Inleiding
Anno 2002 vraagt men zich bij een nieuw orgel of een nieuw orgelstuk ogenblikkelijk af welke stijl het werk vertegenwoordigt. In deze tijd speelt ook de retrostijl (weer) een rol speelt. Dit is niet de eerste keer In de geschiedenis. We kennen de neoklassieke stijl na de barok, de neogotiek aan het eind van de 19e eeuw.
De muziek op deze CD en het orgel dat voor deze opname wordt bespeeld, kenmerken zich door een voorliefde voor het klassiek idioom binnen traditionele vormen, waarbij overigens wel andere accenten worden geplaatst. Traditionele vormen, zoals bij de vele imitatorische voorspelen, de fuga (over de melodie van Psalm 98 en 119), de intrada-tiento (psalm 122), het trio (psalm 119, 128) en de toccata (psalm 98, Intrada nuptial over ‘Wilt heden nu treden’), spelen in de op deze CD voorkomende werken een grote rol. Vorm en idioom worden niet slaafs gekopiëerd. Evenmin is dit gebeurd met de ontwikkeling en de bouw van het voor deze opname geselecteerde orgel. (een beschrijving van dit orgel treft u elders in dit booklet aan)
In het algemeen geldt voor de hier opgenomen voorspelen en varaties het streven van de bedenker en speler om zo spannend en afwisselend mogelijk te blijven zonder de lijn met de koraalmelodie kwijt te raken en zonder het geheel in fragmenten uiteen te laten vallen.
Aan de koraalmelodie is in de bewerkingen nagenoeg niets veranderd. Spaarzaam worden versieringen en omspelingen aan de koraalmelodie toegevoegd. Verbreding van het ritme noch verandering van het ritme van de koraalmelodieën komt voor. Alle werken zijn ontstaan en genoteerd aan de klavieren van het orgel. Enkele eenvoudige zettingen werden geïmproviseerd. De zettingen met een tegenstem (119,135) waren genoteerd, evenals de canonische zetting van psalm 98)
De op deze CD tot klinken gebrachte koraalgebonden muziek is in de eerste plaats een uiting van het plezier dat de maker ondervond tijdens het bedenken ervan.
Over de werken
Intrada over psalm 122
De intrada over psalm 122 werd specifiek voor de horizontale trompet 8’ van het Metzler-orgel te Krefeld-Hüls gecomponeerd. De vorm is afgeleid van een Spaans tiento (tentar betekent letterlijk beroeren/aanraken evenals toccare, maar het kan ook geestelijk be- (of ont-)roeren of onderzoeken betekenen). Men hoort in dit werk een scala aan muzikale mogelijkheden. Technisch staat voorop dat het dominante geluid van de horizontale trompet niet aan een stuk door mag klinken en dat het pedaal niet meedoet, Steeds wordt naar een volgend hoogtepunt toegewerkt, waarbij dan de Spaanse Trompet 8’ op het juiste moment gaat klinken.
Het hoofdthema is een sequens (een letterlijk herhalen van een melodisch gegeven één of meer tonen hoger of lager) welke is ontleend aan de melodie van de eerste psalmregel. Er wordt op allerlei manieren met het melodisch materiaal uit die eerste psalmregel omgegaan. Allereerst een imitatorische inleiding van acht maten die leidt naar het reeds genoemde sequensmatige hoofdthema, dat geheel gespeeld wordt op de Spaanse Trompet. Via echo’s, modulaties, en melodische variatie wordt voortgefantaseerd. Er klinkt een tweede thema dat ook ontwikkeld en herhaald wordt door middel van echo’s en modulaties. Uiteindelijk mondt deze lange fantasie over de eerste regel van psalm 122 uit in een verstilde passage op de prestant 8’ van het zwelwerk. Via een fugatische begin van de tweede regel op de Spaanse Trompet komen achtereenvolgens alle andere melodieregels van psalm 122 aan bod. Via echo’s en motiefherhalingen wordt een nieuw hoogtepunt bereikt in de vorm van een stretto van de vijfde melodieregel, stevig verklankt door de Spaanse trompet 8. Deze melodie klinkt vervolgens op het zachtere Rugpositief. Dit proces zorgt er in dit gehele werk voor dat niet alles in fragmenten uiteen valt. Overigens in de eerste plaats is de psalmmelodie zelf de muzikale leidraad. Tenslotte leidt de reprise van het tweede hoofdthema als vanzelf naar de reprise van het eerste hoofdthema.
Voorspel psalm 1
Het voorspel over de melodie van psalm 1 is geregistreerd met een brede klank. Het idioom is laat-romantisch. De melodie in de tenor klinkt doorgaans canonisch met de sopraan. Soms komt er een voorimitatie in het pedaal.

