Uitgangspunt voor het programma van deze CD is het orgel dat Abraham Meere (1761-1841) maakte in 1809 voor de Hervormde Kerk te Epe.
In 1994 reconstrueerden de orgelmakers Reil uit Heerde op hoog niveau dit boeiende instrument.
Bovendien voegden zij een Bovenwerk en een vrij pedaal toe waarvoor zij pijpwerk gebruikten dat stamt uit het orgel te Vianen.(Meere 1806, in 1956 pijpwerk verwijderd).

Links: 
Reil: http://www.reil.nl/FD_Epe.htm 
Historie gemeente Epe: http://www.geo.nl/historie/meere.html 
Orgelsite Wim Verburg: http://www.orgelsite.nl/kerken21/epe.htm 

OVER DE ORGELCOMPOSITIES, ORGELMAKER EN ORGANIST
Voor dit CD programma is er gestreefd naar een zo groot mogelijke afwisseling aan muzi­kale vormen binnen de galante-klassieke- en vroeg-romantische periode.

VOORDRACHT
De voordracht van galante (orgel)muziek dient erop gericht te zijn om de melodische hoogtepunten ‘daadwerkelijk’ te laten horen op een zo fantasierijke manier. Als orgelspeler kun je dat doen door het tempo subtiel te stuwen of te vertragen. De luisteraar wordt

zo als het ware langs de hoogtepunten van de compositie geleid.

Als openingswerk fungeert het Preludium in D van Johann Christian Kittel. J.C.Kittel was leerling van Bach vanaf 1748 tot diens dood. In 1756 wordt Kittel organist in zijn geboorte­plaats Erfurt, waar al spoedig organisten bij hem in de leer gingen, onder andere L.E. Gebhardi. Kittel slaat allerlei lucratieve aanbiedingen en eervolle uitnodigingen voor concertreizen af en blijft te Erfurt. Zijn laatste jaren daar zijn zwaar. In 1806 bezetten troe­pen van Napoleon Erfurt, en zij gebruiken de Predigerkirche twee jaar lang als hooiopslag­plaats. Kittel benut dan zijn tijd om deel III van zijn orgelleerboek ‘Der angehende prakti­sche Organist’ te publiceren, waarin het Preludio pro Organo pleno in a voorkomt.

Een jaar later verschijnen zijn zestien ‘Grosse Präludien’ waaronder het Preludium in D. Beide Preludia met hun scherpe contrasten en hoekige motieven zijn composities, die wor­telen in de stijl van de ‘Sturm und Drang’. (ca. 1770-85).

De twee Inventionen (trio’s) van H.N. Gerber bleven dankzij een afschrift van C.H.Rinck (1770-1846), ook leerling van Kittel, bewaard. Het zijn fraaie voorbeelden van de driestem­mige schrijfwijze voor orgel. Gerber volgde tussen 1725 en 1727 lessen bij J.S.Bach in Leipzig. In zijn Inventionen klinkt het galante ideaal, bekoren op het eerste gehoor, in opti­ma forma. Geen barokke klanktaal met imitatie van de verschillende stemmen, maar simpelweg het hanteren van twee verschillende melodieën op twee klavieren. Het gevaar van een oeverloos voortkabbelen bezweert Gerber door op het thema subtiel te variëren en door het verwerken van motieven uit het thema. Ook de beknopte vorm draagt ertoe bij dat de spanning en zeggingskracht aanwezig blijft. Het hoofdthema ligt bij deze twee lnventionen in de linkerhand, terwijl de rechterhand de melodie omrankt met een speelse bovenstem. Dit twee sporen beleid’ verheft deze beide werkjes tot ware klankjuweeltjes. Het pedaal beperkt zich tot louter harmonische ondersteuning.

Johan Fischer, organist van de Dom te Utrecht, componeerde zijn Sinfonia in D naar aanlei­ding van het 100 jarig bestaan van de Utrechtse universiteit in 1736. Gert Oost ontdekte dit werk en maakte een orgelbewerking van drie van de vijf delen. Vervolgens verfijnden Joost Langeveld en Willem van Twillert deze bewerking. (Uitgave: 1998) Na de dood van zijn orgelleraar Kittel neemt Gebhardi orgelles bij Kittels opvolger, M.G.Fischer. Uiteindelijk volgt Gebhardi deze Fischer weer op als organist van de Predigerkirche te Erfurt. Gebhardi verwijdert zich stilistisch in zijn voorspelen van de uit­gangspunten van de generatie Bach-leerlingen. Zo noteert Gebhardi minutieus de manier van fraseren, die meer en meer naar het romantische legato tendeert. Gebhardi gebruikt motieven die geen melodische binding meer bevatten met de koraalmelodie. Het karakter van de koraaltekst verklankt Gebhardi in een zelfstandige inleiding. Wanneer de koraal­melodie klinkt houdt Gebhardi motieven uit de inleiding vol waardoor vaak een fraaie eenheid ontstaat.

