Nicolaaskerk van Elburg. Hem was gevraagd een programma te willen uitvoeren met als thema 'Het koraal door de eeuwen heen'.
Hieraan heeft hij ruimschoots voldaan waarbij hij ook het historische koororgel van Elburg's Grote kerk had ingepland. Het programma van vrijdagavond was dan ook zeer verrassend en veelzijdig. Opnieuw hebben we een aantal vrij onbekende orgelwerken mogen beluisteren, wat alleen maar het inzicht in de orgelcultuur heeft verruimd. Er zijn nu éénmaal bezoekers van orgelconcerten die alleen maar dát willen horen wat men al tientallen keren heeft gehoord en geen enkele moeite willen doen eens over de 'orgelgrenzen' heen te kijken, anderzijds zijn er nog velen die hun blik graag eens willen verruimen.
Laatstgenoemden zijn vrijdagavond ruimschoots aan hun trekken gekomen. Een groot pluspunt was het bovendien dat de concerterende organist vooraf een zeer verhelderende toelichting op het uit te voeren programma gaf. Zoals gezegd werd begonnen met een drietal werken op het koororgel waarbij zijn perfecte registratiekunst meteen opviel gekoppeld aan een juist gebruik van dit fraai klinkende instrument. Op het grote orgel werd vervolgens een uitgebreid programma gebracht waarvan het motto hoofdzakelijk de koraalbewerkingen vormden. Bij een tweetal Bach-koraalvoorspelen, "Wachet auf ruft uns die Stimme" en "Wer nuf den lieben Gott lasst walten" werd prachtig ingetogen gespeeld samengaand opnieuw met een uitgekiende registratie. Niet onvermeld mag de sinfonia van Johann Philipp Alberecht Fischer (1698-1778) blijven eveneens prachtig van structuur en met grote affiniteit gebracht. André Fleury (1903-1996) heeft een serie uiterst knappe variaties gecomponeerd over een "Noël bourguignon" waarbij Willem van Twillert opnieuw buitengewoon interessante registraties had weten te vinden.
Hoewel de concertgever al een uitvoerig programma had samengesteld was hij volgens eigen zeggen zo gefascineerd van het Elburger orgel dat hij nog een aantal eigen, zeer aantrekkelijke koraalbewerkingen aan het programma toevoegde en ook na een virtuoos gespeelde Toccata van George Mushel (1909-1986) nog een Toccata ten gehore bracht.
De geboeid luisterende orgelliefhebbers kregen waar voor hun geld en beloonden de concertgever op gepaste wijze voor zijn overtuigende concert." 

Orgelconcert in de Grote of St. Bavokerk te Haarlem dinsdag 9 juni 1998

Bernardo Storace

(1604 - 1664) 

Ballo della Battaglia

Johann Sebastian Bach

(1685 - 1750) 

Ach bleib' bei uns, Herr Jesu Christ BWV 649

 

 

Praeludium et Fuga Es-dur BWV 552

Guy Bovet 

(geb. 1942) 

Le Boléro du Divin Mozart [1998]

 

 

Récit de Cornet [1965]

 

 

Toccata [1963]

Max Reger 

(1873 - 1916) 

Toccata und fuge D-dur, Opus 59

Jean Langlais 

(1907 - 1991) 

Adoration

Charles-Marie Widor

 

Deel I (Allegro) uit Symphonie VI, Opus 42

Haaarlemse Courant 10- 06-1998 "Willem van Twillert in Grote kerk Orgelconcert is meer dan goed spelen" door Kees Huges