Voorspel psalm 7
In het voorspel over de melodie van psalm 7, eveneens in een laat-romantische stijl, kan men een steeds terugkerend motief horen (ostinato). De registratie bestaat uit louter labiale achtvoeten op alle klavieren. (zie ook registraties).
Het werk was al gepubliceerd, maar tijdens deze opname is dit voorspel al improviserend, met gebruikmaking van enkele aantekeningen, uitgebreid om zodoende de gehele melodie aan bod te laten komen.

Voorspel psalm 18
De vorm van het voorspel bij de melodie van psalm 18 is geen strakke vorm, maar imitatie van de psalmmelodie speelt in de verschillende secties de hoofdrol, samen met harmonie en modulaties. Maar die laatste elementen spelen uiteraard in alle werken een voorname rol.
De melodie klinkt uitkomend en wisselt soms van sopraan naar tenorligging. Iets dergelijks komt bijvoorbeeld al voor in de koraalbewerkingen van Heinrich Scheidemann.

Voorspel psalm 19
Het voorspel over de melodie van psalm 19 begint zo ruimtelijk mogelijk met lage pedaaltonen en een wijd uit elkaar liggende harmonisatie. Na drie melodieregels klinkt een vrije melodie die als het ware een melodisch commentaar geeft op de psalmmelodie. Wanneer de eerste drie regels van de psalmmelodie worden herhaald wisselt de begeleiding van zwelwerk naar rugpositief.
Er wordt een melodieregel uitkomend een octaaf lager gespeeld op de Trompet 8’ van het hoofdwerk en er is een regel die niet uitkomend klinkt.

Toccata psalm 98
De toccata over de melodie van psalm 98 start eenstemmig en waaiert vervolgens uit over het gehele klavier. De melodie klinkt in de bas. In het zangerige middendeel klinkt de melodie manualiter, terwijl de doorgaande beweging in de bas het geheel vaart en ondersteuning blijft geven.
Elke melodie wordt vervolgens onderbroken met motieven uit het eerste deel van de toccata. Een spannende algemene opmaat leidt naar de intrede van de slotregel.
De variatie met de melodie in het pedaal (tenorligging) brengt in de rechterhand twee concerterende begeleidende stemmen. De bas wordt gespeeld door de linkerhand op het hoofdwerkt met als basis het register Fagot 16’. Het aan de eerste psalmmelodie ontleende thema keert steeds terug in allerlei toonsoorten.
De fuga bevat een contrasubject (= een vaste melodie die klinkt bij het fugathema), een orgelpunt en een beknopt stretto. Het is boeiend om te bedenken hoe na de psalmmelodie het tweede gedeelte van het fugathema melodische gestalte heeft gekregen.
De fuga wordt afgesloten met een zetting met daarin een heuse canon. Het tempo van de zetting is vlot genomen om aan te tonen dat dergelijke fortezettingen ook een snel tempo niet in de weg staan.

Trio's psalm 119, 128
In de orgelliteratuur is de triovorm een van de meest geliefde. De drie trio’s die nu volgen geven een beeld van de vele expressieve mogelijkheden die deze vorm biedt. In de melodie van psalm 119 is er eerst sprake van een speels, luchtig trio, vervolgens een fugatisch trio en in psalm 128 komt daarentegen in het beginthema een bezadigd klankkarakter naar voren.

Intrada Nuptial
Om de fraaie Franse romantische elementen uit het krefeldse Metzler-orgel ook optimaal te laten klinken en om het programma op deze CD zo afwisselend mogelijk te houden, is de Intrada Nuptial uitgevoerd. Dit werk over de bekende melodie van Valerius met de tekst ‘Wilt heden nu treden...’ bevat kenmerkende virtuoze romantische elementen uit de zwierige Frans romantische school. De term Nuptial verwijst naar het feit dat dit werk voor het eerst werd uitgevoerd (als een voorbereide improvisatie) tijdens het binnenkomen van een bruidspaar. Het is enerverend om te merken hoe het Metzler-orgel moeiteloos mee transformeert in de verandering in stijl. De Prestant 32 geeft een magistrale ondertoon.

Voorspel psalm 130
In het koraalvoorspel van psalm 130 komen romantische registers voor zoals Vox Celeste en Salicional 8’. Het aanzwellen en weer wegebben van de klank door middel van het zwelwerk, de lieflijk klinkende achtvoeten van hoofdwerk en rugpositief en de tremulant van het rugpositief, dit alles staat in het teken van de klankuitbeelding van de tekst van psalm 130. Via verwerking van muzikale motieven uit de psalmregels ontvouwt zich een muzikaal geheel.