Dezelfde techniek gebruikt E.F. Richter in zijn voorspel over Ermuntre dich, mein schwacher Geist. Ook hier wordt het karakter verklankt door een vrolijk thema dat zich ook tijdens de begeleiding van de koraalmelodie blijft afspelen. Typerende vroeg-romantische harmonieën ondersteunen het mooie voorspel dat qua articulatie (in tegenstelling tot Gebhardi) meer stoelt op de barokke speelwijze dan op de romantische manier van spelen.

Stilistisch maakt het programma nu en uitstapje naar de Barok, naar de stijl waarin J.S. Bach in Weimar (tussen 1708-1717) zijn beroemde ‘kleine’ fuge in g moll schreef Hoewel... barokke stijl? Het melodieuze, uit drie delen bestaand thema, dat direct enthousiasme

opwekt, vertoont galante trekken. In de tijd te Weimar bewerkte Bach ondermeer concerten van Vivaldi voor orgel. Hij werd geïnspireerd door de Italiaanse stijl; een stijl die we ook al hoorden bij de Sinfonia van Fischer.

“Bist du bei mir, geh ich mit Freuden nun Sterben und zu meiner Ruh” (BWV 508) compo­neerde Bach voor zijn tweede vrouw Anna Magdalena (1701-1760), met wie hij in 1721 trouwde. De aria bist du bei mir verscheen in 1725 in het muzikale huisboek van Bach, getiteld: ‘Klavierbüchlein für Anna Magdalena Bach’. Bist du bei mir is een melodie met een onbecijferde bas waarop de speler zelf akkoorden maakt, die de melodie onderstrepen en aanvullen. Op deze CD wordt de begeleiding op orgel gespeeld op een zachter klavier; de bas in het pedaal. De melodie is, zoals bijna het gehele programma op deze CD, de drager van de compositie, met als galant kenmerk de ‘Empfindsamkeit’. Die gevoeligheid wordt verklankt door een expressieve gedragen melodie met motiefherhalingen als ware het een conversatie. Nu is de zangstem overgenomen door de Vox humana van het orgel.

J.L. Krebs, de favoriete leerling van J.S. Bach liet en omvangrijk orgeloeuvre na. In zijn koraalvoorspel Herzliebster Jesu combineert Krebs de “ouderwetse” imitatietechniek van zijn illustere leraar met de op en top moderne, dus galante, schrijfwijze.

Toen Mozart in 1781 in Wenen kwam was hij al gauw te vinden in de nationale bibliotheek waar Baron van Swieten een appartement bewoonde. Op zondag organiseerde Van Swieten er concerten. Op 12 april 1782 schreef Mozart aan zijn vader: ‘Ik verzamel nu Bach-fuga’s- zowel van Sebastian als van Emanuel en Friedeman Bach. Ook die van Händel...’ Op 20 april 1782 schreef hij in een brief aan zijn zuster Nannerl: ‘Baron van Swieten, bij wie ik iedere zondag thuiskom, gaf mij alle werken van Handel en Sebastian mee, nadat ik ze voor hem had voorgespeeld. (...) als een fuga niet langzaam uitgevoerd wordt, kan je niet goed horen wanneer het thema inzet en dan is het hele effect weg. Als ik tijd en gelegenheid heb, wil ik er nog vijf maken en die dan aan Baron van Swieten geven’. Eén van deze vijf fuga’s staat nu op deze CD. Deze Fuga in Es met het direct aansprekende fuga-thema voltooide Mozart echter niet, dat deed Simon Sechter (1788-1867), hoforganist te Wenen vanaf 1824.

De Zwitserse organist Guy Bovet (1944) gaf op veler verzoek zijn “Le Bolero du divin Mozart” uit in 1993. Het is geheel in de stijl van Mozart maar met een motief uit de Bolero van Ravel. Bovet schrijft hierover: “Ik was moe van het maken van kopieën van het manuscript na elke uitwerking. Ik adviseer organisten (..) om ze te spelen als toegift zonder de naam van het stuk (of de auteur) te geven. Het is grappiger op die manier”. Een leuke toegift pas­send binnen het thema van deze CD.