"Willem van Twillert is een uitstekend organist. Dat mag je ook verwachten, want de organisatie van de orgelserie zet niet de eerste de beste achter Müllers manualiter. Maar het blijkt weer dat een mooi concert meer betekent dan alleen goed spelen. De gastorganist in de Grote Kerk studeerde ooit bij oud-stadsorganist Piet Kee. Van Twillert heeft bovendien in het verleden vaker op het Müllerorgel geconcerteerd. Geen onbekende dus voor Haarlem en haar beroemde koningin onder de muziekinstrumenten.
Van Twillert schotelt ons een programma voor met bekend, minder bekend en volkomen onbekend werk, zoals het als eerste geprogrammeerde Ballo della Battaglia van de 17e eeuwse componist Bernardo Storace uit het op Sicilië gelegen Messina. Storace geldt niet zozeer als een vernieuwende toondichter, maar is toch een belangrijk figuur tussen Frescobaldi en de jongere garde uit zijn tijd. De vertolking van deze 'muzikale oorlogshandeling' laat direct het manco zien dat een groot deel van Van Twillerts concert zal tekenen. Hij heeft namelijk moeite om de vertaalslag te maken van de diverse orgelperiodes naar het barokke Müllerorgel toe. De Storace-battaglia klinkt braaf en mist de nodige peper om de oorlog te winnen.
Het orgelkoraal Ach bleib' bei uns, Herr Jesu Chist BWV 649 van Johann Sebastian Bach wordt schitterend uitgevoerd.
Het Praeludium et Fuge Es-dur, BWV 552 - het werk klonk twee weken geleden ook in deze serie - krijgt de registratie die het nodig heeft met een iets te dik gekleurd pedaal. De articulaties in met name het Praeludium zijn iets te nadrukkelijk waardoor het werk in segmenten wordt verdeeld en de vloeiende lijn vertroebelt. In Le Boléro du Divin Mozart uit 1988 van Guy Bovet hoor je de clown in deze Zwitserse componist/organist die een speelse boléro neerschreef in de stijl van Mozart.
De Toccata und Fuge D-dur, opus 59 van Max Reger en het eerste deel uit de Symponie VI, opus 42 van Charles Marie Widor laten het best horen hoe een vertaalslag van Duitse en Franse romantiek naar een barokorgel niet gemaakt moet worden . Muzikaal is alle 'schwung' aanwezig en laat Van Twillert speeltechnisch zijn grote kwaliteiten horen. Helaas maakt de registratiekeuze, waarin hoge vulstemmen samen met te veel tongwerken hoogtij vieren, dat de totale klankkleur we heel erg grof wordt. Eerdere concerterenden hebben laten horen dat dit veel mooier kan.
Tusssen Reger en Widor klinkt het Adoration van Jean Langlais. Een verademing tussen al het eerdere en latere geweld. Het is dit werk, samen met Guy Bovets Boléro en Récit de Cornet en Bachs eerder besproken koraalvoorspel, die bewijzen dat Willem van Twillert een begenadigd organist is."

Leens, 16-07-1997
Recensie Ommelander Courant "Toeristen weten Petruskerk te vinden" door Albert Rodenboog


"LEENS- Dat een concertserie toegevoegde waarde heeft voor de vele toeristen en dat orgelliefhebbers het gebied ontdekken, bleek afgelopen zaterdag weer in Leens.

De bekende organist Willem van Twillert was met een groep kennissen uit Amersfoort neergestreken op de camping in Leens. De organist en zijn gevolg hebben flink genoten van gebied en de voorzieningen, waaronder het zwembad van Leens. Of dat de reden was dat Van Twillert een programmaonderdeel heeft geschrapt, is niet bekend. Voor de bezoekers bleef er niettemin nog veel te genieten over. Vele toeristen bezochten ook op deze zwoele zaterdagavond het concert. Beter gezegd: twee concerten . Van Twillert kiest gewoontegetrouw voor het gebruik van de twee orgels in de Petruskerk. Op het door de firma Mense Ruiter gebouwde koororgel speelde Van Twillert een eigen programma. Dit orgel heeft iets intiems en klinkt eigenlijk te weinig. De mooie fluiten en prestanten werden door concertgever virtuoos tot klinken gebracht. Op het Hinszorgel heeft Van Twillert ieder jaar een gewaagd programma. Ook dit jaar had hij weer een paar leuke nieuwe werkjes in bibliotheken uit diverse landen van Europa uit het stof gehaald en had Leens de première. Van Twillert is niet alleen concerterend organist. Voor diverse Nederlandse uitgevers verzorgt hij orgelseries. Orgelseries die bij veel organisten - ook in onze omgeving - vaak op de lessenaar van het orgel staan. Van Twillert wordt dus ook vaak in Leens gehoord zonder dat hij er zelf bij is. Voor de liefhebbers is er tijdens de concerten de zeer aantrekkelijke cd Van Twillert 'Musick voor het Orgel' voor een zeer bescheiden prijs beschikbaar. Van Twillert laat het Hinszorgel daar zo op uit komen dat een zo op het eerste gehoor niet-orgelliefhebber zijn oren spitst."

 

Leens 6 juli 1996

KOORORGEL

 

 

Johann Staden 

(1581-1634)

Allamande variirt

J.S. Bach  (1685-1750)

J. S. Bach (1685-1750) -Preludium en Fuga in c kl. t. uit "Wohltemperiertes Klavier I "]

Guillaume Lasceux   

Symphonie Concertante]

HOOFDORGEL

 

 

Dietrich Buxtehude 

(1637-1707)

Preludium en Fuga in D gr. t.

Pablo Bruna 

(1611-1679)

Tiento de medio registro de mano derecha de 1* Tono

Georg Frideric Handel 

(1685-1759)

Trio in g kl. t.