Variaties over psalm 131
De variatie over psalm 131 is, evenals psalm 122, vlak voor de opname aan het papier toevertrouwd. Aan het ontstaan van dit romantische voorspel lag het verzoek van een orgelstudent ten grondslag. ZIjn vraag was of voor deze psalmmelodie, die zo vaak wordt gezongen en waarvoor eigenlijk maar weinig afwisselende voorspelen beschikbaar zijn, ondergetekende een voorspel wilde maken. Op dat moment wilde ik een voorspel schrijven dat met name op de verzamelde achtvoeten van het Metzlerorgel goed tot klinken zou komen. Vandaar de hoge ligging van de vrije melodie die vervolgens wordt gecombineerd en verweven met de psalmmelodie, die ook een octaaf hoger klinkt dan normaal.

Voorspel psalm 132
In het voorspel over psalm 132 hoort men een zogenaamde motetvorm. Elke melodieregel wordt eerst in de begeleidende stemmen voorbereid. Bij de allereerste psalmregel wordt uitgebreid in alle stemmen de inzet van de psalmmelodie via een fugato voorbereid. Wanneer tenslotte de psalmmelodie klinkt in verbreding op een apart klavier met een uitkomende stem, begeleiden de overige stemmen zodanig dat deze hun melodische zelfstandig niet geheel verliezen. De voorbereiding van de volgende uitkomende melodieën is minder uitvoerig.Vanwege die beknoptheid komen allerlei invlechtingen in het melodisch gebeuren voor.

Variaties psalm 133
De variaties en zettingen over psalm 133 zijn (met uitzondering van de eerste variatie gecomponeerd als eerbetoon aan de in december 2001 overleden orgelmaker Albert Reil. De berijmde tekst van Psalm 133: “Zie toch hoe goed, hoe lieflijk is ’t dat zonen...” acht ik dermate van toepassing op de bijzondere en hechte samenwerking tussen de broers Albert en Han Reil, die ik beiden goed ken, dat ik enerzijds bij deze psalmtekst en melodie geïnspireerd raakte bij de gedachte aan hun langdurige en creatieve samenwerking, maar anderzijds bedroefd ben vanwege het feit dat aan hun fantastische samenwerking door de dood van Albert Reil een einde kwam.
Deze tweespalt komt in het gehanteerde klankidioom van de twee variaties over psalm 133 en de twee zettingen tot uiting, ondermeer door de afwisseling van schrille dissonanten en lieflijke passages. In deze voorspelen is een symboliek aanwezig die door de herinnering aan Albert Reil muzikaal bepaald is.
De trits opent met een conform de tekst, onbekommerde vrolijke variatie. Er volgt een zetting met de melodie in de tenor, waarbij de andere stemmen (vooral de sopraan) met de koraalmelodie in de weer zijn in de vorm van voorimitaties.
In het lamento (klaagzang) klinkt in de linkerhand (tenor) als ’t ware een commentaar op de psalmmelodie op een apart klavier, in de beide bovenstemmen klinkt. Allereerst klinkt overigens een introductie (trio) waarin het melodisch materiaal van de “commentaarstem” zich voorstelt. De drie repeterende tonen aan het begin van het ‘commentaarthema’vragen aandacht en roepen ook vragen op. Bij de slotregel wordt de commentaarstem’’ alle kanten opgesmeten. Allerlei affecten (gemoedstoestanden) zijn dan de revue gepasseerd: wanhoop, berusting. Een vragend en berustend slot sluit het geheel af.
Dan klinkt een zetting met in de harmonie steeds correct oplossende dissonanten, gespeeld zonder pedaal (manualiter) met strijkende registers (zie registraties).
Tenslotte een cantabile. Er is weer een achtmatige inleiding gebaseerd op de eerste tonen van de psalmmelodie, waarna in de sopraan de melodie gaat klinken met een gevoelvolle registratie. Het pedaal geeft naast herhalende ondersteunende tonen ook zuchtende tonen in de vorm van een zogenaamde ‘Seufzer’. (dat is een ‘zucht’ een met één toon dalende figuur van twee tonen)
Aan het slot komen chromatische gangen in het pedaal voor. Ook klinkt op de valreep een fragiele sequens (een figuur die één of meer tonen hoger of lager herhaald wordt) van de laatste regel, geregistreerd met de prachtigeTraversflöte 8’ (Dwarsfluit) van het Zwelwerk.