Bernardus van Bree, componist te Amsterdam, maakte een balletmuziekje voor piano geti­teld: “Pas Redoublé”. Bijzonder is, dat in het trio barokke articulatieboogjes voorkomen. Ook de terrassendynamiek vanuit de Barok en latere klassieke tijd treft men zelfs aan. Reden waarom dit werk niet alleen uitstekend fungeert als een orgelwerk (er is geen noot veran­derd aan het origineel) maar ook een brug vormt naar de Italiaanse orgelmuziek waarmee dit CD-programma afsluit. In Italië bezitten de historische orgels meestal één klavier. De registers zijn gedeeld in Bas en Discant, zodat er toch op één klavier vele registratiemoge­lijkheden zijn.

Het orgeloeuvre van A.P.F.Boëly staat in contrast met hetgeen zijn land- en tijdgenoten componeerden. Boëly bewonderde Bach en dat is duidelijk waarneembaar in zijn originele virtuoze Toccata in b, die hij schreef in het jaar van zijn dood.

Bij Schumann is de begeleiding geen uitwerking meer van de becijferde bas (zoals bij ‘Bist du bei mir’) maar een uitgeschreven, zelfstandige partij. Schumann componeerde zijn ‘Studien und Skizzen’ in hetzelfde jaar als Mendelssohn zijn 6 Sonata’s. Beiden bewonder­den Bach. Schumann vond Bach onmeetbaar en niet te evenaren in de kunst van het con­trapunt. Bachs invloed in de Canons van Schumann is groot. Zo ook Schumanns composi­tietalent. Ook de Skizze bewijst dit.

De Suonata in G en de Elevazione in d van Felice Moretti, alias Padre Davide da Bergamo, herbergen naast 19e eeuws uiterlijk vertoon ook interessante compositietechnieken. Bijzondere aandacht vraagt hier de registratie, omdat verreweg de meeste Italiaanse orgels tot ca. 1900 gebouwd werden met gedeelde registers op één manuaal. Vaak komen meer­dere 4-voetsregisters in de bas voor, die functioneren als 8-voeten omdat deze als begelei­ding een octaaf lager bespeeld worden. Dit schrijft Moretti voor op diverse plaatsen in zijn Elevazione in d.

Dispositie Epe Hervormde kerk

Hoofdwerk

   

Bovenwerk

   

Pedaal

Pedaal

Praestant

8’

1994

Roerfluit B/D

8’

1806

Bourdon

16’ 1806

Bourdon

16’

1809/1994

Quintadeen

8’

1994

Octaaf

8’ 1994

Holpijp

8’

1809/1994

Viola di Gamba

8’

1994

Octaaf

4’ 1809/1994

Octaaf

4’

1809/1994

Flute Travers D

8’

1994

Bazuin

16’ 1936 (Pels)/1994**

Fluit

4’

1809

Praestant

4’

1806/1994

Trompet

8’ 1994

Quint

3’

1809/1994

Fluit

4’

1806

   

Octaaf

2’

1809/1994

Gemshoorn

2’

1994

   

Woudfluit

2’

1867 (Naber)

Quint

1 1/3

1809*

   

Mixtuur B/D

rn-V

1994 (1809)

Flageolet

1’

1994

   

Cornet D

IV

1994

Carillon

III d

1994

   

Sexquialter

II

1994(1809)

Vox Humana

8’

1994

   

Trompet B / D

8’

1994

         

* uit oude Prestant 4 [from an old 4’ Prestant]
** nieuwe stevels, tongen en kelen [new boots, tongues, shallots]

Manuaalkoppel [Manual couplerl
Pedaalkoppel Hoofdwerk [HW-Ped coupler]
Pedaalkoppel Bovenwerk IBW-Ped coupler]
Tremulant hele werk I [- whole organ]
Tremulant Bovenwerk
Manuaalomvang [manual compass]: C-f”
Pedaalomvang [pedal compass]: C-d’
Stemming [Tuning]: Neidhardt I
Toonhoogte [Pitch]: a’= 429 Hz.
Kas en pilaren [case & pillars]: 1809

REGISTRATIES:

J.C. Kittel, Präludium in D
Hw P8 B8 H8 O4 Q3 O2 Mix SII
Bw R8 P4 G2 Q1’/3
Ped Bd16 O4 Baz16 T8