Johann Sebastian Bach

  (1685-1750)

Preludium en Fuga in C gr. t. (BWV 545)

André Fleury

  (1903-1995)

 "Variations sur O filii"

Dick Koomans 

(geb. 1957)

Martin Luther (1483-1546) meets Martin Luther King (1929-1968)
Jazz-variaties over: 
a. "Es ist das Heil uns kommen her" 
b. "Wir glauben all..."

Jean Langlais 

(geb 1907)

Pasticcio

Ommelander Courant [?] 10-07-1996 Titel: "Orgelconcert door Willem van Twillert" door Jan Dijkstra
"Willem van Twillert is een van de organisten die reeds meerdere malen in de serie op het Hinszorgel van Leens concerteerde. Ook heeft hij medewerking verleend aan CD-opnamen van dit orgel. Evenals in voorgaande jaren durfde Van Twillert ook deze keer weer af te wijken van de zogenaamde platgetreden paden, en wel door een gedurfde inbreng van de jazz-stijl in zijn concertprogramma.
Niettemin opende hij met zeer oude muziek van Johan Staden en wel het "Allamande varirt"gespeeld op het hoofdorgel geregistreerd met de kleine tongwerken. Na een toelichting speelde hij op het koororgel achtereenvolgens Preludium en Fuga in c-kl.t. uit het Wohltemperiertes Klavier van Bach, een onbekende fuga in Es-gr.t. van Mozart en feestelijke Symphonie Concertante van Guillaume Lasceux. Vervolgens begaf de concertgever zich weer naar het Hinszorgel om hier werken te vertolken van verschillende (orgel)componisten en in evenzoveel stijlen.
Naast werken uit de Noordduitse stijl als Preludium en Fuga in D-dur van Bach klonk ook een in verhalende stijl geschreven Tiento van de blinde componist Pablo Bruna. Van André Fleury speelde Van Twillert de variaties over 'O filii'. Hier ervaart men al een wat modernere stijl. Van Twillert zelf bewerkte een bewerk nog een aantal Psalmen in de klassieke stijl. Van zijn hand hoorden we zaterdagavond de première van Psalm 119 en wel in een triovorm gevolgd door een zetting met tegenstem. In het Choral en meditatie over "Grosser Gott wir loben dich", eveneens een compositie van de concertgever, wendt hij zich tot de moderne stijl. Helemaal op de moderne toer ging Van Twillert met de jazz-variaties van Dick Koomans over de Lutherliederen "Es ist das Heil uns kommen her" en "Wir glauben all...". De eerstgenoemde compositie heeft meer de stijl van minimal music terwijl bij de geloofsbelijdenis de jazz-stijl om de hoek komt kijken. Overigens was de titel "Martin Luther meets Martin Luther King" een aardige vondst. Hoe zou de orgelbouwer Hinsz hier tegenaan hebben gekeken? Als we er vanuit gaan dat Hinsz orgels bouwde met het oog op de toekomst dan kan het haast niet anders dat hij de jazz-stijl tijdens een concert zeker zou hebben getolereerd en met een instemmende knipoog zou hebben begroet.
Het concert werd besloten met Pasticcio van Jean Langlais.
Terugkijkend op dit concert kan er geconcludeerd worden dat Willem van Twillert een veelzijdig organist is die het inslaan van nieuwe paden en ontwikkelingen niet schuwt en die tevens in staat is de diverse stijlen op voortreffelijk wijze te vertolken."

 


Leens Zomer 1995
Recensie Ommelander Courant 13-07-1995 "Organist Willem van Twillert houdt in Leens traditie in stand". door ???