Voorspel psalm 135
In het voorspel over de melodie van psalm 135 ligt de melodie in de bas. Het werk begint met een motief dat telkens de kop opsteekt, hetzij als begeleidend figuur, hetzij zelfstandig. In het laatste geval vooral in de vorm van een virtuoze sequens. In de variaties met een plenumregistratie zoals deze van psalm 135, maar ook die van psalm 147 en ook in vele andere voorspelen is algemeen gesteld, getracht een beknopte, naturelle synthese te creëren tussen polyfonie, harmonie en melodie.
Aan het slot van de bewerking over psalm 135 komt - als coda - bij twee harmonische verrassende inzeten van de eerste psalmregel een klanktoename voor door klavierkoppeling en het bijtrekken van enkele tongwerken.. Ook het op het einde van het voorspeel weer terugkomen op de eerste regel geeft inhoud aan het begrip voorspel, immers men is er muzikaal bij gebaat om de eerste regel weer te horen omdat men daarmee inzet.
In de zetting met tegenstem klinkt de tegenstem niet voortdurend teneinde te functioneren als een muzikale uitroep.

Variaties over psalm 146
De eerste variatie over de melodie van psalm 146 begin met speelse manualiter-variatie, waarin het motief van de eerste drie tonen van de psalmmelodie is verwerkt.
De tweede variatie bezit een verstild karakter. De begeleiding imiteert niet zo maar, maar vormt met motieven uit de psalmmelodie een eigen melodische voortzetting. Er zijn canonische momenten. Het geheel is beknopt.
Bij psalm 147 ontwikkelt zich een naar omhoog werkend motief (vanuit de tekst geïnspireerd) dat telkens opduikt. Er komen ook andere motieven voor. Er is dialoogwerking in de vorm van herhaaldelijke klavierwisselingen met het zwelwerk. De vorm is verwant aan die van psalm 135. De melodie ligt in het pedaal. De twee laatste melodieregels klinken evenwel canonische in sopraan en tenor.

Variaties over psalm 150
Een zuiver barokke vorm en idioom treffen we aan in het trio over de melodie van psalm 150. De fraaie klank van de trompet 8’ in het pedaal wordt omrankt met een tweestemmig weefsel op twee klavieren. Het motief lijkt een sterk sequensmatig karakter te hebben, maar het is hopelijk gelukt om de open deur van de zuivere sequens vroegtijdig te stoppen, want in dit geval ligt schoolsheid en vlakheid dichtbij schoonheid en diepgang. Het beginmotief komt vaak voor. De inzetten van de volgende melodie wordt meer of minder voorbereid. Dat laatste is bij barokke meesters minder gebruikelijk.

Keuze van het orgel
Bij de keuze van het instrument stond van meet af aan vast dat het een orgel moest zijn met een uitgebreide dispositie, met zo mogelijk een 32-voet in het pedaal en tenminste drie manualen.
Toen ik de dispositie bestudeerde van het Metzler orgel in Krefeld-Hüls had ik in eerste instantie mijn bedenkingen. Ik loop niet zo snel warm voor de zogenaamde compromis- of universele stijl. Een stijl waarin qua opzet van de dispositie men pretendeert en beoogt om verscheidene stijlen adequaat op een orgel te kunnen laten klinken. In dit geval valt duidelijk op dat Metzler pretendeert om met dit instrument zowel de barokke als de romantische literatuur aan bod te laten komen. In Nederland beginnen orgelbouwers in tegenstelling tot buitenlandse orgelmakers, al tientallen jaren niet meer aan dit soort compromissen, omdat het vaak een slap aftreksel oplevert van zowel de ene als de andere stijl. Toen ik dit orgel te Krefeld-Hüls bespeelde kwam ik echter tot de conclusie dat het weliswaar een typisch Duits compromis-orgel is, maar dat ik het instrument nog mooi vind ook. En hoe!
In Krefeld-Hüls staat een type orgel met wel degelijk grote kwaliteiten, dat we in Nederland node missen. Op zo'n orgel spelend realiseert men zich dat er meer is dan historische instrumenten en historiserend gebouwde instrumenten en dat ook op een modern type orgel zeer muzikaal te musiceren valt. Er zit in dit Metzler-orgel meer vitaliteit dan in menige quasi-Bätz- of ander quasi-stijl-orgel.
Het Krefeldse orgel is een instrument waarop muziek uit zowel de barok als de romantiek uitmuntend klinkt
Hoe dat is gelukt? Ik denk dat dit met name te danken is aan het vakmanschap en gevoel voor precisie en perfectie van de firma Metzler op het gebied van het ontwerp, de aanleg, de materiaalkeuze, de windvoorziening, de maatvoering en niet in de laatste plaats de intonatie.
Dit alles heeft een inspirerend instrument opgeleverd, dat uitnodigt tot het spelen van verschillende stijlen uit de orgelliteratuur zonder dat dit leidt tot teleurstelling en frustratie. Het bespelen van dit orgel leidt niet tot compromissen of, erger, tot compromitteren van de muziek.
Zeker, het orgel herbergt compromissen met name op het gebied van de dispositie. Het combineren van zowel barokke als romantische registers binnen een orgel is meestal een hachelijke zaak. Maar in Krefeld-Hüls klinken de romantische registers binnen het barokke klankpalet uitstekend. Ook bij diverse totaalklanken zoals het Plenum, het Grand Jeu of het romantische ‘Volle werk’ blijkt er van de nadelen van een compromis in wezen nauwelijks sprake. De combinaties passen harmonieus in elkaar. Elk register versterkt het geheel en past mooi in de totaalklank.
Voor historische en bouwkundige details volgt nu het overzicht van Heinz Hinkes aan wiens inspanning het voor een belangrijk deel te danken is dat dit orgel werd vervaardigd.
Willem van Twillert - Amersfoort - juli 2002