H.N. Gerber, Trio in G
Hw H8 F4
Bw (lh) R8 Q8 Ftr8 VdG8 F4
Ped 08 Ped- Hw

H.N.Gerber, Trio in C
Hw (lh) P8 F4
Bw R8F4QP/i
Ped 08

J.F.A.F. Fischer, Sinfonia in D
Allegro
Hw P8 H8 04 02
Bw R8 F4
Ped Bd16 O8 O4 playing at Bw: Ped -04
Andante
11w (rh)P8
Bw R8
Ped Bd16 Fed-Bw
Allegro
Hw P8 H8 04 Q3 O2
Bw R8 P4
Ped Bd16 08 04 playing at Bw: Ped -04

L.E. Gebhardi, Was Gott tut,...
Hw (rh) P8 F4 cf: +T8
Bw 118 Q8 VdG8 F4 cf: +Vox8 +Trem
Ped Bd16 Ped-Bw

L.E. Gebhardi, Herzliebster Jesu...
Hw P8 H4
Bw R8 Q8 Ftr8 VdG8 F4 G2 Trem
Ped B16 Ped-Hw

J.C. Kittel, Preludium in a
Hw P8 B16 H8 O4 O2 Q3 Mix
11w R8 P4 Q1 1/3
Ped Bd16 0804 Baz16 T8 Ped-Hw

E.F. Richter, Ermuntre dich,...
Hw P8 F4 SII when cf in bass: -S II +T8
Bw (lh) R8 F4 G2
Ped Bd16 O8 O4

J.S. Bach, Fuga in g
Hw P8 04 02
Bw R8 P4
Ped Bd16 08 Ped-Bw

J.S. Bach, Blat du bei mir
Hw H8
Bw (rh) Vox8
Ped Bd16 Ped-HW

J.L. Krebs, Herzlich lieb hab ich dich...
Hw P8 Corn
Bw VdG8 F4
Fed B16O8

W.A. Mozart, Fuga in Es
Bw P8 04 02
Bw R8 P4
Ped Bd16 Ped-Bw

C. Bovet, Le Bolero du divin Mozart 
Hw Bd16 octaaf (played 1 octave higher)
Bw (rh) 118 Ft8 later +Vox8 
Ped Ped-Hw Ped-Bw

B. van Bree, Pas Redoublé
Hw F8 H8 04 Q3 02 SI1 T8
Bw R8 Q8 V8 F4
Ped Bd16 08 04 Baz16 T8 Ped-Bw
Trio
Hw unchanged
Bw R8disc. F4 F2 repeated: -F2 (l.h. plays on Bw 8ve lower)
Ped F8 8vabassa

A.F.Fr.Boëly, Toccata, Opus 43
Bw P8 H8 Corn 04 T8
Bw R8 P4
Ped Bd16 08 04 Baz16 Ped-Bw

R. Schumann, Skizze in C, Opus 58 no.1
Bw P8 H8 O4 Wfl2
Bw R8 Ft8 V8
Ped Bd16 O8 O4
Ped -04 (when Bw is used)

R. Schumann, Canon in C, Opus 56 no.1
Hw P8 W2(rh)
Bw R8 P4 G2 (lh)
Ped Bd16 O8

Felice Moretti (Padre Davide da Bergamo), Suonata in C
Hw H8 F4 W2
Bw R8. later: F4 W2. later Ft8. later F1
Ped Bd16 08 Ped-Hw

Felice Moretti (Padre Davide da Bergamo), Elevazione in d
Bw R8 Q8 VdG8 F4 Vox8 Tram
Bw F8 Bd16 H8 O4 Q3 O2 MT8
Ped Bd16 08 T8 Ped-Hw
Andante cantabile
Bw F4 Ft8 (lh 1 octave higher) Slot Ft8 solo
Allegro con spirito
Bw +P4 +F4 +Car.III

 

Colofon:
recording: Hans van Laar, VLS Audio Recording
data: 17 nov 1997, 26 jan 1998
registrant: Wim van Waveren Hogervorst
stemming orgel:Gebr. Reil, Herde, orgelmakers
editing: Hans & Maarten van Laar (VLS)
mastering: Hans van Laar (VLS)
teksten: Willem van Twillert & Han Reil
translation: Dale C. Carr
foto’s: omslag: A Reil, Heerde pag. 7: G.A. Schaap, Baarn pag. 16: W. van Twillert, Amersfoort
lay-out & design: Maarten van Laar
lithografie & omslag: Rob Kerkhove (Drukkerij Kerkhove, Beilen)
fabricage: Europe Optical Disc, Tilburg
productie: VLS Records, Beilervaart 61, 9411 VC Beilen
uitgave: Stichting tot Behoud van het Mere-orgel in Epe p / a Grensweg 8 8162 RV Epe
tel. 0578 613203