"LEENS- De organist Willem van Twillert houdt er reeds jarenlang een goede gewoonte op na: elke keer als hij in Leens een concert komt geven, begint hij zijn programma steevast op het koororgel. Zo ook afgelopen zaterdag.
Hij stevende na een mondelinge toelichting op de te spelen werken eerst op het door de firma M. Ruiter in 1982 gemaakte instrument af. Van Twillert begon met zes Engels hofdansen uit plusminus 1520. Muziek die men niet vaak op een orgelconcert hoort. Daar was het ook nooit voor bedoeld, het was tenslotte dansmuziek. Door de hoge ouderdom ervan klinkt één en ander zo 'klassiek' dat niemand er zich aan stoort dat het op een orgel in het koor van een kerk ten gehore wordt gebracht. Aan de voordracht van deze dansen, gevolgd door twee Italiaanse sonates uit de láte 18e eeuw, viel meteen te horen met wat voor organist we te maken hadden: één die met aandacht voor het detail recht door zee gaat en in zijn vaarroute vaak langs minder bekende plekjes gaat. Zaterdagavond was dat niet anders., Na een Concerto (naar Albinoni) van J.G. Walther bracht Van Twillert de toehoorders namelijk naar een Aria met variaties van J.Ph. Krieger. Veertien van de 24 variaties kreeg men te horen vanaf het Hinszorgel; ook het verdere programma kwam vanaf de westkant van de Petruskerk. Van Twillert vervolgde met het Praeambulum in c van V. Lübeck. Met het overrompelende Preludium en de 'goed georganiseerde Consortfuga' wist hij uitstekend raad.
Fraai resultaat
Geen orgelconcert zonder Bach, ook nu dus niet: de 'Schübler-choräle' en 'de grote c-moll'. De Schüblerkoralen, genoemd naar de uitgever Johann Georg Schübler die ze in 1746 uitgaf, bestaan uit zes koraalbewerkingen; vijf ervan zijn - door Bach zelf - omgewerkte Cantatedelen. En zoiets kan meteen een aanwijzing geven over de registratiekeuze. Ook van Twillert had die opgevolgd, zodat registratie en voordracht in elkaars verlengde lagen wat een fraai resultaat opleverde.
Het concert werd besloten met het Praeludium en Fuga in c. De aanpak van dit grote en grootse werk was kamermuzikaal, had de concertgever in zijn toelichting gezegd. Dit was fraai gevonden, want al is het plenum plus de tongwerken van het Hinszorgel nog zo mooi, een stuk in een registratie met het volle werk moet in dit kerkgebouw met zijn vrij lage gewelven niet te lang duren zodat het als 'doordenderen' ervaren wordt. Nee, hier was er een goede afweging geweest en werd er met 'ietsje minder' méér bereikt."

Veluws Dagblad 1983: Van Twillert schittert in vroege orgelromantiek

HARDERWLJK — Gisteravond gaf de Spakenburgse organist Willem van Twillert een orgelconcert in de Grote Kerk van Harderwijk. De werken die de organist ten gehore bracht waren grotendeels uit de tweede helft van de achttiende eeuw.

Begonnen werd met een werk uit 1763 van een anonieme componist.
Martialement en drie fanfares die een zwierig, vrolijk karakter hebben. Zij werden op kundige wijze ten gehore gebracht. Van Pachelbel speelde Van Twillert Aria in f met variaties. Dat ook bij Pachelbel helderheid en duidelijkheid voorop staan was goed te horen in de diverse variaties.
De concertgever vervolgde zijn spel met Cantabile van Schmugel.
Dit werd op een ontroerend mooie wijze vertolkt, met de juiste onderlinge stemverhoudingen. Het werkje doet enigszins denken aan het Cantilene van J. Rheinberger. Een majestueus klinkende Fantasia van Müller, gevolgd door een subtieler alla breve, liet ons de schoonheld van het orgel goed horen. Van Twillert gebruikte hierbij een goed uitgekiende registratie zodat de verhoudingen goed uitgebalanceerd waren. Van Kittel werden drie variaties ten gehore gebracht over: ,,Wer nun den lieben Gott lässt walten”. De variaties waren totaal verschillend van elkaar, waarbij vooral de tweede opviel door zijn karakter, wat het een enigszins walsachtig karakter gaf.


Zangerig
Het trio van Vierling kenmerkte zich door het heldere fluitwerk met een wat zangerige begeleiding en de typische klankkleur die na Bach in zwang kwam. Van W. F. Bach speelde de organist de Fuga in g moll. De invloed van J. S. Bach is bij deze fuga goed te horen. Verder kon het stuk mij niet zo boeien. Dit was mede te wijten aan de registratiekeuze waardoor een wat scherpe klank ontstond. Het andante quasi allegretto con Variazioni van W.F. Bach’s tijdgenoot Vierling was mooier van opbouw. Dit zweemt naar de Romantiek en groeide via drie variaties naar een schitterende finale toe.


Prachtig
Van Kehl speelde Willem van Twillert het Präludium over ps 134 met een prachtige uitkomende stem die licht omspeeld werd. Dat Willem van Twillert zelf ook kan componeren bewees hij in zijn eigen bewerkingen over psalm 96 en 121. Een uitbundige Psalm 96 waarbij de organist in de stijl van het concert bleef en toch geheel zichzelf was. Evenzo het gevoeliger Quator over psalm 121. Uit de Romantiek Präludium “Eroica” van G.B. van Krieken gespeeld. Steeds terugkerende chromatiek in de opbouw kenmerkte hier de tijdstijl der romantici.
Aad Erkelens