HET METZLER-ORGEL IN DE SINT CYRIAKUSKERK TE KREFELD- HÜLS door Heinz Hinges
Toen de restauratiewerkzaamheden in de Sint Cyriakuskerk in het midden van de jaren negentig waren afgerond werd uiteindelijk afgezien van de wederopbouw van het elektro-pneumatische orgel. De Zwitserse orgelmaker Metzler vervaardigde een nieuw orgel.
De historische kas uit 1783 werd hergebruikt en deze bepaalt thans het uiterlijk van het in 1999 opgeleverde nieuwe orgel.
Het Rugpositief is weliswaar in een historische vorm gegoten om het historische beeld te ondersteunen, maar het onderscheidt zich zodanig in details van de originele hoofdwerkkas dat de opmerkzame toeschouwer direct kan zien dat het Rugpositief een latere toevoeging betreft.
Achter het Hoofdwerk bevindt zich thans een even zo grote kas. Daarin bevindt zich onderin het Zwelwerk met een C- en Cis-deling van de lade. Boven in de kas staat het pijpwerk van de grootste pedaalregisters. Het pijpwerk van de kleinere pedaalregisters staat boven in de historische kas.
In totaal bevat het orgel 49 registers, waarvan de houten Doppelflöte 8’ door de Firma Metzler voor het eerst is vervaardigd. Alle metalen pijpen zijn gehamerd. Het orgel omvat drie klavieren en een pedaal. (zie voor meer details het dispositie-overzicht)
Hoewel het idee van een universeel (multifunctioneel) instrument in het algemeen als discutabel te boek staat, wordt van een nieuw groot orgel in het algemeen in Duitsland toch (terecht) verwacht, dat zoveel mogelijk composities op een adequate wijze uitgevoerd kunnen worden.
Dat betekent voor de moderne orgelmaker, dat hij zich niet uitsluitend op één van de vele historische stijlen in de orgelbouw kan oriënteren, maar dat hij zich van verschillende kanten moet kunnen laten inspireren om uiteindelijk dit alles tot een nieuwe eenheid te smeden.
Voor het orgel te Krefeld-Hüls gaan de wortels overeenkomstig de traditie van de firma Metzler, terug tot de tijd van de barok. Het prestantenkoor vervaardigde Metzler in Noord-Duitse stijl terwijl zij bij de tongwerken en vulstemmen meer de Franse traditie volgden. Daarenboven werden in het zwelwerk nog allelei specifiek romantische registers geplaatst met daarin ook invloeden uit de negentiende eeuw.
Deze voorbeelden behoeven weliswaar het origineel niet slaafs te volgen, maar de registers moeten zich wel kunnen voegen in het totale klankkarakter. Als doel geldt dat een overtuigende balans gevonden wordt tussen het herkenbaar boventoonrijke en transparante klankideaal van de barok, en het minder transparante en grondtonige klankideaal van de romantiek. Barokke polyfonie dient helder waarneembaar te zijn, maar in de romantische werken mag de volheid en de warmte in de klank niet ontbreken. Bovendien behoren de afzonderlijke registers hun karakteristieke klankkarakter te bewaren, zonder dat dit ten koste gaat van de versmelting van de klank. Gelukkig blijkt telkens weer, dat karaktervolle zelfstandige stemmen ook goed mengbaar zijn en levendige en verrassende combinaties kunnen opleveren In dit orgel zijn alle registergroepen in de meest verschillende gedaantes vertegenwoordigd, hetgeen een breed palet aan klankkleur oplevert. Van het bijna niet waarneembare pianissimo tot aan het grandioze tutti treft de vakkundige organist alle dynamische schakeringen aan en hij kan in alle voorkomende liturgische en concertante situaties steeds weer de passende klank vinden: aandachtig, weldoenend, geruststellend, klagend, vrolijk, ernstig, speels, dramatisch of majestueus. De organist zal in de Sint Cyriacuskerk te Krefeld een instrument aantreffen, dat in al deze facetten uitgebalanceerd en gedegen klinkt. 
Heinz Hinkes, Krefeld Vertaling Willem van Twillert

KEUZE VOOR KLANK EN STIJL
Aan aan het slot van deze tekst wijd ik nog enkele woorden wijden aan het gehanteerde klankidioom in dit CD programma. Overigens zou dit hoofdstuk in het CDboekje ook achterwege kunnen blijven. Immers, het gaat tenslotte op deze CD in wezen om eenvoudige, liturgische gebruiksmuziek. Toch neemt dit naar mijn mening neemt niet weg dat je je ook als kerkorganist bewust kunt zijn (en behoort te zijn) van hedendaagse ontwikkelingen in allerlei kunstdisciplines.Los van het feit of je moderne verworvenheden hanteert in je werk, of niet.
Componisten , architecten, orgelmakers kunnen anno 2002 putten uit een scala aan mogelijkheden hoe ze zich in hun werk willen manifesteren. Men kan gebruik maken van mogelijkheden die in de loop van honderden jaren door talloze begaafde talentvolle mensen gestalte hebben gekregen. Het gaat anno nu bij het componeren, vormgeven, orgelmaken (om ons tot deze drie disciplines te beperken) niet in de eerste plaats meer om de regels maar vooral om de keus of je de regels van een bepaalde stijl wilt opvolgen of niet of gedeeltelijk. Men kan putten uit nagenoeg de gehele orgelliteratuur. Als je wilt kan men muziek creëren met puur tonale elementen of met elementen uit de barok, de romantiek; eigenlijk uit elke stijl.
Er is ruimte in allerlei kunstdisciplines om een bij de persoon of bij de opdracht passende stijl en vorm te kiezen. En die stijl behoeft zeker niet meer in de eerste plaats avant-garde te zijn, laat staan dat dit geldt voor liturgische orgelmuziek. Anderzijds is het noodzakelijk dat er ook steeds weer gezocht wordt naar nieuwe wegen ook in de liturgische muziek. En het is te hopen dat er steeds weer componisten naar voren zullen komen die muziek schrijven op een manier waaraan nog nooit iemand gedacht heeft.
Volgens de wetten van vele vernieuwers kan iets dat zonder meer behaagt, eigenlijk niet deugen. Tonale eenvoudige muziek, laat staan eenvoudige koraalmuziek voor orgel? Daar haalt een deel van de culturele elite de neus voor op. Toch zijn er kunstenaars die zich daar niets van aantrekken.
De bekende fijnschilder Henk Helmantel bijvoorbeeld schreef naar aanleiding van zijn tentoonstelling in het Museum het Rembrandthuis te Amsterdam:“Vernieuwen is eigenlijk onmogelijk geworden. Wat is er nog aan de artistieke ontwikkeling toe te voegen? Je kunt hoogstens nog nieuwe accenten plaatsen.” ( Citaat uit: “Amsterdams museum brengt eigentijdse ‘Gouden-Eeuwers’ voor het voetlicht Helmantels hommage aan Rembrandt”, door Tineke Goudriaan in Reformatorisch Dagblad, 14 februari 2000)
Architect Sjoerd Soeters stelt: “(...) huizen die op huizen lijken, kunnen nog altijd niet door de beugel. Of ze moeten natuurlijk een metafoor voor iets anders zijn, dan mag het weer wel. (...) Het is een beetje hetzelfde als in de schilderkunst. Het allereerste abstracte schilderij was een fantastische ervaring, maar van het miljoenste kun je dat echt niet meer zeggen. Met een figuratief schilderij kom je echter nog altijd niet in het Stedelijk terecht” (Citaat uit een interview, door Arnold Koper met S.Soeters in Volkskrant, 29 juni 2002 getiteld, ‘Bizar dat een huis niet op een huis mag lijken’)
Een van de belangrijkste verschillen ten opzichte van het louter kopiëren van een barokke of klassieke stijl ligt bij mijn werk in de keuze van de harmonie. In deze psalmvoorspelen treed ik regelmatig buiten barokke harmonische paden, waardoor er een romantisch of neo-romantisch (psalm 1, 7, 130, 131, 133) idioom naar voren komt. Ook streef ik ernaar om binnen een beknopte vorm zowel contrapuntisch als melodisch zo compact mogelijk te schrijven.
Zowel in de orgelmuziek als in de orgelbouw zal het erom gaan om de oude stijlen en vormen steeds weer met met vaak subtiele, vernieuwende element een toegevoegde waarde te geven.
Diegenen die deze toegevoegde waarde op geniale wijze kunnen bewerkstelligen en stilistisch weer nieuwe grenzen kunnen trekken, zijn de ‘echte’ componisten (toch steeds weer origineel). Diegenen die dit ideaal soms eens kunnen aanraken, of er alleen maar van dromen, of er alleen over schrijven, of zich al componerend wel van een redelijk stijlzuiver idioom kunnen bedienen, verworven door veel studie, zijn de ambachtslieden.
Tot die laatste categorie zou ondergetekende zich willen rekenen.
Willem van Twillert - Amersfoort - Augustus 2002

Dispositie:

HAUPTWERK  C–g3  SCHWELLWERK  C–g3  RÜCKPOSITIV  C–g3  PEDALWERK  C–f1
Bourdun  16' Principal  8' Rohrflöte  8' Principal * (C-Gs 10 2/’) 3 32'
Principal  8' Salicional  8' Quintade  8' Principal *  16'
Viola  8' Voix celeste  8' Unda maris  8' Subbass (Transm. HW)  16'
Hohlflöte  8' Doppelflöte (Hout)  8' Principal  4' Octavbass  8'
Octave  4' Octave  4' Rohrflöte  4' Spitzflöte *  8'
Spitzflöte  4' Traversflöte  4' Nasard  2 2/3' Octave  4'
Quinte 2 2/3' Doublette  2' Octave  2' Rauschpfeife  V
Superoctave  2' Sesquialtera  II-III Terz 13⁄5' 1 3/5' Bombarde *  16'
Mixtur V-VI Mixtur V Larigot  1 1/3' Fagott (Transm. HW)  16'
Cornet V (fom c1 V Basson 16' Scharf  IV Trompete *  8'
Fagott  16' Trompette  8' Krummhorn  8' Clairon *  4'
Trompete  8' Oboe  8' Vox humana  8'    
Trompette en chamade  8'            
Clairon  4'            

REGISTRATIES

Intrada psalm 122
HW Hfl8, O4, Q22/3, O2, Tr8, vanaf maat 8: Sptr8
RP Rfl8, Rfl4, Krh8
SW Dfl8, O4, Oboe8 Middendeel/
Middle section: Pr8
PED Alleen maat/ only bar 27-29: Fag16, Tr8

Psalm 1 Mel in tenor
HW Pr8, Vi8
RP Rfl8, Q8, Pr4, N3 Krh8
SW Pr8, Sal8, Trfl4 (Zwelkast dicht)
PED Pr16, S16, Ob8
HW-SW, RP- SW

Psalm 7 Ostinato
HW Hfl8
RP Rfl8, Trem
SW Sal8, Voxcel8 (Zwelkast bij begin dicht)

Psalm 7 Zetting
SW Pr8, Sal8
PED S16, Sfl8

Psalm 18 Mel in ten & sopr
HW Vi8,
RP Rfl8,Q8
SW Dfl8, Fltr4, Oboe8, Trem
PED S16, Sfl8
PED-HW

Psalm19 Mel in sopr
HW Corn
RP Rfl8, Pr4
SW Pr8, Sal8, O4
PED S16, Pr16, Ob8
Bij Mel. in bas:
HW -Corn, +Tr8

Psalm 98 Toccata, variatie, fuga & canonische zetting
Toccata
HW Pr8, Hf8, O4, Q22/3, O2
RP Rf8, Pr4, O2, Ter13/5, Lar11/3
SW Pr8, Dfl8, O4, Dou2, Oboe8 (Zwelkast 4/5 open/
Swellbox open 4/5)
PED S16, Ob8, O4, Fag16, Tr8
HW-RP Variatie Mel in ped
HW Vi8, O4, Fag16 (LH)
RP Rfl8, Pr4
PED O4, Tr8
Fuga
HW Pr8, O4, Q22/3, O2, Mix
RP Rfl8, Q8, Pr4, O2, Sch
PED Pr16, Ob8, O4, Bom16, Tr8, Cl4
HW-RP Canonische zetting / Canonic harmonization
Hw Pr8, Fag16, Corn, Sptr8
SW SW vol behalve:/full except: Fltr4, Voxcel8, Dfl8
PED Pr16, Ob8, O4, Bom16


Psalm 119 Trio, fuga & zetting met tegenstem
Trio
HW Tr8 (LH)
RP Rfl8, Rfl4, Lar11/3
PED S16, Ob8
Fuga
HW Pr8, O4, Q22/3
RP Pr4, Lar11/3, Krh8
PED Ob8, Fag16
Zetting met tegenstem/
Harmonization with a descant
HW Fag16, Corn
SW Pr8, O4, O2,
PED Pr16, Ob8, O4, Fag16, Tr8


Psalm 128 Mel in tenor
HW Pr8
RP Rfl8, Q8, Rfl4, O2, VoxH8 (LH)
PED S16, Ob8

Intrada Nuptial, ‘k Wil U, o God, mijn dank betalen
HW Bd16, Pr8, Hfl8, Sfl4, O4, Q22/3, 02, Fag16, Tr8, Corn
RP Rfl8, Q8, Pr4, O2, N22/3, Krh8
SW Pr8, Dfl8, O4, Dou2, Basson16, Tr8, Cl4,
PED Pr32, Pr16, S16, Ob8,
SW-PED, HW-RP, SW-HW
Inzet Koraalmel in PED
PED +Bomb16, +Tr8, +Cl4, +PED-HW
Inzet Koraal op RP:
RP alleen/only:Rfl8, Rfl4
PED Vorige combinatie/previous combination
Later: RP + Pr4, +O2, +Lar11/3, +Kr8
Meer details niet weergegeven/ More details not shown
Psalm 130 Fantasia
HW Hfl8
RP Rfl8 Trem
SW Sal8, VoxCel8
(Start: Zwelkast dicht/Swellbox closed)
PED S16, PED-HW


Psalm 131 Voorspel in romantische stijl/
Prelude in romantic style
RP Rfl8, Q8, Rfl4
SW Pr8, Sal8, Dou2
PED S16, Ob8, Sfl8
SW-RP


Psalm 132 Mel in sopr
HW Bd16, Pr8, Vi8
RP Pr4 (8va bassa) (LH)
SW Pr8, Trfl4, Sesq, Trem
PED-HW

Psalm 132 Zetting / Harmonization
HW Vi, Hfl8
PED S16
PED-HW

VARIATIES OVER Psalm 133
I Duo
HW Bd16, Hfl8, Sfl.4 (8va)

II Zetting Mel in Tenor
HW O4, Tr8 (LH)
SW Pr8, O4
PED Pr16, Ob8

III Lamento
HW Pr8, Vi8,
RP Rfl8, Q8, VoxH8 (Lh)
SW Dfl8, Sal8, Trfl4, Trem (Rh)
PED Pr16
PED-HW

IV Zetting manualiter
SW Sal8

V Cantabile
HW Hfl8 (LH)
RP Rfl8, Q8, Rfl4, Trem
SW Fltr8
PED S16, Sfl8
Psalm 135 Organo pleno
HW Pr8, O4, Q22/3, O2, Mix
RP R fl8, Pr4, O2, Sch
SW Pr8, O4, Dou2, Mix
PED S16,Ob8,O4, Fag16,Tr8
HW-RP
Later:
+HW-SW
+PED +Pr32, Pr16
+HW Fag 16, Tr8

Psalm 135 Zetting met tegenstem/
Harmonization with a descant
HW Fag16, Corn
RP Rfl8, O4, O2, Krh8
PED Ob8, O4, Fag16, Tr8

Psalm 145 Mel in sopr
HW Fag16, Corn
SW Pr8, Sal8, O4, Trem
PED Pr16, Ob8

Psalm 145 Zetting / Harmonization
HW Fag16, Q22/3 (8va)
SW Dfl8, Basson16 (8va)
RP Rfl8, O2 (8va)
PED Pr16, Bom16, Ob8, O4
HW-SW, HW-RP



Psalm 146 Manualiter
HW Bd16 (8va)
RP Rfl8, O2 (8va)
PED S16, Sfl8 (alleen bij slottoon/
only at the finalnote)
HW-RP

Psalm 146 Mel in sopr
HW Vi8, Hfl8
RW Rfl8, Rfl4, N22/3, Trem
PED S16, Ob8

Psalm 147 Praeludium Organo plenum
HW Pr8, O4, Q22/3, O2,
RW Rfl8, Q8, N22/3, Krh8
SW Pr8, O4, Dou2
PED Bom16, Ob8, O4 (8va)
RP-SW

Psalm 150 Mel.in ped
RW Rfk8, Q8, Pr4 (LH)
SW Dfl8, Dou2
PED Tr8


COLOFON
Opname/Recording Sint Cyriacuskerk Krefeld-Hüls, 14 juli 2002, P&B SOUNDS, Harderwijk
Digitale montage en afwerking/Digital editing:Bastiaan Drost
Foto’s van het orgel/Photos of the organ: Heinz Hinkes, Krefeld
Foto organist/Photo of the organist: Matthijs Schilder, Utrecht
Registrant: Hans Drost, Harderwijk
Productie/Production: Stichting Promotie Orgelprojecten, Amersfoort (St P.O.P. - KvKnr 41189602)
Klank-& Muziekregie: Peter Drost, Harderwijk
Art design: Jeroen Drost, Harderwijk
Beschrijving orgel: Heinz Hinges, Krefeld
Teksten/Texts: Willem van Twillert
English translation: Willem Smith, Soest

Frontcover CD persing/CD pressing: KDG Weesp,The Netherlands
Consumentenorders: Via de geselecteerde CD winkels. Of maak € 14,95 over via Postbank 101044661 ten name van: St. P.O.P. – Amersfoort. Men ontvangt dan de CD dan franco thuis. twillert_organist@hetnet.nl 
P&B SOUNDS e mail:jeroendrost@hotmail.com